JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Luisterlijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Luisterlijn

Pagina's voor haar

7 minuten leestijd

Verslag regionale vergadering 16 oktober 2000 te Naaldwijk

Hartelijk worden we op die herfstachtige maandagavond door de kosteres en door de vrouwenvereniging 'Bid en werk' van Naaldwijk ontvangen. Ouderling C. IJzelenberg opent deze avond met het laten zingen van Psalm 116: 1 en 2, het lezen van Openbaring 3: 14 tot het einde en gaat voor in gebed.

Vervolgens heet hij alle aanwezigen hartelijk welkom, in het bijzonder de heer P. de Raaf, coördinator van de Luisterlijn.

 

De opening

Naar aanleiding van het gelezen Schriftgedeelte, bepaalt de heer IJzelenberg ons bij de brief aan de Laodicensen. Volgens de commentaren de slechtste van de zeven gemeenten. De Heere zegt ervan, dat ze waard zijn om uit Zijn mond gespuwd te worden vanwege hun belijdenis, waar zoveel schijn en zoveel roem in is. We lezen dan in vers 20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Kloppen aan de deur wordt in onze tijd niet meer gevonden, maar het is het werk van een bedelaar: alsmaar blijven kloppen totdat de eigenaar van het huis opendoet. De Heere wil dit beeld gebruiken, daar het toch Christus is, Die staat te kloppen aan de deur van het hart. Wat is dat al een ontzettend groot wonder: dat Hij Zich zo diep wil vernederen en in deze de gestalte van een bedelaar wil aannemen. Is Hij niet de almachtige Koning, Die maar te spreken heeft. Hij kan deuren verbreken, grendelen openbreken. Hij heeft maar één machtwoord te spreken en welke deur dan ook zal voor Hem geopend worden. Forceren doet Hij niet. De Heere zegt in Zijn Woord dat Hij een zeer gewillig volk zal hebben op de dag van Zijn heirkracht. Wie geen vreemdeling van deze zaken is, zal moeten zeggen: "Ook ik was zo'n vijand, zo'n tegenstrever; ook mijn hart was zo ontzettend hard". Wijlen Ds. F. Bakker zegt daarvan: "De grendels zitten aan de binnenkant". En dat is waar. Toch zegt de Heere, dat we open moeten doen. Als een mens erbij bepaald wordt dat zijn hart op slot zit en er mag een verlangen in zijn hart zijn, dat uitgaat tot Hem, dan is dat al genadewerk. Als we dan zouden kunnen luisteren aan de deur van dat hart, dan zouden we horen: "Heere, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen". Wat worden ze dan onwaardig in zichzelf. Toch zegt de Heere: "Ik raad u dat gij van Mij koopt...". Dan gaan ze vragen, hoe het toch moet. Dan zijn ze wel bezig in eigen kracht die deur te openen. De Heere werkt dan dikwijls door roepstemmen, in voor- en tegenspoed. De Heere roept bovenal door Zijn Woord: "Bekeert u, wendt u naar Mij toe en wordt behouden".

Nu is het rechtzinnig om te zeggen: "Wij kunnen ons hart niet openen". Maar hoe zeggen we dat? Als we ontdekt zijn wie en wat we zijn door de zonden, dan zeggen we dat wenende. Als de Heere bepaalt bij schuldige onmacht, dan gaan we de schuld niet op de Heere wentelen. Wij hebben Hem vrij- en moedwillig verlaten en wij zijn het waardig om uit Zijn mond gespuwd te worden. Als de Heere ons gaat bepalen bij onze onwil: 'Gij hebt niet gewild dat Ik Koning over u zou zijn', wat wordt dat dan beweend. De oorzaak van onze onmacht en onwil is de hardheid van ons hart. Toch worden harde harten geopend. Het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar alleen des ontfermenden Gods. De Heere wil omzien naar slechte mensen. Het kan alleen door Hem, de Zoon van Gods welbehagen, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Met de wens dat de Heere ons allen gedachtig zou mogen zijn en dat we van dat Godswerk iets zouden mogen ervaren, eindigt de heer IJzelenberg zijn openingswoord.

Nadat gezongen is Psalm 42: 5, krijgt de heer De Raaf de gelegenheid zijn referaat te houden.

 

De Luisterlijn

Vanavond willen wij met u spreken over het werk van de Luisterlijn. Er zijn ongeveer 150 luisterlijnen in ons land, met in 1996 duizend gesprekken per dag. U kunt kiezen... Er is echter óók een Luisterlijn van de Gereformeerde Gemeenten. We zijn wel eens bang dat een aantal leden van de Gereformeerde Gemeenten gebruik maken van luisterlijnen die niet aanbevolen kunnen worden. In 1958 is het werk van de algemene luisterlijnen begonnen. Er kwamen S.O.S-lijnen voor hulp in geestelijke en sociale nood.

Alles wat de wereld te bieden had, kwam via radio en televisie de huizen binnen. De welvaart steeg, maar tegelijkertijd was er eenzaamheid, somberheid, verbroken relaties, enzovoorts. De behoefte aan de luisterlijnen nam toe. Hoe reageerden wij op deze ontwikkeling? Ook wij genoten mee van 'alles' wat de wereld te bieden had. De doorwerking van de zonde, het materialisme, het egoïsme gaat ook bij ons door. Als wij er oog voor hebben, dan zien we, dat de dijk van algemene genade die bescherming biedt, afbrokkelt. Er komt zoveel binnen. Het gemeenteleven is aan het verschralen. Er is wel genoeg algemene hulp te krijgen. Bij eenzaamheid wordt de televisie aangeraden. Schuldgevoelens worden weggepraat door afleiding te laten zoeken. Bij huwelijksproblemen wordt gezegd: 'Houdt u er rekening mee dat we tegenwoordig twee of drie partners in ons leven hebben'. Bij die luisterlijnen krijgt u geen Bijbels gefundeerd advies. Daarom is een eigen Luisterlijn ingesteld, bedoeld om telefonisch (anoniem) contact te hebben op het moment dat het nodig is. Het is een praatpaal en men kan telefonisch advies ontvangen.

Telefonisten bij onze Luisterlijn moeten kunnen luisteren, een stukje levenswijsheid hebben, kunnen zwijgen en stressbestendig zijn. De Luisterlijn is er ook voor onze kinderen en jongeren. Daarom zijn we ook bereikbaar op woensdag- en zaterdagmiddag. Er is een cursus opgezet voor degenen die dit werk doen, zodat ze voldoende toegerust zijn. Daarnaast zijn er nog toerustingsavonden waar alle mogelijke onderwerpen aan de orde komen. Al pratende proberen de telefonisten de bellende mensen datgene te laten zeggen wat hen drijft om de Luisterlijn te bellen. Ook proberen ze hen inzicht te geven in hun eigen problemen. Door meer te vragen, meer te benoemen, meer emoties onder woorden te brengen, kan de onderstroom van een gesprek naar bovengehaald worden en zullen gevoelens van aarzeling, angst, schaamte, verdriet, besproken kunnen worden. Dat is de kunst van de telefonische dienstverlening: met elkaar het probleem aanpakken, luisteren en als een medezondaar naast de mens in nood gaan staan.

Eenzaamheid komt veel voor, evenals schuldgevoelens, psychische problemen, huwelijksproblemen, gezins- en opvoedingsproblemen, relatieproblemen en seksuele problemen.

We weten, dat ook binnen onze gemeenten geweldig veel problemen zijn. Daarom moeten we wel constateren, dat veel mensen geen gebruik maken van onze Luisterlijn, maar zich wenden tot de algemene luisterlijnen. Onze telefonisten proberen de norm van Gods Woord te handhaven. Daar wordt geluisterd, advies gegeven overeenkomstig het belijden van de Gereformeerde Gemeenten. Dat houden we vast.

Onze Luisterlijn werd uit de nood geboren. Psalm 86 spreekt van een bede om hulp in grote verdrukking. David klaagt zijn nood aan de Heere. Als we zo nabij mogen leven zou de Luisterlijn niet veel te doen hebben. De praktijk van het gemeenteleven is echter anders. Dat maakt de zorg uit en dan mogen we onder inwachting van de zegen des Heeren hulp bieden, de mensen trachten tot een hand en een voet te zijn. Dan is er veel te doen. Als u nood tegenkomt in de gemeente, wijst u eerst naar de ambtsdragers, de opdracht die ook onze telefonisten hebben. Het functioneren van ons allen in de gemeenten zou moeten zijn zoals beschreven is in Jacobus 1: 27 De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld. Tot zover de heer De Raaf.

We zingen met elkaar het toepasselijke vers uit Ps. 94: 8 met daarin de regels: De Heer' zal, in dit moeilijk leven, Zijn volk en erfdeel nooit begeven.

Na de pauze leest mevrouw J. IJzelenberg het aansprekende gedicht voor: Een lijn die nooit bezet is.

Hierna beantwoordt de heer De Raaf de gestelde vragen. Vervolgens bedankt de heer IJzelenberg ieder die aan deze avond heeft bijgedragen. Hij spreekt de wens uit dat het groot zou zijn als het gehoorde nog gebruikt zou mogen worden tot bekering van zondaren. Na het zingen van Psalm 86 vers 4 en 9 eindigt de heer De Raaf met dankgebed.

Het was goed deze avond in Naaldwijk te zijn geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's

De Luisterlijn

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's