Gewoon eerlijk en collegiaal zijn
Reformatorische jongeren in de maatschappij
Het zal je maar overkomen. Je hebt op een reformatorische school een opleiding gedaan in de afdeling motorvoertuigentechniek van het vbo. Je had een bijbaantje bij een baas van de eigen kerkelijke gemeente. En vervolgens ga je werken als leerlingmonteur in een groot garagebedrijf met zo'n zestien andere monteurs van wie er niet één naar de kerk gaat.
Op de werkvloer
Voor het eerst van je leven ervaar je hoe geweldig groot de kloof is tussen het leven thuis (met de kerk en de school) en het leven op je werk. Zolang het over auto's gaat en het sleutelen daaraan gaat het best. Het zijn trouwens bijna allemaal leuke en gezellige collega's. En dat jij bidt en dankt bij het eten, daar zijn ze inmiddels aan gewend. Dat is het punt niet. Maar al gauw gaan de gesprekken ook over andere dingen dan alleen auto's. Al heel snel kom je erachter, dat een groot deel van de gesprekken gaat over uitgaan, vrouwen, seks soms, heel veel moppen over allochtonen, drinken, televisieprogramma's enzovoort. Eigenlijk weet je niet goed hoe je hier precies mee om moet gaan. Je voelt deksels goed aan, dat je op moet passen, dat je niet als een watje wordt versleten, of nog erger, dat je eruit ligt. Je moet het immers wel samen met deze makkers rooien. Maar ook voel je je toch niet altijd even lekker bij al die verhalen. Het staat zo ver van je thuissituatie af. Ik laat even iemand aan het woord.
Gewoon eerlijk en collegiaal zijn
"Heel vaak word ik gevraagd om zaterdagavond mee uit te gaan. Ik geef dan als antwoord dat ik voor de zondag thuis moet zijn. En dat accepteren ze wel. Een enkele keer doen ze er ook wel raar over, maar de meesten doen dat niet. Ze hebben ook vaak hele stoere verhalen over hun verhouding met meisjes, dat ze met ze naar bed gaan. En soms vragen ze ook aan mij of ik al met mijn meisje naar bed geweest ben. En als ik dan zeg, dat mijn meisje en ik dat niet doen, dan geloven ze me niet. "Dat zal wel" zeggen ze dan."
Ik vroeg vervolgens aan deze jongen of hij er niet uitlag in de groep in de garage. "Absoluut niet. Ik heb het er goed naar mijn zin en kan goed met de anderen opschieten. Waar we samen veel over kunnen praten, is auto's. Daar gaan we voor. Dat vinden we gewoon gaaf. Ik vond het natuurlijk in het begin best moeilijk, maar als je dan toch eerlijk bent, voel je je een stuk lekkerder. Ze weten, wat ze aan je hebben. Ik weet zeker, dat als ik geheimzinnig had gedaan, er niet voor uit gekomen was, en ze het naderhand gemerkt hadden, dat ik er dan uitgelegen zou hebben. Dan zouden ze je niet meer vertrouwen. Om gewoon als collega er bij te horen, is het veel belangrijker om je werk goed te doen en verder duidelijk, eerlijk en collegiaal te zijn. Gesprekken die wat dieper gaan, die komen gewoon niet voor, daar voelen ze helemaal niets voor."
Solidair zijn en toch eigenheid bewaren
Ik wil de ervaringen van deze jongen eens wat nauwkeuriger bekijken. Je merkt aan alles dat hij zijn weg zoekt tussen eigenheid bewaren en solidair zijn. Hij moet en wil gewoon als collega temidden van de andere collega's leven en werken. Dat betekent, dat hij van ze wil leren, dat hij zijn werk zo goed mogelijk wil doen, dat hij ze open benadert. Hij wil solidair zijn. En tegelijkertijd maakt hij duidelijk, als het nodig is, dat hij andere keuzes maakt dan veel van zijn collega's. Hij wil de eigenheid bewaren die hem van huis uit is meegegeven. En dat doet hij heel eenvoudig en duidelijk zonder diepgaande gesprekken.
Toen ik dieper met hem doorsprak, bleek mij nog een aantal dingen. Op de zaak is een personeelsvereniging die gezellige avondjes organiseert. En ook daarin heeft hij gekozen voor solidariteit waar dat mogelijk was en eigen keuzes waar dat nodig was. Samen karten is geen probleem en met elkaar het jaar afsluiten met een gezellige avond ook niet. Toen hij trouwens op één van die avonden zijn meisje meenam, bleek dat al die stoere jongens knap verlegen waren en sommigen zijn meisje zelfs aanspraken met mevrouw. Maar wel zorgt hij ervoor dat hij, als zo'n avond op zaterdag plaatsvindt, voor de zondag thuis is. Afwijkende keuzes worden veelal zonder meer geaccepteerd, waarbij wel een belangrijke voorwaarde geldt: zoek en benut de onderwerpen waarop je geen afwijkende keuzes hoeft te maken. Daarmee laat je in de praktijk van je leven zien, dat je je niet beter voelt dan je collega's, dat je ook een mens van vlees en bloed bent.
Leven in de universiteit of in een hbo-instelling
Het blijkt dat nogal wat jongeren die na het vwo en havo terecht komen in de universiteit of het hoger beroepsonderwijs weer hun eigen problemen hebben. Ik geef nu eerst een aantal opmerkingen van jongeren door naar aanleiding van vragen en stellingen die hen zijn voorgelegd tijdens een studiedag met docenten en studenten. Deze studiedag is een jaar geleden door het Wartburg College in samenwerking met enkele studenten en prof.dr. W.H. Velema georganiseerd.
Hoe 'koud' is het aan de universiteit?
• Het is er natuurlijk anders dan op de reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs. Je moet er nieuwe contacten leggen met mensen, die een andere levensvisie hebben.
• Op de universiteit gaat het er afstandelijker aan toe. Er studeren en werken bovendien mensen met andere denkbeelden. Dit alles kan kouder aanvoelen. Als voorbeeld kan ik de eerstejaars-introductieweek noemen: als je duidelijk maakt waarom je niet meedoet, kom je alleen te staan. Het is trouwens moeilijk over te brengen waarom je niet aan dit soort activiteiten meedoet.
• Aan onze faculteit is het niet 'koud'. Mijn studie (sociologie) is gericht op de maatschappij. Ik heb wel ervaren dat je als christen alleen staat, maar dat wist ik van tevoren.
• De relatie met medestudenten is goed, niet koud en afstandelijk. Op een reformatorische school wordt vaak de indruk gegeven, dat je als student na je examen de grote boze wereld ingaat, maar dat valt wel mee.
Hoe hebben jullie de overgang van het voortgezet naar het wetenschappelijk onderwijs ervaren?
• Ik studeer rechten en maak weinig confrontatie mee eigenlijk.
• Persoonlijk vond ik het bevrijdend om de dingen ook eens van een andere kant te bekijken. Het wordt je geleerd objectief tegen de dingen aan te kijken. In feite is niemand natuurlijk objectief: elke wetenschapper geeft een persoonlijke invulling aan zijn stellingname. Verder hoef ik mijn christelijke visie niet privé te houden, die kan ik kwijt in de opdrachten en dergelijke.
• Aan de universiteit heeft men overal kritiek op. Zo is de Bijbel voor velen niet meer dan bronnenboek. In het voortgezet onderwijs werd ons verteld: zo zegt de Bijbel of Calvijn het en daarom is het waar. Er werd minder gevraagd: wat betekent dat nu voor jou?
• Je wordt tijdens je studie kritischer, ook ten opzichte van je eigen waarden en normen. Overigens bepalen die nog steeds mijn houding. In de huidige omgeving moet ik die houding wel uitleggen.
• Je merkt bij je medestudenten niet de levenshouding: 'Wat vraagt God van mij?'. Zij leven voor dit moment en geven een heel andere invulling aan hun leven.
Wat heb je waardevol gevonden in je opleiding en wat zou het reformatorische onderwijs in moeten brengen in de huidige curricula?
• Kennis van de Bijbel is waardevol. Wel constateer ik een gebrek aan vaardigheden bij mezelf. We zouden zelf ook vragen kunnen stellen aan onze medestudenten en moeten ons niet te snel in de verdediging laten drukken. We zijn in feite te weinig actief hierin. We moeten het dan ook niet vervelend vinden om zelf vragen te krijgen.
• Ik vond het moeilijk om na m'n zesjarige opleiding de eigen positie te relativeren.
• De discussiethema's verschuiven: het gaat niet meer over verschillen tussen kerken. Dat heeft geen zin op de universiteit. Je gaat breder kijken.
Heb je contact met medestudenten?
• Ik heb niet het gevoel erbuiten gesloten te worden. Mijn advies is: wees open en ga normaal met je medestudenten om, dan volgt er snel acceptatie.
• Ik heb het laatste jaar meer contact. Er is meer gesprek. Vooral in het begin had ik het gevoel weinig met medestudenten te kunnen delen.
• Het is goed om niet alleen bij gelijkgezinden te gaan zitten. Dat werkt. Mijn advies is: waag de stap naar buiten.
Stelling: Wie alleen droogzwemt, verdrinkt als hij te water raakt.
• Een reformatorische school is nu eenmaal een beschermde omgeving. Je ontkomt niet aan het element droogzwemmen.
• Confrontatie kun je niet vooraf leren. Je staat in de universitaire wereld toch weer alleen. En verder: je wordt niet alleen gevormd door het onderwijs, ook door je baantje op zaterdag en het verenigingsleven.
Stelling: Getuigenis is belangrijk, participatie en solidariteit zijn belangrijker.
• Getuigen ligt in het verlengde van de laatste twee.
Moeilijke discussies
Het valt bij deze reacties op hoe realistisch jongeren hun ervaringen onder woorden brengen. In vergelijking met de vbo-jongere valt één wezenlijk verschil op: hier doen zich veel meer dan in de werkplaats diepgaande gesprekken voor, waarbij dan tevens een belangrijke botsing plaatsvindt. Onze jongeren hebben veelal geleerd bij discussies vroeg of laat te denken vanuit een bron (de Bijbel). Dat is waar ze op terugvallen als absolute waarheid. En juist dit gegeven blijkt in het gesprek met andersdenkenden totaal niet te werken. Deze manier van denken wordt vrijwel meteen onderuit gehaald met opmerkingen in de zin van: jij gebruikt de Bijbel als bron, maar daar kan ik niets mee. De Bijbel is voor mij een bundel verhalen, net zoals de Koran en vele andere klassieke werken een bundel verhalen zijn, waarin mensen hun eigen beleving vertellen over het leven, het ontstaan en het doel daarvan. Maar dat beleeft ieder op zijn eigen manier en je kunt van iedereen wel wat leren. En dan is zo'n reactie nog redelijk vriendelijk. Er zijn ook andere reacties: geloof jij die verhalen nog? Wetenschappelijk gezien is toch al lang bewezen, dat die verhalen gewoon niet kloppen. Het is allemaal apekool. En dan sta je daar. Hoe kun je dan eigenheid bewaren en solidair zijn? Ik citeer een student die enigszins door dit proces heen is gegaan:
"Je moet je geloof met redelijke argumenten kunnen verdedigen. Als de Bijbel als referentiekader wegvalt, dan heb je alleen de logische redenering nog die iemand kan overtuigen van de consistentie (de logische samenhang, W.B.) van jouw denkbeelden." Het gaat daarbij om gesprekken die aan de ander laten zien, dat het christelijk geloof een mooi en goed doordacht stelsel is, waarvan het op z'n minst de moeite waard is om daarvan kennis te nemen. Deze manier van gesprek voeren vraagt om doordenking van de belangrijkste vragen die door andersdenkenden aan ons gesteld worden. Ik wil er hier enkele noemen: • de oorsprong van het kwaad; • de Godsregering; • het wonder; • de autonomie van de mens, waarbij het gaat om de stelling dat wie de autonomie van de mens afwijst, daarmee de verantwoordelijkheid van de mens opheft.
Toch is met deze dingen het belangrijkste nog niet gezegd. Zowel voor iemand op de werkplaats als voor iemand in de universitaire wereld zijn er wel zaken te bedenken waarmee ze geholpen worden om zo'n beetje overeind te blijven met meer of minder succes. En we moeten nadenken over deze aspecten van vorming. Dat is nodig en onder Gods zegen kan dat bijdragen aan de goede houding bij het staan in onze samenleving.
'Ik had de Heere liefgekregen'
Ik had een keer een gesprek met een catechisant over deze dingen. Ze vertelde dat ze een gesprek had met een collegaatje tijdens haar bijbaantje. Het ging over de liefde van God. Dat collegaatje zei tegen haar: "Maar als God er dan is en als Hij dan ook nog liefde is, waarom gebeuren er dan zoveel verschrikkelijke dingen? Hij kan toch alles volgens jou?" Deze catechisante was uitvoerig op deze vraag ingegaan, waarbij ze liet zien dat niet God maar wij verantwoordelijk zijn voor het kwaad in deze wereld. En dat er bij God in Christus Jezus nu het enige echte antwoord was op het kwaad, dat wij in deze wereld hebben gebracht. Maar ze voelde zelf wel, dat ze daarmee toch niet alles had gezegd. En toen kwam het eruit bij haar: "Ik heb haar toen gezegd, dat ik ook veel niet begreep. Maar dat ik de Heere God had liefgekregen en Hem daarom vertrouwde, zelfs als ik Hem niet begreep". Dit meisje, daartoe gedrongen door de ander die als het ware verantwoording van haar vroeg, gaf haar diepste gevoelens prijs. En wat is dat een geweldige zegen als dit je diepste gevoelens zijn. Bij alle nadenken over toerusting en vorming, over hoe te staan in deze wereld, blijft dit de kern. Hebben we Hem al lief gekregen? Dan krijgt ons leven iets sierlijks, dat respect afdwingt. Dan krijgen eigenheid bewaren en solidair zijn hun wezenlijke betekenis en inhoud.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 2000
Daniel | 32 Pagina's