Mijn Bijbel
Geliefde Bijbel, moet ik u eens kwijt,
gezel bij mijn gezwoeg in vreê of strijd,
mijn raadsman, die mij troost in angst of smart,
gids, die mij leidt door deze wereld, zo verward!
In donk're nacht een schijnsel voor mijn voet,
in blijde tijd als honingdruppels zoet.
Toen ik mijn rustig huis voor 't eerst verliet
op uw bevel tot heil voor d' Israëliet,
sprak u zo mild: 'Bid voor Jeruzalem,
wie haar bemint: de HEERE zegent hem.'
Toen op een reis door woeste wildernis,
op zoek naar waar wat palmboomschaduw is,
de bange vrees ons kwelde, troostte gij:
'De schaduw van Uw sterke Rotssteen is nabij!'
En toen wij legerden in Juda's heuvelrug,
bracht u ons denken bij Siloams beek terug.
Op de Olijfberg klommen wij om zicht
over de Dode Zee, die daar nu ligt
waar Sodom lag, door 's Hemels hand geslagen.
Zoet boek, dat ons geloof naar vroeger dagen
en naar de toekomst leidt, die God belooft:
het heerlijk heil, te zien voor wie gelooft!
Juni 1839
Robert Murray MacCheyne
herdicht door ds. C.J. Meeuse
MacCheyne schreef dit gedicht toen zijn reisgenoot, Andrew Bonar, zijn Bijbel in de Jakobsbron had laten vallen tijdens hun reis door Palestina.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 2000
Daniel | 36 Pagina's