JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Uw goedheid HEER', is hemelhoog...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uw goedheid HEER', is hemelhoog...

Ds. A. Vermeij over het achtste gebod

13 minuten leestijd

"Wanneer het gaat over het achtste gebod, kunnen we natuurlijk over allerlei negatieve dingen met elkaar spreken. Toch wil ik liever positief beginnen. We lezen in Psalm 36: 2: 'Uw goedheid HEER', is hemelhoog, Uw waarheid tot de wolkenboog; Uw recht is als Gods bergen.' Is dat geen wonder? We mogen wel opmerken dat God aan mensenkinderen, die door de zonde nergens recht op hebben, nog zoveel goede dingen geeft! Een plaats om te wonen, eigendom om te beheren en er gebruik van te maken. Daarin komt Gods goedheid voor gevallen mensen openbaar!"

'Gij zult niet stelen'. Iedere zondagmorgen klinkt het ons tegen vanuit Gods heilige wet. In de serie over de Tien Geboden is nu dit gebod aan de orde. Zondag 42 van de Catechismus behandelt het achtste gebod. Stelen, vals gewicht, woeker, gierigheid, verkwisting van Gods gaven, trouwelijk arbeiden... Over deze dingen hadden we een gesprek met ds. A. Vermeij uit Zwijndrecht. De dominee kent het zakenleven van dichtbij. Voordat hij evangelist in Emmen werd, was hij handelaar in AGF (aardappelen, groente en fruit). Sinds september 1994 is hij predikant van de Gereformeerde Gemeente in Zwijndrecht.

 

Het gaat in het achtste gebod over ons eigendom. God is de grote Eigenaar van alles. Wij zijn rentmeesters. Wat betekent het Bijbelse begrip 'rentmeester*? Hoe moeten we rentmeester zijn?

Op verschillende plaatsen in Gods Woord komen we het woord 'rentmeester' tegen. In Mattheüs 20 lezen we de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard. De rentmeester betaalt in opdracht van zijn heer het loon uit. Hieruit blijkt dat de rentmeester iemand is die andermans goederen beheert. De Heere gaf aan Adam en Eva de opdracht om de aarde te bebouwen en te bewaren. Daarbij stond de eer van God bovenaan. Nu geeft God, de Eigenaar van hemel en aarde, aan zondige mensen bezit om het te gebruiken. Daarvan krijgt de één meer dan de ander. We zien dit in het leven van Job en Abraham. In het Nieuwe Testament lezen we van een weduwe die maar enkele penningen bezat. Hieruit blijkt dat er rijken en armen zijn.

Het is een voorrecht als we ons bezit - of het nu veel of weinig is - mogen besteden tot eer van God en tot heil van onze naaste. Dit kunnen we ten diepste alleen wanneer wij in Christus zijn en uit Hem bediend worden. Buiten Hem kunnen wij Gods eer niet bedoelen.

 

In het antwoord van de Catechismus worden oude woorden gebruikt: 'vals gewicht, el, maat, waar, munt, woeker.' Hebben ze nu nóg betekenis? Hoe maakt u ze in de preek actueel?

In onze tijd is er gelukkig steeds meer aan banden gelegd door de Warenwet. Aan de buitenkant van een blik of pot moet immers staan wat erin zit. Maar er zijn nog genoeg artikelen, waarbij men iemand minder geven kan dan hem toekomt. Deze oude woorden dienen om het principe aan te duiden wat er allemaal onder stelen wordt gerekend. Neem het begrip woeker. In Deuteronomium 23: 19 wordt dat verboden. Het verband van die tekst leert ons dat je geen misbruik mag maken van de nood waarin je naaste verkeert om er zelf beter van te worden: Je leent hem bijvoorbeeld geld en vraagt daarvoor teveel rente. Zo probeer ik deze woorden met voorbeelden uit het dagelijks leven actueel te maken. Soms leg ik in de preek meer de nadruk op wat God verbiedt, een andere keer meer op wat God geeft.

 

Er kan ook sprake zijn van gierigheid, van misbruik en verkwisting van Gods gaven. Wilt u concreet naar jongeren toe aangeven hoe we ons schuldig maken aan deze zaken?

Geldgierigheid is een onverzadigbare begeerte naar geld en goed. In het leven van kerkmensen is er even goed een jagen naar het genot van aardse goederen. Er is een verschuiving in ons inkomen gekomen. Consumptiegoederen zijn voor iedereen bereikbaar. Daarbij heeft de reclame grote invloed. Ook onder jongeren zie je dat ze al heel jong wennen om 'boven de begroting' te leven. Het is niet meer eerst sparen en dan uitgeven, maar vaak omgekeerd. Er worden allerlei zaken aangeschaft - dure kleding, een stereotoren, een scooter, een auto - en later pas betaald.

Misbruik en verkwisting van Gods gaven... Het komt steeds meer voor dat men drie keer per jaar op vakantie gaat: 's zomers, in het najaar en dan ook nog een keer op wintersport. Er zijn onder ons jongeren die soms bedragen van wel vijfduizend gulden per jaar aan vakantie besteden! Zet daar het collectegeld voor de kerk en goede doelen eens tegenover. Is dat geen schrille tegenstelling? Ga je dan goed om met het besteden van materiële gaven tot eer van de Heere? En denken ouders hierin met hun kinderen mee? Of geven wij zelf het verkeerde voorbeeld?

 

Tijd stelen. Hoe gebeurt dat? Hoe moeten we onze tijd besteden?

Tijd stelen kan voorkomen op school. Dat doe je wanneer je je taken verzuimt en de opdrachten voor je huiswerk niet uitvoert. Je misbruikt zo de talenten die de Heere je gegeven heeft. Stelen gebeurt ook wanneer je op je werk je tijd verkletst.

We hebben - vergeleken met vroeger - heel veel vrije tijd. Let wel: dit is genadetijd! Hoe besteden we die genadetijd? Gaan we misschien mee in de trend van de lichaamscultuur? Denk aan de sport, waar men heel veel geld en tijd aan besteedt. Lezen we nog wel in onze vrije tijd? Hoe zit het met de kerkdiensten in de week? Als we de weekdiensten van twintig jaar geleden vergelijken met nu, zie je dat de belangstelling afneemt. Hebben we het zo druk gekregen dat we geen tijd meer hebben om te denken aan ons zielenheil?

Als de Heere in het leven van een mens komt, wordt het anders. Het gaat dan niet meer in de eerste plaats over materiële zaken, hoewel die zeker niet onbelangrijk zijn. 'k Denk terug aan de tijd toen ik 21 jaar was. Samen met twee broers hadden we een eigen bedrijf. Daar stopten we veel uren in. Maar toen de Heere mij stilzette, veranderde m'n hele leven. Ook de tijdsbesteding! Wat gebeurt er dan? De droefheid naar God vervult je hart. Er komt een verlangen naar Hem. Je hart gaat uit naar Zijn huis, omdat de Heere daar spreken wil tot je ziel. Dan maak je ook tijd vrij om Gods Woord en andere geschriften te onderzoeken. Ik hoop van harte dat jullie de genadetijd zo mogen doorbrengen!

 

Hoe kun je het nut van je naaste bevorderen?

Op verschillende manieren. In het zakenleven mag van een christen gevraagd worden dat hij eerlijk zaken doet en een ander zijn winst gunt. Je kunt, naast geldelijke steun, ook je talenten tot nut van anderen aanwenden. De één heeft de gave van een luisterend oor; een ander kan hand- en spandiensten verrichten. Bovenal is het gebed voor onze naaste belangrijk. Ook als we hen zien afglijden. Laten we hierin oog voor elkaar hebben!

 

'Daarenboven dat ik trouwelijk arbeide...'. Hier wordt in de catechismusvraag iets gezegd over arbeid. Is arbeid (altijd) een zegen? Hoe moeten we werkloosheid en arbeidsongeschiktheid in dit verband zien?

Arbeiden in ons goddelijk beroep is een zegen. Wanneer wij werken op een plaats waarvan we weten dat het indruist tegen de wil van God, is het geen zegen. Het komt voor dat jongeren die wat willen bijverdienen 's zaterdagsavonds in een horecagelegenheid werken. Dat mag de vreugde van ons hart niet hebben! Arbeid is ook geen zegen meer als we zóveel werken dat we daar helemaal in opgaan. Werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn gevolgen van onze zondeval. Beide zaken zijn pijnlijk. We moeten ze niet onderschatten. Toch hoeven we ons dan niet nutteloos te voelen. Soms kunnen we ons nog verdienstelijk maken in het vrijwilligerswerk, 't Grootste wonder is, als de Heere het kruis in ons leven gebruikt als een Vaderlijke kastijding tot ons nut. Dat het mag meewerken ten goede en ons leert dat wij rechteloze mensenkinderen zijn. Dan brengt het kruis ons ook aan de voeten van de Heere om van Hem hulp en bijstand te vragen.

 

Arbeid een zegen. Ervaart u dat ook zo?

Ja, ik ervaar het zeker als een zegen, zowel in mijn vroegere beroep als nu in het ambt. Al die jaren heb ik met veel genoegen mijn werk mogen doen. Wat is er - ondanks de zorgen die het ambt met zich meebrengt - mooier werk dan te mogen dienen in Gods wijngaard? Kun je het van jezelf? Nee, nooit! Maar toch ligt er hier van binnen iets van de dichter van Psalm 108: 'Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid!' Daarin ligt een volkomen overgave van het hart aan de Heere.

'k Hoop dat de Heere geeft dat er onder onze jongeren velen zijn die liefde tot Gods dienst en inzettingen mogen krijgen. Om - kon het zijn - ook in Zijn wijngaard te mogen dienen. Jongens, daar mag je om vragen! Vraag in de eerste plaats: 'Heere, wilt U mij bekeren, zoals U al Uw kinderen bekeert?' en ook: 'Zou ik gebruikt mogen worden als een ambtsdrager in Uw kerk?'

 

Arbeiden heeft te maken met ons beroep. Hoe kies je een beroep? Hoe kom ik erachter wat Gods wil en weg daarin is?

Het begint heel vroeg, eigenlijk al bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Veel ouders streven naar het hoogste voor hun kinderen. Sluit dit echter wel aan bij de aanleg en de gaven die God het kind gegeven heeft? Waar liggen zijn of haar interesses? Laten we hierin een kind niet overvragen! Natuurlijk moeten de gekregen talenten worden benut. Maar stuur het kind geen kant op waar het niet thuis hoort. Arbeidsverdriet is vaak het gevolg van een verkeerde school- en beroepskeuze in het verleden.

Jongelui, als je vóór de keuze van een beroep staat, kijk dan niet allereerst naar de materiële kant. De belangrijkste vraag moet niet zijn: 'Hoeveel verdien ik?', maar: 'Heere, wat wilt U, dat ik doen zal?'. En denk - wanneer je er gaven voor hebt gekregen - ook eens aan een baan in het onderwijs. Hoe belangrijk is het om in biddend opzien onze beroepskeuze te maken. Eliëzer bad bij de waterput. Vervolgens was hij opmerkzaam of de Heere zijn weg voorspoedig maakte. De Heere spreekt vaak door Zijn daden. Hij kan deuren openen, maar ook toesluiten.

 

'...opdat ik de nooddruftige helpen moge...' .Wie zijn die nooddruftigen? Zijn er nog wel armen in onze tijd?

Nooddruftigen zijn mensen die in natuurlijk opzicht de allernoodzakelijkste dingen moeten missen en zichzelf niet kunnen helpen. Alhoewel het economisch gezien goed gaat, komt ook nu (stille) armoede voor. Met name grote gezinnen met schoolgaande kinderen kennen dit probleem. De diaconie heeft de taak om met blijdschap te geven. We mogen dat ook persoonlijk doen. Deuteronomium 15 geeft aan hoe we daarin moeten handelen: 'Wanneer er onder u een arme zal zijn (...), zo zult gij uw hart niet verstijven, noch uw hand toesluiten voor uw broeder, die arm is; maar gij zult hem uw hand mildelijk opendoen...' Daar geeft de Heere Zijn zegen op!

 

Agurbad: Armoede of rijkdom geef mij niet, voed mij met het brood van het mij bescheiden deel' (Spreuken 30: 8). Wat betekent dit gebed? Kunnen we rijk zijn en de Heere vrezen?

Agur vraagt hier niet of hij een klein beetje mag krijgen. 'Het mij bescheiden deel' wijst op datgene wat de Heere hem in Zijn voorzienigheid toegedacht heeft. Zo moeten ook wij tevreden zijn met wat de Heere ons geeft. Agur kende daarbij zijn eigen zondige hart. Hij voelde dat hij niet te goed was om te stelen in zijn armoede of God te vergeten in zijn rijkdom. Rijk zijn en de Heere vrezen? Dat kan! We kennen de voorbeelden uit de Bijbel wel. Maar het komt ook nú, anno 2000, nog voor. Er zijn godvrezende mensen, die door de Heere gezegend zijn met veel goederen. Zij zien het als een voorrecht - zelfs een wonder - om anderen, die buiten hun schuld in grote financiële nood gekomen zijn, te helpen. Om op die manier goed te doen, is iets groots! Persoonlijk heb ik daar treffende dingen van gezien.

Helaas zijn er ook rijken, die arm zijn in de Heere. Dat zie je in de gelijkenis van de rijke dwaas. Zoek Lukas 12: 20 en 21 maar op. Let er eens op wat er staat in de toepassing van deze gelijkenis.

 

Wat betekent geestelijke diefstal?

In Johannes 10 lezen we van mensen die van elders inklimmen. Het zijn dieven en moordenaars. Dat heeft allereerst betrekking op de geestelijke leidslieden in die tijd. Maar de boodschap dat we in moeten gaan door de Deur, Christus, komt ook heel indringend op óns af! Alles wat we onszelf toeëigenen - en dus niet van God gekregen hebben - moeten we eens inleveren: een schijnbekering, waarin de zondekennis gemist wordt; het geloven in Christus zonder te weten waarvoor we Hem nodig hebben; het vertrouwen op je ernstige levenswandel buiten Christus' rijkdom. Aangrijpend! Dan waan je je rijk, maar je bent in werkelijkheid straatarm. Ook onder jongeren komt het voor. Vooral als zij onder verkeerde evangelische invloeden staan, in de trant van: 'De Heere heeft Zijn hand op jou gelegd. Jij moet nu kiezen voor Jezus'. Dan wordt er gewezen op wat je zélf nog moet doen. Wees ervoor beducht! Het is altijd de vraag of het door de Heere gegeven is.

 

In 1 Korinthe 6: 10 staat dat dieven het Koninkrijk Gods niet zullen beërven. Nu zijn er misschien jongeren of ouderen die ontdekt worden aan de boosheid van hun hart en hiermee aangevallen worden. Wat zou u tegen hen willen zeggen?

Wanneer zij aangevochten worden dat het voor hen niet meer kan, wil ik hen wijzen op 1 Johannes 1: 7b: 'En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde'. Ook van de zonde tegen het achtste gebod!

 

De Heere Jezus roept op: 'Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot, noch roest verderft, en waar dieven niet doorgraven noch stelen' (Mattheüs 6: 20). Wat zijn hemelse schatten? Hoe moeten we ze vergaderen?

Hemelse schatten zijn hemels. Die stijgen boven alles van de aarde uit. De hemelse schat is ten diepste de gemeenschap met God. Zijn gunst, Zijn genade en Zijn tegenwoordigheid. Dat ligt nu alles in Christus. Door Zijn werk kan de hemel geopend worden voor een zondig mens. Alleen door Christus kan iets van de hemelse zaligheid in het hart worden ontvangen. En wie deze hemelse Schat heeft leren kennen, verlangt om meer van Hem te mogen weten en te ontvangen! Gods kinderen hebben Hem nodig als Profeet om hen te onderwijzen, als Priester tot verzoening, als Koning om door Hem geregeerd te worden. De Heere Jezus wil ons aansporen om in plaats van de aardse de hemelse schatten te zoeken. Dat betekent niet dat we dat in onze eigen kracht zouden kunnen. Hier komt eigenlijk in een andere vorm de opwekking tot ons: 'Bekeert u, want waarom zoudt gij sterven?'. De Heere wijst ons de weg om de genademiddelen in ootmoed en afhankelijkheid van Zijn zegen te gebruiken. En dan heeft de Heere beloofd: 'Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden' (Mattheüs 7: 7). Als we ons diploma willen halen, spannen we al onze krachten in om dat doel te bereiken. En al kunnen we onze zaligheid nooit zelf bewerken, dat betekent nog niet dat we lijdelijk mogen zijn.

 

Kunt u tot slot iets zeggen over het vinden van de ware schat?

Als die hemelse schat ons voor het eerst wordt geopenbaard, vallen alle aardse dingen in het niet. Dat wens ik jullie allemaal van harte toe! Ezau had veel, maar Jakob kon zeggen: 'Ik heb alles'. En in Spreuken 8: 35 zegt de Heere het Zelf: 'Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.'

 

S. Maljaars

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 2000

Daniel | 32 Pagina's

Uw goedheid HEER', is hemelhoog...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 2000

Daniel | 32 Pagina's