Uitdelen
Jeugdwerkcolumn
Onlangs had ik het voorrecht opnieuw naar Roemenië te reizen om enkele projecten te bezoeken, conferenties bij te wonen en lezingen te verzorgen.
Het openingswoord tijdens één van de conferenties in Vartemplom, de grote Burchtkerk van Tirgu Mures, is me bijgebleven.
De plaatselijke predikant, ds. Fölöp Denés, sprak naar aanleiding van Johannes 6 over de wonderbare spijziging. Voor één detail vroeg hij de aandacht: het jongetje. Zonder dat het jongetje het verwachtte, schakelde de Heere hem in en gebruikte Hij zijn brood en de visjes om een wonder te verrichten.
Zo kan de Heere in Zijn voorzienigheid ook ons als ambtsdragers of jeugdwerkers gebruiken om wonderen te doen. Maar... dan moeten we, net als het jongetje, wel wat bezitten.
Het jongetje had brood. De Heere Jezus is het Brood des Levens. Dat Brood is waarlijk spijs. Wie daarvan eet, zal nimmermeer hongeren. Door dat Brood werkt de Heere wonderen van geloof en bekering. De discipelen kregen de opdracht het brood uit te delen. Het is de opdracht aan al Gods kinderen. Wat uit genade ontvangen is, moet worden uitgedeeld en mag niet voor zichzelf worden gehouden.
Een nieuw verenigingsseizoen ligt voor ons. Dan zal opnieuw over het Brood des Levens worden gesproken. Weten wij wat we uitdelen? Laten we de zomerperiode gebruiken om er worstelend voor Gods aangezicht een antwoord op te krijgen of er in verwondering de Heere voor te danken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 2000
Daniel | 32 Pagina's