Geen anker in het schip, maar buiten het schip
Over geloofszekerheid en strijd
Wat wordt er bedoeld met de zekerheid van het geloof? Is die zekerheid nodig om behouden te worden? Is een toevluchtnemend geloof ook geloof? Kun je weten of je het ware geloof hebt en hoe kom je daaraan? Over deze wezenlijke vragen, waar jongeren soms mee kunnen worstelen, hebben we een gesprek met ds. H. Paul in zijn nieuwe woning in Moerkapelle. In het gesprek proberen we vooral het licht te werpen op de vraag wat de zekerheid van het geloof is en hoe je het ontvangt. Tijdens het gesprek benadrukt de dominee verschillende keren dat het erg belangrijk is om hierop een goed zicht te hebben. Hopelijk worden vragen hierdoor weggenomen.
Dominee, de Engelse puritein dr. John Owen heeft eens gezegd: "Het zaligmakend geloof is het vluchten van een boetvaardig zondaar tot de barmhartigheid van God in Christus". Wat vindt u van deze omschrijving?
Daar kan ik me goed in vinden. Het geeft precies de werkzaamheid van het geloof aan. Dat is heel wat anders dan het oppervlakkig kiezen voor Jezus. Het geloof is kennis en vertrouwen. De Heilige Geest leert ons onze verhouding tot God kennen. Die kennis maakt een zondaar boetvaardig. Maar dat niet alleen. De Heilige Geest wekt ook het vertrouwen. Het vertrouwen dat er bij de Heere vergeving is, hoewel alles ons aanklaagt. Dat doet de toevlucht nemen tot God in Christus. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij de tollenaar, achter in de tempel.
Hoe kan ik dan weten of ik dat geloof bezitten mag?
Je zou ook een andere vraag kunnen stellen: wanneer weet ik of ik goede ogen heb? Dat weet ik als mijn ogen goed functioneren, dus als ik kan zien waar ik naar kijk, waar mijn ogen zich op richten. Of ik geloof weet ik alleen uit de werking van het geloof, dus wanneer het weten en het vertrouwen er zijn. Waar het geloof zich dan op richt? Op de genade van God in Christus. Luther zegt: "Geloof is zonde zien en van genade weten". Of je gelooft leer je dus alleen door het geloof zélf. Er zijn heel wat zaken die met het geloof samen gaan, zoals de droefheid naar God over je zonden en het kinderlijk vrezen van de Heere. Deze kenmerken zijn een bevestiging van het geloof, maar hier richt het geloof zelf zich niet op. Je kunt niet zeggen: ik ga maar goede werken doen, dan weet ik of ik geloof. De ene dag zou ik het wel goed doen; de andere dag niet. Daardoor kan alles ineens 'ondersteboven liggen'. Je kunt wel met vreugde de kenmerken van het geloof bij je zelf zien, maar het is niet het hoofdvoedsel waarvan het geloof leeft.
Kunt u iets zeggen over de zekerheid van het geloof. Wat betekent dit en welke voorbeelden uit de Bijbel zijn hierbij te noemen?
We hebben net gezien dat het ware geloof een zeker weten en een vast vertrouwen is. Zekerheid hoort dus bij het geloof. Het is er een eigenschap van. Dan ben je vast overtuigd van wat de Heere ons in Zijn Woord geopenbaard heeft. Dat is het werk van de Heilige Geest. Dat is niet zomaar weten en vertrouwen in het algemeen. Het heeft betrekking op mijzelf. Door het Woord schept de Heilige Geest het geloof in het hart. En, door hetzelfde Woord, maar ook door de sacramenten, versterkt Hij wat Hij gewerkt heeft. Wanneer je deze geloofskennis hebt, zul je ook vertrouwen. Zo is geloven een vertrouwend weten; een weten dat de Heere betrouwbaar is om je dan aan Hem over te geven. In de Bijbel lees je vaak van deze zekerheid. Denk maar aan Job die zegt: 'Ik weet mijn Verlosser leeft'. Of aan Psalm 23, waarin David zegt: 'De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken'. Denk ook aan Romeinen 8 en aan de belijdenisgeschriften: al op de eerste bladzijde van de Catechismus belijdt de christen zijn rotsvaste geloof!
Hoe ontvangt een zondaar de zekerheid van het geloof?
Dat kan een kort antwoord zijn: door het geloof. De zekerheid hoort immers bij het geloof. Het geloof alleen geeft vastheid en zekerheid, door de Heilige Geest. Wel is de zekerheid vaster door een werkzaam en geoefend geloof. Maar, de zekerheid vind je niet door te zien op wat je zelf hebt ondervonden of meegemaakt. Maar alleen door op Christus te zien. In Christus hebben de beloften van Cod hun vastheid. Op deze beloften rust het geloof. De zekerheid ligt niet in de eerste plaats in het bezit van de genade, maar alleen in de genadige God. Kohlbrugge zegt: Zoek je leven niet in jezelf, maar zoek het buiten jezelf in Christus. Denk maar aan een schip: Het anker moet niet in het schip, maar buiten het schip geworpen worden. Wel vier keer lezen we in de Bijbel: de rechtvaardige zal door het geloof leven.
Er is groot geloof, maar ook klein geloof. Waar gaat het om: om de mate van het geloof of om de echtheid ervan?
Het gaat om het ware geloof. Alleen daardoor heb je deel aan Christus. Het geloof heeft wel de begeerte in zich om te groeien. Alles wat leeft kent groei en ontwikkeling. Denk aan de vermaning van Petrus: 'Maar wast op (dat wil zeggen groei) in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus' (2 Petrus 3: 18a). Door het ware geloof ontvangt een zondaar de zaligheid. Is het geloof meer geoefend, is het sterker, dan geeft dat meer troost en kennis van deze zaligheid.
Hangt de zekerheid van het geloof samen met het weten dat mijn zonden vergeven zijn?
Het weten dat mijn zonden vergeven zijn, ontvang je door het geloof en niet andersom. Denk maar aan de Catechismus. In vraag 84 staat dat alle mensen verkondigd wordt dat, zo vaak als zij de beloften van het Evangelie met een waar geloof aannemen, werkelijk al hun zonden vergeven zijn, om de verdienste van Christus. Is het geloof meer versterkt of geoefend, dan is het weten van de vergeving van de zonden ook krachtiger. Hoe de Heere dit geloof versterkt, daarin is Hij vrij. Als regel gebruikt de Heere de beloften van het Evangelie en het gebruik van de sacramenten. Daarvoor maakt de Heere plaats in het hart door Zijn Geest.
Is het Bijbels om te zeggen dat de geloofszekerheid na veel strijd wordt ontvangen?
Daar is de Heere vrij in. Vaak is het wel zo. Maar hoeveel strijd en welke strijd iemand kan ervaren is geen norm voor anderen. Zoek geen vastheid in de strijd die je ervaart.
Waarom moet de gelovige naar meer zekerheid van het geloof verlangen?
We hebben net gesproken over een klein geloof. Iemand met een zwak of klein geloof, heeft zwakke en kleine verzekeringen. Maar ook sterke en grote twijfelingen. Zo iemand leeft vaak in het donker. Heeft iemand een sterk en groot geloof, dan heeft hij ook sterke en grote verzekeringen èn zwakke en kleine twijfelingen. Dan leeft hij of zij meer in het licht. Wie verlangt daar niet naar? Meer zekerheid geeft dus rijke vruchten!
De vraag wordt wel eens gesteld of het mogelijk is dat iemand de geloofszekerheid niet ontvangt, maar wel behouden is. Eigenlijk zou het antwoord duidelijk moeten zijn als we kijken naar wat u al gezegd heeft. Wilt u er toch nog op reageren?
Alleen door het ware geloof word je behouden. Ook het zwakke geloof geeft deel aan Christus. Het toevlucht nemen van een zwakgelovige is óók een bewijs van het geloof. Anders zou je niet vluchten. Ik gebruik wel eens het voorbeeld van de opgaande zon. Als de zon net opkomt, is er nog weinig licht. Dat is een groot verschil met het moment waarop hij schittert aan de hemel. Maar, het is dezelfde zon.
Wel moet je zeggen: van het missen kun je niet leven. Ook honger geeft geen gevoel van verzadigd te zijn. Het gaat er toch niet om met hoe weinig geloof we nog zalig kunnen worden?! Dat zou tot oneer van God zijn en tot schade van je ziel.
Hoe komt het dat er bij Gods kinderen soms zo weinig zekerheid wordt gevonden?
Omdat het geloof vaak zo zwak is. Natuurlijk blijft Gods kind hierin afhankelijk van het werk van de Heilige Geest. Maar, de opdracht van Petrus om de roeping en verkiezing vast te maken (2 Petrus 1: 10) blijft staan. Ook de discipelen baden: 'Heere, vermeerder ons het geloof'. Daarbij roept de Heere ons op om te waken voor allerlei geestelijke gevaren. Denk aan wereldgelijkvormigheid, het slordig omgaan met bidden, het blijven doen van zonden, het veroorzaken van ruzie en andere. In de Christenreis van Bunyan is er ook iemand die Kleingeloof heet. Hij ging met veel strijd en droefheid zijn weg. Hij deed zichzelf veel schade aan. Maar, wat hij uit genade bezat, kon niemand hem ontnemen. De Heere kan weinig zicht geven op de rijkdom en de gave in Christus. Daar kan Hij Zijn bedoeling mee hebben. Toch moeten we onszelf afvragen of er bij ons een oorzaak ligt.
Wat is de rol van de prediking hierin? Waar moet het accent liggen: op het preken van de beloften van het Evangelie, de vastheid in Christus of op het preken van de kenmerken van het geloof?
Als je het mij zo vraagt, zeg ik: op het eerste. Daarbij moet je de kenmerken niet vergeten. Die blijven nodig om jezelf te toetsen. De weg waarlangs de Heere Zijn kinderen leidt, mag in de preek niet verwaarloosd worden.
Toch moet Christus centraal staan, en niet de christen met zijn ervaringen. Het geloof richt zich op het Voorwerp ervan. Dat is Christus en niet de kenmerken van het geloof. Dat zijn de beloften van het Evangelie en niet de geestelijke ervaringen. Denk ook aan de sacramenten, die tot versterking van het geloof gegeven zijn. Lees vraag 67 van onze Catechismus.
Het gevaar van het alleen maar preken van de beloften is het opdringen van het geloof. Dan trekt iemand makkelijk een conclusie. Dan wordt de naam van Jezus genoemd, zonder dat zo iemand leeft bij de ambten van Christus als dienende Zaligmaker. Geloof en bekering horen onafscheidelijk bij elkaar.
Worden alleen de kenmerken gepreekt, dan schittert het enige Voorwerp van het geloof, namelijk Christus, niet. Dit staat het groeien in de genade en kennis van Hem in de weg. Dan kom je niet vanuit de diepte tot de verwondering over de genade van God in Christus voor zondaren.
Hoe is de verhouding tussen geloof en gevoel? Welke rol kan je karakter hierin spelen? En, moeten we onderscheid maken tussen zekerheid van het geloof en zekerheid van het gevoel?
Je verstand neemt een belangrijke plaats in in het geloofsleven. Dit betekent niet dat je gevoel geen rol speelt. Je karakter speelt hierbij ook zeker een rol. Maar het is niet doorslaggevend. Iemand die pessimistisch is, zal eerder alles door een donkere bril zien dan iemand die optimistisch is. Dit staat de Heere niet in de weg. Hij kan door alles heen breken. Geloof kun je echter niet losmaken van gevoel. We kunnen de Heere niet liefhebben buiten ons gevoel om. Wel is er een groot verschil tussen geloof en gevoel. Verwar ze niet met elkaar, want dan zou je gevoel voor geloof aanzien. Geloof wordt door de Heilige Geest gewerkt en richt zich op het Woord. Gevoel is een menselijke eigenschap en richt zich op de ervaringen in je gemoed. Er kunnen ook momenten in het geloofsleven zijn, waarin het gevoel nauwelijks functioneert. Vooral in het begin wil de Heere gevoel geven. Maar later gaat Hij daarvan steeds minder schenken. Er wordt wel eens gezegd: het gevoel is als de krukken die gebruikt worden bij het leren gaan door het geloof. Maar als je mag lopen, dus geloven, raakt het gevoel meer op de achtergrond. Het gevoel is maar een wankel fundament.
Is dit niet een erg moeilijk onderwerp voor jongeren?
Jawel, maar iedereen, dus ook de jongere, heeft hier het hoogste belang bij. Het hebben van een juist, Bijbels zicht op deze zaken is zo belangrijk. Zeker ook in onze tijd waarin zoveel verwarring is over de vraag wat onder een oprecht geloof verstaan moet worden. Jonge mensen mogen niet voorbij gaan aan de vraag of het zaligmakend geloof in hun leven aanwezig is.
In de Bijbel staat: wie de Zoon heeft, heeft het leven. Dat is de boodschap die ook tot jonge mensen komt. En dan zegt de Heere nergens in Zijn Woord dat we Hem tevergeefs zoeken. Christus te mogen leren kennen door een waar geloof, dat is het grootste wonder in je leven. Dat gun ik iedereen. Daarom wil ik tegen jonge mensen zeggen: zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. Zoek niet de dingen van de wereld, maar zoek de Heere.
Dominee, was u zelf nog jong toen de Heere dat geloof in uw leven werkte?
Ik was 31 jaar toen ik onder een preek in Zoetermeer zondaar werd voor God, maar later ook de weg der zaligheid voor mij in Christus ontsloten werd. Op jongere leeftijd had ik al diepe indrukken. Bijvoorbeeld van de eindeloosheid van de eeuwigheid. Ik ervaar het als een zegen dat er ook nu nog jongeren zijn die met deze vragen bezig zijn. We mogen het niet voorbij zien dat de Heere doorgaat met Zijn werk! Dat is de verbondstrouw van de Heere.
Dominee, hartelijk dank voor dit goede, zeer betrokken gesprek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 2000
Daniel | 32 Pagina's