Op jacht naar geld en genot
Overwegingen bij je carrièreplanning
Wij leven in een tijd van welvaart zoals die er nooit eerder was. Vrijwel iedereen profiteert daar ook in meerdere of mindere mate van. Zo blijken jongeren tussen de vijftien en negentien jaar op dit moment gemiddeld drieduizend gulden per jaar te verdienen met hun bijbaan. Twee jaar geleden was dat nog maar achttienhonderd gulden per jaar.
Waar veel geld verdiend wordt, wordt ook veel geld uitgegeven. Veel van dit extra geld wordt gebruikt om het leven te veraangenamen. Aan eten en drinken geven we steeds meer uit. De huizen die we bewonen worden al maar groter en luxer. Kapitalen besteden we aan de vakanties die we, steeds vaker meerdere keren per jaar, nodig schijnen te hebben. We investeren elk jaar forse bedragen in onze auto's, meubels en allerhande elektronische apparatuur.
Wij doen ook mee
De toename van de welvaart is de gereformeerde gezindte niet voorbij gegaan. Hoogstens is het consumptiepatroon wat anders: we besteden wat minder aan kortdurend genot als uitgaan en vakantie, maar meer aan zaken waar we langere tijd plezier van hebben, zoals huizen, kleding en de woninginrichting.
De toename van de welvaart en de behoefte om daarvan zoveel mogelijk te profiteren heeft ook met zich meegebracht dat jongeren en ouderen veel meer aandacht hebben gekregen voor hun beroepscarrière. Het woord carrière betekent letterlijk loopbaan, de verschillende soorten werk die iemand gedurende zijn leven verricht. In de praktijk echter heeft het woord carrière een andere lading gekregen. Tegenwoordig verstaan we er vooral onder hoe iemand steeds een stapje hogerop is gekomen. Iemand die carrière gemaakt heeft, is dan iemand die er in de loop van de tijd in geslaagd is om zijn positie steeds verder te verbeteren. Een hogere positie brengt altijd een beter salaris met zich mee en dus meer mogelijkheden om te genieten van de dingen van dit leven. Zo bezien hebben dus carrière, geld en genot een direct verband met elkaar.
'Dit is dé carrièrestart van je leven'. Jongeren wordt voortdurend onder de aandacht gebracht om bij hun beroepskeuze vooral rekening te houden met hun toekomstige carrière. Kies een zo hoog mogelijke opleiding: de afgelopen vijftien jaar is het percentage leerlingen dat kiest voor een havo- of vwo-opleiding gestegen van 25 tot 35. Het aantal studenten aan de universiteiten en de hogescholen is sterk gegroeid. Kies exact: daarmee kun je de beste uitgangspositie verwerven op de arbeidsmarkt. Advertenties die zich richten op hoger opgeleiden in een blad als Intermediair refereren in sterke mate aan de noodzaak om aan een goed beloonde carrière te bouwen: 'Dit is dé carrièrestart van je leven' of, als Nederland te klein voor je wordt: 'Freedom to take your career to a higher level'.
In zo'n maatschappij doen jullie als kerkelijke jongens en meisjes je intrede. En of je het je bewust bent of niet, het heeft ook zeker een bepaalde invloed op jouw denken over deze zaken. Hoe gemakkelijk ga je immers niet mee in de jacht naar het goed van deze wereld. Daar staat iedereen toch voor open?
Misschien zeg je: er is toch niets op tegen om een goed salaris te verdienen of een belangrijke post in het maatschappelijke leven in te nemen? In de Bijbel staan toch ook voorbeelden van godvrezende mensen die heel rijk waren of een belangrijke positie bekleedden?
Als je veel geld hebt, kun je daarmee toch ook veel goed doen voor een ander? En iemand die een belangrijke plaats in de maatschappij inneemt, kan daar toch ook een goede invloed uitoefenen?
De carrière van David
Wat zegt de Bijbel over de verhouding tussen het maken van carrière, veel geld verdienen, genieten van het leven en de dienst van de Heere?
We kijken eerst naar de 'carrière' van David. Zijn loopbaan begon onderaan de maatschappelijke ladder: zorgen voor de schapen van zijn vader. Maar de Heere heeft wat anders voor met David en daarom moet Samuël hem tot koning zalven. David lijkt dan een glanzende carrière tegemoet te gaan: van herdersjongen tot koning over Israël, kan het mooier?
Als we echter de geschiedenissen van David vanaf zijn zalving in 1 Samuël 16 tot zijn koningschap in 2 Samuël 5 aandachtig nalezen, ontstaat er een heel ander beeld van zijn loopbaan dan dat we zouden verwachten. We lezen helemaal niet dat David na zijn zalving druk aan het werk gaat om zijn koningschap te verwerven. Nee, hij zet gewoon zijn herderswerk voort, ook weer nadat hij enige tijd als harpspeler en wapendrager aan het hof van koning Saul verkeerd heeft. Als later al duidelijker wordt dat de Heere Saul verlaten heeft en het volk steeds meer sympathie voor David krijgt, maakt hij daarvan geen misbruik. David blijft zich bescheiden, onopvallend en voorzichtig gedragen. En als de Bijbel dat vermeldt, wordt juist daaraan toegevoegd: 'en de HEERE was met hem' (1 Samuël 18: 14). Hij is beschroomd om de schoonzoon van Saul te worden. Nog weer later vlucht hij liever, met alle ontberingen van dien, dan dat hij in het geweer treedt tegen de agressieve koning Saul. En zelfs als tenslotte Saul gesneuveld is, gaat David er nog niet op uit om het beloofde koningschap op te eisen. Dan heeft hij eerst de Heere nodig om te weten te komen wat hij nu verder moet doen. Als de Heere hem dan Hebron aanwijst als de plaats waar hij zich moet vestigen, maakt hij niet zichzelf koning, maar doen de mannen van Hebron dat. Zeven jaar heeft hij vervolgens nog geduld en wacht hij tot de Heere hem als koning in Jeruzalem brengt.
Geen carrièrejacht
Vergelijk deze geschiedenis eens met de huidige carrièrejacht van velen. De verschillen springen dan wel heel duidelijk in het oog. David bouwt niet zelf aan zijn carrière, maar de Heere leidt hem van stap tot stap tot de hoge plaats die Hij voor hem bestemd heeft.
Natuurlijk was dit een bijzondere situatie. David was zich heel goed bewust dat hij deze taak in eigen kracht niet zou kunnen volbrengen. De eerbied die David had voor de door God gezalfde koning Saul speelde zeker een rol.
Bovendien zijn in het leven van David duidelijk Messiaanse lijnen aan te wijzen. Toch mogen we daarmee de zaak niet afdoen. Op veel andere Bijbelplaatsen vinden we immers dezelfde gedachten hierover. Denk bijvoorbeeld maar aan de gelijkenis van de bruiloft in Lukas 14. Die gelijkenis leert ons hoe gevaarlijk het is om de belangrijkste plaats in te willen nemen. Dan is het maar beter om tevreden te zijn met een eenvoudige plaats achteraan. Zulke mensen kan de Heere immers gebruiken in Zijn dienst. Zij worden door Hem verhoogd, terwijl degenen die zichzelf verhogen vernederd zullen worden.
Ze zochten geen wereldse omgeving
Jozef, Mozes en Daniël worden altijd genoemd als voorbeelden van mensen die zelfs in een heidense omgeving een hoge post kregen, daarin staande bleven en zelfs bijzonder gezegend zijn. Het zijn voorbeelden hoe jonge mensen door hun verantwoordelijke positie in staat waren om allerlei kwaad te weren en het goede voor Gods volk te bevorderen. Laat het ons echter opvallen dat deze drie mannen geen van drieën vrijwillig de heidense omgeving en de hoge post hebben gezocht. Alle drie werden daar juist buiten hun eigen wil om geplaatst, met een heel bijzondere bedoeling. Zegt Jozef later zelf niet dat hij onderkoning van Egypte moest worden om zo de familie in het leven te kunnen houden? Moet het ons ook niet opvallen dat deze drie mannen mensen waren die deel hadden aan de genade van God? Zullen ze juist daardoor niet staande gebleven zijn, juist als de omstandigheden soms zo heel moeilijk werden? Van het leven van Jozef, Mozes en Daniël is ook voor deze tijd veel te leren, maar laten we deze geschiedenissen wel laten staan in het verband waarin ze in de Bijbel voorkomen. Te veel jongens en meisjes zijn al met een beroep op deze Bijbelheiligen de wereld ingegaan. Helaas echter soms daarin ook ten onder gegaan, omdat ze daar niet door de Heere gebracht werden, maar het slechts hun eigen weg was.
Hoe ga je met rijkdom om?
Bezien we wat de Bijbel zegt over het hebben van veel geld en bezittingen, dan blijkt dat er in sommige gevallen daarbij zeker sprake is van een goddelijke zegen. We zien dat bij de rijkdom van Abraham, Job, Salomo of Jozef van Arimathéa.
Toch zijn ook dit eerder bijzondere situaties dan dat dit regel is. Veel vaker zien we ontsporingen ten gevolge van het vele bezit. Zijn mensen als Nabal, Gehazi of Ananias en Saffira geen bakens in zee? Niet het bezit als zodanig, maar de manier waarop de zondige mens er mee om gaat is het probleem. Was het altijd maar waar dat rijke mensen hun bezit gebruiken om anderen daarvan te helpen. Hoe waarschuwt ook de Heere Jezus niet tegen de zucht naar geld en goed. En waarom? Juist omdat het goed van deze wereld zo vaak een verhindering blijkt te zijn bij het zoeken van het Koninkrijk der hemelen. En tegelijkertijd de levende God dienen én de geldgod, de Mammon, is onmogelijk. Laat de gelijkenis van de rijke dwaas ons maar steeds tot waarschuwing zijn.
Kenmerken van een christenleven
Een christenleven wordt in de Bijbel getypeerd door andere begrippen dan rijkdom of carrière. Ik noem er in dit verband enkele.
De ootmoed, waarvan veelvuldig sprake is in het Nieuwe Testament, heeft betrekking op alle levensterreinen. Als we in ootmoedigheid willen wandelen, dan hebben we niet veel ambities om van alles en nog wat te bereiken. Iemand die besef heeft van zijn eigen kleinheid en zondigheid, zal niet met zijn ellebogen lopen duwen om ten koste van anderen hogerop te komen. Voor zo iemand kan het wel eens een wonder zijn dat hij of zij van de Heere nog een taak, groot of klein, te doen krijgt.
Matigheid is ook zo'n kenmerk van een waar christelijk leven. Paulus noemt de matigheid in zijn brief aan Titus samen met de rechtvaardigheid en de godzaligheid als levenshouding in deze tegenwoordige wereld. We moeten matig zijn in het verwerven en het gebruik van ons bezit, we hoeven niet het mooiste en het beste te hebben. Agur bad om het brood zijns bescheiden deels. Hij hoefde geen rijkdom, want hij was bang dat hij dan de Heere niet meer nodig zou hebben.
Daarmee kom ik tenslotte bij de afhankelijkheid. De Heere geeft ons het leven en leidt dat van dag tot dag. Maar wat is daarvan nu merkbaar in de praktijk van jouw en mijn leven? Mag je, zoals in zondag 10 van de Catechismus, ervan weten dat alle dingen je van Zijn Vaderlijke hand toekomen? Als dat door genade zo mag zijn, zul je zelf niet meer zo druk zijn om je toekomst 'veilig' te stellen.
Hoe bouw je aan je carrière?
De mogelijkheden om een goede carrière te maken of veel geld te verdienen zijn voor de een wat groter dan voor de ander. Maar ook als je geen hogere opleiding gedaan hebt of als je niet veel geld hebt, iedereen komt te staan voor keuzen op dit terrein. Let je bij de keuze van je vrienden of vriendinnen op hun opleiding of op het geld dat ze te besteden hebben? Verander je van baas alleen omdat je ergens anders wat meer kunt verdienen? Wil je graag hogerop komen bij het bedrijf waar je werkt? Blijf je misschien een tijdlang bewust vrijgezel omdat je denkt dat de binding aan een jongen of meisje je zal hinderen in de opbouw van je carrière? En als je - als meisje - tot een huwelijk komt, blijf je dan nog volop werken of is er dan direct een eerlijke ruimte voor een eventueel kind? En als je - als jongen - tot een huwelijk komt, blijf je dan veel overwerken, cursussen volgen en vergaderingen bezoeken of neem je dan ook je deel van de zorg voor het gezin op je? Als het trio ootmoed - matigheid - afhankelijkheid je leidsman is, zul je in sommige situaties beslist tot een andere keuze komen dan wanneer je je laat leiden door het trio carrière - geld - genot.
Je hebt het ongetwijfeld al begrepen: om op te kunnen roeien tegen de stroom van deze door genotzucht gekenmerkte tijd heb je de vruchten van het nieuwe leven nodig. Ja, je hebt het nodig dat de Heere je dat nieuwe leven zelf schenkt. Zul je dan niet veel gelukkiger zijn dan je ooit kunt worden door een glanzende carrière? Het is nog bij de Heere te vinden.
Een onderbroken carrière
Hoe belangrijk voor sommige mensen het maken van een goede carrière is en hoe dat alle facetten van het leven doortrekt, kan geïllustreerd worden met een aantal fragmenten uit een column die medewerkster Suzanne Rethans onlangs in het blad Starters schreef.
'Ik was net zelfstandig geworden als journalist en de opdrachten stroomden binnen. Het geld evenredig. Dus daar zat ik in mijn appartementje aan de Keizersgracht, wijntje in de hand, uit het raam starend. En ik dacht: het leven is goed, Erg goed.'
Vervolgens beschrijft Suzanne dat ze inmiddels getrouwd is, ze een kind verwacht en daarom zit te piekeren hoe het nu verder moet met haar carrière. Ze wil haar kind maar een paar dagen in de week naar een crèche brengen en verder wil ze het zelf opvoeden.
'Wat wel betekent dat ik minder zal kunnen werken. Dus: minder verdienen. Dus: vaker het handje ophouden. Gelukkig heb ik een rijke man. Dat klinkt een beetje cru, maar zo voel ik het wel.'
Suzanne vindt het vervelend dat haar carrière onderbroken wordt door de komst van haar kind, maar ze heeft daar een oplossing voor bedacht.
'Dit is niet tijdelijk, dit gaat jaren duren. Al die tijd stoomt hij door met zijn carrière en blijft die van mij stilstaan. Net als mijn inkomen. Wat als hij me verlaat? Waar sta ik dan in deze maatschappij? In ieder geval een paar stappen lager dan hij. Natuurlijk heb ik hier rekening mee gehouden toen we de huwelijkse voorwaarden vaststelden. Mocht het zover komen, dan krijg ik betaald voor mijn moederschap. Lijkt me niet meer dan logisch. En redelijk.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 2000
Daniel | 32 Pagina's