De wet van God, welke plaats heeft die in úw leven?
Pagina's voor haar
Regionale vergadering te Zwijndrecht, 22 mei 2000
Eén ding is nodig!
Nadat ds. A. Vermeij ons allen op de regionale vergadering in de Eben-Haëzerkerk hartelijk welkom heeft geheten, zingen we Psalm 89: 7. Lukas 10: 38-42 wordt ons voorgelezen. Na het gebed spreekt de dominee in zijn openingsmeditatie over de dienende Martha die bestraft wordt en de luisterende Maria, die vertroost wordt. Een dienende Martha te zijn is Gods volk niet onbekend. Als een zondaar getrokken wordt uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht, wil hij vanuit de liefde van het hart God dienen. Hij wil de Heere bewegen met goede werken om de diepe kloof te overbruggen en vrede te bekomen.
"Hoe is dat met u?" vraagt ds. Vermeij, "bent u alleen maar bekommerd over al het aardse? Maar één ding is nodig. We moeten bekeerd worden, we hebben een onsterfelijke ziel. Hoe vaak bent u daarmee bezet? Is dat uw grootste bekommering?"
Maria zit aan de voeten van de Heere Jezus en Martha, in al haar drukte, ergert zich daaraan. Ze denkt dat de Heere haar in haar klacht wel zal steunen, maar dat is niet waar. De Heere neemt het voor Maria op, stelt haar tot voorbeeld en vermaant de bezige Martha juist. 'Martha, Martha, luister toch en werp die drukte eens van je af. Maria heeft het goede deel uitgekozen! Zij mag het Woord van God ontvangen en spijze krijgen voor haar hongerige ziel.'
Met deze woorden vertroost de Heere Maria. Hij geeft haar daarbij ook een belofte: het goede deel zal van haar niet worden weggenomen. Zij mag aan de voeten van de Heere blijven. De Heere is toch niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen? Een bedelares - met lege handen en een ellendig bestaan - wordt met goederen vervuld. In alle noden mag zij de toevlucht nemen tot de Heere. "Wat is uw leven?" vraagt de dominee, "nog onbekeerd en bezig met veel dienen? Nooit bekommerd over het ene nodige? Of als Martha, een kind des Heeren, die het heilgeheim van zalig worden niet verstond en de Heere wilde behagen met haar werken? Of mag u door genade als Maria zitten aan de voeten van de Heere Jezus?"
Na de meditatie zingen we Psalm 84: 3 en 6. Daarna spreekt ds. Vermeij over de plaats van de wet.
De wet van God, welke plaats heeft die in uw leven?
Psalm 19: 8 en 9 bepaalt ons bij de wet van God. Die door God gegeven wet is volmaakt en geeft wijsheid; ze beschermt ons voor onszelf en bewaart ons om niet door te breken in de zonden. Ze is een richtsnoer voor ons handelen, persoonlijk, in ons gezin, in de kerk en in de maatschappij. Die wet is gericht op Gods eer en het heil van onze naaste.
Maar welke plaats heeft die wet in ons leven?
1. Géén plaats, of bijna geen plaats?
Nee, dan hoeven we niet naar de wereld te kijken. Daar heerst de autonome mens, die zichzelf tot norm heeft. Maar u en ik zijn kinderen van onze tijd, geïnfecteerd door de tijdgeest! Wij willen ook geen heer en meester boven ons, geen knellende band van de wet. Laat ons die banden scheuren en die touwen van ons werpen!
De tijdgeest dringt door in ons leven en onze gezinnen. Ds. Vermeij noemt als concreet voorbeeld de zondagsrust. Hoe was dat vroeger? 's Zaterdags werden de voorbereidingen voor de zondag getroffen. De avond werd niet besteed om tot laat op visite te gaan en de jongeren hadden nog geen gelegenheid en geld om overal heen te gaan. En nu? Wat worden velen toch gemakkelijk in het onderhouden van de zondag. Sluipenderwijs wordt dat gebod, ja de hele wet, uitgehold. "Ik maak zelf wel uit wat mag en niet mag", zegt de autonome kerkmens. Maar zo is het niet. Gods wet moet absoluut gezag hebben in het leven van ons en onze kinderen. "Er staat geschreven!" Dat is het einde van alle tegenspraak.
Welke plaats heeft Gods wet In uw leven?
2. Een grote plaats?
Misschien denken we wel: "Gelukkig is het bij ons beter". We onderhouden de geboden en dat is goed, want in het onderhouden van Gods geboden ligt grote loon. De rijke jongeling kon zeggen, dat hij van jongs af aan de wet onderhield en de Heere beminde hem. De wet van God had zeker een grote plaats in zijn leven, maar toch ontbrak hem één ding, het voornaamste: de liefde tot God.
Voor de farizeeërs had de wet ook een belangrijke plaats. Zij maakten gebod op gebod en regel op regel. Druk waren ze met het beoordelen van anderen, maar zelf onderhielden ze de geboden niet. De Heere Jezus spreekt in Mattheüs 23 acht keer het 'wee' over hen uit, want ook deze mensen waren verkeerd werkzaam. Het ging bij hen om het 'ik', om de vooraanzittingen, om gezien en geëerd worden.
Welke plaats heeft Gods wet in uw leven ?
3. Krijgt zij een goede plaats?
Is zij als een spiegel, door de Heilige Geest voor ogen gehouden? Schijnt het licht van de Geest op de heilige, volmaakte wet die de ziel bekeert, zoals staat in Psalm 19?
Gods wet toont ons hoe we moeten zijn. Wat wordt die wet dan concreet en werkelijk in het leven van een ontdekte zondaar. Dan wordt ervaren, dat die liefdewet tot God nooit beantwoord kan worden. In hoogmoed en dwaasheid heeft de mens gekozen om de banden te verscheuren. Nu zal hij als straf op de overtreding van de wet eeuwig van God gescheiden zijn en Zijn gramschap moeten dragen. Wat brengt dat een zielensmart. Zo één gaat zijn zonden belijden en laten en gaat smeken om genade. Ook probeert hij de wet, die geestelijk is, te onderhouden en heimelijk zegt hij: "Heere, heb geduld, ik zal U alles betalen". Dat zal echter nooit kunnen. Wat is zo'n mens nog blind voor de grote Wetsvervuller Christus.
Daar moet de Heere Zelf de ogen voor openen. Dat is een ongekend groot wonder. De vrede die Hij bewerkt is niet onder woorden te brengen. Dan komt de zondaar, mèt Maria, aan Jezus' voeten terecht en de vrucht daarvan zal gezien worden. Dan krijgt Gods wet de goede plaats. Zij wordt niet onderhouden om iets te verdienen, maar uit liefde tot de Heere en dat vanwege Zijn liefde tot de zondaar. "Bij wie hoort u?" vraagt dominee Vermeij tenslotte. "Welke plaats heeft Gods wet in uw hart en leven?"
Onder het zingen van Psalm 119: 83 wordt gecollecteerd voor de Vakantieweken voor Gehandicapten. Deze collecte brengt het mooie bedrag van ƒ 1.137,70 op. Na de pauze leest mevrouw Schelling-van de Hel een toepasselijk gedicht van Christien de Priester voor. Het draagt de titel: 'Eén ding is nodig'. Ds. Vermeij beantwoordt nu nog enkele vragen en nadat mevrouw Kaslander ieder hartelijk bedankt heeft, zingen we het negende vers van de Tien Geboden. Dan sluit de dominee deze mooie en leerzame avond met dankgebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 28 juni 2000
Daniel | 32 Pagina's