JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wie en vanwaar?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie en vanwaar?

Pagina's voor haar

15 minuten leestijd

"Bij het begin van deze bijzondere dag van samenzijn, mag ik u allen hartelijk welkom heten. Voor de 53ste keer mogen we onze Bondsdag houden. Vandaag is het de eerste keer dat we hier in Veenendaal zijn. Vele jaren waren we in Rotterdam bijéén, en we voelden ons daar thuis. Ik hoop dat we ons hier in Veenendaal ook thuis mogen voelen."

Mevrouw Kaslander spreekt in haar welkomstwoord tevens de wens uit, dat we met elkaar een goede Bondsdag mogen hebben in de gunst en onder de zegen des Heeren.

 

Openingsmeditatie

De voorzitter, ds. C.A. van Dieren opent deze dag door te laten zingen Psalm 27: 7 en gaat voor in gebed. In zijn openingsmeditatie bepaalt hij ons bij Jeremia 6: 16: Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel. Maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.

U kent allemaal de situatie wel, dat u in een vreemde plaats bent gekomen. U heeft naar de weg gezocht, maar u bent totaal verkeerd uitgekomen. Wanneer er niemand is die weet waar u moet zijn, hoe zult u dan ooit op de plaats van bestemming komen? Dit beeld houdt Jeremia voor aan het volk van Israël. Het was gekomen in de dagen van koning Josia. Er was een terugkeer naar het woord en de wegen des Heeren. Ze bewandelden in hun ogen een goede weg. Het was toch vrede! Jeremia ziet echter bij het licht van de Heilige Geest, wat de Heere bereidt voor het volk van Israël: de dreigende ballingschap, door de komst van de Babyloniërs. Jeremia wordt gezonden om het volk de weg te wijzen. Het eerste wat ze moeten doen, is staan. Ze moeten eerst stilstaan, om dan overtuigd te worden dat ze op de verkeerde weg zijn. Wanneer dat zal doordringen, zullen ze ook gaan vragen wie hen de goede weg kan wijzen. Ze zijn dan vatbaar geworden voor onderwijs.

 

Het thema van deze dag is 'Wie, en vanwaar?' Bij dit thema gaat het over degenen die de oude paden hebben bewandeld. Het gaat over hen die tot een halt zijn gebracht op de verkeerde weg. In onze tekst wordt gesproken over wegen. Er zijn allerlei verschillende wegen, die de mens kan bewandelen. Voor ieder van ons geldt deze morgen: 'Staat en overlegt eens: Waar gaat uw weg naar toe?' Zal het einde van de weg, die u nu bewandelt, vrede zijn? Dat dacht het volk Israël ook. En allen die hen op de weg leidden, dachten ook dat deze weg goed zou eindigen.

Kan Jeremia het volk overtuigen? Hij hoeft het volk niet te overtuigen. De tekst begint met: 'Zo zegt de HEERE', de Onveranderlijke. Hij doet staan en Hij doet vragen. Het is God Zelf, Die door Zijn Geest het woord toepast. Dan worden we in één ogenblik tot staan gebracht. Dan zien we, dat onze weg van God afgaat naar het eeuwige verderf. Dan worden we onze blindheid en onze onwetendheid gewaar.

Dan komt er een vragen en een bedelen, dag en nacht, om die Geest. Wat is het nodig, dat wij als smekende, biddende vrouwen in de gezinnen, op de verenigingen en in de gemeenten vragen, of de Heere ons onderwijzen wil in de goede weg. Of Hij ons bewaren wil bij die goede weg en ons doet wandelen op de goede weg.

Het woord 'goede weg' heeft hier de betekenis van een eeuwige weg. Het is alsof de profeet wil zeggen, dat Gods weg en werk nooit veranderen. Het is ook een eeuwige weg, omdat deze weg zijn beginsel heeft in de stilte van de nooit begonnen eeuwigheid. Er was immers geen weg meer? De mens had de weg afgesloten. Maar God heeft de weg ontsloten in Christus. God wordt in deze weg verheerlijkt en langs deze weg wordt genade geschonken.

 

'Wandel daarin', zo vervolgt de tekst. Wat dat wandelen inhoudt? Jeremia spreekt ervan in hoofdstuk 31: Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren. Het is een wandelen zoals het thema van onze dag zegt: door de grote verdrukking, door strijd, achtervolgingen en door de listen van de satan. De Heere wil Zijn volk, door al deze aanslagen, verbinden aan de troon der genade. 'Zonder Mij kunt gij niets doen.' Zo zingt David, een geoefende heilige: 'Schraag op dat spoor mijn wankelende gangen'. Het is een wonder, wanneer we op die weg gebracht zijn. Het is een nog groter wonder, wanneer op we die weg geleid worden. Het grootste wonder is, wanneer we op die weg bewaard worden tot het einde toe.

In de tekst staat ook een belofte: 'zo zult gij rust vinden voor uw ziel'. Het is niet de rust van de valse vrede. Het is ook niet de rust van het gevoel, of van het veronderstelde geloof. Rust is er in de herstelling in de gemeenschap Gods. Dat houdt de verzoening met God in. De wegneming van dat, wat de heilige onrust verwekt, namelijk de zonde. De rust is in Hem, Die de Weg is, en Die de rust aangebracht heeft.

In de tekst lezen we het antwoord van het volk Israël op het: 'Zo zegt de HEERE'. Zij zeggen: 'Wij zullen daarin niet wandelen'. Dit is niet alleen de geest van de tijd. Nee, dit is de geest van ons aller hart. Hier staan twee dingen tegenover elkaar. Enerzijds de vijandschap van de mens. Anderzijds: 'Zo zegt de HEERE'.

Gods werk is eeuwig, de weg is eeuwig. De Middelaar is eeuwig, maar ook die Geest Gods, Die onwilligen gewillig maakt. De Heere leide ons in die weg, en in die waarheid om Zijns Naams wil.

 

Na het zingen van Psalm 119: 17 leest ds. Van Dieren de brief voor, die aan Hare Majesteit Koningin Beatrix verstuurd is. Er is, ter gelegenheid van de Bondsdag, ook een brief gestuurd aan de vrouwenverenigingen, die ontstaan zijn in de zendingsgebieden in Izi. Aan mevrouw Artykgoel Atakova in Toerkmenistan is eveneens een groet gezonden.

Staande zingen we met elkaar drie verzen van het Wilhelmus.

 


Cassettebandjes 
Wilt u cassettebandjes van deze Bondsdag per giro te bestellen bij het Lectuurfonds? Maakt u dan ƒ 25,- over naar postbanknummer 3769462 ten name van Lectuurfonds Bond van Vrouwenverenigingen der Gereformeerde Gemeenten, Sfinxdreef 2, 3564 CN  Utrecht. U vermeldt daarbij: "Cassettebandjes Bondsdag 2000". Zo spoedig mogelijk krijgt u de bandjes dan toegezonden. Voor meer informatie, ook wat betreft andere uitgaven, kunt u bellen naar mevr. G. Knapen-Faas, tel. (030) 2611675.


 

Wie en vanwaar?

Ds. W. Silfhout uit Hendrik-Ido-Ambacht bepaalt ons in zijn referaat 'Wie en vanwaar?' bij de woorden uit Openbaring 7: 13: Dezen, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij, en vanwaar zijn zij gekomen? Deze vraag wordt gesteld door één van de vierentwintig ouderlingen, die Johannes ziet rondom de troon. Johannes ziet in een heerlijk visioen de triumferende kerk. Rondom de troon staan zij, die gekomen zijn uit Joden en heidenen. Zij staan voor de troon van God en het Lam, Dat nu op de troon is gezeten. Dit staan betekent met Hem gemeenschap te hebben, Hem te dienen, te delen in de eer van het Lam. Die ontelbare schare is bekleed met lange witte klederen. Het witte is een zinnebeeld van rechtvaardigheid en heiligheid. Ze roepen met grote stem: "De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit en het Lam." De engelen stemmen daarmee in. Het is een verkwikkend schouwspel dat Johannes ziet, na al de oordelen en het lijden en strijden van de gemeente des Heeren op aarde, dat hij in vorige gezichten had moeten aanschouwen. Wie zijn ze, en waar komen ze vandaan, die bekleed zijn met de lange witte klederen? Deze klederen zijn wit gemaakt in het bloed van het Lam. Dit is het enige werk waarover gesproken wordt. Van alle andere arbeid op de aarde spreekt de ouderling niet. Niet over hun strijden of lijden, want ze komen uit de grote verdrukking. In de hemel gaan alleen zij binnen, van wie getuigd mag worden, dat zij hun klederen gewassen en wit gemaakt hebben in het bloed van het Lam. Dit veronderstelt, dat hun klederen vuil en onrein waren als een melaatse. Met die klederen wordt de mens in zijn gehele bestaan bedoeld. Die vuile klederen droegen ook zij, die nu voor de troon staan. Ze hebben geprobeerd zelf hun klederen te wassen, maar dat ging niet. Hun ogen werden door het ontdekkende licht van de Heilige Geest geopend voor hun volkomen onvermogen om hun eigen klederen af te leggen, of ze te wassen. In het uur van het dodelijk tijdsgewricht opende de Heilige Geest hun ogen voor Gods ontfermende genade en werd de ziel, verloren in zonde en schuld, heengedreven naar Golgotha. Toen hebben ze geleerd, wat het betekent: 'Zij hebben hun klederen gewassen en hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams'. 

 

Is dit ook met u gebeurd? Zijn de vuile klederen van u afgenomen door het Lam en heeft Hij u bekleed met de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid? Of meent u nog met plichtsbetrachting, goede werken, godsdienstigheid, het Koninkrijk Gods te verwerven? De ouderling, die tot Johannes spreekt, weet vanwaar zij gekomen zijn. Zij zijn uit de grote verdrukking gekomen. Het is niet de moeite en het verdriet, waaraan alle mensen op aarde, om der zonden wil, onderworpen zijn. Hier wordt in het bijzonder gedoeld op het smartelijk lijden, de benauwdheid en de vervolging, die de gemeente des Heeren op aarde in het drukken van de voetstappen van hun Meester moet ondervinden. Eén van die eerste verdrukkingen wordt doorleefd in het zien van hun jammerlijke toestand voor de heilige majesteit Gods. Dan is er de verdrukking van het inwonende verderf. Een verdrukking, die levenslang duurt en waaronder zij dikwijls zuchten en treuren. Die hen steeds weer leidt tot ontrouw, afdwalingen en zonden. Bij tijden komen ze wel eens uit deze verdrukking, wanneer het geloofsoog mag zien op Hem, Die in alles verzocht is geworden, opdat Hij degene die verzocht worden, zou kunnen te hulp komen. Zij komen uit de verdrukking van de wereld. Gods Woord spreekt ons ervan in Johannes 16: 33 In de wereld zult gij verdrukking hebben. We kunnen hierbij denken aan vervolgingen, zoals we die door de eeuwen heen kennen.

 

Ik wil echter het nu anders zeggen. Vanwaar zijn wij gekomen? Wanneer wij met onze kinderen zullen staan voor de rechterstoel, wat zal dan ons antwoord zijn op deze vraag? Gods kinderen zullen in de wereld verdrukking hebben. Wanneer we ten allen tijde en overal opkomen voor de eer van Gods Naam, dan zal de verdrukking niet uitblijven.

De dagen die wij beleven, luiden de toekomst in wat de navolgende geslachten te wachten staat. In onze dagen is er dan niet alleen de verdrukking van de wereld, maar ook de verdrukking door de godsdienst. Een godsdienst, die zegt dat het allemaal niet zo moeilijk hoeft. De kennis van schuld en zonde is niet zo nodig. Een godsdienst, die zegt, dat je de zonde wel leert kennen bij het kruis, in plaats van dat de mens met zijn zonden en schuld bij het kruis terecht moet komen om vergeving van zijn zonden te verkrijgen. Er is nog een verdrukking, die wel in het bijzonder het voorspel vormt van de komende grote verdrukking. We lezen van Lot, dat hij zijn rechtvaardige ziel dag aan dag gekweld heeft door het zien en horen van Sodoms onrechtvaardige werken. Als we waarlijk een christen zijn, zullen we smart kennen over de zonde om ons heen, over de Godverzaking, over de lastering van het heilige, de uitgietingen van ongeloof en vijandschap tegen God en Zijn Woord. Wie, wie bent u? Nog niet bekleed met het kleed van Christus' borggerechtigheid? Als u nu eens met uw eigen kleed, het kleed der ongerechtigheid voor de rechterstoel zou moeten verschijnen?

 

Na het indringende referaat, volgen er nog enkele mededelingen en is het tijd voor de middagpauze.

Zoals altijd is het weer fijn om elkaar te ontmoeten en te spreken. Begroetingen klinken over en weer. Het mooie weer lokt velen, om even een wandeling te maken. De tijd vliegt om, en de middagvergadering begint weer.

 


Collecten bondsdag . Morgencollecte: f 22.835,65. Middagcollecte: f 21.908,90.


 

Staan in de branding

Ds. G.J. van Aalst opent de middagvergadering door te laten zingen Psalm 56: 2, leest 2 Thessalonicensen 2: 1-12 en gaat voor in gebed.

Ds. Silfhout krijgt nu de gelegenheid om de vele vragen te beantwoorden. Na deze vragenbeantwoording is er een vraaggesprek van afgevaardigden van vier verschillende vrouwenverenigingen met mr.dr. J.T. van den Berg uit Nunspeet. Eerst stellen dames van Zwijndrecht vragen over 'Politiek in de Tweede Kamer'. Naar aanleiding van deze vragen vertelt de heer Van den Berg, dat hij vanaf 1986 als nummer 3 van de SGP-lijst in de Tweede Kamer terechtgekomen is. Hij zegt: "Hierbij heb ik mogen ervaren dat mijn weg zo geleid is. Nog steeds vind ik het een wonder, dat er een mogelijkheid is om je stem te laten horen. Ik had echter niet verwacht, dat alles zo snel zou veranderen. Men reageert op drie verschillende manieren, wanneer je naar voren komt met een Bijbels geluid. Ten eerste wordt er van je verwacht, dat je een Bijbels geluid laat horen. Wanneer je echter dit uitspreekt, luistert men niet echt naar je. De tweede reactie is, dat je ziet dat men zich afzet tegen deze principiële benadering. Dit afzetten ervaar je het meeste bij mensen, die het van huis uit weten. De derde reactie is een zekere belangstelling. Er groeit een generatie op, die niets meer van Gods Woord afweet. Deze vragen nog wel eens door om te weten wat ons beweegt."

De vereniging van Zoetermeer stelt vragen over 'Politiek en de achterban'. Uit de antwoorden van de heer Van den Berg blijkt hoe belangrijk het voor hem is, wanneer hij mag ervaren dat er mensen zijn, die achter hem en zijn collega's van de SGP-fractie staan. Mensen die meedenken, meeleven maar bovenal meebidden. Wij onderschatten dikwijls de kracht van het gebed. Op politiek gebied worden ingrijpende beslissingen genomen, die ons allemaal aangaan. We dragen allemaal mede-verantwoordelijkheid, ook voor hetgeen er in ons land beslist wordt. Als gezin kun je meeleven door de krant te lezen, maar ook het blad van de SGP, 'De Banier'. Misschien is het voor de vrouwenverenigingen een goede suggestie om eens een keer naar Den Haag te gaan en van dichtbij te zien van waaruit ons land geregeerd wordt. De SGP-fractie vindt het fijn, om u daar te mogen ontvangen.

De afgevaardigden van de vrouwenvereniging van Groningen stellen vragen over 'Politiek en maatschappij'. De éénwording van Europa, zo zegt de heer Van den Berg, bedreigt onze eigen identiteit als land. Straks hebben we geen eigen munteenheid meer, alle landen hebben dan euro's. Ons leger wordt een Europees leger. Waar is het historisch besef nog? Zal dat geheel verdwijnen? Het is niet alleen 'er staat geschreven', maar ook 'er is geschied'. De 24-uurseconomie is ook een grote bedreiging. Zeker voor onze jongeren. Hoeveel jonge mensen zullen nog een beroep kunnen kiezen? Met al ons denken over deze zaken blijkt in de praktijk meestal dat we in de achterhoede bezig zijn. De ontwikkelingen gaan gewoon door.

De heer Van den Berg stelt ons de vraag: hoe gaan wij om met de schepping? Leven we vanuit een Bijbels rentmeesterschap? In deze tijd lijken de mensen meer belangstelling te hebben voor materiële zaken dan voor de geestelijke dingen. Wij zullen ook eenmaal rekenschap af moeten leggen van ons omgaan met de gaven die God ons geeft. De mens kreeg in het paradijs de opdracht om te bouwen en te bewaren.

Tenslotte worden nog enkele vragen gesteld door dames van de vereniging van Krimpen aan den IJssel. Zij stellen vragen naar aanleiding van het thema 'Politiek en principe'. De heer Van den Berg vertelt, dat men - waar mogelijk - als drie kleine christelijke partijen samenwerkt. De grenzen voor ethische vraagstukken liggen voor ons in de Bijbel. Tegenwoordig ontleent men de normen echter aan de mens zelf. Dit staat haaks op de Bijbel. Naar het Bijbelse geluid wil men ook niet luisteren. Dan wordt het een worsteling, hoe er vanuit het Bijbelse principe gereageerd, maar ook praktisch gedacht moet worden. Wanneer wij dit naar voren brengen in de Tweede Kamer, dan moet ik nog al eens denken aan het Schriftwoord: 'De god dezer eeuw, die de zinnen verblind heeft'.

Wanneer er in de wetgeving zaken worden geregeld, die indruisen tegen Gods wet, dan past niets anders dan een klaar getuigenis van Gods Woord. Voor ons als SGP geldt artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dit artikel geeft de taak van de overheid aan. Een overheid kan niet neutraal zijn. In Romeinen 13 lezen we, dat Paulus erop wijst om te bidden voor de overheid. Die overheid was toen de wrede keizer Nero. Ook een overheid staat niet buiten Gods bereik. Er staat er Eén boven. Christus heeft gezegd: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde." 


In haar dankwoord spreekt mevrouw Kaslander de dank uit aan allen die hebben meegewerkt aan een goed verloop van deze dag. Ten diepste staan we allen in de branding. We zijn allen op reis. Wie zijn we en vanwaar komen we? Ds. Van Dieren eindigt de Bondsdag met de woorden: "We zijn vanmiddag uitgekomen, waar we vanmorgen mee begonnen zijn. De woorden van Jeremia roepen ons toe: 'Staat persoonlijk. Staat in uw gezin. Staat in het kerkelijk leven en staat in het politiek leven'. Wie deed Adam staan, zien en vragen? Die God, Die Adam beledigd had. Dat onze bede, voor ons persoonlijk en voor het gezin, de kerk en de politiek mag zijn: 'Heere, de dag is gedaald. Blijf met ons, want de avond is nabij'." 
De dominee sluit deze Bondsdag met dankgebed en na het zingen van Psalm 122: 3 keren we allen huiswaarts.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 2000

Daniel | 36 Pagina's

Wie en vanwaar?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 2000

Daniel | 36 Pagina's