Geen heil - wel heil!
Meditatie
Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela. Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela. Psalm 3: 3 en 9
David mag uit de diepte opkomen. De Heere doodt en maakt levend, de Heere doet ter helle neerdalen en daaruit weer opkomen. Hij zendt de Wet door de Heilige Geest in het geweten om de dood in de ziel voort te brengen en Hij zendt het Evangelie door de Heilige Geest in de ziel om daar het leven te voorschijn te brengen.
Hij zendt moeitevolle omstandigheden en veel beproevingen in het leven van Zijn volk, opdat zij van alle kracht en wijsheid en hulp van de mens afgebracht zouden worden en door de Geest geleid worden tot Hem, in Wie al de volheid van God woont naar Zijn welbehagen.
Strijd en twijfelingen, aanvechtingen en benauwdheden dienen om Gods kinderen uit alle ijdele schuilplaatsen te verdrijven en hen te werpen op de Rots der eeuwen, Jezus Christus. Echter, deze lessen zijn uitermate pijnlijk.
Koning David, de man naar Gods hart, moet vluchten. Zijn tegenpartijders zijn vermenigvuldigd, roept hij uit. Velen staan tegen hem op. David is van zijn troon verjaagd. Een paleisrevolutie. Het ergste is daarbij, dat dit geschiedt onder leiding van zijn zoon Absalom. Dat moest toch door zijn ziel heen snijden. En als David dan vlucht is er nog een Simeï die hem vloekt. Ach, er is sprake van een totale ontreddering bij David. Zijn tegenpartijders zeggen: zie je wel, David heeft geen heil bij God. Anders hoefde hij toch niet te vluchten. Dan zou de Heere het toch niet zo ver in het leven van Zijn kind laten komen. En velen van zijn trouwe aanhangers raken ook in twijfel. En in zijn eigen hart woedt de strijd. De afgrond roept tot de afgrond; golven en baren gaan over hem heen. Met een doodsteek in zijn beenderen honen hem zijn wederpartijders, daar zij de ganse dag tot hem zeggen: Waar is nu uw God? Velen zeggen van mijn ziel: hij heeft geen heil bij God. Sela: dat is let daar op; neem hiervan kennis met een aandachtig hart.
Geen heil! Ken je die strijd? Duizend zorgen, duizend doden kwellen mijn angstvallig hart! Alles loopt tegen. De beloften worden niet vervuld. De hoop schijnt beschaamd te zullen worden. De barmhartigheden des Heeren schijnen door gramschap afgesneden te zijn. Je hebt je bedrogen; er is geen waar werk der genade in je ziel. De hemel blijft gesloten. Geen heil. De benauwdheden des harten hebben zich wijd uitgestrekt. O, Heere, voer mij uit mijn noden.
David mag buigen onder God. Mijn zonden maken mij het voorwerp van Uw toorn, reeds van het uur van mijn ontvangenis af!
Zullen wij Simeï doden, koning, vragen zijn knechten? Nee, zegt David, laat hem, misschien heeft God gezegd, vloek David.
En dan nog een groter wonder.
De Heere laat hem niet eindeloos in het verdriet. Hij zoekt David op in eeuwige liefde en trouw. David heeft mogen pleiten op Gods verlossingen in het verleden in zijn leven en nu komt de Heere over om hem te betuigen, dat Hij de onveranderlijke Verbondsjehova is. Hij versterkt David met kracht in zijn ziel en David mag uitroepen: het heil is des HEEREN. Toch heil. Sela; let daar op!
Wel heil voor al dat arme en ellendige volk, dat het leven in eigen hand niet meer houden kan.
Heil door de beloofde Messias, Zijn gehoorzaamheid en offer, Zijn leven en voorbede.
Het heil is des HEEREN.
Ik zal niet sterven maar leven, en de daden des Heeren vertellen. Des HEEREN.
Het heil is niet door enige wijsheid, kracht of inspanning van de mens. Maar zij is des HEEREN. Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hier slechts verwondering: niet ons o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uw goedertierenheid, om uw waarheid wil. Gij hebt het gedaan!
Het heil is des HEEREN. Nog altijd.
Hoor dat, "gij verdrukte, door onweder voortgedrevene en ongetrooste". Alles roept je toe: bij mij is het niet.
Maar de HEERE roept je toe: bij Mij is het wél. Het heil en de zaligheid is des HEEREN.
Daar is de verkiezende liefde van de Vader. Daar is de kopende liefde van de Zoon. Daar is de trekkende liefde van de Heilige Geest. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
O, een zoet getuigenis daarvan in onze ziel geeft vrede, bevrijding en zaligheid. Dat geeft haar vrijmoedigheid om uit te roepen: het heil is des HEEREN. Het verbreekt haar banden; het doet haar smelten onder de Heere en het doet haar uitroepen of zeer zacht in de ziel zeggen: het heil is des HEEREN, ook voor mij. Jezus is ook mij dierbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 2000
Daniel | 32 Pagina's