JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Verzoekingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verzoekingen

Regionale vergadering te Nunspeet - 6 oktober

9 minuten leestijd

Ouderling W. Visser opent deze avond met het lezen van Exodus 13:17 tot het einde en gaat voor in gebed. Na ieder hartelijk welkom geheten te hebben neemt hij het 21 ste vers als uitgangspunt: En de Heere toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op de weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht."

Als door een wonder van Gods hand is het volk Israël uit Egypte uitgeleid. Het volk heeft zich verzameld in Raméses om te gaan naar het beloofde land. Mozes is hun leidsman. De eerste legerplaats is Sukkoth, wat 'tent' of 'hut' betekent. Tentbewoners zijn ze dus! De reis moet verder... Heeft u door Gods genade reeds geleerd dat wij tentbewoners dienen te zijn?

In Sukkoth gaat de Heere aan de spits treden door middel van een wolk-en vuurkolom. En wanneer de Heere Leidsman is, dan gaat het goed, ook al gaat het heel anders dan de pelgrims zelf denken. Het is een korte reis naar het beloofde land, een dag of tien, twaalf, en breed is de weg. Maar, God gaat een andere weg! Niet linksom, maar rechtsom. Gaat de weg wel goed? Het gaat eigenlijk een stukje terug naar Egypte. Maar de Heere vergist Zich nooit. En juist in deze weg wil de Heere Zijn volk leren: "Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn." Op welke weg reist u? Nog steeds op de weg linksom, de weg die ieder van nature gaat? Dat is een weg zonder God, die eindigt in de eeuwige duisternis. Zijn we door Gods opzoekende genade al van de brede op de smalle weg gezet? Deze vraag moet u maar voor Gods aangezicht beantwoorden. Die op de smalle weg gaat, moet bekennen dat dat enkel vrucht van Zijn werk is en die houdt het wonder over. Het leven van Gods kinderen is een worsteling om altijd maar achter die wolk-en vuurkolom aan te komen en om de voetstappen te zetten in Zijn spoor. Dan moeten ze alles kwijt raken, dat is een steivensweg. Kent u de strijd van Asaf? Hij zegt: "Nochtans heb ik gedacht dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen." Maar ook mag ervaren worden: "Uit die alle redt hen God." Dan beschermt en troost de Heere. Indien God met ons is, wie zal dan tegen ons zijn?

De weg door de Schelfzee is een stervensweg, maar door de dood brengt Hij alle pelgrims in het Emmanuëlsland. Kent u dat heimwee naar het Emmanuëlsland? En als u daar iets van hebt mogen proeven in uw leven, verspreidt u dan ook wel eens een goed gerucht van de Koning?

Hoe reist u? Nog op die brede weg? Mogen we elkaar dan aansporen en ernstig waarschuwen, want die weg loopt uit in de eeuwige duisternis. Of mag u door genade achter de wolken vuurkolom reizen?

Verzoekingen

Hierna spreekt de heer J. de Jager uit Scherpenzeel over "Verzoekingen". Kanaan ligt aan de overzijde van de woestijn en de woestijn is de plaats van verzoekingen. Als we de verschillende betekenissen van het woord 'verzoeken' nagaan, komen we tot een tweedeling.

In de eerste plaats betekent het: beproeven, toetsen. En dat is wat de Heere met verzoeken vóór heeft. God gebruikt de verzoeking in het leven van Zijn kinderen ten goede. Hij meet als het ware de sterkte van het geloofsleven. Ook laat de Heere Zijn kinderen door middel van verzoekingen leren welke verdorvenheden er van binnen leven, opdat ze daarmee zouden leren vluchten tot de Fontein, verlangende om van dit lichaam des doods verlost te worden. De methoden die de Heere hiervoor gebruikt, zijn verschillend. Abraham gaf Hij een zware opdracht, Heman werd geoefend door langdurige duisternis en Paulus kreeg een engel des satans om hem aan de grond te houden. Gods verzoeken is nooit ten kwade.

In de tweede plaats betekent verzoeken: verleiden, verstrikken, van buitenaf iemand verlokken of van binnen uit hem aandringen. Deze negatieve kant van verzoeken is nu iets waar de satan altijd mee bezig is. Dit verzoeken is het meest succesvolle wapen van de satan. Echter, dit alles staat onder de besturing Gods. De duivel is beperkt in zijn macht. Dat is enerzijds een troost, maar anderzijds ook een ernstige waarschuwing voor een ieder die door hem verzocht wordt. Satan kan wel aandringen, maar niet dwingen tot het kwaad. De mens blijft ten allen tijde zelf schuldig.

We willen nu voornamelijk ingaan op de verzoekingen waarin de satan zijn hand heeft.

De verzoeker en zijn handlangers en de tijd, plaats en omstandigheden die hij kiest voor zijn aanvallen

Verzoekingen kunnen rechtstreeks van de satan komen. Dit doet hij vooral bij degenen die God vrezen en teer van gemoed zijn. Als het in iemands leven om Christus gaat, dan probeert hij zo iemand op alle manieren daarvandaan te houden. Soms werpt hij zulke afschuwelijke lasteringen in de ziel dat men er van siddert. Het doel van de satan is zo iemand in grote vertwijfeling, of kon het zijn, in de wanhoop te brengen. Zelfs in de slaap gaat de verzoeker soms daarmee door. Hij vermengt zijn ingevingen ongemerkt met de gedachten van de mens. Een kind van God kan hier zo ontsteld over zijn, omdat men niet goed kan onderscheiden waar deze lasteringen vandaan komen. Men schrijft ze

gewoonlijk toe aan de eigen verdorvenheden. Watson, een Engelse predikant, geeft de volgende kenmerkende onderscheiding. Hij zegt: "Verzoekingen die uit je eigen hart oprijzen komen meer geleidelijk op, maar de verzoekingen van de satan zijn als een bliksem. De giftige pijlen worden schielijk afgeschoten. De inwerpingen van de satan zijn ijselijk, godslasterlijk, onnatuurlijk. Als de ziel er een diepe afkeer van heeft, zijn ze zeker van de duivel".

De duivel heeft ook zijn handlangers. Zijn voornaamste "vriend" is uw boze vlees. De satan is een geest, want hij is een engel geweest, en kan doordringen in onze voorstellingswereld. Hij maakt gebruik van de zwakheden van uw karakter. Personen die gauw geneigd zijn moedeloos te worden, zijn vaak het mikpunt van de duivel. Heel tere karakters verzoekt hij bijvoorbeeld tot overpreciesheid. Hij verzoekt hun tot allerlei handelingen die een mens eigenlijk niet kan voortbrengen. Maar iemand met een ruim karakter verzoekt hij weer tot vleselijke gerustheid. Mensen met veel gaven verzoekt hij tot hoogmoed. Onkundigen zijn een gemakkelijke prooi van de satan.

En verder kent de sluwe duivel ons aller boezemzonden, ook onze beroepszonden. Hij wacht veelal tot de gunstigste gelegenheid zich voordoet. Hij slaat vaak toe als men alleen is. Een sluwe verzoeking van de duivel is namelijk, dat hij iemand wijs maakt met niemand te praten over zijn innerlijke strijd, terwijl zo iemand juist naar een geoefend kind van God moet gaan. Ze zullen je zeker met een paar woorden begrijpen. Hij valt vaak aan als een kind van God het goede genoten heeft, of op het sterfbed.

Een andere handlanger van de duivel is de wereld. Velen worden verleid door verkeerde voorbeelden van vrienden. Ga niet te familiair met de wereld om, de zonde is besmettelijk. Het wereldse goed is een gevaarlijk lokmiddel. Wat heeft ook in onze dagen het materialisme velen in beslag. De sluwste list van de duivel is dat hij de mens geheel laat opgaan in dingen, die op zichzelf geoorloofd zijn, om zijn gedachten maar af te leiden van de eeuwigheid en van de wezenlijke zaken. Een mens kan helemaal opgaan in zijn beroep, in zijn hobby, zodat hij alle tijd er aan besteedt en zijn kostelijke ziel verwaarloost. De listige taktieken van de satan en de beste wapenen om zich daar tegen te verdedigen

• Hij tracht tot zonde te verleiden. Hij stelt dat de zonde niet zo erg is, stelt deze onschuldig vóór. Dat deed hij bij Eva ook. Laten we ons daarom hoeden voor de gelegenheden tot zonde en voor de schijn des kwaads. Onreine gedachten leiden tot onreine blikken en tot onreine daden. De duivel wijst op de beste heiligen die ook wel gezondigd hebben. David heeft toch ook overspel gedaan en Salomo had toch ook vele vrouwen? Hij verzwijgt de bittere droefheid daarover en de ellendige nasleep. Hij zegt ook dat de zonde niet zo erg is, want God is toch barmhartig en genadig! Hij verzwijgt dat God ook rechtvaardig is! Nog geraffineerder is, dat je best wel de zonde mag bedrijven, als je daarna maar een beetje spijt hebt.

De duivel schaamt zich niet om met u mee te gaan naar uw binnenkamer, naar de kerk, om allerlei

wereldse gedachten in te geven. Zelfs sluipt hij binnen onder de heiligste verrichtingen. We helpen hem nog wel een handje als onze voorbereiding voor de zondag ontbreekt en door ons leven tot de nok toe te vullen met wereldse bezigheden. Anderen maakt de satan wijs dat de prediking toch te moeilijk is. Of hij laat de mens rusten op zijn plichten, als hij het maar niet geestelijk doet.

• Hij maakt ze wijs dat hun staat niet goed is, omdat ze zoveel verdorvenheden in zich gewaar worden. Hij heeft het vooral gemunt op zwakgelovigen om hen aan het twijfelen en zelfs tot wanhoop te brengen. Voor zulken is het van het grootste belang om getrouw de middelen waar te nemen. Want er kan zoveel onkunde zijn, waardoor de duivel vat op ons heeft. De middelen dienen ook tot versterking van het geloof.

Waarom laat de Heere nu toe dat Zijn eigen volk verzocht wordt?

• Om hen meer aan zichzelf te ontdekken, zodat ze meer licht krijgen in hun oorspronkelijke staat, opdat de genade des temeer waarde krijgt.

• Om hen meer afhankelijk van de Heere te doen zijn.

• Omdat de verzoekingen een probaat middel zijn voor de groei in de genade.

• Om hen te oefenen in de strijd.

• Om hen voor de zonden te bewaren (waakzaamheid).

• Om door middel van verzoekingen openbaar te maken wat Gods genade kan verduren.

• Om hen te spenen van de dingen van de aarde en om hen te doen verlangen naar de volzalige heerlijke staat, waar nooit een verzoeker zal binnenkomen. Want hier op aarde moeten Gods kinderen de voetstappen drukken van Hem, Die ook in de verzoekingen is geweest. Christus is door lijden geheiligd en zo ook Zijn volk. Ze moeten Hem gelijkvormig worden.

Na de pauze werd een gedicht voorgedragen, getiteld "Verdrukkingen" van Christien de Priester. De heer De jager beantwoordde de gestelde vragen, waarna hij deze avond eindigde met gebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1999

Daniel | 32 Pagina's

Verzoekingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1999

Daniel | 32 Pagina's