Soedan heeft onze hulp nodig
Grenzeloze armoede - jongeren een zorg
Soedan ligt in Afrika, tussen Egypte en Kenia. Het islamitische noorden van Soedan is er alles aan gelegen om geheel Soedan onder de macht van de islam te brengen. Daardoor wordt het land al tientallen jaren verscheurd door een verschrikkelijke burgeroorlog. De strijd wordt gevoerd tussen de moslimoverheid in Khartoem (het noorden) én de bevrijdingsbeweging SPLA (het zuiden). Daarbij spelen ook economische motieven zoals olie en water een rol.
Als gevolg van de oorlog kent Soedan enkele miljoenen ontheemden, naast de honderdduizenden die het land zijn ontvlucht en ondermeer in Ethiopië, Kenia en Oeganda in vluchtelingenkampen verblijven. De ontheemden zijn de mensen die in vluchtelingenkampen rond Khartoem verblijven en niet terug kunnen naar Zuid-Soedan en de mensen die zich al jaren schuil houden in andere delen van het land uit vrees voor wraakacties.
Naast de oorlog was er de honger in Zuid-Soedan. De oogsten gingen verloren vanwege een stelselmatige vernietiging door het regeringsleger of door droogte. Veel mensen kwamen om. Gelukkig kwam er ook hulp op gang. Voedsel en zaaigoed werd door vliegtuigen gedropt in alle delen van Zuid-Soedan. Operatie Lifeline Soedan kwam op gang. Naast voedselhulp was er meer nodig. Medische zorg, hulp bij het slaan van waterputten voor drinkwater, hulp bij de ontwikkeling van de landbouw, onderwijs aan kinderen en volwassenen.
Hulp vanuit onze gemeenten
Het Deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden heeft, naast noodhulp, in samenwerking met de Presbyteriaanse kerk de opbouw van het medische werk in de regio Pochalla in Zuid-Soedan op zich genomen.
Pochalla is een gebied in Zuid-Soedan dat grenst aan Ethiopië. Er wonen ongeveer 48.000 mensen die tot de Anuak-stam behoren. Het is een stam met een eigen koning, die in een van de dorpen van Pochalla woont. Het gebied wordt bestuurd door de SRRA, de overheid van Zuid-Soedan, waarvan de leiding in Kenia verblijft. Ongeveer 75% van de bevolking is nog animist, dat wil zeggen dat ze een natuurreligie aanhangen. Velen hebben nog nooit gehoord van de Enige Naam tot zaligheid.
De mensen leven in dit gebied in erbarmelijke omstandigheden. Slechte hutten, weinig voedsel, geen goede watervoorziening, geen electriciteit, geen medische zorg en gebrekkige onderwijsvoorzieningen.
Door de instroom van vluchtelingen is de bevolking de laatste jaren sterk toegenomen. Veel mannen zijn omgekomen of dienen in het bevrijdingsleger, waardoor 85% van de bevolking bestaat uit vrouwen en kinderen. Naast de lichamelijke nood is er veel psychische nood door alles wat de mensen hebben meegemaakt in de oorlog en door de honger.
Pochalla van dichtbij
Samen met de heer J. van Heteren van Bijzondere Noden heb ik een kort bezoek gebracht aan Pochalla. Vanuit Nairobi in Kenia moesten we met een klein vliegtuigje naar Zuid-Soedan vliegen. Nadat we op de kleine airstrip geland waren, werden we door de leiding van de kerk hartelijk verwelkomd.
We hebben eerst een school in Pochalla bezocht. De kinderen stonden buiten keurig in het gelid ons op te wachten en hebben ons toegezongen. Het was een hartelijk welkom, maar ook werd de eerste nood ons voorgelegd: de grote behoefte aan leerboekjes, schoolborden en dergelijke.
De school in Pochalla telt ongeveer 250 leerlingen. In de klassen 1 tot 4 heb ik geprobeerd het bekende Engelse lied 'Read your Bible, pray every day' aan te leren. En alsof het afgesproken was, werden we in iedere klas gewezen op de gebrekkige schoolborden, het tekort aan lesboekjes en het gebrek aan tafeltjes. Het leek mij inderdaad niet mee te vallen om de hele tijd op een tak zitten, zonder een tafeltje voor je en dan toch iets te moeten opschrijven...
Toch is er enige vooruitgang, want voorheen was er helemaal geen school en kon je hooguit staande onder een boom aan een aantal kinderen 'lesgeven'.
Een ziekenhuis in Pochalla
De volgende dag bezochten we het ziekenhuisje dat in aanbouw is. De bevolking is nauw bij de bouw betrokken. Ze bakken de stenen zelf in zelfgemaakte steenovens. De klei wordt uitgegraven, in mallen gedaan, daarna gedroogd en gebakken. De hardheid van de steen is niet groot, maar de constructie van het gezondheidscentrum is gebaseerd op een betonnen fundering en betonnen kolommen. De stenen dienen om de ruimten van elkaar te scheiden. Ze worden door kinderen gemaakt en ook de vrouwen worden ingeschakeld bij de constructie van het centrum. Het materiaal voor de dakconstructie en voor de ramen is hardhout, cipressenhout, ingevoerd uit Ethiopië. Het hout wordt geverfd met een anti-termietenolie om afbraak door termieten te voorkomen. Het dak bestaat uit lichte golfplaten, groen geverfd en afgedekt met gras om te voorkomen dat het een gemakkelijk doelwit is voor bombardementen uit de lucht.
Bij het ziekenhuis komt ook een kraamkliniek met tien bedden; een zaal voor tien vrouwen, een zaal voor twintig kinderen en een zaal voor tien mannen. Alle gebouwen zijn hoger gelegen dan het omringende gebied om droog te blijven bij eventuele overstromingen.
De mensen in Pochalla hebben ons gevraagd om een arts en/of vroedvrouw-verpleegkundige te sturen om Soedanese werkers te kunnen opleiden. Straks is het ziekenhuis klaar, maar zal er dan ook hulp geboden kunnen worden?
Toen we 's middags met een Landrover onderweg waren naar een ander dorp, werden we opgehouden door een vrouw met rugklachten. Ze had zo goed en zo kwaad als het ging al vier dagen gelopen om in Pochalla te komen voor medische hulp. Ze was in verwachting geweest en had een miskraam gehad. Ze had nog minstens twee dagen moeten lopen naar Pochalla. Ze had dat wellicht niet eens overleefd. We hebben haar meegenomen naar een hulppost in Pochalla, waar helaas geen dokter was. Daarvoor moest ze tot maandag wachten.
Het is maar een voorbeeld van de medische nood in dit gebied. Nog sterven er dagelijks zwangere vrouwen, baby's en kinderen bij gebrek aan goede medische zorg.
Jonge mensen met verdriet
Met enkele Soedanese jongeren, die bij de ziekenhuisbouw betrokken waren, heb ik nog een aangrijpend gesprek gehad. Deze jongens waren opgegroeid in de stad Bor waar ze ook enkele jaren naar de middelbare school waren geweest. Zodoende kon ik met hen in het Engels een gesprek voeren. Dan proef je iets van de ellende van een burgeroorlog, waarin voortdurend sprake is van honger en gevaar. Deze jonge mensen waren op hun veertiende, vijftiende jaar geronseld voor het bevrijdingsleger. Ze hebben door Zuid-Soedan gezworven, ze hebben jaren in vluchtelingenkampen doorgebracht. Middels briefjes van het Rode Kruis was er een of twee keer per jaar contact met thuis. Meer dan tien jaar waren ze al weg van huis. Ze maken deel uit van de Dinkastam, die vroeger in oorlog leefde met de Anuak-stam. En nu proberen ze wat werk te doen en een stukje grond te bewerken om in leven te blijven. Terug naar Bor kan niet omdat deze stad in handen is van het regeringsleger. De vraag is of ze hun familie ooit zullen zien.
Een zondag in Pochalla
's Zondags zijn we naar de Presbyteriaanse Kerk van Pochalla geweest. De dienst duurde iets langer dan wij gewend zijn. We begonnen om zeven uur en de slotzang was om tien uur. We werden door ouderling Barnaba Okony Gilo vertaald uit het Anuak. De Schriftlezing werd ook gedaan in het Murle. Naast het gesproken woord werd er veel gezongen.
In Pochalla is al lange tijd de doop niet bediend omdat er geen predikant is. De predikant die straks aan de gemeente van Pochalla verbonden wordt, is momenteel in opleiding in Nairobi (Kenia). Hij draagt straks met zijn kerkenraad de verantwoording over 8.000 tot 10.000 zielen.
Overal in Zuid-Soedan is er een schrijnend tekort aan kader. De kerk groeit, maar er zijn nauwelijks predikanten. Er zijn jonge mensen die er naar uitzien om de kerk te dienen, maar een Bijbelschool of theologische opleiding is er niet.
Naast het tekort in het medische werk is er ook een groot tekort in het onderwijs. Het is dringend nodig dat er jonge mensen opgeleid worden om als onderwijzer, predikant en evangelist het eigen volk te dienen. De oogst is groot, maar de arbeiders zijn weinigen.
's Zondagsmiddags was er een bijeenkomst met de jeugd van de gemeente. Ongeveer honderd jongelui van twaalf tot vijfentwintig jaar waren aanwezig. Ik heb een Bijbelverhaal verteld, er is gezongen en er zijn vragen gesteld over de kerk in Nederland. De jongelui in Pochalla willen graag contact onderhouden met jongeren van de kerk in ons land. Ongetwijfeld is er een jeugdvereniging in Nederland die hen wil schrijven en foto's wil sturen.
Er kwamen ook veel vragen van de jongelui. Wat denk je van de volgende vragen: wordt er in Nederland in de kerkdiensten ook een drum gebruikt; wat zingen jullie; welke taal gebruiken jullie in de kerk; gaan alle jongeren naar de kerk; kunnen alle jongeren lezen?
Na afloop van de bijeenkomst heb ik een gesprek gehad met vier jongelui. Ik wil ze jullie voorstellen.
Ochati Ojullo, een meisje van 14 jaar, klas 3, heeft geen vader, ze wil graag onderwijzeres worden.
Ulimydodo Oman, een jongen van 16 jaar, klas 5, woont in een gezin met broers en zussen, wil graag piloot worden, maar denkt dat hij na z'n schooltijd eerst enkele jaren in het bevrijdingsleger zal moeten gaan.
Galani Alamo, een meisje van 15 jaar, maakt ook deel uit van een gezin, klas 4. Wil graag in de kliniek gaan werken als verpleegkundige of dokter. Ze denkt dat ze wel zal moeten trouwen, want dan krijgt haar vader vijf koeien als bruidschat.
Obang Omot, een jongen van 16 jaar, klas 3. Hij wil graag in de kerk werken als voorganger of evangelist. Obang heeft geen vader en woont met z'n moeder en drie zusjes in een hut. Toen ik vroeg waarom hij in de kerk wilde werken, vroeg hij iets aan Omot Ochan, een van de ouderlingen. En samen zochten ze in de Bijbel een tekst op. Het was Openbaring 15: 4. 'Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.' Ik was er even stil van. Daar sta je dan midden in het oerwoud van Soedan met (jonge) mensen die nog maar net met de Bijbel in aanraking zijn gekomen. En dan uit het Woord onderstrepen: Wie zou U niet vrezen, Heere?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 2000
Daniel | 32 Pagina's