De dood van Gemma
De Nederlands-Gereformeerde predikant M. R. van den Berg heeft al heel wat poëzie, verhalen en romans gepubliceerd. Vaak zijn daarin bijbelse elementen verwerkt. Ook in deze roman, die in 1998 onder het L-label (literatuur) van Uitgeverij Boekencentrum te Zoetermeer verscheen, is dat het geval. Het verhaal is duidelijk geïnspireerd door de geschiedenis van Lot in Sodom, terwijl zo nu en dan de vragen van job er in doorklinken. Toch is het verhaal in een totaal nieuwe omgeving gesitueerd en is het ook echt een verhaal van deze tijd, het laatste decennium van de twintigste eeuw, geworden. Dat heeft als voordeel dat de auteur zich niet tot in het detail aan de bijbelse gegevens hoeft te houden. Bovendien kan hij volop aandacht schenken aan onze problematiek: die van een christen in een volstrekt geseculariseerde omgeving. Maar het betekent wel, dat de lezer die het bijbelverhaal goed kent, voortdurend vergelijkingen maakt en soms geneigd is vraagtekens te plaatsen.
De roman bestaat uit twaalf genummerde hoofdstukken die allemaal een terugblik geven op de verschrikkelijke gebeurtenissen die de ik-verteller heeft meegemaakt; er is dus duidelijk sprake van een vertelwijze post rem, achteraf. Tussen die hoofdstukken in staan vier - eveneens genummerde - intermezzo's, waarin de ik-figuur herinneringen aan vroeger beschrijft, een soort flashbacks, die echter niet in het doorgaande verhaal zijn ingebed.
Hoofdpersonen
De hoofdpersoon van deze roman is Adam Lotsy. Zijn naam komt maar enkele keren in het boek voor; zijn achternaam voor het eerst op bladzijde 42, zijn voornaam pas aan het einde van het een-na-laatste hoofdstuk. De achternaam is tamelijk doorzichtig. Die voornaam Adam is veelbetekenend: de schrijver wil het boek plaatsen tegen de achtergrond van het universele lijden van de mens. Mevrouw Lotsy heet Gemma (= de edelsteen? ). Zij is een knappe, kunstzinnige vrouw, die echter meegezogen wordt in de verwereldlijking. De beide dochters, Netty en Ria, gaan helemaal op in het wereldse leven in Sodoborough. Met die plaatsnaam en ook door het citeren van Engelse geestelijke liederen geeft hij het verhaal een enigszins Engels-Amerikaanse achtergrond. Dat hij de dochters echter puur Nederlandse namen laat dragen, geeft hieraan iets tweeslachtigs. Dat is duidelijk een minpunt.
Meneer Alfa en meneer Beta
Het verhaal begint met de herinneringen aan de warme zomeravond van 3 augustus, waarop twee vreemdelingen aanbelden die een dringende boodschap hadden. Deze twee vreemdelingen zeggen hun naam niet, maar de ik-figuur noemt ze voor het gemak maar meneer Alfa en meneer Bèta. De beschrijving die hij van hun voorkomen geeft, doet bovennatuurlijk aan. Ze waarschuwen voor een vreselijke ramp die dreigt: door de aanhoudende regenval stond Sodoborough al voor een deel onder water, door aardverschuivingen zou het echter geheel van de aardbodem verdwijnen.
Zerovar
In het tweede hoofdstuk blijkt Adam Lotsy te wonen in Zerovar. Er is een duidelijke overeenkomst met Zoar, maar het heeft ook de betekenis van zero (=0) in zich. Zijn bestaan is tot het absolute nulpunt teruggebracht: hij vraagt zich af, wat zijn leven nog voor zin heeft. In dit hoofdstuk wordt duidelijk, dat hij oorspronkelijk woonde in Abraville(l), waar hij als jong weeskind was opgevoed door een oom, die een groot bouwbedrijf had. Als Lotsy als jong ondernemer hem op slinkse wijze enkele mooie projecten afhandig maakt, stelt zijn oom hem voor de keuze: óf je vestigt je minstens driehonderd kilometer hier vandaan, óf ik maak je bedrijf kapot. Hij vertrekt dan naar Sodoborough, ook al staat die wintersportplaats slecht bekend vanwege de toen al losse moraal.
De verwoesting van öodoborough
Sodoborough is in de ruim twintig jaar dat ze er wonen ontwikkeld tot een centrum van corruptie, prostitutie en drugscriminaliteit. Dat blijkt ook wel als er een opstootje ontstaat rondom de heren Alfa en Bèta. Na enig aandringen door hen laat de ikfiguur zich overhalen te vluchten. De vrienden van Netty en Ria worden opgebeld, maar beschouwen de waarschuwing als een grap. Gemma stribbelt hevig tegen, vooral omdat ze elk niet meer dan een rugtas met spullen mogen meenemen. Hij neemt wat fotoalbums mee, Gemma steekt alleen haar fototoestel bij zich: ze gaat morgen toch terug! Als ze horen voor zonsopkomst in Zerovar te moeten zijn, schrikken ze: dat is veel te ver lopen. Ze krijgen dan toestemming om in eerste instantie tot een bergplateau te vluchten. Halverwege de nachtelijke bergwandeling, waarbij ze
opgejaagd worden door Alfa en Bèta, gaat Gemma na een woordenwisseling terug. Al het geroep van man en dochters baat niet. Onder een donderend geraas beginnen 's morgens vroeg de aardlagen te schuiven; nooit hebben ze iets van Gemma teruggevonden. Sodoborough wordt helemaal verwoest. Ze worden van het bergplateau gehaald door reddingshelikopters, waarin ook Alfa en Bèta meevliegen. Uiteindelijk weten de redders niet meer dan acht overlevenden uit de stad te redden.
God s hand
De verwerking van de vreselijke gebeurtenissen is niet gemakkelijk. De media storten zich op irritante wijze op hen, de overheid geeft nauwelijks uitkeringen, hulpverleners willen hen tot afreageren brengen, maar begrijpen absoluut niet dat meneer Lotsy in de gebeurtenissen iets van Gods hand ziet. In die totaal ontkerstende wereld is er geen enkel begrip voor een christelijke visie op de rampen die hen hebben getroffen. In de kleine protestantse gemeente in Zerovar heeft hij een preek gehoord over de toren van Siloam en de dood van de Galileërs in de tempel. De zaken die daarin aan de orde kwamen over schuld en straf, schuldbesef en verootmoediging houden hem ook voortdurend bezig. Als hij die zaken naar voren brengt in een interview, samen met zijn verhaal over de engelen en als hij wil getuigen van Gods straf op de zonde en de decadentie, levert dat hem echter alleen maar spot en onbegrip op.
Morris en Anton
Ondertussen is hij in de kleine gemeente van Zerovar alleen komen te staan. De mensen kijken hem met een scheef oog aan en langzamerhand gaat hij begrijpen dat dit te maken heeft met het feit dat zijn - ongehuwde - dochters zwanger zijn. Hij begrijpt ook niet goed waarom de mensen hém daar op aankijken. Zijn dochters verzwijgen echter voor hem wie de vaders van hun kinderen zijn. Hij herinnert zich wel vaag, dat ze hem eens in het begin van hun verblijf in Zerovar dronken hebben gevoerd, maar hij schaamt zich ervoor daarover met hen te spreken en weet geen relatie te leggen met de geboorte van hun kinderen Morris en Anton (vergelijk Moab en Ammon). Als hij echter heeft verklaard dat hij als een vader voor zijn kleinkinderen wil zorgen, denken zijn dochters dat hij bet geheim weet. Als de waarheid na verloop van tijd boven tafel komt, is dat echter een enorme schok voor hem.
Schuldvraag
In het laatste hoofdstuk werkt de auteur op een indringende wijze uit hoe de ik-figuur worstelt met de schuldvraag. Als hij in de tuin zit, herinnert hij zich een recitatief uit de Matthaus-Passion van Johann Sebastian Bach:
Am Abend da es kühle war, ward Adams Fallen offenbar.
Hij realiseert zich dat het verwekken van de twee kinderen een val geweest is van hem. Hij was nota bene door God gered uit Sodoborough en nu heeft zijn leven dit opgeleverd! Hij verafschuwt zichzelf voor God. "Hoe heb ik het gedurfd God te kapittelen over Zijn optreden, ik die zoveel boter op mijn hoofd heb, dat ik van bovenaf gezien onzichtbaar geworden moet zijn." Toch ziet hij een taak liggen voor hem tegenover zijn dochters Netty en Ria en de kinderen Anton en Morris. "Is een taak hetzelfde als een toekomst? Ik had het graag willen geloven, maar was er heel diep van doordrongen niet nog eens voor de realiteit te mogen wegvluchten in een droom. Geen toekomst, wel een opdracht: zo stond ik ervoor." Een overvliegende houtduif met een takje in de bek symboliseert voor hem dat die nieuwe opdracht voor hem ligt.
Het probleem van et lijden
Meint van den Berg weet met dit boek op indringende wijze in te gaan op het probleem van het lijden en schuld. Al meer dan een eeuw is dat een steeds terugkerend thema in de literatuur. Een antwoord geven op de vele vragen die dat oplevert, is meestal heel moeilijk. Van den Berg heeft laten zien, dat ook voor een christen dat antwoord niet altijd te geven is. Net als jona, net als job blijft Adam Lotsy zitten met die vragen. Hij heeft ze uitgeschreeuwd. Hij heeft echternet als jona, net als job - een antwoord gekregen dat vooral de nietigheid en de onwetendheid van de mens laat zien. Het is alleen jammer, dat het boek voor een deel uit beschouwingen en bespiegelingen bestaat. De vaart is er dan soms wat uit.
Van den Berg heeft die Oud-Testamentische gegevens willen vertalen naar onze tijd. Dat is hem aardig gelukt, al levert dat ook wel eens schokkende momenten op. De vrijmoedigheid - misschien is 'brutaliteit' een juister woord - waarmee de moderne mens God ter verantwoording roept, herkennen we dagelijks om ons heen. je schrikt er - hopelijk - van als die vragen en die spot zo nu en dan rechtstreeks op je afkomen in dit boek. je merkt ook wel, bijvoorbeeld aan de inhoud van de preek die gedeeltelijk geciteerd wordt, dat de auteur uit een ander kerkelijk klimaat komt, dan wij gewend zijn. Maar het goede van dit boek is, dat het je aan het denken kan zetten. Vooral de manier waarop hij de mens in zijn nietigheid tegenover God weet te tekenen, vind ik indrukwekkend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1999
Daniel | 32 Pagina's