De Augsburgse Confessie 1
Belijdenissen over de grenzen
Hoogst actueel
De Augsburgse Confessie is een Luthers belijdenisgeschrift. Het heeft in het grondslagartikel van de Verenigde Kerk (de Samen-op-Weg-kerken) een plaats gekregen naast de andere confessies zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Vandaar dat dit belijdenisgeschrift momenteel hoogst actueel is. Dr. A. de Reuver schreef er een serie artikelen in De Waarheidsvriend over. Er zijn volgens hem drie visies op de inhoud van de Augsburgse Confessie. Een hervormd-gereformeerd predikant noemt het een zuiver reformatorische belijdenis, waarmee je kunt leven en sterven. Anderen zijn van mening dat deze belijdenis weliswaar een meer Lutherse geest ademt dan een Calvijnse, maar de volgelingen van Calvijn kunnen er volgens hen wel mee leven. Weer anderen vinden het een bedenkelijk compromis, waarin bepaalde kernelementen van het reformatorisch belijden worden verdoezeld of verzwegen. De deur naar Rome zou zo ver open staan dat een gereformeerd belijder hier niet mee leven en sterven kan. In eerste instantie wil ik geen oordeel uitspreken, maar iets van het ontstaan en de inhoud vertellen.
Wanneer ontstaan?
Karei V riep in 1530 de Duitse Rijksdag bijeen te Augsburg. Hij had als doelstelling de tweedracht in de religie te overwinnen. De mening van zowel de rooms-katholieken als van de Lutheranen zouden in liefde en goedgezindheid worden aangehoord en overwogen. De verschillende meningen zouden met elkaar in overeenstemming worden gebracht tot een christelijke waarheid. Letterlijk staat er: om na rijp beraad aan beide zijden het kwaad te zuiveren en zo door aller samenwerking één ware religie te aanvaarden en vast te houden, waarop wij onder de ene Christus in één gemeenschap, kerk en enigheid mogen leven.
In eerste instantie reageerde Luther sceptisch. Zijn vriend Phillippus Melanchton zag er meer in, hij was hoopvol gestemd. Al was die hoop ook met vrees gemengd. Luther kon vanwege de rijksban zelf niet deelnemen aan de gesprekken met Johan van Saksen, Justus Jonas, Bugenhagen en Melanchton. Hij werd door een koerierdienst op de hoogte gehouden.
Johannes Eck uit Ingolstadt
Bij aankomst in Augsburg bleek dat Luthers tegenstander Johannes Eck uit Ingolstadt een geschrift had gepubliceerd, waarin citaten van Luther, Zwingli en ook van anderen (wederdopers) in 404 artikelen werden bekritiseerd als schadelijk voor de vrede van de kerk. Verwarrend was hier dat Eck alle niet-rooms-katholieken over één kam heeft geschoren. Dat moest voorkomen worden, want dan zou de keizer op het verkeerde been worden gezet. Het kwam op duidelijke formuleringen aan. Luthers uitgangspunten hadden bijvoorbeeld niets te doen met staatsgevaarlijke activiteiten van wederdopers. Maar dr. Eck gooide alles op één hoop.
Wat wilde Melanchton?
Melanchton schreef een stuk waarin hij aan de ene kant wilde laten zien, dat de revolutionaire geest van de Wederdopers ver van het reformatorisch geluid verwijderd was. Anderzijds wilde hij laten zien, dat de Reformatie een voortzetting was van de vroege kerk. De Reformatie wilde ingeslopen dwalingen uitzuiveren en een terugkeer tot de christelijke kerk. De Reformatie is geen schisma (scheuring), maar een gezuiverde voortzetting van de heilige, katholieke (algemene) kerk.
Hoe reageerde Luther?
Luther wilde in het stuk van Melanchton niets veranderen, omdat hij niet zou weten wat hij erin zou moeten verbeteren of veranderen. Letterlijk citeer ik nu een passage van Luther: dat (verbeteren) zou me ook niet passen, want ik kan niet zo zachtjes ('denn ich so sanft und leise nicht treten kann') en voorzichtig lopen als Philippus.
Je zou dit op kunnen vatten, dat Luther het met de voorzichtige manier van formuleren van Melanchton niet eens was. Maar het verband van de tekst geeft geen enkele aanleiding.
W.J. Kooiman geeft in zijn biografie over Melanchton de volgende opmerking: Luther wilde hier zeggen, het is maar goed dat ikzelf dit stuk niet op moest stellen, want dan zou ik met klompen op mijn doel zijn afgestevend, terwijl Philippus het op kousenvoeten doet! Deze situatie vergt nu eenmaal behoedzaamheid.
De Rijksdag
Op 25 juni (ik las ergens ook 24 juni) 1530 werd de confessie van Melanchton door de kanselier in het Duits voorgelezen aan keizer Karel V. Hij hoorde alles verveeld en vermoeid aan. En... de helft drong niet tot hem door, omdat hij de Duitse taal niet zo goed verstond. Maar een groot aantal aanwezigen (onder wie ook roomse theologen) was diep onder de indruk. Zo niet Eck en zijn medestanders. Zij hebben een aanval op deze confessie op papier gezet. Eerst 351 pagina's, later op bevel van de keizer teruggebracht tot 31 pagina's. Hieruit blijkt duidelijk dat de voorzichtige formulering van Melanchton toch overduidelijk in de kern en inhoud afstand nam van de inzichten in de heersende kerk.
Opnieuw Luther
Toen hij de definitieve versie van de Augsburgse Confessie onder ogen kreeg, schreef Luther het volgende: Ik verheug mij, dat ik dit uur heb mogen beleven, waarin de naam van Christus met zo'n heerlijke confessie werd beleden door zulke vooraanstaande belijders in zulk een hoge vergadering.
In dit verband citeert hij Psalm 119: 46 Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen en mij niet schamen. Dit woord is later als motto aan de Augustana meegegeven.
Een klein beetje bekroop Luther toch het gevoel dat aan een verlangen om tot een vergelijk te komen, is toegegeven. Je kunt wel ergernissen vermijden, maar nooit ten koste van de Evangeliewaarheid. Wie Christus wil belijden, heeft juist ergernis te verwachten!
In een volgend artikel komt de inhoud van de Augustana ter sprake.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 2000
Daniel | 38 Pagina's