JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Werkt om de spijze die blijft!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werkt om de spijze die blijft!

Biddag 2000

7 minuten leestijd

De prediker John Warburton beschrijft in zijn 'Weldadigheden van een Verbonds-God' een ogenblik in het gezinsleven, dat ze geen stukje voedsel meer in huis hadden. Geen eten voor vrouw en kinderen! Het liep zo hoog op, dat het oudste kind (5 jaar), met tranen langs de wangen biggelend, uitriep: Vader, geef me toch wat brood!' Toen is Warburton op een plaatsje onder de keldertrap op z'n knieën terechtgekomen om de Heere te vragen of Deze z'n leven maar wilde wegnemen, omdat hij de armoe van z'n vrouw en van z'n kinderen niet kon aanzien. En terwijl hij op z'n knieën lag, kwamen deze woorden met nadruk in zijn ziel: 'En zij aten allen en waren verzadigd; en zij namen op het overschot der brokken, twaalf volle korven' (Mattheüs 14: 20).

Even later klopte er een man aan de deur. Die man was een eenvoudige arbeidersknecht en hij zei: 'Mijn meester heeft wat haringen gekocht om uit te delen onder het fabrieksvolk. Ik heb geen opdracht u er wat te brengen, maar ik had gedacht er toch twaalf bij u achter te laten'. En even later liet een buurman nog twee broodkoeken brengen. Was het een wonder dat Warburton weer gegaan is naar dat plaatsje onder de keldertrap, nu om de Heere te danken voor zijn goedertierenheden? Vervolgens zaten ze allen aan tafel met daarop vis en brood. En ze weenden van stille verwondering. Aan de ware dankdag gaat een biddag vooraf!

 

Nationale biddagen

Ook onder ons is de tijd van de biddagen weer aangebroken. Voor de biddag wordt vanouds gereserveerd de tweede woensdag van de maand maart. Daar er echter meer gemeenten zijn dan predikanten zien we in de praktijk een spreiding van biddagen. Op zich is daartegen ook geen bezwaar, hoewel het mooier zou zijn, wanneer alle gemeenten en alle kerken op dezelfde dag biddag zouden houden. Vroeger werden door de overheid in bijzondere tijden van gevaar of bij nationale rampen vast- en bededagen uitgeschreven die een nationaal karakter droegen. De gehele kerk in Nederland werd dan opgeroepen om een boetedag te houden, een dag van gebed. Het was natuurlijk geen zondag, maar toch wel heel duidelijk een dag van afzondering. Zo bleven op bevel van de overheid op een biddag alle herbergen gesloten, werden alle publieke vermakelijkheden afgeschaft, maar werd ook alle openbare arbeid verboden. De kerkgebouwen konden vaak de mensen niet bevatten. Als men maar enigszins kon, kwam men naar de kerk. In onze dagen is dat in ons land toch wel heel anders. Je moet vaak veel moeite doen om een dag vrij te krijgen. En het komt nog maar op enkele dorpen voor, dat alle winkels op bid- en dankdag gesloten zijn. Het nationale karakter van de biddag is volkomen verloren gegaan.

 

Biddag nú juist nodig

Desondanks mogen we deze dag van afzondering onder ons nog hebben. Het is te hopen, dat ook het belang ervan gevoeld wordt. We komen immers bijeen om de Heere een zegen af te smeken voor het gewas en de arbeid in het komend seizoen. En aan Zijn zegen is alles gelegen. Misschien zijn er onder jullie die zich afvragen of een biddag in ons computertijdperk nog wel nodig is. Ik zou zeggen: een biddag is in onze verzakelijkte en gemechaniseerde wereld juist nodig. Broodnodig! In het besef dat de Heere de Onderhouder is van al het geschapene, dat alle zegeningen om Christus' wil van Hem afdalen, dat zonder Zijn gunst niets ten goede gedijt.

 

Niet alleen het tijdelijke

Vanzelfsprekend gaat het op biddag niet louter om het tijdelijke leven: het werk onzer handen en de vruchten op het veld. Het gaat bovenal om die zegen, die we niet kunnen missen voor de eeuwigheid. En daarom zal ook op iedere biddag gevraagd worden of de Heere ons door Woord en Geest wil regeren en bearbeiden en of Hij vruchten van geloof en bekering wil schenken. Derhalve zal dan ook niet vergeten worden het werk in Gods Koninkrijk op te dragen: de prediking des Woords, de ambtelijke arbeid, zending en evangelisatie. Ook het onderwijs, dat nog gegeven mag worden op onze scholen. Ach, wat is er al niet te vragen. Maar wat we (ouderen èn jongeren!) nu zo nodig hebben, is de juiste biddagsgestalte. En daarom wordt wel eens gezegd, dat aan biddag ook nog een biddag vooraf behoort te gaan. Daarmee wordt bedoeld, dat een zondaar aan de voeten van die grote Voorbidder terechtkomt om Hem te smeken of de Geest ons in waarheid biddag leert houden.

 

'Uw werk, behoud dat in het leven'

Wat is er dan nodig voor zo'n ware biddag? Wel, dan is noodzakelijk dat wij al onze rechten verspelen. Dat we als rechtelozen aan de troon der genade vertoeven. Mensen die niets verdienen, maar die het oordeel waardig zijn. Dat is de gestalte van de tollenaar: 'O God, wees mij zondaar genadig!' Rechten hebben we niet. En als we om ons heen zien: het recht struikelt op de straten en de ongerechtigheden vermenigvuldigen zich. Maar dat we dan mogen leren bidden om genade: 'Uw werk, o HEERE, behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens'. En als we dan een blik slaan in het verleden en we zien op de grote afval in het heden en we krijgen een indruk van onze eigen armoede en geesteloosheid mag de smeekbede wel zijn:

Herdenk de trouw, aan ons voorheen betoond; 

Denk aan Uw volk, door U vanouds verkregen; 

Denk aan Uw erf, het voorwerp van Uw zegen, 

Aan Sions berg, waar G 'eertijds hebt gewoond. 

 

Het gaat om onze levensinstelling

Dat zo de biddag in 2000 zou mogen zijn een dag van boete, berouw en bekering. En dat we dan biddag mogen hebben in het licht van de woorden die de Heere Jezus Zelf gesproken heeft: 'Werkt niet om de spijze die vergaat, maar om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven' (Johanees 6: 27a). Wat bedoelt de Heere Jezus met die woorden? Wel, Hij veroordeelt natuurlijk niet de arbeid, maar wel het opgaan in het stoffelijke. Alsof er niets hogers is! Het brood behoort toch geen levensdoel, maar levensmiddel te zijn. 'Werkt niet om de spijze die vergaat.' Het gaat hier dus over onze levensinstelling. Onder 'aardse spijze' moeten we hier ook verstaan: het plezier, het vermaak en de rijkdommen van deze ondergaande wereld. En dan moeten we maar niet uitsluitend denken aan die wereldse mensen in de straat. Want wat is van nature ons bestaan in ons verbondshoofd Adam? Te werken om de spijze die vergaat!

 

Het Brood des levens

Zouden we er niet alles voor over moeten hebben om die spijze deelachtig te worden die blijft tot in het eeuwige leven? Want wat baat het een mens, al zou hij de hele wereld winnen, en zijn ziel zou schade lijden? Maar welke spijze wordt dan bedoeld, als het gaat over de spijze die blijft tot in het eeuwige leven? Dat zegt de Heere Jezus ook: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten' (Johannes 6: 35). De ware geestelijke spijze is Christus. En voor wie is nu die spijze? Wel, voor een hongerend en dorstend volk: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.'

 

Echt biddag

Dat zijn mensen met een stervend leven. Gods kinderen gaan leren sterven op deze aarde als een tarwegraankorrel. Wanneer is dat proces in hun leven begonnen? Wel, toen de Heere hen opzocht en van dood levend maakte. Toen ze van Adam werden afgesneden en Christus werden ingelijfd. Toen hun ogen geopend werden voor hun staat voor de eeuwigheid. Toen is het begonnen: het afsterven van de oude mens, maar ook de opstanding van de nieuwe mens. Dat is de weg van de waarachtige bekering! Hun hart gaat zo uit naar de dingen van eeuwigheidswaarde. Wat een gemis moeten ze omdragen. En wat een droefheid moet worden ingeleefd: smart over de afgelegde weg tegenover een steeds weer goeddoend God. O, zulke zondaren gaan ook aan het werk om van alles aan te dragen en aan te brengen. Het loopt echter alles op een teleurstelling uit. Dan gaat het vastlopen. Maar als de voorraden zijn opgeteerd en het koopgeld ongeldig is geworden, kan het leven niet meer in eigen hand gehouden worden. Dan vinden we daar een hongerend volk. En wat zijn het een gelukkige, arme bedelaars die door de Heilige Geest geleid worden naar dat ware Manna. Het Brood des levens! De Heere schenke ons zo een ware biddag. Hongerend en dorstend!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's

Werkt om de spijze die blijft!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's