Elke leerling is een mens die er mag zijn
Het Sociaal Medisch Team op het Calvijn College
Rita heeft problemen op school. Ze gaat er steeds slechter uitzien. Cornelis heeft behoorlijk last van faalangst. Erika kampt met innerlijke problemen, waaraan ze niet altijd zelf weerstand kan bieden en de ouders van Jan gaan scheiden, waar hij het behoorlijk moeilijk mee heeft. In vroeger jaren trok de school zich van de bovengenoemde problemen weinig aan. Dit is nu anders. Bij een instelling als De Vluchtheuvel kunnen jongeren nu terecht met hun zorgen. In Zeeland is sinds 1995 één van de maatschappelijk werkers betrokken bij het Sociaal Medisch Team (SMT) dat op het Calvijn College van start ging.
Intro
Allereerst wens ik jullie, mede namens alle medewerkers van De Vluchtheuvel, van harte Gods zegen toe in dit nieuwe jaar. In deze katern kunnen jullie lezen over het Sociaal Medisch Team op het Calvijn College in Zeeland. Jij zit misschien niet op het Calvijn College, maar dat geeft niet. Deze katern is ook voor jou het lezen waard. Het gaat erover hoe jij, je vrienden of klasgenoten met problemen kunnen lopen. En hoe je daarmee om kunt gaan. En daar kunnen jullie allemaal wel over meepraten, in meer of mindere mate. Betreft het niet jezelf, dan kan het altijd nog je klasgenoot zijn, die naast je zit. Misschien mag deze katern een stimulans zijn om erover te praten. De Vluchtheuvel heeft aantrekkelijke uitgaven voor jong en oud te koop. Lees bladzijde vier van deze katern (zie PDF). Helpen jullie ook De Vluchtheuvel helpen??!!
J. Bloemendaal
De Vluchtheuvel ziet het als één van haar afgeleide taken om aan het SMT, speciaal gericht op jullie, mee te werken. Twintig jaar geleden is De Vluchtheuvel opgericht met als doel psychosociale hulpverlening te bieden, primair aan de leden (jongeren en volwassenen) van onze gemeenten. De praktijk is nu zo dat éénderde van de hulpvragers behoort tot een andere kerk. Bij ons werk hebben we een visie op de mens, en die geldt ook voor de jongere. We gaan uit van een op de Heilige Schrift gegrond mensbeeld, dat is voor de christelijke hulpverlening van wezenlijk belang.
Bij het werk van het SMT zien we onze jongeren ook als onze naasten en dan geldt ook voluit: "Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse Wet en de Profeten" (Mattheüs 22: 37-40). Dus christelijke zorg ook voor onze jeugdige naaste heeft derhalve haar uitgangspunt in de ware dienst des Heeren en wordt onder meer zichtbaar in het onbaatzuchtig verlenen van hulp aan allen en niet in het minst aan jongeren. Vanuit deze achtergronden mag De Vluchtheuvel sinds 1995 meewerken in het SMT.
Bij jullie zal inmiddels de vraag opkomen: hoe gaat het nu alles in z'n werk? In kaders bij dit verhaal is de problematiek van Rika, Cornelis, Erika en Jan verder uitgewerkt. Wat het SMT kan doen, zullen we proberen uit te leggen.
Anorexia
Rita is vijftien jaar en zit in klas vijf van het VWO. De voorafgaande jaren was ze een uitstekende leerling, ze wilde wel graag de beste van de klas zijn.
Het is de mentor en de andere leerkrachten opgevallen dat ze er de laatste tijd steeds slechter gaat uitzien. Ze heeft een wit, moe, afgetrokken gezicht. Het blijkt ook dat ze weinig of niets eet.
Haar leerprestaties hebben er niet onder te lijden, want haar cijfers blijven goed. De mentor bespreekt zijn zorgen, dit in overleg met Rita, met de vertrouwenspersoon. Binnen het overleg van het SMT wordt Rita ingebracht en de gedachten gaan direct uit naar anorexia. Na een gesprek met haar door de jeugdarts blijkt dit inderdaad op waarheid te berusten. Nadat ze een aantal keren met elkaar spraken, blijkt verdere hulp nodig. Na overleg met de ouders verzorgt de jeugdarts de verdere contacten.
Er zullen er onder jullie zijn, die weten dat de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs best groot kan zijn. Niet alleen de andere school, de andere leerstof, maar ook alles wat er op jullie afkomt de volgende jaren.
Uiteindelijk is het voortgezet onderwijs er om jullie toe te rusten voor een baan in de maatschappij of voor een vervolgstudie elders. De bedoeling is dat jullie de aangeboden stof je eigen gaat maken.
Maar er is méér. Elke leerling is een mens die er zijn mag. Jullie kunnen zelf wel vaststellen, dat er tussen jou en andere leerlingen verschillen kunnen zijn. Zo kan bijvoorbeeld de één wat beter leren dan de ander, leder heeft zijn eigen karakter met zijn positieve en minder fijne kanten. Elke leerling heeft ook zijn binnenkant, die niet door iedereen gezien wordt. Ook de thuissituaties kunnen heel verschillend zijn. Al deze factoren kunnen problemen veroorzaken op leergebied, medisch-persoonlijk en/of sociaal terrein.
Faalangst
Cornelis heeft de basisschool verlaten en zit nu in het eerste jaar van de onderbouw. Of het vmbo of mavo gaat worden, is nog niet helemaal duidelijk. Zelf wil hij dolgraag naar de mavo, want ook zijn vrienden zitten daar. Het gevolg is dat hij vanaf het moment dat hij thuis komt uit school tot op het moment dat hij naar bed moet achter z'n boeken zit. Zijn ouders merken dat gelukkig op en nemen contact op met de school.
Vanuit het SMT neemt de orthopedagoge contact op met Cornelis. Er blijkt bij hem sprake van faalangst te zijn. Samen denken ze na over zijn huiswerkaanpak en ze maken hierover afspraken. In ieder geval moet hij in het vervolg niet meer urenlang achter zijn boeken doorbrengen. Een opluchting voor Cornelis. Met wat begeleiding bij zijn huiswerk blijkt dat hij zelfs ook de mavo nog aan kan. Gelukkig krijgt Cornelis naast zijn huiswerk ook nog weer wat tijd voor vissen dat altijd zijn hobby was.
Niet in alle gevallen is het mogelijk dat ouders en leerlingen gerezen problemen zelf kunnen oplossen. Soms ontbreekt net dat extra. Op scholen is dat geconstateerd en dat niet alleen in Zeeland. Maar de leerlingen die een van de vier lokaties van het Calvijn College bezoeken, verkeren in de gelukkige omstandigheid dat het in Zeeland mogelijk bleek om in augustus 1995 met het SMT te gaan beginnen. Drie personen zijn erbij betrokken, een jeugdarts namens de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD), een orthopedagoge/psychologe van de Stichting Dienstverlening Gereformeerd Schoolonderwijs (DGS) en een maatschappelijk werker van De Vluchtheuvel.
Echtcheiding ouders
Jan heeft het moeilijk. Dat is aan alles te merken. Hij is leerling van mavo 2. In de eerste klas ging het redelijk met zijn resultaten, maar nu in de tweede klas dalen opeens zijn cijfers. Jan heeft helaas met zijn mentor niet zo'n goed contact. Hij heeft in de man geen vertrouwen. Hij komt uit hetzelfde dorp en blijkt nogal praterig te zijn. Met hem zal hij zeker niet over z'n problemen spreken.
Jan wil over zijn zorgen wel met de vertrouwenspersoon praten en dan blijkt dat de ouders van Jan gaan scheiden. Door deze hele situatie kan hij zich niet goed meer concentreren op zijn huiswerk, waarvan de gevolgen zichtbaar werden.
Jan vindt het goed dat er in het SMT over gesproken wordt. De maatschappelijk werker voert, volgens afspraak, een eerste gesprek met Jan. Het heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat zowel Jan als zijn ouders in contact gekomen zijn met De Vluchtheuvel, waarbij de maatschappelijk werker als tussenpersoon fungeerde.
Om problemen aan te kunnen pakken en zo mogelijk om erger te voorkomen, is een vroegtijdige signalering op school door mentoren, leerkrachten en anderen (dit kunnen ook je ouders zijn) dringend noodzakelijk. Jullie zullen je inmiddels afvragen hoe één en ander verloopt. Allereerst zal de mentor proberen of hij de problemen helder kan krijgen. Lukt hem dat niet dan zal hij de leerling voorstellen het probleem voor te leggen aan het SMT. Hiervoor zal overleg zijn met de vertrouwenspersoon van de school.
Aan de leerling zal ook gezegd worden dat er contact met zijn of haar ouders zal zijn.
Is de leerling aangemeld bij het SMT, via daarvoor beschikbaar zijnde formulieren, dan wordt in het eerstvolgende SMT-overleg de zaak besproken. Als de problematiek duidelijk is, wordt een eerste koers uitgezet. Binnen het team is afgesproken wie het eerste contact zal hebben. Het kan ook nodig zijn dat er eerst nog aanvullende informatie gevraagd wordt.
Gedragsproblemen
Erika was eigenlijk altijd al een moeilijke leerling. Op allerlei manieren vroeg en kreeg ze aandacht. Meestal op een negatieve manier.
Erika was hierin ook een last voor de hele klas, want telkens als er wat aan de hand was, ging het om Erika. De klas kreeg hier steeds meer moeite mee, waardoor Erika een plaats aan de rand kreeg. Dit tot grote ergernis van haar, ze accepteerde dat niet en het gevolg was dat haar gedrag nog extremer werd.
Voor de meeste leerkrachten werd het tijdens de lessen onhoudbaar.
Het lukte een van de leerkrachten om met haar in gesprek te komen over haar gedrag. Hij heeft met haar afgesproken dat het zo niet verder kon en dat hij het SMT in zou schakelen. De orthopedagoge sprak met Erika. Ze kreeg sterk het vermoeden dat er bij haar sprake was van een vorm van gedragsproblematiek, die ontstaat van binnenuit en waar de leerling niet altijd zelf echt weerstand aan kan bieden. Voor verder onderzoek bleek verwijzing nodig te zijn, waaraan Erika gelukkig mee wilde werken.
Er zullen adviezen gegeven worden en er zullen gesprekken zijn. Het SMT zal de situatie voorlopig blijven volgen. Worden resultaten geboekt dan kan het na verloop van tijd afgesloten worden. Het kan ook zijn dat er meer professionele hulp nodig is, daarbij wil het SMT zeker van dienst zijn om dat te regelen.
Jongelui, wees er dankbaar voor dat deze vorm van hulpverlening er ook voor jullie is. Het valt niet mee als er zorgen of problemen zijn om daarmee over de brug te komen. Wees ervan overtuigd dat je aan de mensen, die in een dergelijk team werken, je vertrouwen kunt geven. Je verhaal zal niet verder komen. Als er op jouw school geen hulp geboden kan worden, kun je ook hulp vragen bij De Vluchtheuvel te Woerden. Doe het! Veel ouderen lopen tot op vandaag met onverwerkte problemen, dat kan jullie bespaard worden.
Wat een voorrecht dat er mensen zijn die ook naar jongeren kunnen en willen luisteren. En wat nog belangrijker is, die ook de helpende hand willen bieden uit een stuk bewogenheid met de jongere medemens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 2000
Daniel | 32 Pagina's