Aandachtig gedicht
Wanneer ik tot u bidden wil,
Dan moet de wereld om mij stil
En ook mijn hart moet stille wezen.
Want in een zwijgen daalt gij neer,
En door de windeloze sfeer
Komt mijn gebed tot u gerezen.
En zelfs mijn onbewust gezucht
Is voor uw liefde en genucht
Alsof zich hemels duizendtallen,
Van ene zoete schrik vervaard,
Voor uwe heerlijkheid ter aard,
en witte neerslag lieten vallen.
Zo dekt de blanke najaarsdauw,
Tot rijp verstard, de grazen gouw,
En schittert in het zongewemel.
Maar als u mijn verzuchten groet,
Bedauwt gij zelf mijn dor gemoed,
En maakt mijn werelds hart ten hemel.
Laat mij dan in de stilte zijn
En kom gelijk de zonneschijn
Des morgens aan de kommen blozen.
Dan spuiten uit het dode stof
Van mijn benauwde hartenhof
Voor u de leliën en rozen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 2000
Daniel | 32 Pagina's