JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Christus' ingaan in het hemelse heiligdom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus' ingaan in het hemelse heiligdom

Meditatie

5 minuten leestijd

Om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons.

Hebreeën 9: 24b

 

Op een treffende wijze werd in het Oude Testament de hemelvaart van Christus afgeschaduwd onder het beeld van de hogepriester die, gekleed in een eenvoudig priesterkleed, op de Grote Verzoendag het heilige der heiligen binnenging. Eerst offerde hij reukwerk op de plaats waar de Ark des Heeren stond. Daarna ging hij met een schaal bloed naar binnen om verzoening te doen voor de zonden van het volk. Wat een plechtig ogenblik! Hij verkeerde daar als in de tegenwoordigheid van God.

Christus is als de Nieuwtestamentische Hogepriester op de veertigste dag na Zijn opstanding ook ingegaan in het binnenste heiligdom. Het is niet de tabernakel met handen gemaakt, maar de hemel der heerlijkheid. De strijd is gestreden. De overwinning is behaald. Maar Hij gaat niet met het bloed van dieren, maar met Zijn eigen bloed. Hij verschijnt voor de Vader met Zijn offer en ontvangt nu op grond van het verbond, gesloten in de eeuwigheid, van de Vader Zijn loon namelijk de heidenen tot Zijn erfdeel en de einden der aarde tot Zijn bezitting. Hij verschijnt voor de Vader als de Hogepriester en toont Hem het werk van de verlossing en verzoening. Zo staat Hij voor de troon als de grote Pleitbezorger, Hemeladvocaat en Voorbidder.

En dat verschijnen geschiedde niet alleen op de dag van Zijn hemelvaart, maar is een doorgaande zaak. Hij bidt, verschijnt met Zijn offer dag en nacht, zonder ophouden ten nutte van de Zijnen. Paulus schrijft: Die altoos leeft om voor ons te bidden. Hij bidt de Vader om de voortgang van het Evangelie, de verheerlijking van Gods Naam, de doorwerking van de Heilige Geest. Hij bidt om de toebrenging, maar ook bewaring en volharding van de Kerk.

Om nu te verschijnen. Zolang deze bedeling er is, verschijnt Hij met Zijn offer en bidt. Hij bidt als de Zijnen niet meer kunnen, als ze dreigen te bezwijken en het ingeleefd wordt: Hier scheen ons 't water te overstromen, daar werden wij bedreigd door 't vuur.

Hoe kunnen woorden ontbreken als de vijand benauwt en zegt: Zij die nederligt zal niet weder opstaan. Hij bidt als Zijn kinderen de Heere niet onder ogen durven te komen vanwege hun zonden, ongerechtigheden en afdwalingen. Als alles tegen hen getuigt en zij belijden moeten het niet meer verdiend te hebben dat de Heere nog naar hen omziet.

Hij bidt ook als zij niet bidden willen omdat opstand, murmurering en vijandschap het hart vervult. Hoe vaak zijn ze het met de Heere oneens, in het bijzonder als de weg anders loopt, verwachtingen afgesneden worden, tegenspoed en kruis hen overkomt.

Hij bidt als Gods kinderen het bidden vergeten, omdat ze met andere begeerten en zaken vervuld zijn. Als de blik aardsgericht is en de dingen van deze wereld hun hart innemen. Hij houdt met bidden niet op zolang er nog toe gebracht moeten worden en er een strijdende kerk is.

Altijd biddende. Pleitende dat de poorten der hel die gemeente Gods toch niet zullen overweldigen. En die gebeden worden verhoord! Ze zullen niet verloren gaan, al vrezen ze zelf menigmaal nog eens door de hand van de vijanden om te komen en de eindstreep niet te halen. Maar ze worden bewaard in de kracht Gods tot de zaligheid. Hij bewaart de erfenis, maar ook de erfgenamen. En die bewaring is in goede handen. Hij is de volkomen Zaligmaker, Die niet rusten zal voordat ook het werk van toepassing klaar is. Hij ziet uit naar het ogenblik dat Hij ze allen bij Zich hebben zal.

Wie zijn die ons? Het zijn al Gods kinderen, zoals ze in de Schrift genoemd worden: de eikenboom der gerechtigheid, het gekrookte riet en de rokende vlaswiek, de meer en minder geoefenden in het geloof, de vaders en moeders in de genade, maar ook de zuigelingen. Het zijn de burgers van het Koninkrijk der hemelen: armen van geest, hongerenden en dorstenden, zachtmoedigen, vreedzamen, barmhartigen. Het zijn zij die Psalm 42 verstaan: Gelijk een hert schreeuwt naar de wateren, alzo schreeuwt mijn ziel tot U o God. Het zijn nooddruftigen, treurenden Sions, ellendigen, ongetroosten, door onweder voortgedrevenen. Ja, het zijn allen die hier op aarde niet meer zonder Hem kunnen leven. Behoor jij al tot die ons? Herken jij je in zo'n benaming? Nee? Haast en spoed je dan om je levens wil! Want buiten en zonder Christus kun je niet voor God bestaan. En het kan nog. De tekst zegt: Om nu te verschijnen. Nu, dat wijst op de tijd tussen Zijn hemelvaart en wederkomst. Ondanks dat hier op aarde geklaagd en geweend moet worden over afval, benauwdheid en verdrukking. Maar een gelovig zien op dit heilrijk nut van hemelvaart geeft troost te midden van teleurstelling en strijd. Het doet omhoog zien en dan wordt in stilte de harp van de wilg gehaald en ruist het in de ziel: Wij steken 't hoofd omhoog en zullen de eerkroon dragen, door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen, want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven, en onze Koning is van Isrels God gegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 2000

Daniel | 32 Pagina's

Christus' ingaan in het hemelse heiligdom

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 2000

Daniel | 32 Pagina's