Maak geen karikatuur van homeopathie
De andere kant
Aan de Nederlandse universiteiten is er weinig belangstelling voor homeopathie en natuurgeneeskunde. Regelmatig is er zelfs sprake van uitgesproken tegenstand, alsof het zou gaan om suggestie, kwakzalverij en zelfs occultisme. Zo'n oordeel berust helaas op een gebrek aan kennis van zaken. Natuurlijk, er zijn allerlei bedenkelijke vormen van alternatieve geneeswijzen, maar er zijn even bedenkelijke vormen van universitaire geneeskunde. Denk bijvoorbeeld aan de reguliere praktijk van abortus, levensbeëindiging, euthanasie of de sportgeneeskunde met steroïdpreparaten en de dopingschandalen tijdens de Tour de France. Ik laat graag een andere kant van homeopathie zien ter aanvulling van het artikel van collega Dorresteijn in Daniël nr. 2 van dit jaar.
Universitair en alternatief
Het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw is er één van verwarring. Het is een periode met grote maatschappelijke moeilijkheden. Economie en staatsbestel zijn uit het lood en de samenleving is roerig. Dat is veroorzaakt door de geest van de Franse Revolutie (1789). Alle gilden zijn abrupt opgeheven. Dat geldt ook voor de eeuwenoude stedelijke chirurgijnsgilden en de iets jongere corporaties van doktoren, de collegia medica. De geest van de tijd leidt tot inzinking op medisch-wetenschappelijk gebied.
In die tijd probeert de overheid verbetering te brengen in het medisch onderricht. Dankzij een wet van 1818 worden geneeskundige scholen opgericht in Alkmaar, Amsterdam, Haarlem, Hoorn, Middelburg en Rotterdam. Tot 1865 is onze gezondheidszorg nogal chaotisch. Je kunt studeren op de geneeskundige scholen, op universiteiten en particuliere scholen (oog-en tandartsen). Daarnaast is er een grote groep volksgenezers vooral actief op het platteland. Hun geneeskundige kwaliteiten nemen ze over van vader, moeder of een goede kennis. Binnen deze groep zijn er specialisten in bijvoorbeeld horoscooptrekken, steensnijden (= verwijderen van blaasstenen door een snede in de urineblaas, vroeger een apart specialisme), piskijken en beenzetten. Er zijn niet minder dan twaalf mogelijke artsendiploma's.
De liberale en vrijzinnige minister Jan Rudolf Thorbecke (1796-1872) maakt een eind aan deze onduidelijkheid. In zijn wet van 1865 brengt hij de twaalf mogelijke diploma's terug tot één artsendiploma met algemene bevoegdheid. Alleen wie een universitaire natuurwetenschappelijke medische opleiding heeft, is arts. Alle genezers zonder regulier artsendiploma worden hiermee buiten deze natuurwetenschappelijke monopoliepositie gesloten. Zij heten abrupt 'alternatief'. Alternatief betekent 'een andere mogelijkheid betreffend', 'niet-regulier', 'niet-natuurwetenschappelijk'. Alternatief zegt dus niets over het wel of niet geoorloofd zijn van deze alternatieven, zoals de homeopathie.
Waarom alternatief behandelen?
Waarom laten mensen zich alternatief behandelen? Daarvoor zijn twee belangrijke redenen. De belangrijkste reden is dat men bij de gewone arts niet verder komt. Een tweede belangrijke reden is de afkeer van een medisch-technische behandeling en chemische medicijnen met hun vele bijwerkingen, terwijl de alternatieve genezer aandacht heeft voor de gehele mens. Daarnaast kan het gaan om een slechte relatie met de (huis)arts, de vaststelling dat de officiële geneeskunde niet helpt en goede berichten over alternatieve geneeswijzen door de huisarts, vrienden, familie, de krant of andere nieuwsmedia. Wie eenmaal een goede homeopaat heeft getroffen, raadpleegt deze therapeut alvorens zich tot een ander te wenden.
Waarmee gaan mensen naar een alternatieve arts of therapeut? Vooral voor aandoeningen van het bewegingsapparaat en het zenuwstelsel. Het zijn vooral de chronische klachten, waarvoor alternatieve genezers worden gebruikt. Bijna altijd zijn deze mensen al door één of meer specialisten zonder succes behandeld: deze mensen zijn 'uitgedokterd'. Twee maal zoveel vrouwen als mannen maakt gebruik van alternatieve geneeswijzen.
Dr. Christian Friedrich Samuel Hahnemann
Homeopathische artsen werken in de iijn van de Duitse arts dr. Christian Friedrich Samuel Hahnemann (1755-1843). Hij heeft op geniale manier een geheel eigen denkwijze in de geneeskunde ontwikkeld. De eigenzinnige en koppige opstelling van Hahnemann is er mede de oorzaak van dat de homeopathie niet de erkenning heeft gekregen die zij verdient. De toenmalige geneeskunde kenmerkte zich door absurde behandelmethoden en kostte veel patiënten het leven! Daartegen heeft Hahnemann zich terecht en met succes verzet.
Na twintig jaar experimenteren verschijnt in 1810 Hahnemanns 'Organon der rationellen Heilkunst'. De toepassing van homeopathische geneesmiddelen berust op geneesmiddelenproeven op gezonde mensen, het gelijksoortigheidsprincipe (het gelijksoortige moet worden behandeld met het gelijksoortige: similia similibus curentur) en het individuele ziektebeeld. Centraal staat de gedachte dat de homeopathie kan worden beschouwd als een medicinale regulatietherapie: de tendens tot zelfgenezing van het organisme wordt gestimuleerd en gesteund.
Uitvoerig gaat Hahnemann in op het ontstaan van chronische ziekten, waaraan hij in 1828 een apart boek weidt: 'Chronische Krankheiten'. Die zijn volgens Hahnemann een gevolg van vroeger doorgemaakte infecties. Deze opvatting leek lange tijd nogal speculatief, maar blijkt anno 2000 steeds serieuzer. In april hebben Amerikaanse onderzoekers bijvoorbeeld aangetoond dat het waterpokken veroorzakende virus 'Varicellazoster' - na een lange rustperiode in het zenuwstelsel - bij ouderen gordelroos (herpes zoster) veroorzaakt (waarbij onder andere Rhus toxicodendron D4 een probaat middel is).
De gedachte van Hahnemann dat er sprake is van constitutionele vatbaarheid voor ziekten, die zijn gelegen in het erfelijk materiaal, is inmidels algemeen erkend. Ook heeft hij theorieën ontwikkeld over psychosomatische oorzaken van ziekten. Lang voordat Louis Pasteur (1822-1895) bacillen heeft ontdekt, sprak Hahnemann al over smetstof met kleine 'Lebewesen'. Hahnemann is zijn tijd ver vooruit geweest. Bij zijn interpretatie van waargenomen verschijnselen kunnen christenen zeker kritische kanttekeningen plaatsen, zeker bij zijn latere enthousiasme voor astrologie en paranormale geneeskunde. Hahnemann hield zijn patiënten overigens voor dat zij genezing van God moesten verwachten; dat is geen taal van een deïst, spiritist of occultist. Homeopathie is een werkzame behandelwijze. Abraham Kuyper (1837-1920) heeft zich (voor zover we weten op aanraden van dr. H.F. Kohlbrugge; 1803-1875) homeopatisch laten behandelen voor zijn longontsteking (antibiotica bestonden toen nog niet). Daaraan is het wellicht te danken dat A. Kuyper tijdens zijn ministerschap heeft geprobeerd aan de Vrije Universiteit een leerstoel homeopathie te vestigen.
Onderzoek
Vooral in Frankrijk is onderzoek gedaan naar de werking van homeopatische middelen. In 'Les annales homéopathiques francais' hebben wetenschappelijke kopstukken zoals de hoogleraren Boiron (farmaceut), Netien en Cier (biochemici) verslag gedaan van hun onderzoek. In 'Recherche Expérimentale Moderne en Homéopathie' wordt de realiteit van de potenties, de werking bij planten, dieren en enzymen en de bruikbaarheid van de similiaregel in het laboratorium aangetoond. In ons land kunnen we denken aan soortgelijk onderzoek van de Utrechtse moleculair-biologen professor Voorma en dr. Wiegant.
Een Duits wetenschappelijk team heeft in duizenden proeven gladiolenpitten laten ontkiemen in oplopende potenties (= steeds sterkere verdunning) van diverse metaalzouten. Daarna werden de kiempjes uitgeplant. Toen bleek er een golvende curve van respectievelijk remming en bevordering van groei en bloei. Bovendien zette deze curve zich door voorbij het getal van Avogadro (D24), waarin niets meer van de opgeloste stof, maar wel 'informatie' is terug te vinden. In andere experimenten met muizen reageerden zij op potenties van bijvoorbeeld kopersulfaat voorbij de D24 met eczeem aan de oren.
Sinds 1865 is onze universitaire geneeskunde op natuurwetenschappelijke leest geschoeid. Door alle aandacht aan één benaderingswijze te geven, is onze medische kennis en kunde geweldig geholpen. Als Thorbecke één van de andere elf in 1865 gangbare benaderingen voorrang had gegeven, tot welke hoogte zou die geneeswijze dan zijn ontwikkeld? In de natuurwetenschap gaat het uitsluitend om hetgeen is waar te nemen, te tellen, te wegen en te meten. Wie geen materialist is, weet dat er méér is. Zo zijn liefde en pijn niet te wegen, te meten of te tellen, maar ze zijn wel een door niemand te ontkennen realiteit.
Karikatuur
In 1994 besprak ik in het Reformatorisch Dagblad het boek 'Twee heren ...' van Rianne van der Smitte. Daarin beschrijft zij haar martelgang langs allerlei alternatieve geneeswijzen, inclusief de homeopathie. De historische gegevens en beschreven therapieën vanuit de homeopathie zijn pertinent onjuist en zelfs zodanig onjuist dat opzet niet uitgesloten lijkt. Nergens geeft zij een bewijs voor haar vaak suggestieve en grove beweringen. Daardoor ontstaat er een gevaarlijke schijnwerkelijkheid. Wie occult noemt wat het niet is, kan ongemerkt ten prooi vallen aan het echt occulte (vergelijk Deuteronomium 18: 9-14; Efeze 6: 11 en 12).
Ik heb mijn concept-bespreking aan mevrouw Van der Smitte gestuurd, met het vriendelijke verzoek te reageren op de punten waarmee ik het boek onrecht zou hebben gedaan. Daar zij niets van zich liet horen, heb ik haar opgebeld. Zij nam mij bijzonder kwalijk dat ik haar lastig viel en had 'geen reactie omdat het toch niets uithaalt daar het er u om gaat de schrijfster te kwetsen'. Ik was van deze reactie werkelijk geschokt; mijn ernstige kritiek was blijkbaar juist en dit boek misleidt mensen op een gevaarlijke manier. Daar waar het gaat om overdraagbare, door anderen aan te leren kennis en kunde (anders dan aan de persoon gebonden 'gaven', bijvoorbeeld bij een paragnost), mogen we niet spreken over occultisme. De homeopathische behandelaar kan 'fout' zijn, evenals een reguliere behandelaar, maar homeopathie is een werkzame en verantwoorde behandelmethode.
Daarom wil ik tot slot nog wijzen op het 'Leerboek van de klassieke homeopathie' van de Duitse chirurg-gynaecoloog dr. Gerhard Köhler. Deel 1 behandelt principes en toepassingen, terwijl het tweede deel gaat over praktische aanwijzingen en geneesmiddelenkeuze. Het leerboek is ontstaan uit collegedictaten van zijn onderwijs aan medische studenten aan de Universiteit van Freiburg. Het is dan ook een wetenschappelijk zeer verantwoord leerboek, dat vooral geschikt is voor artsen en medische studenten die zich willen bekwamen in de homeopathie. Op geen enkele manier laat Köhler zich in met allerlei speculatieve verklaringen van homeopathie. Hij ziet het als zijn taak de symptomen van de patiënt nauwkeurig te observeren en te beschrijven. Vooral dié regulier werkende artsen, die (veelal door gebrek aan kennis) negatief staan ten opzichte van de homeopathische geneeswijze, zouden deze voortreffelijke introductie in de homeopathie - zoals Hahnemann die heeft ontwikkeld - moeten bestuderen. Dat kan bevrijdend werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 2000
Daniel | 24 Pagina's