JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Roeping tot het ambt en de vrouw in de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Roeping tot het ambt en de vrouw in de gemeente

regionale vergadering te Moerkapelle

6 minuten leestijd

Ds. J.B. Zippro opent op dinsdag 12 oktober de regionale vergadering en verzoekt te zingen Psalm 75 : 1 en 2. Hij leest Handelingen 9 : 36 tot het einde en gaat voor in gebed. Vervolgens heet hij de spreker van deze avond, de heer B.J. Nieuwenhuize uit Breda, alle leden van de vrouwenverenigingen uit de regio en alle belangstellenden hartelijk welkom.

Dorkas

Ds. Zippro vraagt in zijn meditatie aandacht voor het leven van Dorkas. Deze geschiedenis is een prachtig voorbeeld van de taak van de vrouw in de gemeente. Door genade en de beoefening daarvan leerde Dorkas oog te hebben voor de noden van de naaste. Er staat: "Zij was vol van goede werken en aalmoezen die zij deed." Het was bij haar niet: "Ben ik mijns broeders hoeder? "

Dan lezen we dat Dorkas krank wordt en sterft. Het blijkt uit Gods Woord dat die lege plaats in de gemeente van joppe gevoeld wordt. De nood door haar sterven drijft uit tot eert dienstknecht des Heeren. Zij laten Petrus roepen, een ambtsdrager. Dan komt Petrus in de opperzaal, waar zij Dorkas gelegd hadden. De Heere zorgt Zelf voor een getuigenis. Er staat; "En zij toonden hem de klederen en de rokken die Dorkas gemaakt had." Zij toonden dus aan Petrus de praktijk van Dorkas leven. Vervolgens drijft Petrus allen uit de opperzaal en gaat in gebed tot de Heere. Dan keert hij zich tot het lichaam en zegt: "Tabitha, sta op." En-zij deed haar ogen open, en Petrus gezien hebbende, zat zij overeind. En hij gaf haar de hand en richtte haar op.

Zo wordt ook in joppe getuigenis gegeven, dat Christus leeft en dat Hij macht heeft over de dood. Doden, geestelijk doden, zullen horen de stem van de Zone Gods en die ze gehoord hebben, zullen leven. Hebben wij die wekstem al gehoord? Heeft dat al kracht gedaan in ons leven? Dorkas ontvangt het leven terug. Dat wordt bekend in geheel joppe en velen geloofden in de Heere.

Dorkas, haar leven was een dienend leven, haar sterven was een getuigenis. Haar opwekking was een zegel van Christus' overwinning. Christus leeft! Het leven dat Hij verworven heeft, wil Hij ook vandaag nog schenken. Dat leven gaat over dood en graf heen. Dat is eeuwig leven. De Heere schenke ons dat door Zijn genade. Tot zover ds. Zippro.

Roeping tot het ambt en de vrouw in de gemeente

Nadat de heer Nieuwenhuize onze aandacht gevraagd heeft voor de roeping tot de ambten, het ambt van predikant, ouderling en diaken, en daarnaast aan het ambt aller gelovigen, bepaalt hij zijn gehoor bij de vrouw in de gemeente met betrekking tot de ambten. Wij leven in een tijd waarin veel over emancipatie wordt gesproken. In meerdere kerkgenootschappen zijn vrouwelijke ambtsdragers heel gewoon. Moet de vrouw nu kerkelijk maar overal buiten blijven? Ook zij heeft toch wel veel bekwaamheden als diaken? En waarom kan zij niet dienen als ouderling? Als er vrouwen zijn met retorische gaven, dan kunnen zij toch ook wel predikant worden? De Heere is in Zijn Woord duidelijk. Laten wij ons aan Zijn Woord houden. Hoe bezingt Salomo de lof van de deugdzame huisvrouw, als hij vraagt: "Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Haar waardij is verre boven de robijnen." Hij roemt haar en eindigt met: "Een vrouw die de Heere vreest, zal geprezen worden."

Zien wij de ontwikkelingen in onze tijd met al haar gevolgen? Het

moderne streven is: niet meer trouwen maar samenwonen. Zowel de man als de vrouw moet vrij zijn en een ongebonden leven kunnen leiden. En als men nog tot een huwelijk komt, moet er een rolverdeling plaatsvinden. Beide, man en vrouw, moeten buitenshuis kunnen werken. Aan kinderen wil men voorlopig niet denken. Men wil genieten. Als er kinderen geboren worden, moet het betaalde werk toch doorgaan. Daarom moet er opvangmogelijkheid zijn. Maar... zo is het onder ons toch niet? Zó ver zijn we toch nog niet weg? Of toch wel?

Wat hebt u in deze rusteloze, gejaagde en welhaast normloze tijd als vrouw en moeder een zware, veel omvattende, maar toch ook een mooie taak in het gezin. De spreker wijst op Hanna. Zij kon geen kinderen krijgen. Dat gaf haar zoveel verdriet dat zij weende, vastte en veel bezwaard was. In het heiligdom mocht zij haar hart uitstorten voor de Heere en smeekte ze Hem om éénmaal haar ellende aan te zien. Hanna was zeer verlangend naar een kind, maar wat lag de kerk en de eer des Heeren teer in haar hart. Zij deed een gelofte. Toen zij Samuël mocht ontvangen werd hij van kindsaf de Heere toegewijd als ambtsdrager. Is dat niet een zegen om zo kinderen te mogen voortbrengen? Samuël werd van de Heere gebeden en aan de Heere beloofd.

Wij weten van Smijtegelts moeder, Anna Lambregtse, dat zij haar kind reeds voor de geboorte de Heere wijdde. Zo het een zoon mocht zijn, zou ze hem afzonderen tot het predikambt. Wat is het, hoewel door zware beproeving vervuld. Wat heeft ds. Smijtegelt als een licht mogen schijnen in Neêrlands kerk. Wat werd het bevestigd in het leven van Anna Lambregtse, en ook in Hanna's leven: "Een vrouw die de Heere vreest, zal geprezen worden."

Paulus schrijft over de vrouw van de ambtsdrager in 1 Timotheüs 3:11: De vrouwen insgelijks moeten eerbaar zijn, geen lasteraarsters, wakker, getrouw in alles. Als Petrus spreekt over het versiersel der vrouwen, wijst hij op de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedige en stille geest, die kostelijk is voor God.

Er is voor ieder van u werk in de gemeente, al kan dat wel zeer onderscheiden zijn. Denk nu niet: "Ik ben alleenstaand en mis een gezin. Wat kan ik nu als vrouw betekenen in de gemeente? " Er liggen nog zoveel mooie taken voor u. Vergeet vooral niet een biddende vrouw te zijn, smekend voor het vele wat er in de gemeenten is en worstelend aan de troon der genade voor het curatorium, voor de predikanten, voor uw ambtsdragers.

Vrouw van een ambtsdrager zijn betekent meeleven, meeworstelen, meedragen, vele avonden - vaak met opgroeiende kinderen - alleen zitten. Wat moet een moeder dan veel opvangen. Dat betekent: zelfverloochening, lijdzaamheid, verdraagzaamheid, (e man helpen, bemoedigen, ondersteunen, voor hem bidden.

Alle werk in de gemeente, zowel van de ambtsdrager als van de vrouw in de gemeente is in eigen kracht onmogelijk, tenzij... het een liefdedienst is, die doet zingen:

'k Doe Uw geboön oprecht en welgezind,

Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.

Na de pauze wordt door mevrouw Van der Knijff-Broer het gedicht: "Wie Jezus tot zijn herder heeft" van Carolus Tuinman voorgelezen. De heer Nieuwenhuize beantwoordt de ingediende vragen, waarna ds. Zippro met dankgebed eindigt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1999

Daniel | 32 Pagina's

Roeping tot het ambt en de vrouw in de gemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1999

Daniel | 32 Pagina's