Simson, de geloofsheld (3)
Bijbelstudie
Richteren 13: 24 - 14: 4
Zijn geboorte
Er is een wonder gebeurd in het huis te Zora. De vrouw van Manoach baarde een zoon (vers 24). Dubbele blijdschap klinkt in deze sobere beschrijving. Natuurlijke blijdschap over het nieuwe leven, geestelijke blijdschap over de vervulling van Gods belofte.
De moeder geeft haar kind de naam Simson. Dat is: Zonnekind! Met zijn geboorte begint de duisternis van de Filistijnse tirannie te wijken. Het is als een zonsopgang! Hierin is deze zoon een type van Christus. Hij is de Zon der gerechtigheid, Die zal opgaan in het leven van allen die de Naam des HEEREN vrezen.
Je leest in vers 24 twee dingen over de jonge Simson. Het eerste is: en het knechtje werd groot (vers 24b). Hij groeide voorspoedig op. Tot blijdschap van zijn ouders. Ze hebben hem nauwkeurig gevolgd en tegen elkaar gezegd: "Wordt er al iets merkbaar van de belofte?"
Wat kunnen ook nu ouders grote verwachtingen hebben van hun kind. Tot hun eigen eer! Soms dwaze verwachting, waar je als kind nooit aan kunt voldoen. Wat geeft dat een verdriet! De ouders van Simson hebben de belofte van de HEERE stil verwacht. Zij mochten God God laten! Ze hebben uitgezien naar de eerste tekenen van de vreze Gods in het leven van hun kind.
De tweede zaak is: en de HEERE zegende het (vers 24c). Hij mocht opgroeien onder de zegen van de HEERE. Die zegen maakt alleen rijk!
Het is hier de zegening van het Verbond. Die vloeien uit Christus en zijn voor de uitverkoren Kerk en hun zaad. "Want Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen" (Jesaja 44: 3b).
Pas op, dat je niet alle rijkdom en voorspoed zegen noemt. Maar zoek deze zegen bij de Bron!
Zijn roeping
Simson is inmiddels een jaar of achttien. Dan lees je van hem: "En de Geest des HEEREN begon hem bijwijlen te drijven in het leger van Dan, tussen Zora en tussen Esthaol" (vers 25). De Heilige Geest begon hem te drijven! Het Hebreeuwse woord betekent: onrustig maken of (uit)stoten. Een onweerstaanbare drang drijft hem in de richting van de Filistijnen. Begon hem te stoten! Zoals een smid op een aambeeld slaat, zo kreeg Simson iedere keer een slag van binnen. Onze kanttekenaren zeggen: "Heimelijk op een bijzondere wijze te porren en te bewegen om in zijn roeping te ijveren en gelegenheid te zoeken tot verlossing van Israël uit de hand van de Filistijnen".
Dit gebeurde: bijwijlen. Niet voortdurend. Soms was het een tijdlang rustig in zijn hart. Maar zoals de wind blaast, kwam dan weer de Geest om te drijven. Hij ging naar het leger van Dan tussen Zora en Esthaol. Dat is het gebied van de stam van Dan, waar de Filistijnen heersten. Daar tussen die dorpen zwierf hij rond en heeft de eerste schermutselingen met de vijand. Zijn roepingsbesef was ontwaakt! Hij kon er niet meer van los komen.
Zó werkt de Geest des HEEREN nog! In de ware bekering begint Hij met onrustig maken. Hij gaat de dodelijke rust in je leven opzeggen. Heilige onrust begint je naar Zijn genadetroon te drijven. Zó wil de Heere van de oogst ook nog jonge mannen in Zijn oogst uitstoten (Mattheüs 9: 38). Onze vaderen schrijven erbij: uitdrijven dat wil zeggen: hun door de kracht van de Geest gewillig en bekwaam gemaakt hebbende! Heeft deze nood van de ambten ook een plaats in jouw gebed? En de vacatures op de zendingsvelden?
Zijn huwelijkskeus
Wat een geweldige ontgoocheling voor Manoach en zijn vrouw! Ze hadden net tegen elkaar gezegd dat het met hun jongen de goede kant opging. En dan op een dag komt Simson thuis van zijn zwerftochten en roept: "Ik heb een vrouw gezien te Timnath, van de dochteren der Filistijnen; nu dan, neemt mij die tot een vrouw" (vers 2).
Elk woord snijdt als een mes! De nazireeër Gods begeert een dochter van een onbesneden Filistijn tot levensgezel. Dat hadden ze nooit gedacht van hun wonderkind! Er gaat een streep door hun berekeningen en illusies. Straks zal blijken dat Gods wegen hoger zijn dan hun wegen!
Hij heeft haar 'gezien' in Timnath! Hij heeft haar niet eens gesproken. Verliefd op een mooi gezichtje!
De ouders zijn diep verwonderd en teleurgesteld. Manoach zucht en zegt met een traan in z'n oog: "Maar jongen, is er dan geen vrouw uit onze stam en ons geslacht? Waarom zoek je geen meisje van de kerk?" Simson volhardt in zijn keus: "Neem mij die, want zij is bevallig in mijn ogen" (vers 3c). Deze verzen zijn een waarschuwing en een aansporing voor jou. Zoek je hem of haar soms ook in Timnath? Op een wereldse camping of in een uitgaansgelegenheid? In een bar of een discotheek? Er worden nog vaak huwelijken gesloten met Filistijnen!
Ik heb een vrouw gezien te Timnath! Maar ik heb er niet bij stilgestaan wat er leefde in haar hart. Ik heb me niet afgevraagd hoe ik met hem de reis naar de eeuwigheid moest maken. Een verkeerde keus op een verkeerde plaats! Vraag toch bij zo'n levenskeus: "Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?"
Ik wens je iemand toe met wie je mag leven in het pad van Gods Woord. Om samen te kunnen spreken over de allerbelangrijkste zaken van het leven. "Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen" (2 Korinthe 6: 14). Luister naar de raad van de wijze koning Salomo: De bevalligheid is bedrog en de schoonheid ijdelheid, maar een vrouw (meisje of jongen) die de HEERE vreest, die zal geprezen worden" (Spreuken 31: 30).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 2000
Daniel | 32 Pagina's