Excuses van politici voor zonden uit het verleden zijn oppervlakkig
Is een land verantwoordelijk voor zijn verleden?
Het is niet voor te stellen dat de lezers van dit artikel de begrippen verzoening en vergeving niet kennen. In de Bijbel en in de kerk komen deze woorden veelvuldig voor. In de christelijke religie spelen ze een centrale rol. Schuld belijden is een Bijbelse notie die niet beperkt kan en mag worden tot alleen het kerkelijke of persoonlijke leven. Ook de (inter)nationale politiek mag niet om schuld bekennen en belijden heen. Ook op dit terrein dient de Bijbel gezaghebbend te zijn. Daar komt bij dat het voor de verwerking van het (oorlogs)leed onmisbaar is, dat volkerenmoorden die in de geschiedenis gepleegd zijn, ook erkend worden. De laatste tijd horen we via de media veel over het vragen en geven van excuses als het gaat over (oorlogs)misdaden. Staatshoofden of regeringsleiders zijn er druk mee. Toch vermoed ik dat veel excuses door politici (maar zij niet alleen) te gemakkelijk en oppervlakkig uitgesproken worden. Daarover gaat dit artikel.
Voorbeelden
Op 21 februari bood de Japanse premier Keizo Obuchi de excuses van zijn regering aan 'voor de enorme schade en het vele lijden dat door Japan aan veel Nederlandse oorlogsslachtoffers was berokkend'. Daar moest van Nederlandse zijde wat tegenover staan. In dezelfde tijd verklaarde premier Kok dan ook dat hij bij een volgend bezoek aan Indonesië bereid was zijn excuses aan te bieden namens de regering en het Nederlandse volk over de Nederlandse misdragingen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog van 1945 tot 1949.
Ook de paus wil niet achterblijven. In dit door hem uitgeroepen jubeljaar, heeft hij excuses uitgesproken over wat er de afgelopen tweeduizend jaar is fout gegaan. En dan zijn er de veelvuldige excuses uitsproken aan de Joden. Bijvoorbeeld over de koele manier waarop de weinige overlevenden na hun terugkeer uit de concentratiekampen zijn opgevangen. In dit rijtje passen ook de excuses uitgesproken door de Amsterdamse Beurs aan de Joden wegens het oorlogsverleden; van het ministerie van Financiën wegens de veiling van Joodse bezittingen. Het zou weinig moeite kosten op deze manier nog een tijdje door te gaan, met het noemen van spijtbetuigingen aan het adres van slachtoffers of benadeelden.
Vraag en aanbod
Hoewel ook in het verleden wel schuldigverklaringen zijn uitgesproken (bijvoorbeeld Duitsland en Japan over de Tweede Wereldoorlog), volgen de excuses voor het verleden zich nu in zo'n rap tempo op, dat toch een lampje moet gaan branden over de vraag naar de diepgang ervan. Deze vraag wordt versterkt door het schijnbare gemak, waarmee het uitspreken van deze excuses, het liefst voor de televisie, gepaard gaat. Als het gaat over onze excuuscultuur, lijkt er sprake te zijn van een economische wet: vraag en aanbod hebben een nauwe relatie met elkaar.
De vroegere kolonies, de Surinaamse vraag naar spijtbetuigingen over de vroegere slavernij, de roep van de aboriginals aan Engeland om excuses voor bloedige verdrijving van hun grondgebied; het zijn voorbeelden van de vraagzijde. Evenals de vraag van de homoseksuelen en zigeuners om vergelding van het hun aangebrachte onrecht.
Hoe diep gaat het 'zondebesef?
Het verleden blijft ons blijkbaar achtervolgen. De vraag naar de zin van het vragen naar en geven van excuses dringt zich op. Is hier sprake van een oprechte begeerte tot verzoening en vergeving, omdat gevoelens van schaamte en berouw getoond worden? Is er een sterke toename van het historisch besef? Wat zijn de consequenties van het schuld bekennen over het verleden voor het heden? Waar moet dit alles toe gaan leiden? Is hier sprake van het gebruiken van het historisch leed voor bepaalde doeleinden? Hoe diep gaat dit 'zondebesef' over het verleden? In het vervolg van dit artikel wil ik aantonen dat de genoemde excuuscultuur, ondanks misschien sympathiek ogende en vertrouwd klinkende woorden, toch oppervlakkig is, en daardoor ook geen recht doet aan mensen uit het verleden.
Selectief
Het eerste wat op moet vallen is de selectiviteit van de excuus- en claimcultuur. Moet Frankrijk geen excuses aanbieden voor de Napoleontische bezetting? En wanneer komen de islamieten om excuses te vragen over het hun aangebrachte leed van de Kruistochten? Moeten wij geen schuld en spijt betuigen aan Afrika voor alle slaven die we vanuit dat werelddeel getransporteerd hebben? Om nog maar te zwijgen over Spanje. Ik heb nog niet gehoord dat de koning van Spanje aangesproken is op de wandaden en gruwelen van de Bloedraad en de inquisitie. En wat hebben wij, Nederlanders, niet van de Indianen afgepakt? Zelfs onze zuiderburen, de Belgen, hebben we in een oorlog in de vorige eeuw van katoen gegeven. Maar ik heb ze er nog niet over gehoord. Het ontbreekt er nog aan, dat de SGP gevraagd wordt spijt te betuigen over het optreden van Coen in Zuid-Afrika en het CDA over het optreden van Colijn in Nederlands Indië.
Vrouwen en Brabanders
Het heeft mij werkelijk verbaasd dat de grootste groep 'onderdrukten' in onze geschiedenis nog niet op de stoep heeft gestaan om genoegdoening, namelijk onze vrouwen. Dit geknechte wezen kon niets doen zonder de toestemming van haar man. Toen ze eindelijk buitenshuis ging werken, kreeg ze voor dezelfde arbeid minder geld dan de man en wanneer ze zwanger werd, volgde ontslag. Wordt het niet de hoogste tijd, dat we over deze schandelijkheden schuld belijden? Dan is er nog iets. Als Brabander van geboorte past het mij misschien niet (of juist wel?) een ernstige grief naar voren te brengen. Daarom beroep ik mij op een professor uit Leiden. Deze, het is H.L. Wesseling, heeft naar voren gebracht, dat de meest langdurig vernederde bevolkingsgroep ongetwijfeld die van de vroegere inwoners van de Generaliteitslanden is geweest. De Brabanders en de Limburgers dus. Ze werden economisch uitgebuit en om hun zachte "g" werd gelachen.
Hoe ga jij om met verzoening en vergeving in de politiek?
Het draait hierom: moeten wij, generatie 21ste eeuw, berouw hebben over zwarte bladzijden in onze geschiedenis, tegenover slachtoffers ervan?
Eerst dit. Stel je voor, je zit bij iemand in de klas en jullie weten allebei dat jullie overgrootvaders ruzie hadden. Hoe zou de Heere willen dat we hiermee omgaan? Als het goed is zul je, doordat je weet wat vroeger is gebeurd, laten zien: ik vind het erg wat vroeger is gebeurd, maar laten we eruit leren niet in vijandschap en haat te blijven leven.
Zou het zo ook niet zijn met de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis? Wij weten dat de Molukkers onrecht hebben geleden onder de Nederlanders. Lossen we iets op als we nu geldbedragen overmaken aan het nageslacht van de slachtoffers? (Smartengeld is volgens mij voor degenen die de bedoelde smart ook echt hebben ondervonden). Allerlei beloften te doen die we toch niet of gedeeltelijk waar maken?
Ik denk dat we de openstaande schulden van ons voorgeslacht moeten leggen in de handen van de rechtvaardige Rechter van heden, verleden en toekomst. Zou de beste houding niet zijn om te belijden: wij en onze vaders hebben gezondigd tegen de Heere en de naaste, maar bij Hem is vergeving!
Laten wij een les trekken uit de geschiedenis. Laten we geld overhebben voor degenen die nü onrecht lijden. Laten we altijd vergevingsgezind zijn en onze naaste hartelijk liefhebben. Hoe? Buiten Christus draait alles om jezelf, maar In Christus kun je de ander écht liefhebben.
Ditty Meerkerk
De media
Behalve het selectieve karakter van veel schuld- en spijtbetuigingen, valt nog iets op. Dat is de prominente rol van de media. Want het moet gezegd worden, dat in de zovele voorbeelden van het vragen om en het geven van excuses voor het verleden, niet de politici voorop lopen. Het zijn vooral de media die de commotie en de emoties hoog op laten lopen. De televisie en de kranten, niet de Tweede Kamer dringen aan op het maken van excuses. De Volkskrant en de NRC 'eisten' van premier Kok dat hij zijn aanvankelijk uitgesproken 'betreuren' van de kille ontvangst van de Joden na de oorlog, omzette in 'excuses'. En het zijn sterke politieke benen die aan de druk van de media weerstand kunnen bieden.
Kan een natie spijt hebben?
De vraag of de excuses en spijtbetuigingen oprecht of opportunistisch zijn, is niet de belangrijkste. Wij hebben niet te oordelen over het al dan niet oprechte meeleven met de slachtoffers. Mijn twijfel over de diepgang van de gevraagde en geboden vergeving in de politiek, wordt ingegeven door het feit dat de meest wezenlijke vragen niet gesteld, en daardoor ook niet beantwoord worden. Want kan een natie spijt hebben van haar geschiedenis? Wie moet dat uitspreken namens wie?
De zonden van de vaders
Er zijn meer bijna onoplosbare vragen. Wanneer verjaart het (oorlogs)leed van een bevolking(sgroep)? Houdt dat op na het derde en vierde geslacht waarover de Bijbel spreekt? Zeker is wel dat de zonden van de vaders en het voorgeslacht, bezocht worden aan de zonen of het nageslacht. Daarvan zijn duidelijke voorbeelden, of wij ze willen opmerken of niet. Maar opnieuw dringt de vraag zich op: wie vraagt en biedt excuses aan voor massamoordenaars als Julius Caesar, Nero, Napoleon en de Belgische koning Leopold II, om maar weer enkele voorbeelden te noemen.
Een ander probleem bij het maken van excuses is dat het verleden maar al te vaak gemeten wordt met onze eigen normen en waarden. Denk aan het tegemoet treden van de geschiedenis van vrouwen en slaven. Ik haast me om te zeggen, dat het niet mijn bedoeling is te beweren dat 'alles wel meeviel'. Integendeel. Maar we moeten het verleden wel zorgvuldig en afgewogen onderzoeken. Wij weten inderdaad nu vaak meer en beter. Laten we dan alles op alles zetten om ook beter te doen. Want we moeten erkennen dat er verantwoordelijkheid voor zonden uit het verleden bestaat, waar we niet aan voorbij dienen te gaan. Maar hoe dan hier mee om te gaan, als het aanbieden van excuses en spijtbetuigingen veelal niet uitkomt boven een gemakkelijk moralisme op basis van historische selectiviteit?
Zalf op de nog altijd bestaande littekens
Japan, WOII, Indonesië, enzovoort. Begrippen die de laatste tijd in de media opdoken. Begrippen verbonden met de woorden verzoening, schuldbetuiging en vergeving. Het volgende trof mij. Een bisschop die tijdens de bezetting van Indië door Japan in een kamp zat, mocht samen met Koningin Beatrix deelnemen aan de herdenking bij het monument op de Dam. De Japanse keizer boog lang en diep na het leggen van zijn krans. Later vroeg de keizer aan de bisschop: "Het was zeker een moeilijke tijd voor u?" Waarop de bisschop treffend antwoordde: "Dat kunt u wel zeggen. Wij moesten elke dag buigen in de richting van uw vader, keizer Hirohito. Nu hebt u het hoofd gebogen in de richting van ons. Dat waardeer ik zeer."
Als bezoeken zo'n uitwerking hebben bij de nabestaanden, vind ik zulke betuigingen heel waardevol. Dan is het als zalf op de nog altijd bestaande lidtekens. Want vergeven is nog niet vergeten!
Al gauw kun je denken: "Ja maar, is het wel oprecht gedaan, of doet de keizer dat b.v. om er als land beter van te worden?" Daar kan ik niet over oordelen. Dat hoeft ook niet. Beter is de vraag naar onszelf toe of wij oprecht schuld hebben mogen belijden, ja beleven, tegenover God en zo ook tegen onze naaste.
Ik hoop dat je met David in Psalm 32 kunt en mag zeggen: 'k Bekend', o HEER', aan U oprecht mijn zonden; 'k Verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden; Maar ik beleed, na ernstig overleg, Mijn boze daân; Gij naamt die gunstig weg."
Hendrik Vlastuin
Verantwoorde beeldvorming
Ik denk vooral aan het onderwijs en aan de verantwoordelijkheid van boekenschrijvers en de media voor een juiste historische beeldvorming. Deze verantwoorde beeldvorming moet ons in de eerste plaats bescheiden en ootmoedig maken. Door werkelijk historisch onderzoek, de bezinning daarop en het gesprek daarover ontstaat een historische denkwijze. Wat houdt dat in? Dat we vooral ontdekken wie we zelf zijn. Kleine, falende mensen. Dit besef moet ons vervolgens niet verlammen. Wij zijn verantwoordelijk voor onze daden. Door de geschiedenis te kennen, leren we onszelf kennen. Daarom is het zo belangrijk dat ons beeld van de geschiedenis betrouwbaar en evenwichtig is. Dan kan ik het begrijpen, en verdedigen, dat in de schoolboekjes het bestaan van en in stand houden van de slavernij in Suriname door Nederland een plaats krijgt.
Belofte maakt schuld
Onze verbondenheid en solidariteit met ons voorgeslacht dient zich bijvoorbeeld te uiten in een voorstaan van zending met Woord en daad ten opzichte van de huidige generaties die in zoveel landen leven. Kennis van de zonden en tekortkomingen van het voorgeslacht kunnen we het beste goed maken, door deze kennis in dienst te stellen van onze eigen houding en beslissingen in het heden en de toekomst. Hóe praten en denken wij over en handelen wij met negers, niet-blanken en Joden? Maar ook, houden wij ons gegeven woord? Wanneer Nederland door gecompliceerde binnen- en buitenlandse verhoudingen de in het verleden gedane beloften aan bijvoorbeeld de Molukkers van een eigen zelfstandig volksbestaan niet kan waarmaken, is daarmee de kous niet af. Nederland dient nú op te komen voor de belangen van deze bevolkingsgroep op de Molukken, waar momenteel een conflictueuze situatie dreigt te escaleren. Ook al staan daarbij onze economische en culturele betrekkingen met Indonesië op het spel.
Voor een christen mag en kan het verleden niet uitgewist worden. Hij denkt en handelt als het goed is christelijk-historisch. De Joden richtten in hun doortocht door de woestijn, op weg naar het beloofde land, tal van monumenten op. Hoe diepzinnig het ook moge klinken, de zin hiervan en van het totale bestaan, lag in de toekomst. Op weg naar die(zelfde) toekomst dienen christenen hun verantwoordelijkheid te nemen voor het heden. Daarbij is ons de opdracht gegeven: 'Gedenkt aan 't geen Hij heeft verricht', maar ook mogen wij niet uit het oog verliezen dat wij naar ónze daden beoordeeld zullen worden. Ook in dit opzicht geldt: belofte maakt schuld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 2000
Daniel | 32 Pagina's