Er is een verborgen kerk in China
Bezoek aan China
Het was een bijzondere dienst op woensdagavond 16 augustus j.l. in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente te Apeldoorn. De dienst werd geleid door ds. A. Schreuder, namens de kerkenraden van de gemeenten Beekbergen en Terwolde de Vecht. Tijdens deze dienst werden Esther Klaassen en Lammertha Wilbrink door de ZGG uitgezonden naar China. Voorshands om de Chinese taal en cultuur te bestuderen en straks om als 'tentenmakers' werkzaam te kunnen zijn. Ds. J.J. van Eckeveld gaf hen het woord mee uit Johannes 10: 16 Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen. Er is in China een grote stal. Velen behoren niet tot de stal van Christus. Zijn stal is er wel. Ondanks vervolging en verdrukking is er een verborgen kerk in China. Temidden van de velen die nog niet tot deze stal behoren, zijn er waarvan Jezus zegt: Ik heb nog andere schapen! Ze zijn van Hem, maar ze moeten nog toegebracht worden. In dat toebrengen wil de Heere nietige mensen inschakelen.
Een verborgen kerk
Deze zomer was ik met de heer G. Nieuwenhuis van de ZGG voor een kort bezoek in China. Doel van onze reis was een en ander voor te bespreken voor de komst van Esther en Lammertha en tevens na te gaan wat er met een deel van het geld van de actie 'De verborgen Bron' is gebeurd. Overigens is ruim ƒ 300.000,- van de actieopbrengst in een China-fonds van de ZGG ondergebracht. Uit dit fonds zal bijgedragen worden aan de kosten van huisvesting en studie van Esther en Lammertha en wellicht nog van toekomstige werkers.
Vanuit Hong Kong gingen we naar Guangzhou, het vroegere Kanton. Ik herinner me nog goed dat we eind augustus 1997 ter voorbereiding van de actie op zaterdagavond een bezoek brachten aan de gemeente van ds. Samuel Lamb en daar twee zolders vol kerkgangers aantroffen. Het waren die avond vooral jonge mensen die met grote aandacht naar de Bijbellezing van de voorganger luisterden. Een verborgen kerk in een grote stad. Veel van deze jonge mensen bezoeken op zondag een huisgemeente, waar een lekenprediker het Woord opent en een Bijbelse toespraak houdt.
Hoeveel huisgemeenten er in China zijn, weet niemand. Er is geen landelijke organisatie van deze gemeenten. In sommige provincies is wel enig onderling contact door rondreizende voorgangers en evangelisten. Zeker is dat Christus ook in China Zijn kerk heeft.
Voorzichtige contacten
De Chinese christenen hebben het niet gemakkelijk. Er zijn voor christenen tal van beperkingen. Er is in China een officieel geregistreerde kerk, die veelal aan de leiband van de regering loopt. We moeten er wel bij zeggen dat er ook gebieden in China zijn waar de geregistreerde kerk meer vrijheid heeft en een eigen weg gaat.
De situatie is heel moeilijk. Openlijke evangelisatie is verboden. En nog steeds zitten er in China voorgangers in de gevangenis. We hoorden van een vrouw van een voorganger, dat haar man (opnieuw) was gearresteerd omdat hij zich niet wilde aansluiten bij de Drie-Zelfkerk, maar trouw bleef aan een vijftal huisgemeenten die in totaal door tweehonderd mensen bezocht werden.
Ook voor jongeren is het moeilijk om christen te zijn. Het is nog steeds zo dat je lid moet zijn van de communistische partij om voor een leidinggevende functie of voor een baan in het onderwijs in aanmerking te komen. Toch groeit de kerk. Er gaat iets van uit. Jonge mensen merken dat. Zoals een meisje tegen me zei: "Mijn ouders zijn niet gelukkig. Ze kennen de Heere niet. Ik ben jaloers op de mensen die Hem wel kennen. Daarom bezoek ik een huisgemeente".
Chinese christenen moeten ook voorzichtig zijn in contacten met buitenlanders. Bezoek aan een huisgemeente is veelal niet mogelijk omdat dit teveel in de gaten loopt. Dat geldt overigens ook voor een bezoek aan de Drie-Zelfkerk. Buitenlanders mogen in China wel hun eigen bijeenkomsten beleggen. Het is voor Chinezen niet toegestaan daaraan deel te nemen. Het zijn vooral de contacten tijdens studie en werk die benut kunnen worden voor een gesprek rond de Schrift.
Minderheden in China
Vanuit Guangzhou zijn we per vliegtuig naar een grote stad in het noordwesten van China gereisd. We hadden gehoord dat in het grensgebied met Tibet en in de provincies die grenzen aan Kazachstan en Mongolië veel minderheidsgroepen wonen. Ook hier zijn mogelijkheden, zoals overal elders in China, om er te werken als docent Engels of computerkunde. Er is werk voor ingenieurs, landbouwkundigen, artsen, medisch docenten en vroedvrouwen. Belangrijk is dat werkers een behoorlijke opleiding hebben en liefst enkele jaren werkervaring.
Op het vliegveld werden we opgehaald door een Europeaan die een kamer voor ons gereserveerd had op de campus van de universiteit. We kregen een onderkomen in een kale, smerige kamer met twee bedden, een kapotte wasbak en iets dat eens een toilet geweest was. In dit gebouw sliepen veel studenten met acht personen in stapelbedden op een kamer. Dat is dan ook tegelijk de verklaring waarom veel studenten 's ochtends al vroeg met een boek in de hand al wandelend door een park of op straat lopen te studeren. Dat is altijd nog plezieriger dan in een slaapkamer waar je nauwelijks ruimte hebt voor jezelf.
De stad waar we verbleven maakt deel uit van de Qinghai-provincie. Deze provincie grenst aan Tibet. De beroemde Gele Rivier stroomt ook door deze provincie. De Tibetanen vormen de grootste minderheidsgroep. Andere belangrijke minderheidsgroepen zijn de Hui (moslims), de Tu, de Sala en de Mongolen, die veelal boeddhist zijn. Het gaat bij deze groepen om honderdduizenden mensen die hun eigen taal spreken, met uitzondering van de Hui, die het Chinees als hun moedertaal hebben. Samen met onze gastheer hebben we een dagtocht gemaakt naar een stad 170 kilometer naar het zuiden. We moesten door een bergpas op ruim tweeduizend meter. We kwamen door kleine dorpen en tenslotte op de plaats van bestemming. Op straat staan veel mensen in klederdrachten met een Mongools uiterlijk. We maakten kennis met een team van kortverbanders uit het Europa die hier voor enkele weken medische assistentie verleenden.
Andere schapen
Na ons bezoek in de Qinghai-provincie zijn we over de Gobiwoestijn naar Beijng gevlogen. Vandaar volgde een treinreis naar een stad van negen miljoen inwoners met veel hoge flats en winkelcentra. Zestigduizend taxi's banen zich iedere dag een weg door het verkeer. Op weg naar het station was het voor de taxichauffeur een uitdaging om zich een weg te banen door links en rechts auto's en fietsers te passeren! Met de trein bezochten we een districtshoofdstad van een gebied met vierhonderd dorpen. Buitenlanders hebben hier geholpen om twee wellen te maken om de bevolking van drinkwater en irrigatiewater te voorzien. De diepte van beide wellen bedroeg 380 meter! De hulp is gegeven in de vorm van een lening. Door de verhoogde landbouwopbrengsten - door de irrigatie - blijkt de bevolking in staat te zijn deze lening terug te betalen en men is zelfs van plan zelf een derde bron te laten maken.
In de trein spraken we met de Chinese coördinator van dit project. Hij heeft een goede relatie met de locale bevolking en overweegt om zich in het gebied te vestigen. De opgebouwde relatie biedt mogelijkheden om over de Heere en Zijn dienst te spreken. Hij vertelde ons ook hoe hij christen is geworden. Een Amerikaanse student had een aantal gesprekken met hem gevoerd en na zijn vertrek een Bijbel aan hem gegeven. Hij was in deze Bijbel gaan lezen en had drie jaar lang geen enkel contact met christenen. Toen hij weer met hen in contact kwam, had hij het verlangen uitgesproken om gedoopt te worden. Dat is echter nog niet gebeurd, omdat hij zich niet wil aansluiten bij de Drie-Zelfkerk en de twee huisgemeenten waarmee hij contact heeft gekregen hem uit veiligheidsoverwegingen (nog) niet willen toelaten. Momenteel leest hij 's zondags uit zijn Bijbel in een huisbijeenkomst samen met zijn vrouw, zijn moeder en zijn dochter. Zijn familie luistert wel naar de Bijbelvertelling, maar is nog geen christen geworden. Onze Chinese broeder zag het als een grote zegen om in een christelijk gezin te zijn opgegroeid, maar besefte ook dat persoonlijke genade nodig is.
Het was ook nuttig om de universiteit te bezoeken waar Esther en Lammertha hun taalstudie gaan doen. Tijdens de rondleiding vernamen we dat aan deze universiteit een speciale opleiding verbonden is voor doven. Er zijn drie jaargroepen van veertig studenten, zodat hier 120 dove studenten studeren in drie verschillende richtingen, te weten: computerkunde, engineering en kledingontwerpen. In deze zeer moderne afdeling van de universiteit werden we rondgeleid door het hoofd van de afdeling. We waren onder de indruk van de moderne uitrusting waarover men beschikte, zoals een groot aantal computers. We hebben ons wel gerealiseerd dat dit de enige opleiding is op dit niveau in heel China, waar het aantal doven wordt geschat op twintig miljoen!
We hebben de klaslokalen en de kamers bekeken waar de studenten wonen tijdens de taalstudie. Het zijn eenvoudige kamers met een toilet en douche. Er kan niet gekookt worden, maar in de school zijn maaltijden tegen een geringe vergoeding te verkrijgen. We hopen dat Esther en Lammertha hier toegerust mogen worden en dat er mensen op hun weg mogen komen, zodat temidden van de miljoenen de boodschap van Gods ontferming gebracht mag worden. Er zijn immers nog andere schapen...
Kinderen in Changsha
Tijdens de actie 'De verborgen Bron' is ook aandacht besteed aan een project in Changsha voor weeskinderen en kinderen met een handicap. Het was voor ons heel bijzonder hier weer een bezoek te kunnen brengen. We hebben gemerkt dat er sprake is van verbetering. Naast het reeds bestaande huis is er nu ook een opvangmogelijkheid voor zestig baby's en kleuters met een handicap. Kinderen voor wie tot voor kort geen levensperspectief was. Het was ontroerend om de zorg en liefde te zien, waarmee deze kinderen werden omringd, en de blijdschap op de gezichten van de kinderen.
Tijdens de rondleiding door het gebouw spraken we met twee medewerkers die bezig waren lessen voor te bereiden voor het onderwijs aan de gehandicapte kinderen. Het bleek dat men bezig was om eenvoudige lessen te maken, waarin ook de Bijbelse normen verwerkt werden.
We brachten ook een bezoek aan het opleidingscentrum dat gebouwd is met geld uit de actie. Het geheel zag er goed uit. In dit centrum zijn in de achterliggende twee jaren ongeveer veertig Chinese meisjes en jonge vrouwen uit andere weeshuizen opgeleid. De opleiding wordt door de overheid zeer gewaardeerd. Het blijkt dat degenen, die opgeleid worden, deze kennis op hun beurt weer overdragen aan anderen in het weeshuis waar zij werkzaam zijn. De overheid geeft nu ook enige financiële steun aan de opleiding. De projectleider onderstreepte nog eens dat jonge mensen met een verpleegkundige opleiding hartelijk welkom zijn om in de zomermaanden hier drie weken te komen werken!
Graag wensen we allen die in China werkzaam zijn Gods zegen toe. Laten we hen niet vergeten in ons dagelijks gebed. De Heere geve dat Zijn gemeente in dit grote land mag worden uitgebreid en dat zij mag zijn als een stroom van levend water, springende tot in het eeuwige leven (Johannes 7: 38).
LAMMERTHA WILBRINK
Lammertha, jij hoopt met Esther naar China te vertrekken. Waarom naar China?
De JBGG-actie 'De verborgen Bron' confronteerde me voor het eerst met China. Ik kreeg er belangstelling voor, maar de nood van de mensen in China is echt voor me gaan leven na de oproep van de ZGG voor 'tentenmakers' voor China. Het is Gods leiding dat ik nu ook daadwerkelijk naar China mag gaan.
Ga je al direct aan het werk in China?
Dat zou niet goed mogelijk zijn. Je moet immers eerst de taal van de mensen kunnen spreken. Daarom zal de eerste periode van ons verblijf in China, we rekenen een beetje op twee jaar, vooral bestaan uit taal-en cultuurstudie.
Kun jij uitleggen wat 'tentenmaker' betekent?
Het begrip 'tentenmaker' verwijst naar het leven van Paulus, die mogelijkheden zocht om het Evangelie te verkondingen, terwijl hij als tentenmaker in zijn eigen levensonderhoud moest voorzien. Dat geldt ook vandaag nog in situaties waar zendingswerk niet toegestaan is. Je doet je werk, biddend of de Heere mensen op je weg brengt waarmee je over Hem en Zijn dienst kunt spreken.
Zijn er in China nog meer mensen nodig?
Wij hebben allemaal een taak in ons leven, waar en hoe dat ligt heel verschillend. Het zou een voorrecht zijn als er meer mensen tot bekering kwamen en liefde voor China kregen. Daar zien we naar uit!
Aan de andere kant leert de geschiedenis van het dienstmeisje van Naäman, dat ieder van ons in het dagelijks bezig-zijn iets kan voorleven en uitdragen van de boodschap van het Evangelie. Leg er voor jezelf vraag en antwoord 32 van de Catechismus maar eens naast!
ESTHER KLAASSEN
Esther, wat is de reden dat je naar China wilt gaan?
De Heere heeft het zo willen leiden dat ik al vroeg het verlangen had om 'de zending in te gaan'. Ik heb me de afgelopen jaren ook regelmatig bezig gehouden met de oriëntatie op de mogelijkheid om voor kortere of langere tijd naar China te gaan. Toen de advertentie kwam met de vraag voor werkers voor China, kwam de vraag of dit voor mij de weg van de Heere zou zijn. Ik ben er verwonderd over dat de Heere in ons leven deze weg heeft willen openen en dat onze betrokkenheid op het land en de liefde tot het volk mag groeien.
Wat herinner jij je van de actie 'De verborgen Bron'?
Als eerste komt de bondsdag van de -12 in Slikkerveer in mijn gedachten. Hier heb ik het verhaal mogen vertellen over de verborgen Bron in China. Het was een goede dag en het was erg fijn om zo met elkaar betrokken te zijn op dit stuk werk in Gods wijngaard. Verder herinner ik me het enthousiasme waarmee de jongeren mede vorm hebben gegeven aan deze actie en de berichten van de reis in China. Naar aanleiding van deze actie ben ik met een aantal personen bezig geweest om voor een korte tijd in China te gaan werken. Dat kon toen voor mij niet doorgaan, maar de voorbereidingen van toen zijn de afgelopen tijd toch weer nuttig geweest.
Waarom is jullie positie kwetsbaarder dan van andere mensen in dienst van ZGG?
In China is het niet toegestaan om als zendingswerkers mensen het Evangelie te brengen. China wil alle 'godsdienstige activiteiten' kunnen controleren. Daarom is ons voorzichtigheid en zorgvuldigheid geboden om wegen te zoeken waarin we betrouwbaar en open kunnen zijn.
Wat kunnen de jongeren in Nederland voor jullie betekenen?
Ik zou de jongeren willen vragen om vooral in het gebed mee te leven en mee te dragen. Gebed voor de voortgang van het werk in China, voor de studie Chinees die Lammertha en ik eerst zullen doen en zeker ook gebed voor open deuren voor werk en open harten voor het Evangelie. Wij zijn mensen, van nature zonder kracht en zonder geloof. De taak die we gekregen hebben, is in eigen ogen onmogelijk. En veel is nog onduidelijk. Maar we mogen ook weten dat we dit alles aan de trouwe zorg van de Heere mogen overgeven. Bid alsjeblieft om de zegen van God over deze nieuwe taak die wacht in China. Verder zou het fijn zijn als we ook van de jongeren eens een briefje of kaartje zouden krijgen, zodat wij een stukje Holland kunnen proeven in het verre Oosten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 2000
Daniel | 24 Pagina's