JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

In gesprek met moslims

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gesprek met moslims

Vraaggesprek met J. Commelin

9 minuten leestijd

De Islam in Nederland rukt op. Vrouwen met hoofddoekjes, islamitische gebedshuizen, geluidssignalen die oproepen om de moskee te bezoeken. Een beklemmende ontwikkeling... Of moeten we het anders bekijken? Ligt er soms een taak voor ons, om moslims met het Evangelie bekend te maken? "juist nu moeten we veel tijd besteden aan onze Turkse en Marokkaanse naaste", vindt zendingswerker j. Commelin.

In de huiskamer van zijn rijtjeshuis in Bodegraven grijpt Commelin naar het Boek der boeken. "Hier, neem Lukas 21 eens. Daar lees ik dat in het laatste der dagen "het hart van de mensen bezwijken zal van vrees en verwachting van de dingen die het aardrijk zullen overkomen". Die vrees en verwachting voor het nieuwe millennium zie je bij veel mensen om je heen, in het bijzonder bij Turken. Iemand vertelde mij van zijn Turkse buurman die bezet was met paniekgevoelens. De aardbeving in Turkije is een voorbode van veel ergere dingen, zo meende hij. "Binnenkort zal de aarde in tweeën splijten", voorspelde hij vol angst. Maar de Islam biedt nauwelijks troost bij aardbevingen, ziekten, oorlogen en al de noden van dit leven. Dat tekortschieten van de islam mogen wij aangrijpen om het zaad van het Evangelie te strooien."

Vergrijsd

Commelin heeft ervaring met het werken onder moslims. Vergrijsd in het zendingswerk, kwam hij na jarenlange arbeid in verre landen vorig jaar terug naar Nederland. 24 was hij, toen hij in dienst trad van het zendingsdeputaatschap van de Gereformeerde Gemeenten. 57 is hij, nu hij is neergestreken in het Zuidhollandse Bodegraven en hij nog altijd het deputaatschap tot werkgever heeft.

Commelin werkte de afgelopen decennia in verschillende gebieden. Nigeria was zijn eerste werkterrein, daarna kwam Zuid-Afrika, daarna het West-Afrikaanse Guinee. Het bijzondere van dit laatste land is dat 85 procent van de bevolking de Islam aanhangt. Het is een van de weinige moslimlanden die open staan voor zending. Commelin heeft er zeven jaar mogen arbeiden, her en der contacten leggend met de inwoners van de stad Boké.

"Dat leggen van contact was in zekere zin gemakkelijk. Het leven van de Afrikaan speelt zich grotendeels op straat af. Je hoefde dus maar naar buiten te gaan en hier een schoenmaker, daar een kleermaker aan te spreken. In de trant van: Hoe gaat het met je? Met je werk, je vrouw, je kinderen? Dat waarderen de mensen erg. Al gauw kom je dan op andere onderwerpen: de economie, de politiek, de godsdienst. De inwoners van Guinee praten gemakkelijk over hun religie. Ze zien het minder als een privé-aangelegenheid en schamen zich er minder voor dan wij. Het is vaak voorgekomen dat ik 's middags een moslim op bezoek had. Om vijf uur was het gebedstijd. Die man vroeg: waar kan ik me hier ergens afzonderen en mijn gebedskleedje neerleggen? Ik antwoordde: op de verranda misschien? Dat was prima. Na het gebed spraken we verder met elkaar."

Barrière

De islam is in Guinee sterk verweven met het geheel van hun cultuur. Juist die sterke verwevenheid van de godsdienst met van alles en nog wat, maakt het voor de Guineeërs moeilijk de islam los te laten en over te gaan tot het christendom, weet Commelin. "Alles is in zo'n land gericht op de gemeenschap, de familie, het dorp. Wie Christen wordt valt overal buiten, moet het voortaan alleen redden. Dat is een enorme barrière."

Zo bezien is het begrijpelijk dat in Guinee nog geen christelijke gemeente is gesticht. Er is zelfs nog niemand gedoopt. Commelin: "Er zijn in het verleden

wel mensen geweest die aangaven tot het christendom over te willen gaan, maar uiteindelijk zijn ze toch min of meer teruggevallen. Dat sociale aspect is voor hen zó belangrijk. Voor ik uit Guinee vertrok, heb ik mijn inlandse vrienden proberen voor te bereiden. Ik ga weg, zei ik, hecht je niet aan mij maar aan de Heere. Maar dat was heel moeilijk voor ze."

Vrucht

Commelin ging in zijn zendingsarbeid vaak als volgt te werk. Nadat hij contact had gelegd met mensen en enigszins hun vertrouwen had gewonnen, vroeg hij of ze in staat waren hun eigen taal, het Susu, ook te lézen. Zo ja, of ze dan geïnteresseerd waren in een in hun taal overgezet Bijbelboek, bijvoorbeeld het boek Jona of het Evangelie van Lukas. Commelin: "Je daaruit dan samen een stukje lezen en erover praten. Bij een volgend bezoek kun je erop terugkomen en vragen: heb je ook zelf uit het boek gelezen? Ik weet dat er in de moslim-land als Guinee toch veel in de Bijbel gelezen wordt, door ouderen en jongeren, vaak in het verborgen, maar toch... Ik geloof dan ook vast dat er vrucht is op ons werk in West-Afrika. Dat mensen de Schrift gaan lezen is ook een vrucht. God doet daar, op Zijn eigen, vaak stille wijze, Zijn werk mee."

Vond u het werken onder moslims moeilijker dan onder andere heidenen, met name aanhangers van natuurgodsdiensten?

"In bepaalde opzichten wel. Ik noemde al de verwevenheid van godsdienst en cultuur, zodat het voor Guinezen bijna onmogelijk is christen te worden. Toch waren de verschillen met mijn werk in Nigeria en Zuid-Afrika niet altijd zo groot. De moslims in Guinee zijn namelijk diep in hun hart niet los van het animisme, van het geloof in geesten. In feite hebben ze aan de islam niet genoeg, in hun godsdienst is Allah zó hoog verheven, zó ver weg van de mensen, zó totaal anders dan mensen, dat ze er in hun dagelijks leven niets aan hebben. In de islam kun je door een leven van plichtsbetrachting na je dood het heil bereiken. Of je dat bereiken zult, is absoluut niet zeker. Op het verdriet in dit leven, ziekten en moeiten, heeft de islam geen antwoord. Voor die problemen zoeken de moslims hun heil bij waarzeggers en geestenbezweerders."

Zeven keer

Commelin geeft een mooi voorbeeld hoe animisme en islam in Guinee vermengd worden.

"Het kan voorkomen dat de moslim voor een bepaalde kwaal naar een toverdokter gaat, die hem dan adviseert om Sura nummer zoveel (een hoofdstuk uit de koran) zeven maal achter elkaar met luide stem te lezen. Dan zal zijn kwaal overgaan. Dat is natuurlijk je reinste animisme, zij het met een islamitische saus."

Biedt die ontoereikendheid van de islam aan de christelijke zending mogelijkheden en openingen?

"ja, beslist. In het animisme is het brengen van een offer heel gewoon. Dat kan ons behulpzaam zijn om de moslim/animist iets te leren over het offer van Christus.

Maar ook in andere opzichten kun je aansluiten bij het ontoereikende van de islam. Zo vroeg mij eens een moslim, die in een bepaalde nood verkeerde, om met hem te bidden. Ik zei: maar ik zal wel bidden in de naam van Jezus Christus! Goed, zei hij. Blijkbaar had die man zoiets van:

mijn eigen godsdienst helpt me in elk geval niet, laat ik dan de jouwe maar proberen."

Manipuleren

Als kern van zowel het animisme als de islam, ziet Commelin de neiging van de mens om de godheid te manipuleren. "Daar komt het steeds om neer. Door een stipt levensgedrag of juist door occulte gedragingen Allah of de geesten overhalen iets voor jou te doen. Dat is ook bij ons nog veelal zo. Denken ook wij niet vaak dat we door gebeden, giften en kerkenwerk de Heere gunstig jegens ons kunnen stemmen? De kern van onze religie is echter juist dat we zelf niets kunnen. We hebben een Verlosser nodig. Dat is het onderscheidende en het rijke van het christelijke geloof. Daarom is het ook zulk prachtig werk om de naam van de Heere jezus te verkondigen."

Zijn er dingen die je absoluut niet of wel moet doen in het contact met moslims?

"Wat je beslist niet moet doen, is oneerbiedig met je Bijbel omgaan. Hem achteloos op de grond leggen bijvoorbeeld. Moslims zijn zelf gewend zeer behoedzaam met de koran om te gaan, hem in een doek te winden en dergelijke. Zover hoeven wij niet te gaan, maar we mogen ook nooit de indruk wekken onze eigen Heilige Schrift niet serieus te nemen.

Dingen die je wel moet doen, zijn vriendelijk zijn en niet twisten, zoals

Paulus ook zegt. Spreek met respect over de dingen die moslims heilig zijn. Trek je schoenen uit, niet alleen als je moskee binnengaat, maar ook als je bij een moslim in huis komt. Dat zijn zij gewend: ze zijn heel bang dat er enige onreinheid hun huis binnenkomt. Probeer moslims in een gesprek niet klem te zetten of in een hoek te drukken. Vermijd discussies over bijzaken. Een twistgesprek over de vraag of Mohammed een echte profeet was, is misschien interessant, maar het kan tot gevolg hebben dat ze niet verder naar je willen luisteren."

Strikvragen

Soms proberen moslims evangelisten wel door strikvragen van je stuk te brengen, vertelt Commelin. "Zo kwam ik eens een moslim tegen die me hardnekkig bleef vragen of ik de Koran een boek van God vond of niet. Daar moest ik éérst antwoord op geven: ja of nee. Bij zo'n man kom je niet verder.

Soms kun je iets bereiken door te antwoorden met een tegenvraag. Dat deed de Heere jezus ook vaak. Ik hoorde eens van een evangelist die door een moslim gevraagd werd: wat vind je van Mohammed? Die evangelist gaf een tactisch en wijs antwoord. Hij zei: Ik ken Mohammed eigenlijk niet zo goed. Vertel eens iets over hem. Wat heeft hij eigenlijk voor ons mensen gedaan, werkelijk gedaan? En waar is hij op dit moment? Kan hij nu nog iets voor me betekenen? Met dergelijke tegenvragen probeerde die evangelist een sfeer te scheppen waarin hij over Christus kon vertellen."

Profeten

In zijn gesprekken met moslims probeerde Commelin vaak aan te sluiten bij kleine overeenkomsten tussen christendom en islam. "Zo wordt in de koran een aanbeveling gedaan om de Bijbel te lezen, dat wil zeggen de profeten van het Oude Testament. Daar mag ik tegenover moslims graag op wijzen, om hen dan vervolgens uit te leggen dat die profeten weer geprofeteerd hebben van een andere, grote Profeet die komen zou. Wat dit betreft kunnen we veel leren van de wijze van prediken van de apostelen. Zij probeerden ook vanuit de Schriften aan te tonen dat jezus de Messias is."

Toch zul je met alleen woorden niet kunnen overtuigen, stelt Commelin. "Een heilige levenswandel is nodig. Getuigen moet ook gebeuren met ons gedrag. Je kunt alleen van de hoop getuigen, als die ook werkelijk in je is. We moeten ons allemaal afvragen: heb ik die hoop? Tenslotte is het enorm belangrijk dat er voor dit werk gebeden wordt, zowel persoonlijk als in de gemeente, niet alleen in het algemeen, maar ook toegespitst op bepaalde personen en omstandigheden. Daar wil de Heere Zijn zegen op geven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1999

Daniel | 36 Pagina's

In gesprek met moslims

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 oktober 1999

Daniel | 36 Pagina's