JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe liefelijk zijn Uw woningen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe liefelijk zijn Uw woningen

Over het interieur en exterieur van de kerk

13 minuten leestijd

Deo Volente zal er een uniek boekwerk te verschijnen: twee delen met honderden foto's en meditatieve bijdragen van alle (!) voorgangers uit onze (zuster)gemeenten in binnen- en buitenland. Van elke kerk (van de statige gebouwen der Gereformeerde Gemeenten te Rijssen met elk zo'n 3.000 leden tot het gebouwtje van de kleine gemeente Walmak op Irian Jaya) vind je daarin informatie en in principe een foto van elke kerkenraad. De eindredactie van dit boek berust bij ds. C. de Jongste uit Tholen, voormalig (stede)bouwkundige in zijn geboorteplaats Rotterdam. Met hem hadden wij een vraaggesprek over het exterieur en interieur van onze kerken.

Dominee, als we een kerkgebouw vanaf de buitenkant zien, valt ons gelijk de kerktoren op. Heeft dit een betekenis?

Zittend in een stoel van ds. G.H. Kersten vertelt de Thoolse pastor ons over de geschiedenis van de kerktoren: als we teruggaan in de geschiedenis, zien we in ons land de kerktoren verschijnen in de vroege Middeleeuwen. In onze gemeenten zijn kerktorens pas na de oorlog opgekomen. Daarvóór waren onze kerken vaak schuurkerken. De kerk van ds. Kersten in Rotterdam was een uitzondering: mét een toren. De toren heeft een symbolische betekenis. Het is een vingerwijzing aan iedere voorbijganger: kijk eens naar de hemel. Vandaaruit regeert God hemel en aarde. In dit gebouw hoor je van Hem.

 

Waren er altijd klokken in een kerktoren aanwezig?

Vroeger hadden de mensen geen horloge. Het bij elkaar roepen voor de kerkdienst gebeurde aanvankelijk met een hamer op een stuk metaal. Sinds de zevende eeuw horen we de klokken hun intrede doen. De functie is duidelijk: een oproep tot de gehele gemeenschap om tot Gods huis te komen.

 

Nu van de buitenkant naar de binnenkant. Overal staat de preekstoel met de Kanselbijbel in het midden. Is de kansel bewust in het middelpunt gezet?

We zullen eerst eens naar de Roomse Kerk kijken. Daar speelt het visuele een belangrijke rol: altaar, beelden, kaarsen, kleurige gewaden. De Reformatie bracht op de kansel een geopende Bijbel in de eigen volkstaal. Dat is het allerbelangrijkste. Christus vertoont Zich in het gewaad van Zijn Woord, zegt Calvijn. Ten diepste staat Christus voor de gemeente. Alle vorm moet op het wezen gericht zijn. En dat wezen openbaart zich in het Woord van God. De bediening van het Woord moet de vervulling zijn van de bede: "Zend Heer Uw licht en waarheid neder". Luther besefte dit heel goed: "Het is genade als ik de preekstoel op kan, maar ook als ik er weer af kan". Een dienaar van het Woord zal dan ook vaak met knikkende knieën voor de kansel staan, zoals een Boston ergens onthult over zichzelf. Het Woord wordt verkondigd van een hoge, verheven plaats, letterlijk en figuurlijk (Spreuken 8: 2).

 

De oude Statenbijbel ligt wel open op de kansel, maar wordt weinig gebruikt...

Op de Theologische School wordt gezegd: "Lees de tekst in ieder geval eruit voor". Dat is een goede gewoonte. Het zit hem niet in papier en kaft, maar het is wel symbolisch. Ook is het goed om een treffende kanttekening eruit voor te lezen. Ik deed het zelf nog uitgebreid in de laatste Oudejaardienst bij Mattheüs 25 (de wijze en dwaze maagden). Dan heb je gelijk je preekschets...

 

Heeft de lessenaar of katheder een functie?

De eredienst is geen zaak van de predikant alleen, maar van de kerkenraad als geheel. Als de predikant een hand krijgt, wordt de kansel ontsloten. En na afloop van de dienst door de handdruk van de ouderling ook weer gesloten. Het is tevens de broederhand der gemeenschap. Daarom mag de handdruk ook bij leesdiensten plaatsvinden. Immers, ook de ouderling heeft "zegen en sterkte" nodig. De voorlezer van de Schrift en wet of geloofsbelijdenis geeft uitdrukking aan de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de eredienst. Het behoort tot de uitoefening van het regeerambt dat moet waken over leer en leven. Dat is de reden waarom een ouderling moet lezen en geen diaken. Het voorlezen van de wet en de geloofsbelijdenis is geen liturgische versiering! Ook daarin wordt ons hart en leven betrokken, ieder persoonlijk! Daarover heeft een ouderling opzicht. Waar er geen ouderling bekwaam zou zijn, is een diaken als hulpouderling onontkoombaar.

 

Wat kunt u zeggen over de aanwezigheid of afwezigheid van kunst in onze kerkgebouwen?

Kunst is op zich een gave van God. Dat kun je op uitzonderlijke wijze lezen in Exodus 31, als het gaat over de tabernakelbouw (Aholiab en Bezaleël). In de Middeleeuwen was er veel aandacht voor kunst: iconen, beelden, schilderijen. Zichtbare "preken" voor de leken. God wil echter niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van Zijn Woord christenen onderwijzen. Met de Reformatie keerde het Sola Scriptura terug. Beelden moesten de kerk uit; de manier waarop dit gebeurde was soms niet erg verheffend.

Ik vind dat het huis Gods wel een schoonheid mag uitstralen. Laat de kerk een Godshuis zijn en blijven. Wat ik bijvoorbeeld heel mooi vind, zijn de wets- en belijdenisborden. Je ziet ze nu gelukkig terugkomen. Onder andere in Woerden, Hoogvliet en Yerseke, maar ook in de gemeenten op het zendingsveld. Dat maakt het gebouw mede tot een Godshuis. Maar er zijn meer mogelijkheden. In raampartijen of op muren kan er best een zekere boodschap verwerkt worden, zoals in Middelburg, Ridderkerk en Benthuizen. Overigens is kunst in onze kerken niet nieuw. In de Rotterdamse Boezemsingelkerk zie je al kunst (prachtig glas in lood) en Klaaswaal kent de gelijkenis van Mattheüs 13: 45 in een rond raam.

Even een onthulling: de kerkenraad van Tholen heeft besloten uit de verkoop van de boeken ook een gedenkraam te bestellen. Dat is te zien als blijvende herinnering aan de wereldwijde gemeenschap (en steun) van onze kerken.

 

Een kunstvoorwerp dat je bijna in elke kerk terugziet, is het orgel. Wat is de functie hiervan?

Het is met name ds. Kersten geweest die een warm voorstander was van het gebruik van een kerkorgel, "want het zingen in onze gemeenten is soms erbarmelijk". Een orgel heeft een ondersteunende functie. De organist moet geen concerten weggeven, maar inspelen op het thema van de preek en het psalmvers. Nu het financieel goed gaat, verschijnen er waardige orgels. De begeleiding is cultureel of traditioneel bepaald. In Nigeria gebruikt men inheemse instrumenten. Dat is niet erg. Ook in de geschiedenis van Israël lees je van trompetten, harpen, trommels enzovoorts. Het zijn allemaal vormen, die het wezen moeten dienen. De tekst op ons Thoolse orgel wijst daarop: "Laat hen voor de HEERE Zijn goedertierenheid loven" (Psalm 107: 8).

 

Ook de knielbank is een liturgisch voorwerp.

De knielbank staat zichtbaar wat terzijde, maar als hij gebruikt wordt, is het een aangrijpende zaak. Er zijn twee momenten dat men geknield ligt: bij het huwelijk en bij de bevestiging van een predikant. Publiekelijk je knieën buigen voor God, verlegen om Zijn zegen. Heel de gemeente ziet, dat je het nooit kunt stellen buiten de zegen des Heeren. Dat is een hele zaak! En dat knielen moet je maar volhouden: elke dag weer op je knieën. Denk aan Psalm 134: 2 "...en knielt eerbiedig voor Hem neer; looft, looft nu aller heren HEER" en Psalm 95: 3 "Komt, laat ons knielen voor den HEER, Die ons gemaakt heeft en verkoren."

 

Is een collectezak niet wat ouderwets aan het worden? Wordt het geen tijd voor een pinpas in de kerk?

Ds. De Jongste lacht: naast zijn stoel (je weet wel, die van ds. Kersten) staat een "hengel": een collectezak met een lange stok eraan, afkomstig uit Amsterdam-Centrum. In Westzaan, een monumentaal kerkje uit 1695, collecteren ze nog met de "hengel". Een pinpas? Nee, dat zie ik nooit gebeuren. Collectebonnen? In sommige gemeenten kom je het al tegen. In ieder geval draagt het bij tot verhoging van de collecten, zo bewijst de praktijk. Vroeger ging men van een dubbeltje naar een kwartje en van een kwartje tot een gulden. De sprong van de gulden naar de rijksdaalder blijft veelal uit, helaas. Terwijl welvaart en inflatie dit zeker rechtvaardigen! Een beter alternatief is collectemunten. Bonnen kunnen snel tot onheilige praktijken leiden (propjes, verscheuren). Maar ik ben er voor mij zelf nog niet uit. Straks verandert er nogal wat met de euro. 

Maar nu wat meer naar de kern. De dienst der offeranden (collecteren) verwijst ons naar het Oude Testament. In elk offer - zelfs het dankoffer - schuilt het schuldkarakter. Als je iets van de Heere krijgt, heb je dat niet verdiend. Alles wat we meer hebben dan de dood is Gods gave. Dat besef is nodig bij het brengen van ons offer. Dit geldt het natuurlijke alsook het geestelijke. Paulus wekt op tot een collecte voor Jeruzalems arme gemeente in 2 Korinthe 8: 9 "Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden". Als je mag zien hoe laag Christus heeft gebogen, zou je dan niets stoffelijks voor de dienst van de Heere overhebben? En als de Heere je zegent, let dan bij het geven ook eens op de veelbetekenende letters op de collectezakken: de D van Diaconie, K van Kerk en soms E van Extra. Het kan je helpen om je dankbaarheid tot uiting te brengen, als je als jongere zelf wat gaat verdienen.

 

Nu we het over collectes hebben, waarom staat er een aparte collecteschaal op de Avondmaalstafel?

De gave na het ontvangen van het Avondmaal is een dankoffer. Deze gave is bestemd voor de diaconie en niet voor de kerk. Waarom? Wel, de lidmaten van de vroeg-christelijke kerk moesten op zondag gewoon werken. Daarom was er vóór de kerkdienst nog een gezamenlijke maaltijd. Bij deze liefdesmaaltijden bracht men gaven mee die de diakenen aan de armen gaven. Paulus toornt tegen de verkeerde uitwassen ervan in 1 Korinthe 11. Er is hier en daar nog een traditie dat op zaterdag de Avondmaalstafel door de diakenen wordt klaargezet, mét de offerschalen.

 

Ook bij het andere sacrament, de Heilige Doop, is er sprake van een liturgisch voorwerp: het doopvont. Hebben alle 207 gemeenten een doopvont?

Ds. De Jongste weet dat er op de evangelisatiepost in Leeuwarden in een gehuurde kerk van de Zevendedagsadventisten dienst wordt gehouden. Daar zag hij een gemetseld bad, bestemd voor onderdompeling: maar het wordt bij ons niet gebruikt, hoor! Het doopvont kom je in allerlei vormen tegen, waarbij de eenvoud weleens vergeten wordt. Soms staat er een tekst op, bijvoorbeeld Markus 10: 16. In de gemeenten op bijvoorbeeld Irian Jaya worden de volwassenen gedoopt door onderdompeling in een gegraven doopvijver. Als er kinderen gedoopt mogen worden, dan plaatst men een bakje met water voor in de kerk.

 

Maakt het uit hóe wij, jongeren, gedoopt zijn (onderdompeling, besprenging of begieting)?

Wezenlijk niet. Zeker in de zendingssituatie zie je de totaliteit van de afwassing van de zonden (Filippus en de Moorman). Bovendien is onderdompeling visueel duidelijk. Ik kies voor begieting. Bij begieting zie je het water meer vloeien; bij besprenging komt er minder water aan te pas. Laten wij er echter nooit een halszaak van maken. Veel belangrijker is de doopsbediening zelf, waarin het water ons wijst op het bloed en de Geest van Christus. Tot sterking van het geloof van Zijn kinderen zweert de Heere trouw - zo zeker als zij het doopwater zien vloeien - aan Zijn verbondsbelofte tot vergeving der zonde in Christus Jezus, welke belofte Hij even zeker ook vervult op Zijn tijd aan Zijn levende Gemeente en haar verkoren zaad (Comrie). Tijdens mijn laatste doopsbediening in de toen bijna vervlogen twintigste eeuw in het kleine Poortvliet was het mij tot grote verwondering dat het dankgebed zegt: "En dat Gij ons dit met de heilige doop bezegelt en bekrachtigt". De Heere gaat door naar Zijn welbehagen, ook onder het late nageslacht, eeuw uit, eeuw in! Kijk, dan heb je de troost  ervaren.

 

Is het typerend dat het kerkgebouw verdwijnt naar de rand van de samenleving?

Er zijn kerken midden op de prairie, vooral in Amerika. In Terwolde staat de kerk temidden van de weilanden. Toch hoort een kerk in een woongemeenschap. Vroeger was dit zeker het geval en zag je dit ook in de straatnamen: Kerkstraat, Kerkring. De kerk stond echt letterlijk en figuurlijk in het middelpunt. Het draaide om de kerk. Een kerk hoort in een woonwijk thuis. Denk aan de symboliek van de toren en het klokluiden! Er moeten mensen naar de kerk komen. Daar vindt de ontmoeting met de Heere plaats door een geschonken geloof. Maar helaas wordt de kerk uitgebannen. In vele bestemmingsplannen wordt er zelfs geen plaats meer voor een kerk ingepland.

Welke plaats heeft de kerk in jouw hart en leven? Wat voor waarde heeft de kerkdienst voor jou? Dat komt tot uitdrukking in trouwe kerkgang (ook door de week) en meeleven met je gemeente. Wanneer het visnet over de gemeente wordt gespannen, ben jij dan in de zee der gemeente? Of zit je in een andere zee, de disco, of luister je op je kamer naar onverantwoorde muziek? Ook al kom je dan op zondag twee keer in de kerk, dan is de kerk toch naar de rand van jouw samenleving verdrongen. Je gaat losraken. Wij zijn wel lidmaten van Gods gemeente, want je bent gedoopt. Maar ben je ook een levend lidmaat? In zijn toelichting op het Kort Begrip schrijft ds. Kersten: de Heere heeft, toen je gedoopt werd, Zelf een band gelegd tussen jou en de kerk. Ga jij nu zelf die band verbreken? Of mag je een hartelijke keuze maken dat je aan die kerk verbonden blijft? Als je nog een dode rank bent, heb dan geen rust voor je in Christus een levende rank bent!

Dominee, hartelijk bedankt voor deze interessante uitleg. En veel sterkte met het samenstellen van uw boek!

 


Wanneer ik voor U kniel 

Kerkenraadsuitgave ten bate van de kerkbouw van de Gereformeerde Gemeente te Tholen.

Uniek: een boekwerk rondom de eredienst: kijkboek, dagboek en leerboek in één. 

Royaal: 2-delig, 428 pagina's, op A4~formaat, met leeslint. 

Compleet: 207 Gereformeerde Gemeenten op 6 werelddelen Anno Domini 2000. In Nederland,  België, Verenigde Staten, Canada, Bolivia, Nigeria, Zuid-Afrika, Irian Jaya en Nieuw-Zeeland. Alle gemeenten zijn terug te vinden op bijgedrukte landkaarten. 

Illustratief: de bedoeling is per gemeente 3 kleurenfoto's te plaatsen (in- en exterieur kerkgebouw en  kerkenraad), ter bevordering van het kerkelijk samenleven. Deze kleurenfoto's zijn dan ook recent genomen: bij de wisseling van het millennium. 

Meditatief: aan elke gemeente is een psalmmeditatie opgedragen uit de hand van alle ruim 100 (emeritus)predikanten en evangelisten uit binnen- en buitenland en enkele overleden voorgangers. Zo wordt het gehele Psalmboek met u stichtelijk overdacht, ter dagafsluiting. 

Instructief: in de marge van de rechterpagina's leest u een toelichting op alle verrichtingen in de eredienst, door ds. C. de Jongste, predikant te Tholen. Voor uzelf leerzaam; ter bespreking met uw kinderen op zondag dan wel op gemeente-avonden of in verenigingsverband.  

Éénmalig: er zal maar één oplage verschijnen. Via deze folder wordt iedereen in de gelegenheid gesteld voor zichzelf en/of anderen een of meer sets aan te schaffen. 

Verschijning: deel 1 (Aagtekerke-Marknesse; Psalm 1-75) half 2000 en deel 2 (Meeuwen-Zwolle, Psalm 76-150 ) eind 2000 D.V. 

Cadeautip: geschenk bij verjaardag, diploma, huwelijk, jubileum, afscheid, belijdenis, enz. 

Betaalbaar: winkelwaarde ƒ 75,- per deel. Door veel zelfwerkzaamheid en verwachte grote oplage wordt u dit boekwerk aangeboden voor slechts ƒ 57,50 per deel. Geen portikosten als u zelf de boeken afhaalt in uw eigen kerkelijke gemeente. 

Intekening: tekent u in per onderstaande bestelbon/machtiging vóór 15 april 2000, dan verkrijgt u beide delen à ƒ 49,50 per stuk (afgehaald). Leg in 2000 wekelijks ƒ 1,90 weg voor uw set, en óók u bezit straks deze historische uitgave van blijvende waarde. 

Hulp: tegen déze prijs kan dit boek in al onze woningen staan: tot uw hulp. Dat biedt ook ons hulp. Mogen we u beleefd vragen dit werk per omgaande te bestellen ter bepaling van de juiste oplage? Alvast hartelijk bedankt. 

Elkaar: Zo helpen we elkaar: help uzelf aan 'n werk, help Tholen aan een 'n kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's

Hoe liefelijk zijn Uw woningen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's