Een kind in de problemen..
In Aalsmeer is een moeder van 29 jaar opgepakt wegens verwaarlozing en mishandeling van haar vierjarige dochter. Met behulp van de politie is het meisje uit huis gehaald en tijdelijk in een crisisgezin geplaatst.
Dit is een bericht dat u in de krant zou kunnen lezen. Vaak lezen we niet hoe het verder met zo'n kind gaat. In het volgende verhaal wil ik u in het kort proberen daar wat over te vertellen. U zult begrijpen dat alle details zoals namen en plaats verzonnen zijn. Toch is het een verhaal van een kind, dat bij ons kan wonen in een woongroep van Stichting Gereformeerd jeugdwelzijn. In gedachten wil ik u meenemen naar een van deze woongroepen....
We worden gebeld door een gezinsvoogd (ik noem hem Peter), die een vierjarig meisje, Djennie, bij ons wil plaatsen. Volgens afspraak stuurt Peter ons de nodige informatie toe, zodat wij haar in team kunnen bespreken. Hij dringt echter aan op een snelle besluitvorming. Het meisje is al langere tijd bij het consultatiebureau bekend en diverse gemeenteleden hebben in het verleden al geprobeerd moeder hulp te bieden.
Uiteindelijk is Djennie toch aangemeld bij het Bureau Vertrouwensartsen, omdat geconstateerd werd dat de situatie alleen maar verslechterde. Via deze weg is nog geprobeerd, of moeder baat zou hebben bij vrijwillige hulpverlening. Helaas weigerde moeder regelmatig het contact met de hulpverleners zodat de zaak uit eindelijk aan de kinderrechter is voorgelegd. Deze heeft bevel tot uithuisplaatsing gegeven. Djennie wordt nu tijdelijk opgevangen in een crisisgezin. Hier moet zij echter zo spoedig mogelijk weg. Wij besluiten na overleg met de pedagoog dat Djennie voor drie maanden ter observatie mag komen. Omdat wij een open plaats hebben in de woongroep mag zij al de volgende dag komen.
Ik zie Djennie binnenkomen, samen met haar moeder en de gezinsvoogd. Ze heeft een tas met wat kleren bij zich en een pop. Het is een meisje met een inwit gezichtje. Ze straalt een en al afweer uit en heeft een schuwe blik in haar ogen. Ze klemt zich aan haar moeder vast. Moeder kijkt boos en afwerend en ze maakt geen oogcontact. Ik stel voor, dat we met elkaar een kop thee drinken en via de gezinsvoogd probeer ik toch wat contact te leggen. We gaan met elkaar de kamer bekijken, waar Djennie komt te slapen. Het afscheid is emotioneel en even later sta ik met een intens verdrietig meisje te zwaaien naar haar moeder.
Al snel ontpopt Djennie zich als een meisje dat grote moeite heeft met het dagelijkse ritme en de structuur van de groep. Ze wil iedere keer haar eigen gang gaan. Het is Djennie ook aan te zien, dat ze weinig lichamelijke verzorging heeft gehad. Van haar kleding is veel kapot of te klein. Toch laat ik haar die kleren aantrekken. Ze wil dit heel graag, want ze heeft ze van haar moeder gekregen. Door dit te weigeren zou ik Djennie alleen maar afstoten. Het witte gezichtje geeft aan dat ze weinig buiten is geweest. Zowel gewicht als lengte zijn totaal niet overeenkomstig haar leeftijd. Peter vertelde ons, dat Djennie vaak alleen achter werd gelaten en opgesloten zat op haar slaapkamer. Haar moeder heeft psychiatrische problemen en drinkt overmatig alcohol. Tijdens de maaltijd weet Djennie niet hoe snel ze een boterham moet pakken en propt hem naar binnen. Want... wie zal zeggen dat er een volgende maaltijd zal zijn met voldoende eten?
Djennie is niet gewend om geconcentreerd te spelen en veel speelgoed lijkt ze nog nooit gezien te hebben. In korte tijd haalt ze de hele woonkamer overhoop. Dit veroorzaakt onrust en mede hierdoor heeft Djennie veel ruzie met groepsgenoten.
Na zes weken bespreken we als team, samen met de pedagoog, het voorlopige hulpverleningsplan van Djennie. We zullen Djennie observeren in haar contacten en een dagindeling met duidelijke structuur aanbieden. Haar mentor probeert met name het vertrouwen van Djennie te winnen om zo te komen tot uiting en verwerking van hetgeen in het verleden gebeurd is.
Tijdens mijn eerst volgende dienst spreek ik samen met Djennie af, dat zij tien minuten aan tafel gaat puzzelen. Enkele keren is ze al half van haar stoel af maar met veel stimulans lukt het haar toch. Ze glundert bij het compliment. Steeds probeer ik het aanleren van gewenst gedrag wat uitte breiden. Dit doe ik door gericht positieve aandacht te geven.
Zorgelijk blijft echter dat Djennie in haar boosheid zoveel spullen kapot maakt. Dit gebeurt regelmatig, nadat zij gecorrigeerd is door de groepsleiding. Ook op emotioneel gebied is Djennie een beschadigd kind
De bezoekafspraken voor moeder zijn op woensdagmiddag. Vaak komt moeder te laat en een enkele keer komt zij helemaal niet. Djennie reageert haar woede en teleurstelling af op de groepsgenoten. Als ik ingrijp, keert de woede zich tegen mij. Ik krijg de meest lelijke scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd. Ik blijf rustig en benoem naar Djennie, dat ik mij voor kan stellen dat zij heel verdrietig is dat haar moeder niet is gekomen en dat zij best mag huilen. Uiteindelijk breekt er iets bij Djennie en begint ze hard te huilen.
Nu Djennie bij ons woont, heeft vader aan de gezinsvoogd aangegeven dat hij weer contact wil met zijn dochter. Het contact tussen Djennie en vader is altijd goed geweest, vertelt Peter. Door de problematische verhouding tussen vader en zijn ex-vrouw is dit contact echter tijdelijk stopgezet. Na overleg met de gezinsvoogd besluiten we om de ouders afzonderlijk uit te nodigen voor een gesprek. In deze gesprekken wordt verteld, hoe het met Djennie op de leefgroep gaat en worden de contacten met de ouders besproken. We proberen te laten zien, hoe belangrijk het is dat zij hun afspraken met Djennie nakomen en vooral geen negatieve verhalen over elkaar moeten vertellen. Djennie heeft dan het gevoel te moeten kiezen tussen beide ouders.
Ondertussen zijn de drie maanden al verstreken en is de plaatsing van Djennie voor een half jaar verlengd. In de dagelijkse omgang met Djennie is van belang, dat we rust en betrouwbaarheid uitstralen. Overigens hebben alle kinderen dit hard nodig. Djennie test ons behoorlijk uit. Het is voor haar zo ongewoon dat we niet gaan slaan en schreeuwen! In eerste instantie geeft haar dit een onveilig gevoel. Na langere tijd zien we haar echter wat meer tot rust komen.
Djennie geniet met name van de gewone dagelijkse activiteiten. Het is voor haar juist belangrijk om positieve ervaringen in het gewone dagelijkse leven op te doen. We zien dat Djennie zich meer gaat hechten bij ons, ondanks de regelmatige terugvallen in haar gedrag. Haar mentor probeert korte gesprekjes met haar te hebben, waarin de contacten met moeder en vader besproken worden. Na verloop van tijd zien we, dat het contact met vader groeit. Er is een duidelijke band tussen hen en vader heeft de mogelijkheden om wat te doen met de aanwijzingen die wij of het gezinsvoogd geven.
Daarnaast begint vader steeds meer aan te geven dat hij meer voor Djennie zou willen betekenen. Bij moeder wordt steeds meer duidelijk dat zij dat ook wel zou willen, maar daar niet toe in staat is vanwege haar eigen problematiek. Het is echter de vraag of moeder kan accepteren, dat Djennie bij vader gaat wonen en niet bij haar! Hier ligt een taak voor de gezinsvoogd. In overleg met de gezinsvoogd wordt besloten dat we de mogelijkheden van vader zullen bekijken en proberen. Het probleem is echter dat het gedrag van moeder in deze situatie niet voorspelbaar is. De eindbeslissing van plaatsing bij vader ligt bij de kinderrechter. Hij zal echter nauwgezet kennis nemen van het advies van de gezinsvoogd.
Door het verhaal van Djennie te vertellen, heb ik in het kort geprobeerd een beeld te schetsen van het werken in de jeugdzorg op een van de woongroepen bij de SCj (Stichting Gereformeerd jeugdwelzijn). Dankbaar werk is het, als ik een kind tot rust zie komen en contacten hersteld kunnen worden in het dagelijkse leven. Vele keren zie ik echter dat er geen herstel mogelijk is in de eigen relaties. Dan hoop ik, dat de kinderen baat hebben gehad bij de plaatsing, zodat ze staande kunnen blijven in de maatschappij. Ook in dit werk ervaar je echter weer, dat alles in Gods hand ligt en dat niet wij als hulpverleners de levensloop van de kinderen kunnen bepalen. Gelukkig maar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1999
Daniel | 36 Pagina's