Open ogen, open oren, open hart. Daar gaat het om in het jeugdwerk
Vraaggesprek met A. Karels
Vanaf 1975 zat hij in de redactie van Daniël en vanaf 1984 in het bestuur van de Jeugdbond. Bij zijn afscheid onlangs werd hij de Jeugdbond-Karels genoemd. Dit geeft iets weer van zijn betrokkenheid bij en op het werk in jeugdland binnen onze gemeenten. Tijd voor een portret van Bram Karels. We zijn benieuwd naar wat iemand die zolang bij het jeugdwerk betrokken is geweest, geleerd heeft in al die jaren. Om zo een nieuwe generatie mensen te motiveren voor het belangrijke werk onder jongeren.
Hoe bent u bij het jeugdwerk betrokken geraakt?
Eigenlijk op een heel eenvoudige manier. Als zestienjarige ben ik lid geworden van de studievereniging Nehemia in Rotterdam-West. Wat me hierin aantrok waren het onderzoek van de Bijbel en het contact met leeftijdgenoten. Daar is het allemaal mee begonnen. Daarna ben ik naar de jeugdvereniging Calvijn van Rotterdam-Centrum gegaan. Hiervan ben ik op een gegeven moment voorzitter geworden. Ook was er op zaterdagmorgen een handvaardigheidsclub. Elke zaterdagmorgen vertelde ik hier een zendingsverhaal, dat elke keer een vervolg kreeg.
Hierna kwamen ook nog districtswerk, sectiebestuur +16 en op een gegeven moment betrokkenheid bij bondsdagen, zomerkampen en jeugdwerkcursussen. Zo kwam van het een het ander. Het leidinggeven in jeugdland heb ik als heel leerzaam en verrijkend ervaren. Door het leidinggeven is de motivatie voor jeugdwerk gegroeid. Eigenlijk ben ik hierdoor steeds meer de waarde van jeugdwerk gaan zien. Het is ook persoonlijk verrijkend geweest. Door de werkzaamheden is de motivatie voor persoonlijk Schriftonderzoek steeds sterker geworden.
U hebt ongetwijfeld teleurstellende en bemoedigende ervaringen opgedaan. Kunt u eens enkele voorbeelden noemen?
Gelukkig heb ik weinig teleurstellende ervaringen. Ik hou het bij de bemoedigende ervaringen! Heel bemoedigend en stimulerend heb ik het altijd gevonden als mensen innerlijk, dat is vanuit heel hun menszijn, bewogen zijn met jongeren. Ik denk hierbij in het bijzonder aan ds. A. Vergunst. Zijn warme, spontane betrokkenheid heeft mij enorm gemotiveerd voor het jeugdwerk. Hij was een predikant die met hart en ziel op jongeren betrokken was. Hij straalde liefde, gunning en nuchterheid uit. Hij leerde je relativeren en was gelijktijdig bezig je met warmte de dienst van de Heere aan te prijzen. Dat voelde je. Dat stimuleerde je als jongere om rondom het geopende Woord van God antwoorden te vinden op vragen uit je tijd.
Ook de eerlijkheid van jongeren onder elkaar treft me steeds weer: de herkenning en het samen zoeken naar antwoorden uit de Schrift. Ook de brede acceptatie van het jeugdwerk in onze gemeenten is bemoedigend. Ik probeer steeds op deze bemoedigingen te zien. Je hebt dit nodig.
U bent al heel lang in jeugdwerk vormend bezig geweest, maar bent u ook zelf gevormd door het jeugdwerk?
Ik denk dat de hartelijke uitstraling van ds. Vergunst op mij van heel grote invloed geweest is om bezig te zijn in kerkelijk jeugdwerk. Hij was voor mij een identificatiefiguur. Hij stimuleerde jongeren om hun vragen te stellen binnen de eigen omgeving, maar hij was ook een voorbeeld in het jongeren serieus te nemen in hun vragen en het kunnen luisteren naar wat hen bezighoudt èn vervolgens je vanuit de Bijbel te 'sturen'.
Het bezig-zijn in jeugdwerk stimuleert je ook om Bijbels-kritisch naar jezelf te kijken. Vanuit het bezig-zijn wil de Heere ook Zijn Woord zegenen. Toen ik 21, 22 jaar was, gaf de Heere onderwijs door middel van Zijn Woord: 'Hij moet wassen en ik minder worden'. Het gaat dan niet meer om het leidinggeven zelf. De Heere wil het gebruiken om je bij het Woord te brengen en te houden en om het door te geven. Door het omgaan met jongeren, het leidinggeven en ook het redactiewerk van Daniël heb ik leren zien hoe belangrijk het is om jongeren serieus te nemen in al hun vragen, om te luisteren naar wat hen bezighoudt. Het hebben van open ogen èn open oren èn een open hart zijn essentieel in jongerenwerk. Vanuit deze houding antwoord geven is belangrijker dan voorschrijven.
Ik denk ook met bijzonder veel dankbaarheid terug aan met name de lange redactievergaderingen onder ds. Rietdijk. Regelmatig namen we afstand van het technische redactiewerk en dachten we soms wel tot één uur, half twee 's nachts door over de leefwereld van jongeren: waarom leven ze met juist deze vragen, hoe landt de boodschap, enzovoort.
U draait 25 jaar mee bij Daniël. Is de wijze waarop onderwerpen in Daniël behandeld worden, veranderd in deze 25 jaar? Andere benadering? Andere onderwerpen?
Er is, denk ik, geen sprake van inhoudelijk andere onderwerpen. De doelstelling is nog steeds dezelfde: het zoeken naar Bijbelse antwoorden op maatschappelijke en persoonlijke levensvragen en het stimuleren tot persoonlijk gebed en Bijbellezen. Ook het aan de orde stellen van de gereformeerde leer is nog steeds actueel. De Bijbel is nog steeds de norm voor het leven en al deze vragen zijn er nu nog. Wat wel veranderd is, is dat maatschappelijke ontwikkelingen in een stroomversnelling raken. Dit vereist antennes bij leidinggevenden en scribenten. Maar zo, dat zij wel vanuit het 'alzo spreekt de Heere' in de taal van vandaag spreken en schrijven. De verpakking verandert wel. Je ziet toch een ontwikkeling dat artikelen korter moeten worden, meer aandacht voor lay-out, vraaggesprekken, columns, om zo maar enkele dingen te noemen.
Betekent dat ook dat je nu dingen anders moet zeggen of schrijven dan 25 jaar geleden?
In de omgang met jongeren moeten we waken voor cliché's. Jongeren moeten aangesproken worden in hun eigen taal. Het is belangrijk dat jongeren in de verwoording hun eigen woorden herkennen. Wij zitten - hoe waardevol dan ook - soms toch te vast aan een bepaalde manier van verwoorden, die - helaas - soms jongeren weinig meer zegt. Tegelijkertijd moeten we ons ervoor wachten om zomaar alles aan te passen en grenzen te overschrijden. Ik bedoel: je moet op dezelfde golflengte gaan zitten. Hoe ontwikkel je dat? Ik noem weer: open oog, oor en bovenal hart. Daar gaat het om in het jeugdwerk.
Leidinggeven, is dat in vergelijking met 25 jaar geleden meer geworden leidinggeven bij het zoeken dan leiden door antwoord te geven?
We moeten ervoor waken dat we jongeren niet teveel voorschrijven. Geef ze zelf de Bijbelse gegevens in handen en geef ze geen afgeronde antwoorden. Prikkel ze tot zelf zoeken naar antwoorden. Maar... geef hierin wel leiding, stuur ze niet alleen het woud in.
Hoe doe je dat dan?
Niet vanuit een houding van 'zo denken, zo leren we het', niet vanuit een gearriveerdheid. Jongeren moeten ook bij de leidinggevende iets ervaren van de spanning dat er vragen zijn waar je niet zomaar uitkomt en van de bewogenheid met hen. En ze moeten ook iets ervaren dat er zekerheid ligt in het Woord van God. Jongeren vragen nu heel sterk naar 'wat doet het Woord van God in deze/mijn situatie persoonlijk?'. Dit moeten ze bij de leidinggevende terugzien. In woord en gedrag! Het is het verschil tussen een dode letter en het levende Woord.
Leidinggevenden moeten 'antennes' hebben voor de leefwereld van jongeren, zei u even terug. Hoe krijg je die?
Je moet je verdiepen in de leefwereld van jongeren. Niet alleen geestelijk weten wat er leeft, maar ook de dingen kennen waarmee ze dagelijks te maken hebben. Heel simpel: houd je brievenbus bij. Wees realistisch in je voorbeelden. Dit betekent bijvoorbeeld dat als je de Europese kampioenschappen als voorbeeld wilt gebruiken, je niet zomaar wat moet noemen, maar dat je het hebt over een werkelijk bestaande wedstrijd. Je komt anders niet geloofwaardig over op jongeren. Dit heeft als consequentie dat de jongere denkt dat je zijn leefwereld niet begrijpt.
Betekent dit dat je de nieuwste liedjes moet kennen?
Nee, dat niet, maar jongeren moeten het gevoel hebben dat je hun leefwereld kent. Hier moet je wel je best voor doen. Toen ik godsdienstleraar op De Driestar was, ben ik wel eens bij een jazzconcert geweest. Daarna kon ik uit eigen ervaring vertellen hoe opzwepend de sfeer was. Je kunt ze er dan voor waarschuwen. Een week later was ik in Ahoy. Daar was een massale evangelische bijeenkomst met een gebedsgenezer. Hier ervoer ik heel sterk het op het gevoel spreken, maar ook dat er voor het Woord zelf geen plaats was. Als je jongeren dit vertelt, komt dit veel echter over. Ze hebben heel snel door of je er wel eens over gehoord hebt, of dat je hun leefwereld echt van binnen uit kent. Dit betekent niet dat alle jeugdwerkers alles moeten weten, maar wel waar de informatie vandaan komt en of iets realistisch is.
Hebben jongeren nu een andere toerusting nodig dan 25 jaar geleden?
Nee, er is geen andere toerusting nodig, maar de complexiteit van de vragen is toegenomen. Dit vraagt daarom een eigentijdse benadering. Maar het laten doorklinken van de Bijbelse getuigenis is nog steeds nodig met het oog op het persoonlijke leven en het functioneren in kerk en samenleving. Jongeren moeten nog steeds gestimuleerd worden tot persoonlijke omgang met het Woord en gebed. De doorwerking en het licht van Gods Geest en innerlijke bewogenheid van leidinggevenden waren 25 jaar geleden nodig, maar ook nu. Rust toe in de taal van vandaag, maar geef ook nu in de antwoorden het Woord steeds door.
U bent ook onderwijsman. Moet je in het jeugdwerk kijken naar ontwikkelingen in het onderwijs? Geeft dit aanwijzingen over hoe je jongeren van nu moet benaderen? Concreet: jongeren moeten nu meer zelfstandig leren. Heeft dit consequenties voor opzet en invulling van JeV-avonden of voor Daniël?
Ik geloof niet in het zomaar overzetten van onderwijsontwikkelingen in jeugdwerk. Wel is het zo dat leidinggevenden een goede afstemming en feeling met leden (JeV) en lezers (Daniël) moeten houden. De vormgeving van de avond of van het artikel is 'slechts' verpakking, het gaat om de inhoud en de overdracht hiervan. Door de verpakking moet de inhoud landen bij de lezers of JeV-leden. Het thema moet uit de verf komen en ze moeten denkstof en bezinning meekrijgen. De jongere moet daardoor het gevoel krijgen: het gaat over mij!
We moeten niet denken: 20 jaar geleden deden we het zo en toen was het goed, dus nu is het ook goed. Dit betekent dat soms de verpakking wel moet veranderen. Hierbij moet het doel zijn dat de overdracht maximaal is, zonder dat tekort gedaan wordt aan de inhoud van de boodschap. Concreet betekent dat: kortere artikelen, prikkelende titels, in de gaten houden welke onderwerpen jongeren aanspreken, meer jongeren zelf aan het woord laten komen.
Zijn jongeren nu meer toegerust om minder afgeronde artikelen of JeV-avonden aangeboden te krijgen?
Nee, ik denk het niet. Ik zie er onvoldoende mogelijkheden voor, maar dat is meer praktisch dan principieel. Wel is het zo dat een artikel of JeV-avond huiswerk moet meegeven. Jongeren moeten er concreet mee aan de slag kunnen.
Je kunt je wellicht ook teveel door jongeren laten leiden. Zijn hier grenzen aan?
Betrek jongeren rustig bij je artikelen of in het meedenken over inhoud en opzet van de JeV-avonden. Je mag ze hier best een behoorlijke rol in geven, maar blijf wel zelf leiding geven. Pas niet de onderwerpen aan, maar blijf naast jongeren staan en kijk welke verpakking het beste aansluit.
Jongeren van nu leven in een beeldcultuur en in een stortvloed van informatie. Hoe moet je een jongerenblad dan vormgeven?
Het blijft er ook nu om gaan: wat heb je te zeggen? Zijn we identificatiefiguren? Worden jongeren positief geprikkeld en jaloers op wat wij als leidinggevenden hebben? Of prikken ze erdoor heen? Is er een overeenkomst in woord en daad? Leven we voor? Deze dingen zijn veel belangrijker. De gevaren van de beeldcultuur zijn er wel, maar het blijft allereerst gaan om eerlijkheid, geloofwaardigheid en herkenbaarheid.
Zoals gezegd: een goede verpakking is ondersteunend. Als de verpakking niet aanspreekt, legt men het - helaas - eerder terzijde. Jongeren reageren nu, meer dan vroeger, op prikkels. Hier zijn lay-out en vormgeving dus heel belangrijk voor. Daniël en het jeugdwerk kunnen zich wel profileren door eigenheid en originaliteit, maar bovenal door een duidelijke Bijbelse boodschap. Echtheid in de boodschap is belangrijk.
Dit betekent dat we moeten meegaan in de vormgeving, maar de inhoud blijft constant. Dit geeft wel eens een spanningsveld: hoe kan ik zo helder mogelijk de jongere bereiken? Concreet betekent dat: aansprekende layout met hedendaagse elementen, aansprekende, prikkelende titels, kortere artikelen, niet uitvoerig, maar kort, flitsend. Maar het doel moet blijven: de inhoud overdragen!
Korter en flitsender, betekent dat minder inhoud?
Waarom? Er wordt vaak veel te wollig gesproken en geschreven. Eén zin kan voldoende zijn om de hele boodschap over te dragen. Denk maar aan een goede titel. Een ander voorbeeld is de spits van de JeV-avond. Kort en pakkend nog even de kern van de avond neerzetten.
Hoe hou je jeugdwerk en Daniël prikkelend en fris?
Op de hoogte blijven van ontwikkelingen in de leefwereld van jongeren en een goede eigentijdse overdracht die hierbij aansluit zonder tekort te doen aan de Bijbelse inhoud en boodschap. Durf meningen van jongeren op te nemen en durf jongeren hun mening te laten geven, kap ze niet te snel af. Maar... begeleid vervolgens vanuit de Bijbel het gesprek over hun meningen en ga dan het gesprek aan. Reageer vroegtijdig op ontwikkelingen in bijvoorbeeld muziek, beeldcultuur, media en cultuuruitingen.
Vraag jezelf in eerlijkheid af of jouw boodschap alleen bedoeld is om tradities en traditionele opvattingen in stand te houden, of dat het gaat om een innerlijke, Bijbelse bewogenheid met jongeren.
Hoe doe je in jeugdwerk en in Daniël recht aan verscheidenheid van mensen? Hoe zou je meer praktisch ingestelde mensen bij de doelgroep kunnen betrekken? Kan het jeugdwerk hierin iets leren van het onderwijs?
Leidinggevenden in het jeugdwerk moeten op de hoogte zijn van de verschillende leefwerelden en vragen van de verschillende groepen onder jongeren. Toch moeten we de verschillen niet heel erg benadrukken. Je krijgt dan een hokjessfeer. Persoonlijk denk ik dat het meer een mentaliteitsprobleem is. Artikelen en toespraken moeten op veertien- vijftienjarigen gericht zijn. Inleidingen en artikelen moeten niet per se vreselijk lang en diepgravend zijn. Een inleiding die zogenaamd te moeilijk is voor praktisch ingestelde jongeren, deugt voor niemand. Jongeren wachten niet op technisch prima verhalen, maar die warmte missen en uitblinken in steriliteit. De boodschap moet zo eenvoudig zijn, dat iedereen zich aangesproken voelt. Erin doorklinkende echtheid en innerlijke bewogenheid is veel belangrijker. Die vonk moet overslaan. Daardoor ontstaan brandende harten! Daardoor voelen jongeren zich aangesproken!
Toch blijft het moeilijk om de volle breedte van jongeren op een goede wijze te benaderen?
Hoger opgeleide jongeren moet je voldoende bouwstenen aanreiken, zodat je meer van de inventiviteit van de jongere zelf gebruik maakt. Reik ze bouwstenen aan door middel van extra opdrachten, waarmee ze naar Bijbelse antwoorden kunnen zoeken. Bijvoorbeeld door "Schrift met Schrift" te vergelijken. Je hoeft ook niet altijd een afgerond antwoord te hebben. Maar prikkel deze jongeren wel om zelf in de Bijbel en met een vertrouwde uitleg van de Bijbel verder te zoeken! Wees richtingwijzer in het moeras van de ontwikkelingen van deze tijd, in de weg naar de volwassenheid.
Waarom zou je als jongere en leidinggevende meedoen in het jeugdwerk?
Ik hoop dat jongeren middels het jeugdwerk en Daniël leiding ontvangen in alle persoonlijke en geestelijke vragen, waar je als jongere zo mee worstelen kunt. Dat ze herkenning ervaren in alle levensvragen en heen gewezen worden naar Jezus Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 2000
Daniel | 32 Pagina's