JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een ding weet ik...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een ding weet ik...

Meditatie

5 minuten leestijd

"Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie" Johannes 9: 25 

Wij ontmoeten hier een man, die maar één ding wist. Maar wat hij wist was van groot belang. Hij kon zeggen: "Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie". Wat een wonder was dit! Hij was blind vanaf zijn geboorte en nu kon hij zien.

De gevallen mens lijkt op deze man. Wij zijn geestelijk blind vanaf onze geboorte. In Openbaring 3: 17 zegt Christus van ons, dat wij 'arm, blind en naakt' zijn. Maar Jezus, Die deze blinde ziende maakte, kan ook ons ziende maken. Dan mogen wij met deze man zeggen: "Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie".

Er is dan een groot wonder met ons gebeurd. Het is een grote overgang van blind naar ziende. Het is opmerkelijk, dat deze man nu pas over het verschil tussen blind zijn en kunnen zien spreekt. Hij zegt: "Dat ik blind was". Wanneer de Heere Jezus door Zijn Geest je de ogen heeft geopend, dan pas zie je je vroegere blindheid. Van nature zien wij onze blindheid niet. Wij zijn dan een vreemdeling van God en ons hart. Wij hebben dan geen kennis en gevoel van onze verloren staat. Na het genezen van de blindgeborene kreeg Jezus een gesprek met de vrome Joden over de geestelijke blindheid van de gevallen mens. In dit gesprek ontkenden deze Joden echter stellig, dat ook zij blind waren. Zij hadden toch de Wet van Mozes en dienden toch de ware God? Zij zeiden tot Jezus: "Zijn wij dan ook blind?". Het is voor een kerkelijk en vroom mens maar moeilijk te aanvaarden, dat hij even blind is als alle anderen en alleen door Jezus ziende gemaakt kan worden.

De blindheid van de mens in geestelijke zaken wordt in de Schrift met sterke bewoordingen geleerd. Zo horen wij de apostel zeggen: "In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus" (2 Korinthe 4: 4). De zonde heeft ons geestelijk blind gemaakt en de duivel zoekt ons blind te houden.

Een geestelijk blinde zondaar ziet niets van de eigen duisternis noch van het Licht des levens. Hij is blind voor de diepe ellendestaat waarin hij verkeert. Hij meent rijk en verrijkt te zijn en aan geen ding gebrek te hebben. Hoewel hij de Wet van God kent, heeft hij toch nog nooit in de spiegel van de Wet zijn mismaaktheid en vuilheid gezien. Hoewel hij het Evangelie hoort en kent, heeft hij nog nooit als een verbrokene van hart in de spiegel van het Evangelie de genade van God in Christus gezien. De Zon der gerechtigheid heeft nog nooit op hem geschenen. Hij ziet geen verschil tussen licht en duisternis, vrede en toorn, gemeenschap met God en gemeenschap met de duivel. Wanneer hij de Bijbel leest, ligt er een deksel op zijn hart. Wanneer hij hoort van de vloek, die op de overtreder ligt, voelt hij geen vrees. Wanneer hij van Jezus hoort, ziet hij in Hem geen gedaante noch heerlijkheid.

De zoetheid van het Woord kent hij niet. De liefelijkheid van de dienst des Heeren is een vreemde zaak voor hem. Hoe ellendig is de geestelijk blinde zondaar!

Hoe groot is tegen deze achtergrond de genade van God om te kunnen zeggen: "Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie". Als onze ogen geopend zijn, weten wij inderdaad dat wij eens blind waren. Maar dan mogen wij ook zeggen: maar nu zie ik. Veel kan er in het duister liggen. De tijd waarop wij ziende werden, kunnen wij misschien niet zo duidelijk aanwijzen. En wie of wat ons de ogen heeft geopend, weten wij waarschijnlijk ook niet. Maar dat is ook niet het voornaamste. Het voornaamste is, dat wij de blindgeborene kunnen nazeggen: "Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie".

Zijn jou de ogen geopend voor het gevaar, je verkeerde weg, je boze daden en je onreine hart? Is er licht gevallen op je schuldigheid en verdoemelijkheid voor God? Zijn je ogen geopend voor de heerlijkheid van Christus? Is er licht gevallen op Jezus als de van God gezonden Zaligmaker, Wiens bloed betere dingen spreekt dan Abel? Heeft het gezicht van Christus de heerlijkheid van alles buiten Hem verdonkerd? Zie je Hem als het ene ding dat je nodig hebt? Acht je alle dingen schade te zijn om Christus te winnen? Dit zijn gezegende bewijzen, dat Jezus je ogen heeft geopend en dat je getrokken bent uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Al wordt je gezicht van Christus hier nog dikwijls verdonkerd, eens zul je Hem zien, zoals Hij waarlijk is. Voor jou, die met de farizeeërs roept: "Ben ik dan ook blind?", ben ik bang dat je de ernstigste vorm van blindheid hebt. Als je meent te zien en in werkelijkheid nooit iets zag van je eigen verlorenheid en Jezus' heerlijkheid, ben je nog blind en sta je van verre, niet ziende. Maar ook voor jou is bij Jezus medicijn. Van Hem zei de schare: "Hij doet de blinden zien, de doven horen en de kreupelen wandelen". Roep tot Hem met Bartiméüs: "Jezus, Gij zone Davids, ontferm u mijner!".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's

Een ding weet ik...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 2000

Daniel | 37 Pagina's