Enschede, vuur en rook op 13 mei 2000...
Er ging een schok door Nederland, toen bekend werd wat in Enschede gebeurd was op die zonnige zaterdag in mei. In korte tijd veranderde het leven van honderden mensen. Zware verliezen werden geleden. Door buitenstaanders is niet te peilen wat mensen daar doorstaan hebben. In Enschede is ook een zendingsvereniging van de Gereformeerde Gemeente. Hoe hebben zij de vuurwerkramp ervaren? Aan mevrouw Den Olde-Dekker, presidente van de zendingsvereniging 'Kleine kracht' vroegen wij, of zij iets wilde schrijven over die vreselijke gebeurtenis op zaterdag 13 mei. Dat wilde ze wel doen, al voegde ze eraan toe: "Het is eigenlijk niet te beschrijven wat hier is gebeurd. Degenen die in de oorlog een bombardement hebben meegemaakt, kunnen het zich enigszins indenken."
Een vreselijke ramp
In enkele minuten verandert een zeer zonnige dag in een rampdag. Na het horen van zwaar geroffel, alsof er stenen van een vrachtauto werden gelost, volgde een hevige knal. Werd er een gebouw opgeblazen? Bij de tweede allesoverheersende knal zagen we massa's vuur, zwarte en witte rookwolken. Maar in korte tijd werd de wijk Roombeek van de aarde weggevaagd.
Evert van de Pol, een lid van onze gemeente, maakte dit alles van nabij mee. Hij keek naar het blussen van het eerste brandje, waar de vier omgekomen brandweermannen aan het werk waren. Na de eerste ontploffing rende hij weg. Komend uit de later geheel ingestorte en verbrande supermarkt, volgde de tweede ontploffing. Een uit de lucht vallend groot stuk beton kon hijzelf ternauwernood ontwijken. Zijn fiets en boodschappen werden vernield. Samen met een vrouw zocht hij schuiling achter een auto om de rondvliegende stukken beton en ijzer te ontwijken. Om zich heen schreeuwende, rennende en gewonde mensen. Heel verschrikkelijk was het zien van rondvliegende ledematen.
Urenlang reden toen kolonnes brandweerauto's ambulances en politieauto's met sirenes af en aan. Niet gewonde slachtoffers werden in een grote hal opgevangen. Zij hadden geen enkele bezitting meer. In en in triest was het beeld in de hal. Lange rijen bedden met ontredderde moeders met kinderen, jonge en oude mensen. Met spanning werd gekeken naar de lijst van vermisten.
Onze gemeente is gespaard gebleven. Andere kerken zijn zwaar getroffen. Een onbeschrijfelijke ramp met 21 doden en vele gewonden...
De gedachte aan de laatste oordeelsdag kwam boven en dan geen mogelijkheid meer om te vluchten. Waar zal ons einde zijn?
Door de vele telefoontjes beleefde je meer en meer: 'Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat we nog niet vernield zijn'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juni 2000
Daniel | 32 Pagina's