Waar hoor ik thuis?
vervolgverhaal - deel 2
Vastberaden schudt hij zijn hoofd. "Dat mag niet. Dat is stelen." Thomas lacht schamper. "Alsof ik dat niet weet. Daar denk je alleen de eerste paar keer aan. Dat vergeet je wel als je een lekkere boterham tussen je kiezen hebt." Roger schudt nog een keer heftig van nee.
Thomas haalt zijn schouders op. "Dan niet. Als je mij er maar niet bijlapt. Dan weet ik je te vinden." Verdwenen is hij. Het is niet meer zo druk op het pleintje, ziet Roger. Hij moet opschieten, dan kan hij misschien nog wat werkjes doen voor die bloemenman naast de kerk. "Het laatste nieuws!" Roger trekt een man aan zijn jas. "Een krant, meneer."
"Laat me los, schooier. Als ik een krant wil, regel ik dat zelf wel." Roger trekt zich bezeerd terug. Het valt niet mee om de laatste vier kranten aan de man te brengen. Veel mensen hebben er al één. Er zijn zoveel krantenjongens in New Vork. Eindelijk is hij ze kwijt. "Kom Hannah!"
"Goedemorgen, mijn jongen." Roger voelt een hand op zijn schouder. Hij kijkt verschrikt op." "k Ben net te laat voor een krant geloof ik. Is 't goed gegaan vanmorgen? "
Roger kijkt in het gezicht van meneer Brace. Hij heeft hem al vaker gezien. Vaak maakt hij even een praatje als hij langskomt. Als Roger een tijdje met hem gepraat heeft, vraagt meneer Brace: "Zou je niet op een boerderij willen wonen? Bij een vader en moeder? "
Verbaasd kijkt Roger kijkt hem aan. "Ik heb toch geen moeder meer, en mijn vader..."
"ja, maar een nieuwe vader en moeder. Iemand die je eten geeft en die ook goed voor Hannah zorgt. Iemand die jullie ook over de Heere vertelt." Roger luistert ingespannen toe als meneer Brace vertelt over de treinen die soms naar het westen trekken. Treinen vol met weeskinderen. In het westen zijn genoeg mensen die graag een of twee kinderen willen verzorgen.
"Ja maar, als vader terugkomt." Even is het stil. Dan zegt meneer Brace. "Ik zal proberen erachter te komen waar je vader werkt. Dan vraag ik wat hij ervan vindt. Okay? " Roger knikt. Hij weet nog niet of hij het wel zo'n geweldig idee vindt. Alhoewel, voor Hannah... Als het straks winter wordt, kan ze toch niet in een doos blijven slapen!
Als meneer Brace weer komt, heeft hij inderdaad vader gesproken. "Gaan we weer bij papa wonen, " vraagt Roger hoopvol.
Langzaam schudt meneer Brace het hoofd. "Je vader zou wel voor jullie willen zorgen, maar hij heeft geen geld genoeg. Hij vindt het goed dat jullie met de trein meegaan." Roger is verslagen. Hij barst in snikken uit. Hannah kijkt hem met grote ogen aan.
"Huil maar even hoor. Je bent al zo'n tijd flink geweest, " zegt meneer Brace. "Weet je wat, ga gelijk maar met me mee. Over een paar dagen vertrekt er weer een trein. Als er ruimte is, kunnen jullie ook mee." Roger die nog steeds niet weet of hij wel echt naar het westen wil, loopt toch met meneer Brace mee. Dan hoeven ze in ieder geval vannacht niet op de straat te slapen.
In het gebouw waar ze gebracht worden, is het een drukte van belang. Het wemelt er van de kinderen. Sommigen zijn heel luidruchtig. Anderen zitten maar stil in een hoekje. Roger gaat op de grond zitten. Met zijn rug leunt hij tegen de muur.
Hannah kijkt nieuwsgierig rond: "Wat veel kinderen!" zegt ze verbaasd. "Gaan we nu hier wonen" "Ik denk het niet", zegt Roger. "Zou jij wel bij andere mensen willen wonen. Bij aardige mensen? " "Ga jij dan ook mee? " vraagt ze. "Natuurlijk, " zegt Roger. "Ik blijf bij jou..."
Ineens ziet hij Harold, een jongen die bij hem in de buurt gewoond heeft.
Harold heeft hem ook al gezien. Hij komt bij hen zitten.
"Ga jij ook met de trein mee? " vraagt hij.
Roger haalt zijn schouders op. "Ik weet het nog niet. jij? "
Harold knikt. "Mijn vader en moeder leven allebei niet meer. Waarom zou ik hier blijven, "k Zal het weeshuis niet missen. Daar had ik ook altijd honger. Ze zeggen dat er in het westen genoeg te eten is, dus... "
ledereen mag aan een lange tafel gaan zitten. Roger kijkt eens rond. Hij kent verder niemand. Tegenover hen zitten twee meisjes. Wat lijken die op elkaar, zeg. Dat zal wel een tweeling zijn. Daarnaast zit een grote jongen met flaporen. Die is vast al wel vijftien. Als ze gezamenlijk gebeden hebben, krijgen ze brood met ham. Daarna ook nog een appel. Het lijkt wel feest. Binnen de kortste keren heeft iedereen zijn bord leeg. Zelfs de kruimeltjes worden opgelikt.
wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1999
Daniel | 31 Pagina's