Hoe kies je een beroep?
Wat wil je later worden? Hoe vaak heb je deze vraag al moeten beantwoorden? Sommigen weten al heel jong wat ze willen worden. Dat zijn nogal eens droomberoepen zoals piloot of advocaat. Uniformberoepen zijn bij jonge leerlingen ook gewild. Het kan goed uitpakken als je al heel vroeg je toekomstig beroep weet. Er zit ook een gevaarlijke kant aan. Je zult maar architect willen worden. Je bemoeit je niet met opleidingen uit andere sectoren. Maar als later blijkt dat je wiskundeknobbel onvoldoende ontwikkeld is, heb je een probleem. Een ander probleem kan zijn dat je belangstelling hebt voor een beroep waarbij het vierde gebod (of een van de andere geboden) in het gedrang komt.
Kunnen jongeren wel kiezen?
Volwassen worden is een ingewikkeld proces. Het heeft niet alleen te maken met je lichamelijke groei, maar ook met het zelfstandig worden. Je moet op allerlei gebieden zelf keuzes leren maken. Je wordt daarbij beïnvloed door ouders, school en vrienden. Lange tijd is over deze periode heel negatief geschreven als een crisisachtige periode, gekenmerkt door grote identiteitsproblemen en een generatiekloof. Het blijkt echter dat jongeren (voor minstens 80%) wel degelijk verantwoorde keuzes kunnen maken. Een enkeling is niet bereid of in staat zelf keuzes te maken.
Kiezen is moeilijk
Er bestaan allerlei theoretische modellen die de weg aangeven waarlangs je uiteindelijk tot een verantwoorde keuze komt. Deze modellen kunnen beïnvloed worden door je thuissituatie of door een negatief zelfbeeld.
Het is in de meeste gevallen zinvol dat je je eerst breed oriënteert. Iedere methode voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding zal daar op wijzen. Schooldecanen (en in toenemende mate ook mentoren) kunnen je daarbij genoeg begeleiden. Ik ga in dit artikel daar dus verder niet op in. Dat je je bij je keuze moet laten leiden door Gods Woord, is ook geen nieuw geluid.
Is nu je keuze in een handomdraai gemaakt? Zeker niet. Ik citeer nu zomaar een aantal zinnen uit voorlichtingsmateriaal en andere bronnen:
• De moderne werknemer is een echte jobhopper. Hij verandert in zijn leven minstens vijf maal van baan.
• De inzet en het enthousiasme waarmee je aan de slag kunt gaan, is minstens zo belangrijk als goede papieren.
• Werkgevers willen generalisten, die op allerlei vlakken inzetbaar zijn.
• Slechts 40% van de jongeren heeft vlak voor het examen een afgebakende beroepswens.
Bij de meesten is een (zo hoog mogelijke) opleiding belangrijker dan een beroepskeuze.
• Studenten in het HBO en WO die veranderen van studierichting, hebben misschien de beste beslissing van hun leven genomen.
• Een hoog eindcijfer voor natuurkunde is geen garantie voor succes in een vervolgstudie.
• Wie voor een bepaald beroep gaat studeren omdat er een tekort is, kan bedrogen uitkomen.
• Een eerste vereiste is plezier in je werk. Een hand vol met rust is beter dan beide de vuisten vol met arbeid en kwelling des geestes (Prediker 4: 6).
Mannelijke en vrouwelijke beroepen
Nog niet zo lang geleden beijverde de Staatssecretaris van O en W zich voor de campagne 'Kies Exact'. Vanuit het reformatorisch onderwijs hebben we daartegen bezwaar aangetekend. Gelukkig is die campagne mislukt. Ook in 1999 bleek dat verreweg de meeste meisjes er geen heil in zagen aandacht te besteden aan technische opleidingen en beroepen. Of ze nu VBO of VWO volgen, de meisjes noemen vooral de verzorgende en paramedische beroepen, terwijl de meeste jongens aan iets met computers willen (volgens een recent onderzoek in Leeuwarden). Hier blijkt dat het leven sterker is dan de leer. Immers overal wordt roldoorbrekend materiaal aangeboden, maar zowel de meisjes als de jongens blijven (los van Bijbelse waarden en normen) vasthouden aan de traditionele rolpatronen.
Mag een meisje dan niet naar de HTS? Als zij daar veel belangstelling en een goede aanleg voor heeft, is daar niet veel tegen in te brengen. Een jongen die verloskundige wil worden, moeten we niet tegenhouden.
Kiezen vanuit Bijbels perspectief
Iets waar we ons meer zorgen om maken, is de losser wordende opvattingen over de zondagviering.
Leerlingen uit het reformatorisch onderwijs (en soms ook hun ouders) kiezen gemakkelijker dan tien jaar geleden opleidingen en beroepen waarbij de zondag als rustdag in het gedrang komt. In toenemende mate willen ze daarvoor hun toekomstige beroep niet laten schieten. Laat bij jouw keuze voor opleiding en beroep toch het vierde gebod een beslissende rol spelen. Belangrijk is ook de vraag waaraan we meer waarde hechten: dienen of verdienen? (Dit hoeft geen tegenstelling te zijn).
Gelukkig is het grote geld voor de meeste van onze jongeren niet het voornaamste. De tijd van de yuppen (young urban people) die hoge salarissen en dure vakanties nastreefden, is ook landelijk gezien een beetje voorbij. We leven nu meer in de tijd van de LIME (Less Income, More Excitement), oftewel minder geld, meer plezier. Helaas treffen we deze houding ook onder onze jongeren aan.
Ik haast me te zeggen dat gelukkig een groot deel van onze jongeren serieus op zoek is naar een beroep waarin de samenleving (en ook God) gediend kan worden.
De meeste vervolgopleidingen zijn niet-christelijk of interconfessioneel. Het is moeilijk om daar voor je principes uit te komen, vooral door de toenemende privatisering van de godsdienst (je mag best geloven, als je het maar voor je zelf doet en anderen er niet mee lastig valt). Als je iets van Daniël en zijn drie vrienden mag hebben, zal het wel gaan. Dan kun je zelfs in een anti-christelijke omgeving studeren en werken.
Soms is een studie aan een christelijke vervolgopleiding nog zwaarder, omdat klasgenoten jouw opvattingen bekrompen vinden. Probeer daar toch maar (met Gods hulp) te leven naar het gebod.
Hoe moet je nu reageren op het grote aantal vacatures dat verwacht wordt in het onderwijs (en ook wel in de gezondheidszorg)? Laat je niet door sterke druk van buitenaf overhalen tot een opleiding die je totaal niet ligt. Wel zou je jezelf kunnen afvragen: "Ligt hier misschien een taak voor mij?" Vraag in ieder geval voordat je een definitieve keuze maakt: "Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?" Ons beroep dient een goddelijk beroep te zijn. Sterkte met je keuze.
Hanneke van Es (VBO-4) wilde aanvankelijk kraamverzorgster worden. In de tweede klas ebde dat verlangen weg. "Ik heb nu geen zin meer om te leren, dus ga ik na mijn examen werken, want dan heb je geld en dan kan ik een scooter kopen." Ze gaat werken in een viswinkel. Daar werkt ze nu 's zaterdags ook al. Bijbelse principes spelen bij haar keuze geen duidelijke rol, waarbij het wel goed uitkomt dat de eigenaar van de vishandel christelijk is. Ze hoopt na een aantal jaren te trouwen en kinderen te krijgen.
Marien Gijsbertsen (M-4) was als jochie van tien vast van plan om in het leger te gaan werken. Boswachter worden leek hem ook wel wat. Nu hij in de examenklas zit, lijkt scheepsbouwkundige hem leuker. Hij is tot deze keuze gekomen door veel te lezen over allerlei beroepen. Het Hoornbeeck College kent geen richting scheepsbouw. Hij zal daarvoor naar het Scheepvaart-en Transportcollege moeten. Hij zal daar ongetwijfeld in godsdienstig opzicht een eenling zijn, maar dat lijkt hem geen probleem. Werken op zondag zal hij zoveel mogelijk uit de weg gaan.
Toen Joost van Beek (H-5) nog op de basisschool zat, wilde hij graag brandweerman worden. Maar om brandweerofficier te worden, moet je wel eerst naar de HTS. Het vereiste pakket zou voor hem te pittig zijn. Hij denkt nu een aardig alternatief gevonden te hebben. Hij wil opgeleid worden bij het korps Mariniers. Dat hij tijdens zijn opleiding 's zondagsavonds om 8 uur binnen moet zijn en dat hij grote kans loopt veel uitgevloekt te worden, is wel een bezwaar, maar voor hem niet onoverkomelijk. Hij probeert zichzelf te blijven en zijn opvoeding niet te verloochenen.
Janneke Leune (VWO-6) wilde als kind graag verpleegster worden, omdat haar moeder dat vroeger ook was. Het gevoel iets met mensen te willen doen, is al die jaren daarna gebleven. Nu denkt ze heel sterk aan ergotherapie. Ze heeft zich al aangemeld, maar moet wel ingeloot worden. Als ze onverhoopt uitgeloot wordt, vindt ze de Pabo een goed alternatief. Ze heeft niet het gevoel dat ouders, familie, decaan, leraren en vrienden veel invloed op haar keuzeverandering hebben uitgeoefend. Voor levensbeschouwelijke problemen is ze niet zo bang. "Men is tegenwoordig tolerant genoeg om te accepteren dat je iets niet wilt. Maar daar moet je wel voor uit durven komen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 2000
Daniel | 34 Pagina's