Wat moet je doen als een demente bejaarde Gods naam misbruikt?
Meedenken
Ik werk in een niet-reformatorisch verpleeghuis, op een afdeling met demente bejaarden. Het komt nogal eens voor dat er gevloekt wordt. Op zo'n moment probeer ik zo duidelijk mogelijk te formuleren dat dit verkeerd is, zodat de persoon in kwestie het begrijpt. Maar soms is het na een paar minuten toch weer zo, omdat het dan al weer vergeten is. Wat moet ik dan doen? Ik kan toch niet de hele dag lopen vermanen? Moet ik dan ander werk zoeken?
Als je op school zit of werkt in een niet-christelijke omgeving, zul je er regelmatig mee in aanraking komen. En helaas komt het ook voor bij mensen die beter weten. In het laatste geval wellicht niet zo grof, maar daarom niet minder erg. Het is ten diepste nog erger als je met de Bijbel opgroeit en dan toch de Naam van de Heere ijdel (dat wil zeggen: leeg, klakkeloos, zinloos, zonder eerbied) gebruikt. Gods Naam is volgens de Bijbel heilig en kostbaar en mag daarom niet door de modder worden gehaald. Maar, zeg je, hoe moet dat nu bij mensen die het besef niet meer hebben dat ze Gods Naam ijdel gebruiken? Moet je dat dan maar stilzwijgend aanhoren?
Wat is dementie?
Mensen die dement zijn, kunnen de dingen vaak niet meer overzien. Er is sprake van een achteruitgang in het geestelijk functioneren. De oorzaak van deze ziekte ligt in de hersenen. De hersen- en geheugenfunctie neemt af vanwege stagnaties in de bloedcirculatie of vanwege oorzaken in de hersenen zelf. Is het laatste het geval dan spreken we over de ziekte van Alzheimer. Er ontstaat een proces van geestelijke aftakeling. Het woordje "geestelijk" moet je overigens niet verwarren met het Bijbelse begrip "geestelijk leven". Het woordje "geestelijk" heeft hier betrekking op ons verstand, onze wil, ons gevoel. Symptomen van de ziekte zijn: vergeetachtigheid, verwardheid, angst.
Hoe is het om dement te zijn?
Veel familieleden, werkers in de gezondheidszorg en ambtsdragers zullen proberen te begrijpen wat het is om dement te zijn. Wat weet vader of moeder nog? Hoe moet je in het verpleeghuis omgaan met patiënten? Hoe ga je als ambtsdrager om met een demente bejaarde? Begrijpt hij of zij het nog wel als je uit de Bijbel leest?
In het boekje "Hersenschimmen" laat de auteur de lezer getuige zijn van het dementeringsproces van een 71-jarige meneer Klein. De schrijver probeert vanuit de beleving van meneer Klein te vertellen wat er gebeurt in zijn hoofd. Hij zegt dan: in dat hoofd lekt het. Herinneringen, beelden, feiten, namen sijpelen steeds sneller weg. De machine die al deze zaken op hun plaats houdt, raakt ontregeld. En dat is een aangrijpend gebeuren. Voor de patiënt zelf, maar ook voor de omgeving. De wereld van de zieke wordt kleiner en kleiner.
Schimmen van het verleden komen en gaan. Er zijn soms heldere momenten, maar op den duur merk je ze nauwelijks meer.
Pijnlijk en moeilijk
De vraag doet zich voor of iemand die dement is, weet wat hij zegt of doet. Is het werkelijk zo bedoeld? Of is de zieke stuurloos en machteloos? leder die intensief omgaat met een demente bejaarde zal beseffen dat hij of zij zijn zeggen en doen niet meer overziet. De kennis die in de hersenen opgeslagen ligt, wordt verkeerd aangewend. Dat wil de patiënt niet, maar het gebeurt wel. De praktijk bewijst ook dat je van de patiënt niet méér kunt vragen dan wat op het moment aan de orde is.
De vraagstelster heeft dat goed ingevoeld. Je probeert te reageren op de verkeerde woorden. Je voelt het erge van de ontheiliging van Gods naam. Maar je merkt ook dat jouw woorden niet echt helpen. Ze kunnen niet meer omgezet worden in ander gedrag. Wat is dat aangrijpend. Vooral voor de mensen die met liefde en zorg om de patiënt heen staan. Wat is het vaak ook pijnlijk en moeilijk voor de familie. Als je lieve man of je vader zulke verschrikkelijke woorden zegt.
Zonde blijft zonde
Hoe je het ook beziet: zonde blijft zonde. Ook al kan de patiënt de zonde niet voorkomen. De ernst van de zonde blijft staan, dat geldt ook de patiënt die in het verleden zo anders is geweest. Ook voor deze zonde is verzoening nodig. En als de patiënt zelf niet meer om vergeving kan vragen, dan moeten wij het voor hem of haar doen.
Wij weten intussen niet wat er in het hart van de patiënt omgaat. De Heere ziet het hart aan. Hij weet of ook Zijn werk in het hart van de zieke is. Of er behagen is in de leugen en de vloek, zoals dat van nature in ons leven is, of dat er genade is. Wie zal beoordelen of er momenten zijn van strijd en verdriet, vanwege de zwakheid van de geest?
Je kunt in zo'n situatie inderdaad niet de hele dag vermanen. Jouw werk gaat door. Je zult het uit handen moeten geven. Maar hoe doe je dat? Moet je het uit de weg gaan? Moet je toch een goed woord van de Heere spreken? Samen zingen wellicht? Bidden? Of weggaan? Op deze vragen wil ik graag een volgende keer ingaan. Ik wil alvast wel dit zeggen (en dat mag ook ter bemoediging zijn voor mensen die met zoveel liefde om de patiënt heen staan): waar wij geen weg zien, is voor de Heere nochtans niets onmogelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2000
Daniel | 32 Pagina's