De tijd is niet gekomen...
Toen de Israëlieten terug kwamen uit ballingschap, werd spoedig begonnen met de bouw van de tempel. Maar toen het brandofferaltaar opgericht was en de fundamenten gelegd waren, werd het werk onder andere vanwege de tegenwerking van de Samaritanen stil gelegd.
Ongeveer zestien jaar later treedt de profeet Haggaï op. Hij klaagt het volk aan dat ze de tempel niet herbouwd hebben. Haggaï kent de argumenten: de tijd is niet gekomen, de tijd is er niet rijp voor. Er is zoveel armoede en onvruchtbaarheid, ze moeten zo zwoegen en sloven. Daardoor zijn ze niet in staat om de tempel te bouwen. Maar, vraagt Haggaï, is het dan wel een tijd om in gewelfde huizen te wonen? Blijkbaar hadden ze wel energie om huizen
voor zichzelf te bouwen. Haggaï draait de zaak om. Het volk zegt: we bouwen de tempel niet omdat de tijden zo slecht zijn, maar Haggaï zegt: omdat jullie de tempel niet bouwen zijn de tijden zo slecht.
Het argument dat de tijd niet rijp is, hoor je ook wel eens in het jeugdwerk, bijvoorbeeld als een vereniging niet van de grond komt of zo moeizaam loopt.
Maar is dat zo?
Besteden we onze energie in het jeugdwerk op de juiste manier? Worden we wel gedreven door oprechte liefde tot God en onze naaste? Hebben we het wezenlijke welzijn van jongeren voor ogen? Of geven we de bouw van ónze 'gewelfde huizen' voorrang? Zou dat misschien de oorzaak zijn van de 'armoede' die er soms in het gemeenteleven is?
Stelt uw hart op uw wegen, zegt Haggaï. Denk er eens goed over na, bedoelt hij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1999
Daniel | 32 Pagina's