JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Waar hoor ik thuis?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar hoor ik thuis?

vervolgverhaal - deel 1

4 minuten leestijd

New York, September 1877

"Stil maar, Hannah." Roger trekt zijn jas uit en legt hem over zijn drie-jarig zusje heen. "Zo, lekker warm. Ca nu maar slapen."

"Ik heb zo'n honger!"

Hannah's klagend stemmetje snijdt door Roger heen. Het kleine stukje brood in zijn jaszak is eigenlijk voor morgenochtend. Wat moeten ze nu eten voor hij zijn kranten gaat verkopen? Zuchtend vist hij uit zijn broekzak de laatste brok op.

"Kleine hapjes nemen en goed kauwen."

Dat zei moeder ook altijd. Moeder! Leefde moeder nog maar. Niet dat ze toen zo veel te eten hadden. Sinds vader alles opmaakte in het café op de hoek... Door te naaien wist moeder altijd nog wel wat geld te verdienen.

Maar moeder leeft niet meer. Longontsteking, had de benedenbuurvrouw gezegd.

Roger duwt zijn knuisten tegen zijn ogen. Niet meer aan denken. Nog twee weken hadden ze in hetzelfde appartement mogen wonen. Toen werden ze eruit gestuurd. Gelukkig had Roger al snel een grote doos gevonden. Daar kon Hannah tenminste in slapen. Hij sliep er wel naast, op de grond. Hij is tenslotte al acht jaar.

Binnen een paar minuten is Hannah ingedommeld. Roger wilde wel dat hij zo snel kon slapen.

Vlakbij hoort hij mensen luid praten en zingen. Roger duikt in elkaar. Als ze maar niet hierheen komen. Gespannen luistert hij, maar de stemmen worden weer zachter. Roger rilt. Het is koud. Hij zal ook eens gaan liggen. Het duurt lang voor hij zijn draai gevonden heeft op de harde grond. O, 'k ben helemaal vergeten om te bidden, denkt hij ineens. Snel vouwt hij zijn handen. "Heere, het is zo koud. En we hebben zo'n honger. Mama zei altijd dat U voor ons kunt zorgen. Wilt U ons eten geven en een huis om in te wonen. Wilt U vader weer bij ons brengen. Om Jezus wil, amen."

De volgende morgen wordt Roger al vroeg wakker. Hannah slaapt nog. Hij moet goed voor haar zorgen. Dat heeft hij aan moeder beloofd. Waar zou zijn vader zijn? Hij heeft hem al zo lang niet gezien. Eerst kwam hij nog wel eens thuis, later nooit meer. "Waren we maar in Engeland gebleven, " had moeder wel eens gezucht. Het leek allemaal zo mooi. Amerika, werk genoeg, geld genoeg. Was dat even tegen gevallen. Toen vader eindelijk een baantje gevonden had, verdiende hij maar heel weinig. In die tijd begon hij te drinken en kwam hij ook steeds minder thuis. Als hij maar wist waar vader was... Kom, hij zou Hannah eens wakker gaan maken. Hij mocht niet te laat zijn voor zijn kranten.

Even later lopen ze samen door de straten. Twee magere, besmeurde kinderen. Niemand kijkt naar hen. Waarom zouden ze ook? Zo lopen er zoveel kinderen door de straten van New York.

"De krant, meneer. Het laatste nieuws!" Roger's stem schalt over het pleintje.

De meeste mensen lopen door. Af en toe stopt er één om een krant te kopen.

Hannah zit op de stoep te spelen. Roger houdt haar goed in de gaten, "jongeman, twee kranten alstublieft."

"Twee? " Verbaasd kijkt Roger op. Dat gebeurt niet vaak.

"Anders maken mijn vrouw en ik ruzie wie hem het eerst mag lezen, " knipoogt de meneer. Roger lacht. Wat een aardige man.

"Ha Roger!" Een jongen met donker krulhaar komt bij Roger staan. Roger heeft hem wel eens vaker gezien. Thomas heet hij. Hij ziet er net zo haveloos uit als Roger. Een veel te grote jas, een vuile gescheurde broek.

"Nog steeds krantenjongen? Waarom doe je toch zo moeilijk? " vraagt Thomas met gedempte stem. "Dan kan ik het beter, niet werken en toch verdienen. En veel meer dan met die domme kranten."

Roger vertrouwt het niet helemaal. "Hoe dan? " vraagt hij aarzelend. Thomas kijkt om zich heen.

"Zie je die man daar, met die hoge hoed? Het is een koud kunstje om zijn portemonnee uit zijn zak te halen. Hij zal hem echt niet missen, en hij heeft vast geld zat. En wij kunnen weer een week vooruit." Thomas kijkt Roger gespannen aan. "Het verdient beter dan die kranten van jou. Je wilt toch niet zeggen dat je geen honger hebt."

Roger drukt met zijn hand tegen zijn maag. Hij heeft altijd honger. Hij staat in tweestrijd. Eten voor een week klinkt wel erg verleidelijk. Hij moet toch goed voor Hanna zorgen. Zal hij het doen? Zomaar een paar keer? Thomas ziet aan Rogers gezicht dat hij twijfelt. Opeens moet Roger denken aan wat zijn moeder altijd zei: "Eerlijk duurt het langst, Roger. Er is er Eén, Die alles ziet en alles weet. Hij kan zorgen, ook al weten wij niet meer hoe het moet."

wordt vervolgd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1999

Daniel | 36 Pagina's

Waar hoor ik thuis?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1999

Daniel | 36 Pagina's