Bidden, en toch de zonde vasthouden
Meedenken
Ik had een vraag die me al lang bezighoudt. Wij lezen uit een Bijbels dagboek. Op een keer las ik dat als je een zonde vasthoudt en toch steeds ook bidt, dat dit de Heere een gruwel is. Ik schrok, want ik heb een zonde die ik niet loslaten kan. Ik weet niet of ik nu wel doorbidden mag. Ik doe Hem daardoor misschien wel verdriet. Het is de Heere een gruwel. Maar ik kan en wil God niet meer loslaten. Steeds heb ik Hem weer nodig. Maar ik kan en wil die zonde ook niet loslaten. Mag ik nu toch doorgaan met bidden?
Dit is een hele belangrijke vraag, die je stelt. Want de Heere kan met de zonde geen gemeenschap hebben. Het is tegelijk een hele moeilijke vraag. Want de zonde loslaten, dat is moeilijk. Misschien kom je er wel achter dat het onmogelijk is! Het is denk ik ook een heel actuele vraag. Het geeft weer hoe de werkelijkheid is in het leven van heel veel mensen en ook van veel jongeren. Maar vooral is het een heel ernstige vraag. We leven voor het oog van de Alwetende.
Luisteren naar het geheel van de Bijbel
Bij het nadenken over deze vraag kunnen we aan verschillende woorden uit de Bijbel denken.
De Heere zegt in Zijn Woord: "Bidt zonder ophouden". Dat is een duidelijke opdracht. Ook voor jou is deze opdracht niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
Je zou er aan toe kunnen voegen: "Bidt en u zal gegeven worden". Ook dat is een Bijbelwoord dat op zich zeker waar is. Maar nu moeten we oppassen. We mogen niet zo maar wat losse teksten naar ons toehalen en dan denken: zo staat het in de Bijbel. We moeten letten op het geheel van de Bijbel. En daarbij moeten we eerlijk letten op hetgeen voor ons in onze situatie van toepassing is.
De Spreukendichter zegt: "Ken Hem in al uw wegen". Voordat je iets doet, moet je dat aan de Heere voorleggen en Hem vragen of Hij daarover Zijn zegen wil geven. Stel nu eens dat jij op zaterdagavond naar een gelegenheid wilt gaan waarvan je wel weet dat jij daar niet thuis hoort. Je kunt daarover Gods zegen toch niet vragen? Dat strijdt toch met elkaar? Wat moet je nu doen? Nalaten te bidden of op zaterdagavond niet naar die gelegenheid gaan? Het antwoord is duidelijk.
Onze werkelijkheid Bijbels getekend
Bidden en ondertussen de zonde vasthouden kwam vroeger ook voor. Bij Jesaja (29: 13) lezen we dat de Heere er Zijn afkeuring over uitspreekt. "Dit volk nadert tot Mij met zijn mond en zij eren Mij met hun lippen, doch hun hart doen zij verre van Mij." En Jakobus (4: 3) schrijft in dit verband: "Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt". De Heere neemt de zonde heel ernstig. En Hij ziet ons hart aan. En in ons hart woont de zonde. Is dat niet onze wortelzonde, dat we onbekeerlijk zijn? Dat we God niet met een volkomen hart liefhebben en gehoorzamen maar ten diepste toch net een beetje (en dus helemaal) ons zelf handhaven. Wij hebben tegen God gekozen en willen op onze eigen manier leven. Als kerkmensen doen we dat vaak op onze eigen manier. Sommigen leven ernstig en laten heel veel na. Uitwendig zijn ze een voorbeeld voor anderen. Maar hun hart houdt zich ver van de Heere. Anderen doen heel veel rondom en met de Bijbel en rnet bidden. Maar ze kwamen nooit echt als een onwaardige zondaar in het stof van verootmoediging voor de Heere terecht. Ze leerden nooit smeken: "Heere bekeert U mij, want ik red het niet".
Bijbelse oproep
Weet je wat de Heere zegt? "Zoekt den HEERE terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is. De godddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten, en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk." En als je nu niet weet hoe het moet? "Wie Hem need'rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren." En als je nu zo in strijd bent, omdat je de zonde haat en niet weet te overwinnen? "Wie is slecht, hij kere zich herwaarts." En: "Wendt u naar Mij toe, wordt behouden."
Het zal alleen echt gaan in de kracht en door de Geest van de Heere Jezus. Hij werkt nog in harten van jongeren en ouderen. En wat werkt Hij dan? Afkeer van de zonde en liefde tot de Heere en tot heiligheid. Hij werkt berouw en afhankelijkheid, ook geloof en hoop. Verslagenen van hart roepen tot de Heere: "Hoe zal het toch moeten?" Het antwoord is: Bekeert u en gelooft in de Heere Jezus Christus. Met minder kan het niet.
Een actuele vraag, vind je niet? De Heere bevolen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 2000
Daniel | 32 Pagina's