Beroepsmilitair
"Als ik zeg dat ik nooit bang ben, lieg ik. Militairen zijn geen helden. Daar kom je wel achter als je in Kosovo patrouille loopt. Toch voelen wij vaak geen angst op het moment dat een burger die wel zou voelen. Als het echt kritiek wordt, handelen wij, bijna automatisch en op de manier zoals we dat geleerd hebben." Beroepsmilitair Jan Karei de Bruin voelt zich in het leger als een vis in het water. "Afwisseling, onvoorspelbaarheid, spanning: dit is wat ik altijd gewild heb."
Tijdens je schooltijd word je steeds voor de vraag gesteld welk beroep je straks kiest. Als je je diploma op zak hebt, wacht er meestal een kortere of langere vervolgopleiding, je vraagt je wel eens af: waar zal ik straks terecht komen? Hoe zal dat gaan als ik straks een werkplek heb gevonden? In 'Mijn beroep' komen mensen aan het woord die inmiddels een plekje gevonden hebben in de maatschappij. Zij vertellen iets over hun staan in de samenleving. En laten iets zien van wat het betekent om als christen je (goddelijk) beroep uit te oefenen. Deze keer komt jan Karei de Bruin (27) uit Veenendaal aan het woord. Hij is beroepsmilitair
Doden
Natuurlijk zijn er ook nadelen. "Je moet je altijd realiseren dat er een situatie kan komen dat je dit werk met je leven moet bekopen." jan Karei verbaast zich wel eens over hoe er in ons land over het leger gepraat wordt. "We moeten in Nederland wel nuchter blijven en aanvaarden dat een leger doden op kan leveren."
De risico's die een beroepsmilitair loopt, kwamen voor de 27-jarige Veenendaler - gemilimeterd haar en ook in de huiskamer nog in camouflagebroek-dit jaar wel heel dichtbij. Pasen 1999 werd hij uitzonden naar Macedonië en Kosovo. Het ging razendsnel in zijn werk. "Vrijdagavond werd ik opgebeld, dat ik gaan moest. Zaterdag was er een instructiebijeenkomst. Maandagnacht, op tweede paasdag, vertrokken we. Marlies en ik waren bezig met de voorbereiding van ons huwelijk. Een huis kopen enzo. Dat moest zij allemaal alleen afmaken."
Sergeant De Bruin en de tien soldaten van zijn groep moesten op de Balkan een Nederlands mortieropsporingsradar gaan bewaken. Dat is een apparaat dat op grote afstand vast kan stellen waar granaten en geweerkogels precies vandaan komen, zodat het vijandelijk geschut zo efficiënt mogelijk uitgeschakeld kan worden.
Wapenbezit
Eenmaal in Kosovo veranderde de opdracht van Jan Karei en zijn makkers echter weer. In plaats van het bewaken van het radar, werden zij voor heel andere taken ingezet. "We moesten bijvoorbeeld een van de toegangswegen naar de stad Orahvac bewaken. Kosovaren die na de opmars van de Serven de stad uitgevlucht waren en nu weer terugkeerden, moesten wij controleren op wapenbezit. Bergen wapens hebben we in beslag genomen. Op de Balkan ben je geen vent als je geen pistool of machinegeweer hebt."
Andere werkzaamheden die van sergeant De Bruin en zijn mannen verwacht werden, was het - ook 's nachts-patrouilleren in de stad. "Het ging erom de orde en rust enigszins te handhaven. Enigszins, want op heel veel dingen had je geen greep. Regelmatig gingen er in de Servische wijk huizen in de fik. Het was duidelijk dat de Albanese brandweer zich dan niet het rubber van de schoenen liep om de brand te blussen. Vuurgevechten tussen burgers onderling kwamen regelmatig voor. In dat soort situaties heb je het, als je patrouille loopt, niet breed." Jan Karei heeft er geen moeite mee te erkennen dat hij soms bang is geweest. "Ik die christelijk ben opgevoed en weet dat het na de dood
niet ophoudt misschien nog wel meer dan collega's die niet-godsdienstig zijn." De beroepssoldaat zal zijn angst echter niet snel laten merken. "Dat mag je niet doen, zeker niet als leidinggevende. Ik zou zelf ook gedemoraliseerd raken als ik zou merken dat een hogere in rang bang was."
Afzien van luxe
De Veenendaler zou zijn ervaring in Kosovo voor geen goud hebben willen missen. "Wat je daar in een half jaar leert, is onvoorstelbaar. Dat is meer dan zes jaar universitaire studie. Het is de samenwerking met anderen, de kameraadschap, het afzien van alle luxe. Een douche? Warm water? Het was er allemaal niet. Uiteindelijk hebben we zelf een soort douche gebouwd van pallets en jerrycans. Die cans lieten we overdag in de zon liggen, zodat we 's avonds min of meer warm water hadden."
Voor jan Karei geeft juist die manier van leven "het ultieme gevoel van militair zijn. Ik vind dat prachtig: geef ons een rugzak met inhoud, en we zijn weg, het avontuur tegemoet. Natuurlijk is het wel eens moeilijk en zwaar, maar achteraf kijk je er vaak met voldoening op terug. Ook ga je alle 'luxe' thuis, een bad, een warm en droog bed, veel meerwaarderen. je leeft op een bepaalde manier ook gemakkelijker. Snicker, marsen en chips zijn lekker, maar je kunt zonder."
Belangrijker nog dan wat hij zelf van zijn Kosovo-reis heeft geleerd, is wat hij voor de mensen daar heeft betekend. "Ik geloof vast dat onze missie zin heeft gehad. Of het de vrede echt gediend heeft, zul je pas over vele jaren kunnen vaststellen. Maar elke persoon die je enigszins op hebt kunnen beuren, is van betekenis, ledereen die door jouw aanwezigheid of optreden weer wat moed heeft gekregen, telt. Wat dit betreft was er enorm veel werk aan de winkel. De ellende die we daar gezien hebben, is met geen pen te beschrijven. Mensen die familieleden verloren hadden, mishandeld waren of verkracht, je probeerde te doen wat je hand vond om te doen."
Roeping
Kan iedereen soldaat worden? "Nee!" Jan Karei is er heel beslist over. In de eerste plaats moet je het echt willen. "Het is een soort roeping." Verder moet je fysiek sterk zijn, zeker als je bij een korps als de Luchtmobiele Brigade wil. Het gaat Jan Karei te ver om het een elitekorps te noemen. "Het is een flexibele, snelle en breed inzetbare eenheid." De opleiding is zondermeer pittig. Van de 1 70 recruten die momenteel op Jan Kareis kazerne in opleiding zijn, zijn er na een goede week als twintig afgevallen. "Naarmate de opleiding vordert, wordt dat meer dan vijftig procent."
Voor iemand die zich christen noemt, is het bovendien belangrijk dat hij in principieel opzicht stevig in zijn kisten staat. "Mensen met een ruggengraat van een kwal, zoals wij dat noemen, redden het niet. Je moet van het begin af duidelijk en open zijn. Openlijk aangeven dat je zo min mogelijk op zondag wilt reizen en werken, dat je er een hekel aan hebt als er gevloekt wordt. Als je er gelegenheid voor hebt, uit je Bijbel lezen. Daar kun je veel steun aan hebben." Van aanstootgevende posters is sergeant De Bruin niet gediend. "Als soldaten die op hebben hangen, vraag ik meestal of ze dat thuis ook doen. Nee? Doe dat hier dan ook niet."
Kan een lid van de Gereformeerde Gemeenten nog het leger in? Voor Jan Karei is dat een vraag die ieder voor zichzelf moet beantwoorden. Hij is er in elk geval blij mee dat hij in het leger niet de enige is met de christelijke levensstijl. "In ons peloton zitten twee jongens die op de Fruytier hebben gezeten. Het lijkt mij een goede zaak dat wij het leger en de landsverdediging niet volledig aan anderen overlaten."
Op de hei
Toch heeft Jan Karei er wel eens, héél soms, aan gedacht te stoppen. "Vooral nu ik getrouwd ben." Maar die gedachte verdween steeds weer pijlsnel naar de achtergrond. "Dan denk je: maar ik ben toch ook niet altijd van huis. En het leger is nu eenmaal mijn leefwereld, waar ik me thuis voel. Laat mij nu maar in de regen in m'n tentje op de hei zitten. Dan voel ik me prima."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1999
Daniel | 32 Pagina's