JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kijken is een kunst. Communiceren met kunst.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kijken is een kunst. Communiceren met kunst.

Uitdrukking geven aan wat mensen beweegt

13 minuten leestijd

In een hal van het Hoornbeeck College in Amersfoort is een bijzondere tentoonstelling opgesteld. Op tafels zijn allerlei werkstukken te zien. Heel verschillende werkstukken zijn het, waarin allerlei thema's en materialen zijn verwerkt. Af en toe loopt er iemand langs. En als zijn aandacht getrokken wordt door een bepaald werkstuk, blijft hij staan om de kaartjes te lezen die bij de werkstukken liggen. Ook groepjes studenten kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen. Het is dan ook de moeite waard om wat langer bij de tentoonstelling stil te staan.

Waar komen de werkstukken vandaan en wat is de bedoeling ervan? Daarover hebben we een gesprek met de heer De Kruyf, docent van het vak Beeldende Vorming en vier van zijn studenten: Lianne van Ginkel, Kees-Jan de Kruyf, Gerda van Dijk en Jaantje van Ginkel. Zij zitten in het derde jaar van de SPW-opleiding (Sociaal Pedagogisch Werk) en worden opgeleid tot groepsleider of begeleider in allerlei soorten instellingen: kinderdagverblijven, instellingen voor dak- en thuislozen, instellingen voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten, enzovoort. De hoofdbedoeling van de opleiding is: studenten leren hoe je het beste activiteiten kunt aanbieden en activiteiten kunt bedenken die passen bij de doelgroep. Daar worden ze drie jaar lang grondig op voorbereid.

De Kruyf: "Je moet de bewoners steeds beter leren kennen. Dan ga je zien dat je bewoners hulpvragen hebben en dat je ook door middel van activiteiten kunt helpen met de hulpvragen van de bewoners. Om daar achter te komen moet je bewoners intensief observeren. Je moet activiteiten met ze doen om te zien wat hun mogelijkheden zijn. Je bent namelijk erg geneigd om te kijken wat de bewoners niet kunnen. Maar daar kun je toch niets mee. Wat juist nodig is, is dat je leert ontdekken: wat kunnen de bewoners nog wel? En daar moet je activiteiten bij aan laten sluiten".

De heer De Kruyf gaf zijn studenten de opdracht om de doelstelling van de instelling, waar ze vorig jaar stage liepen, te verwoorden in een kunstwerk. "Wij willen graag iets maken met studenten waardoor we mensen bewust maken van hoe ernstig de problematiek kan zijn. In het derde jaar van de opleiding willen we studenten uitdagen om ook eens zelf aan de gang te gaan, zelf proberen uitdrukking te geven aan datgene wat mensen beweegt."

 

De hulpvragende prullenbak

Kees-Jan de Kruyf liep stage bij het Leger des Heils. Hij werkte bij uitbehandelde psychiatrische patiënten. Deze mensen willen alleen maar met rust gelaten worden. Ze wonen intern, hebben een eigen kamer en worden volledig verzorgd. "Voor activiteiten waren deze mensen echt niet te motiveren. Die mensen doen eigenlijk de hele dag niks. Ze liggen op bed, ze roken wat, ze kijken televisie, gaan naar de coffeeshop. Onze taak was om ze zo'n rustig mogelijk leven te geven. We stimuleerden dat ze de eerste levensbehoeften blijven gebruiken."

"Deze psychiatrische patiënten worden vaak als uitstoot van de maatschappij gezien. Dat heb ik uitgebeeld door een prullenbak te maken. De maatschappij om ons heen is hard en koud, daarom heb ik ijzer gebruikt. De maatschappij wil altijd dat mensen functioneel zijn en deze mensen kosten eigenlijk alleen maar geld. De titel is dan ook: 'De hulpvragende prullenbak'. De handen vragen als het ware om hulp, net als de patiënten waar ik mee gewerkt heb. Ik heb er drie b's in neergelegd. Dat zijn de doelstellingen van de instelling: bed, bad en brood. De patiënten vragen alleen maar om verzorging, dan is het eigenlijk voor hen al genoeg. Eén vinger wijst omhoog. Dat wijst op de christelijke doelstelling van het Leger des Heils. Geen wijzende vinger van: 'Zie je zonden', maar: 'God heeft ook met jullie leven een bedoeling, ziet jullie echt als mensen. Jullie mogen er zijn'. Dat geeft een meerwaarde en hoort ook bij de eerste levensbehoeften die de instelling heeft."

 

Een boomstam

Jaantje van Ginkel liep eveneens stage bij het Leger des Heils en kreeg te maken met dak- en thuislozen en verslaafden. Deze mensen hebben altijd op straat geleefd en moeten dus weer structuur in hun leven krijgen.

"De activiteiten die ik gedaan heb, heb ik voornamelijk gedaan door te zeggen van: 'Ik ga dit doen, doen jullie mee?'. Meestal hadden ze geen zin. Dan begon ik gewoon en vaak kwamen ze kijken en vonden ze het toch wel leuk."

De Kruyf: "Op het moment dat je met bewoners omgaat, zul je echt soms alles uit de kast moeten halen vanuit je eigen persoonlijkheid, om de mensen te bereiken en iets voor hen te kunnen betekenen. Dat vraagt een heel stuk liefde, barmhartigheid, maar ook een stukje evenwichtigheid en doortastendheid". Jaantje vertelt met enthousiasme over haar werkstuk: "Ik heb een boomstam gepakt. Die heb ik in allemaal stukken gemaakt". De boomstam staat symbool voor het leven van een verslaafde, dat door zijn verslaving kapot is gegaan. Jaantje heeft de stukken hout weer aan elkaar bevestigd, maar bewust niet recht. De 'knikken' die zo ontstonden, wijzen op momenten in het leven van een verslaafde waar het helemaal mis ging, hij het niet meer zag zitten, een zelfmoordpoging deed. Daar moest hij toch weer verder. Maar 't werd nooit meer helemaal zoals het was.

Het prikkeldraad om de boomstam wijst op de bescherming van de instelling. De rode prikkels wijzen op de boze buitenwereld, die weer trekt. Uitstulpingen aan de boomstam maakte ze zwart. Die staan symbool voor een opname die mislukte of een poging tot afkicken die niet tot een goed einde is gebracht. Aan het uiteinde is de boomstam wit: het nieuwe leven dat voor de verslaafde ligt.

"Wit wijst op: je weet niet wat er gaat gebeuren. In tegenstelling tot zwart is wit nog helemaal schoon. Het kan goed worden, maar het kan ook nog helemaal fout gaan."

Denk je dat de meeste patiënten het vooruitzicht hebben dat het in de toekomst nog goed komt?

"Bij ons kwamen patiënten heel enthousiast binnen: "Ik ga afkicken, ik ga het helemaal maken, ik ga een opleiding volgen, werk zoeken". Maar halverwege de opname merkte je dat ze op een zwart uiteinde kwamen. Het ging weer fout. Meestal zijn ze zo ver weggezakt dat het ze niet meer lukt om weer op de rails te komen."

De Kruyf vraag zich af waarom Jaantje voor een boomstam koos. "In een boomstam zit iets van leven. Ook al is iemand dakloos of verslaafd, het is toch een levend wezen. Als ik een stuk steen had genomen, was dat dood geweest. Daar straalt niets van uit."

Maar deze boomstam is toch ook dood?

"Jawel, maar het is levend geweest. Er groeide bijvoorbeeld ook mos op." Nadenkend: "Er zit nog iets van leven in".

 

Woon-leefgemeenschap: deuren openen

Gerda van Dijk werkte in een woon-leefgemeenschap voor oudere verstandelijk gehandicapten. Deze mensen zijn niet in staat om via communicatie iets duidelijk te maken. Gerda moest daarom veel gebruik maken van non-verbale communicatie.

"Wij deden vooral lichaamsgebonden activiteiten. Activiteiten waarbij je met zintuigen bezig bent: voelen, ruiken, proeven." Het moeilijke bij deze doelgroep is dat je niet snel resultaat ziet." De eerste paar weken dacht ik: wat móet ik hier? De een zit de hele dag in een stoel, de ander zit de hele dag rondjes te draaien. Dan kijk je alleen naar dingen die ze niet kunnen. Later zie je ook dingen die ze wel kunnen. Je moet de mensen beter leren kennen voordat je ze echt begrijpt. Van de mogelijkheden die je dan ziet, moet je uitgaan en die proberen uit te buiten."

Het valt niet altijd mee om resultaat te zien van je inspanningen. Toch kan Gerda er mee omgaan. "Gezichtsuitdrukkingen zijn heel belangrijk. Je moest altijd erg zoeken naar activiteiten, omdat ze lichaamsgebonden moeten zijn. Als je eenmaal bezig was, zag je bewoners helemaal ontspannen."

Met haar werkstuk verbeeldde Gerda de woon-leefgemeenschap waar ze stage liep. De bovenste, afgebrokkelde rand staat symbool voor de gebrokenheid van de schepping. "De deuren die je ziet, wijzen op het unieke van de bewoners. Als je naar mensen kijkt, zie je er eerst niet zoveel aan, maar op een gegeven moment merk je dat de ene deur als het ware verder los kan dan de andere."

"De verschillende bewoners geven verschillende mogelijkheden", zo onderbouwt Gerda haar idee. "Van de ene persoon krijg je meer terug dan van de andere. Je moet de juiste sleutel bij de juiste persoon vinden, zodat je de deur kunt openen. Je moet eerst de persoon kennen, en zoeken naar de juiste oplossing en benadering bij die persoon, zodat je die goed kunt begeleiden. De kleuren geel, rood en blauw - primaire kleuren - wijzen op de primaire levensbehoeften van de bewoners: eten, drinken, verzorging."

 

Kinderdagcentrum: bescherming bieden

Lianne van Ginkel liep stage op een kinderdagcentrum voor gehandicapte kinderen van 0 tot 18 jaar. "De doelstelling was om ze zo goed mogelijk te ontwikkelen, zo zelfstandig mogelijk proberen te maken. Per groep en per kind was dat natuurlijk heel verschillend." Lianne liep stage in de groep van kinderen die net niet naar de zmlk-school kunnen. "Deze kinderen zijn al wat ouder en die bereid je voor op een dagactiviteitencentrum, waar ze later heen zullen gaan."

Bij het aanbieden van activiteiten moet je volgens Lianne heel enthousiast overkomen. "Stel dat je een huis wilde gaan verven, dan was je als begeleider teveel gericht op dat huis. Terwijl de kinderen de vingerverf al een activiteit op zich vonden. Meestal kwam er dus geen huis uit. Maar dat geeft dan ook niet. Je moet vooral letten op wat de kinderen er zelf aan gehad hebben, of die het leuk vonden."

Als Lianne tijdens haar stage liep te wandelen met de kinderen van het kinderdagcentrum, bleven veel mensen staan of gingen zelfs op een bankje zitten om hen eens goed te bekijken. Zodoende kwam ze op het idee om een stuk boomstam als basis te nemen voor haar werkstuk: de maatschappij, ruw, waar niet echt een plaatsje is voor gehandicapte kinderen. De veren - zacht - staan symbool voor het kinderdagcentrum. Daar is wel een plaatsje voor het gehandicapte kind. De twee hoornen hebben verschillende kleuren. De rode hoorn symboliseert de begeleiding en buigt zich over de andere hoorn heen: het kind. De rode hoorn - liefde, warmte - eindigt in een punt: als het kind achttien jaar is, stopt de begeleiding en zie je het kind vaak gewoon niet meer. De andere hoorn begint in een groene punt, en loopt uit in een blauw uiteinde (de brede kant van de hoorn). Groen en blauw zijn volgens Lianne de kleuren van de zelfstandigheid. Deze hoorn heeft dus een open uiteinde: het leven van een kind stopt niet op zijn achttiende, maar gaat verder. Ook al is het niet meer op het kinderdagcentrum.

De hoornvormen in het werkstuk zijn opvallend. Lianne licht haar keuze toe: "Ze worden van heel smal heel breed. Het is ook een heel ronde vorm, zonder al die prikkels en stekels van de maatschappij."

Liannes werkstuk is erg symbolisch. "Als je er geen uitleg bij hebt, kun je er heel weinig mee. Maar dat vind ik juist wel leuk: dat je eerst het verhaal erachter moet weten, voordat je het kunt snappen."

 

Kijken is een kunst

De Kruyf: "Als mensen werkstukken bekijken, hebben ze al gauw de neiging om snel een oordeel te geven: "Ik vind het mooi of ik vind het lelijk". Je ziet dat ook hier in de gang gebeuren als mensen naar werkstukken staan te kijken. Dat is natuurlijk erg makkelijk. Als mensen echt geïnteresseerd zijn, gaan ze zich er vanzelf in verdiepen. Het moet natuurlijk wel zo zijn dat er iets bij het werkstuk uitgelegd wordt, mensen moeten er iets mee kunnen. Het moet mensen tot denken zetten. Zo moet je ook naar kunst kijken, denk ik. Met een kunstwerk of een object wil je communiceren met mensen".

Hadden jullie met je werkstuk als doel dat mensen het meteen moeten begrijpen als ze het zien? Of dacht je: ik ga iets maken en mensen moeten er eerst maar eens goed naar kijken. Als ze er echt niet uitkomen, dan zal ik het uitleggen?

Kees-Jan: "Ik had als doel om iets uitdagends te maken. Zodat mensen als ze het zien, denken van: "Wat is dit? Hier wil ik meer van weten". De titel die ik er bij heb gezocht, vind ikzelf vrij uitdagend".

Bij Kees-Jan zie ik een vinger die naar boven wijst, Gerda verwerkte de gebrokenheid in haar werkstuk. Deze dingen verwijzen naar Bijbelse begrippen. Bij de andere twee werkstukken ligt dat wat minder duidelijk. Hebben jullie daar bewust over nagedacht of is dat vanzelf gegroeid?

Jaantje: " Bij het Leger des Heils is het hoofddoel het bieden van bescherming. Het geloof komt op de tweede plaats, ook al is het wel heel belangrijk dat het er is. Als de bescherming er is, komen vanzelf wel de gesprekken, ledereen weet dat het een christelijke instelling is. Daarom heb ik als hoofdmotief het bieden van bescherming gekozen."

Het kinderdagcentrum waar Lianne werkte was een algemene instelling. Daardoor was er niet echt gelegenheid om over het christelijk geloof te praten. Voor haar werkstuk is de aard van de instelling dus vooral bepalend geweest.

 

Kröller Müller museum

Als afsluiting van het project is de hele groep naar het Kröller Müller museum in Otterlo geweest. De Kruyf: "We hebben gekeken hoe kunstenaars het daar gedaan hebben, en hoe zij op een idee gekomen zijn en hoe zij dat idee vormgegeven hebben".

Allemaal waren ze vooral nieuwsgierig hoe de kunstenaars het aangepakt hadden.

Gerda: " Eerst dacht ik: 'Al die onzin, dat past niet bij mij'. Maar ik vond het heel leuk".

Jaantje: "Ook standbeelden die langs de weg staan, ga je anders bekijken. Nu kijk ik toch meer naar wat ermee bedoeld wordt".

Kees-Jan: "Ik interesseerde me eerst helemaal niet voor kunst. Maar heel bijzonder bij het museum vond ik, hoe een kunstwerk in zijn omgeving geplaatst werd. Zo was een beeld dat van een boomstam gemaakt was, voor een raam gezet, waardoor je tegelijkertijd ook naar echte bomen buiten kon kijken. Daardoor kon je bijvoorbeeld vergelijkingen trekken".

Jullie zijn ook zelf met kunst bezig geweest. Wat was voor jullie erg belangrijk toen je ermee bezig was?

Gerda: " Bij mij ging het niet echt om het eindresultaat. Maar meer om de betekenis erachter".

Kees-Jan: "Het veel dieper nadenken over de doelstelling van je instelling. Dit echt tot je door laten dringen".

Jaantje: "Terwijl je bezig bent, zie je steeds weer nieuwe dingen in je werkstuk. Eerst dacht ik: een boomstam is een boomstam, maar terwijl ik bezig was zag ik heel veel andere dingen. Een uitstulping aan een takje bijvoorbeeld. Terwijl ik het er eerst af wilde zagen, liet ik het later toch zitten".

De Kruyf: "Met zo'n werkstuk ben je constant aan het keuzes maken. Voegt een bepaald detail iets toe of kan ik het weglaten? Je moet steeds beslissingen nemen. Ik hoop dat mensen die dit keuzevak Beeldende Vorming hebben gekozen, zover komen dat ze een eigen draai aan dingen kunnen geven en dan ook met bewoners verder komen. Als je namelijk een paar jaar in een instelling werkt en je kunt alleen maar dingetjes uit een boekje maken, dan denk ik dat je er niets meer aan vindt. Dan schiet je je doel voorbij. Het is juist verrijkend om te zien dat er in bewoners een stukje creativiteit en doorzettingsvermogen zit, waar je anders niet achter gekomen was".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2000

Daniel | 32 Pagina's

Kijken is een kunst. Communiceren met kunst.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2000

Daniel | 32 Pagina's