JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Talenten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Talenten

11 minuten leestijd

'Back to school'. Op de reclameposter bij de bushalte staan energieke jongens en hippe meisjes. 'Die hebben er vast meer zin in dan ik', denkt Paula, 'als ik kon kiezen, ging ik nooit meer naar school'.

Nog vijf, nog vier... nog één. Als een kind heeft ze de nachten geteld. Met dit verschil dat ze als kind toeleefde naar fijne dingen en dat ze nu als een berg tegen de maandag opzag.

'Nog maar één uur', denkt ze, als ze in de bus stapt. 'Nog een uur en dan zie ik iedereen weer'. Mariska met haar vlotte babbel. Trudelies in haar moderne kleren. Christien met haar verhalen over uitgaan. Mark met z'n opgevoerde brommer en Arjen die alleen maar op Internet lijkt te surfen. Ze hoort er niet bij. Ze zal er nooit bij horen.

Natuurlijk zijn er ook anderen. Rustige leerlingen, die zich weinig inlaten met de populaire figuren in de groep. Ineke en Herma, al hartsvriendinnen vanaf de basisschool. Hilde en Gera die zich vaak bij hen aansluiten. Ze hebben een leuk clubje met z'n vieren. Zij zou daar niet bij passen. Ze zou zich het vijfde rad aan de wagen voelen. Bovendien zitten ze vast niet op haar te wachten.

Er zijn ook leerlingen die min of meer hun eigen gang gaan. Hans, die vaak een praatje maakt met docenten. Gerben, die op een rustige manier zijn mening durft te geven en voor zijn principes uit durft te komen. Corine, die thuis vaak meehelpt in het bedrijf en toch haar schoolwerk perfect in orde heeft. Ze zijn zichzelf en toch hebben ze leuke contacten met anderen. Een praatje in de pauze of even overleg over een werkstuk tijdens de leswisseling.

Zij beweegt zich er maar zo'n beetje tussendoor en houdt zich bijna altijd afzijdig. Getreiterd wordt ze niet, maar het zal waarschijnlijk ook niemand iets uitmaken of ze wel of niet op school is. Wie maakt zich nu druk over Paula? Niemand toch zeker.

Op de basisschool had ze wel een vriendin. Nou ja, vriendin. Misschien zou ze beter kunnen zeggen dat er een meisje was met wie ze veel omging: Henrike. Die alles beter kon en alles beter wist. Die besliste wat ze gingen spelen, zonder naar haar mening te vragen. Die in feite over haar heenliep en haar vaak het gevoel gaf dat ze niet voor vol meetelde.

Achteraf is ze wel gaan inzien dat Henrike haar nooit als een echte vriendin beschouwd heeft. Ze had haar nodig, omdat alle andere kinderen vroeg of laat afhaakten omdat ze Henrike te bazig vonden. Als een baksteen heeft diezelfde Henrike haar laten vallen, toen ze naar het voortgezet onderwijs gingen. Dat versterkte bij Paula het gevoel dat ze niet meetelt en weinig te bieden heeft in de omgang met anderen. Ze heeft er het idee aan overgehouden dat ze nooit een goed contact zal kunnen opbouwen. Ze kan zich ook niet voorstellen dat anderen het prettig zouden kunnen vinden om met haar om te gaan. Laat staan dat ze vrienden met haar zouden willen worden. Ze zou ook vast geen beroep kunnen uitoefenen, waarbij ze veel met mensen om zou moeten gaan. Daarom heeft ze voor een administratieve opleiding gekozen.

Wat ze precies wil, weet ze nog niet. In ieder geval niet ergens achter een balie. Dat is een ding dat zeker is. Ze moet er niet aan denken dat ze de hele dag mensen te woord zou moeten staan.

Halverwege de rit stapt Gerben in, samen met zijn broer. Hij ziet er goed uit met zijn door de zon gebruinde huid. Diep in haar hart vindt ze het toch wel leuk om hem weer te zien. Ze groet met een neutraal "Hallo" en doet alsof ze aandachtig verder leest in haar boek.

Een paar haltes verder komt Hilde binnen. "Ha, Paula! Dag, Gerben! Hoe is 't met jullie? ". Paula reageert met een summier: "Oh, best hoor" en Hilde raakt al snel in gesprek met Gerben. Paula hoort hoe ze een paar vakantiebelevenissen uitwisselen.

'Hilde kan het wel', denkt ze, 'zomaar gezellig een praatje maken'. Haar heldere stem is duidelijk te verstaan: "En toen was ik mijn portemonnee kwijt. We zijn het hele eind teruggelopen en hij lag nog naast de stoel waar ik op gezeten had. En we hebben ook nog twee keer een kano gehuurd. Leuk, joh!".

Gerben vertelt dat hij met zijn ouders en zijn broer een trektocht door Noorwegen heeft gemaakt.

"Oh, dat lijkt me geweldig. Daar wil ik zo graag nog eens naar toe. Ze zeggen dat je daar uren kunt lopen zonder iemand tegen te komen", reageert Hilde meteen.

Paula zwijgt. Met strakke ogen tuurt ze naar haar boek, zonder een letter te onderscheiden. 'En ik durf niet eens te zeggen dat we in Oostenrijk een wandelvakantie hebben gehouden, uit angst dat ze dat maar een saaie bedoening zullen vinden'.

"Ook nog weg geweest? ", vraagt Gerben, als ze het schoolplein oversteken.

"Ja, hoe was 't? ", vraagt ook Hilde, "jullie zouden toch naar de bergen? ".

gen? ". "Oh, wel goed", zegt Paula, "we

hebben veel gewandeld. We hebben niets bijzonders beleefd". Het is alsof ze een echo van haar eigen woorden hoort: 'Niets bijzonders, niets bijzonders'. 'Waarom praat ik zo? ', denkt ze, 'het was wél heel bijzonder. De tocht langs de gletscher, het voldane gevoel na een zware klim, de pauzes in een berghut, de pure schoonheid van Gods wijde natuur'. Ze voelt meer dan ze ziet dat Gerben haar even opmerkzaam opneemt. Dan praat hij verder met Hilde die nog wat meer over Noorwegen wil weten.

"Leuk dat we Van Ganswijk weer als mentor hebben", vindt iedereen. Ze kennen hem al van vorig jaar. Na de dagopening neemt de mentor ter controle even de namenlijst door.

"Hans Aartsen, Paula Brugman". Hij kijkt even op. "Doe je dit jaar je voorvader wat meer eer aan? ", vraagt hij . Het klinkt niet spottend, zelfs niet onvriendelijk. Paula krimpt ineen en durft niet op of om te kijken.

"U zou toch niet graag willen dat we allemaal gingen praten als Brugman? ", vraagt Mariska. De docent werpt een waarschuwende blik in haar richting. "Voor sommige mensen kan het helemaal geen kwaad om wat vaker iets te zeggen, maar anderen mogen best wat minder praten", zegt hij.

"Nou, Mariska, die kun je in je zak steken", spot Mark goedmoedig.

Meneer Van Ganswijk pakt de draad weer op: "Hilde Geerds, Arjen de jong". Zijn stem lijkt van heel ver te komen, maar Paula herademt. De aandacht is gelukkig van haar afgeleid.

In de pauze gaat ze ergens op een muurtje zitten, een eindje bij de anderen vandaan.

"Kom je ook? We staan daarginds", vraagt Gera, als ze langsloopt, '"k Zit hier ook best hoor". Paula hoort zelf dat haar stem wat onverschillig klinkt. Ze kan toch moeilijk zeggen dat ze afweer voelt bij de gedachte alleen al? Zeker daar tussen de anderen gaan staan. Ze zullen nog wel nagniffelen over die opmerking van vanmorgen. Hoewel, eigenlijk heeft niemand gelachen. Verder zou ze trouwens ook niet weten wat ze zou moeten zeggen met zo'n groepje om zich heen. Ze voelt zich dan vreselijk opgelaten. Als anderen interessante verhalen vertellen, klapt zij dicht. Ze zullen haar wel heel saai vinden.

Meneer Van Ganswijk heeft pleinwacht vandaag. Ze heeft het wel gezien, maar er verder geen aandacht aan geschonken. Ze wil niet teveel meer met hem te maken hebben na die opmerking van vanmorgen. Hij was altijd best aardig, maar ze heeft het gevoel dat ze niemand meer echt kan vertrouwen. Plotseling komt hij naar haar toe. 'Ook dat nog', denkt ze.

"Goed dat ik je hier even alleen tref, Paula", zegt hij, "ik had dat niet moeten zeggen vanmorgen. Het was zeker niet mijn bedoeling om je te kwetsen, maar het was wel een ongelukkige opmerking. Mijn excuses daarvoor".

De tranen branden achter haar oogleden. Ze kan alleen maar knikken.

Hij gaat er nog even op door. "Ik had het dus anders moeten doen", zegt hij, "maar wat ik er eigenlijk mee bedoelde, is dat jij precies evenveel recht hebt op een plaats in deze groep als ieder ander, je hoeft je niet te verschuilen, je mag er zijn. Voor de Heere zijn we allemaal gelijk en we hebben allemaal talenten van Hem gekregen".

"Dank u wel", zegt ze onhandig. Haar stem klinkt vreemd hoog. Als hij weer verder loopt, heeft ze het gevoel dat hij het toch niet helemaal begrijpt. Hoe moetje ooit overbrengen wat het is om je een buitenstaander in de groep te voelen, als iemand dat zelf nooit gevoeld heeft?

Na de pauze staat Engels op het rooster. Haar favoriete vak. De docente vraagt een aantal dingen na die voor de zomervakantie behandeld zijn. Paula weet bijna alles nog, maar steekt geen enkele keer haar vinger op. Stel je voor dat ze een fout zou maken. Verschillende andere leerlingen slaan de plank volledig mis. Paula verbaast zich erover hoe de meesten daar op reageren. Ze worden niet rood. Ze kijken niet beschaamd naar beneden, maar ze halen hooguit een keer berustend hun schouders op. Moetje Corine ook zien. Zojuist werd ze nog gecorrigeerd voor haar uitspraak en nu zit ze alweer met haar vinger omhoog.

'Zie je nou wel? ', denkt ze, als ze naar het plein loopt waar de schoolbussen staan, 'het is precies zo gegaan, als ik dacht. Bijna geen contact met anderen en in de klas te verlegen om iets te zeggen'.

Gerben komt naast haar zitten in de bus. Dat doet hij wel eens vaker. Het roept altijd wat tegenstrijdige gevoelens bij haar op. Gerben is degene in de klas bij wie zij zich nog het prettigst voelt. Anderzijds zit ze het liefst in haar eentje. Dan hoeft ze niet bang te zijn voor lastige vragen, niet bang te zijn om blunders te maken.

Dan hoeft ze niets van zichzelf te laten zien.

"Heb je echt wel een fijne vakantie gehad? ", vraagt Gerben, "je reageerde zo mat vanmorgen".

Ze bloost onder zijn aandachtige blik. Ze weet plotseling ook dat ze het tegen hem wel durft te zeggen. "Ik was bang dat jullie het misschien maar saai zouden vinden", zegt ze, "zo'n wandelvakantie in Oostenrijk.

Daarom reageerde ik zo. Maar het was helemaal niet saai. Het was juist prachtig. Heel indrukwekkend, je voelde er iets van de almacht van God".

Hij knikt herkennend. "Ik hou ook veel van de natuur", zegt hij, "het maakt je soms heel stil, als je ziet hoe mooi de schepping is". Hij zwijgt even. "je moet eens wat foto's meebrengen, als je die hebt", vervolgt hij dan.

'"k Heb wel wat foto's, maar je moet je er niets bijzonders van voorstellen, hoor". 'Niets bijzonders, niets bijzonders' echoot het in haar hoofd. 'Nu zeg ik het alweer', denkt ze een beetje verschrikt, 'terwijl een paar opnamen juist zo goed gelukt zijn'.

Ze moet even iets overwinnen en corrigeert zichzelf dan: "Nou ja, er zitten best een paar mooie tussen, 'k Zal ze eens meenemen".

Gerben knikt en gaat dan over op een ander onderwerp. "Wennen hè, zo'n eerste dag? ". "Vreselijk vond ik het", zegt Paula, "terug naar die school, die lui allemaal weer om je heen, die opmerkingen van docenten".

Gerben lijkt even verlegen met de situatie.

'"t Was inderdaad niet zo'n gelukkige opmerking die meneer Van Ganswijk maakte. Ik vroeg me nog af of ik er iets van moest zeggen, maar ik had de indruk dat hij het helemaal niet kwaad bedoelde".

"Dat klopt", reageert Paula wat onwillig. "hij is er later op teruggekomen en heeft zijn excuses aangeboden".

"Ik denk dat hij bedoelde dat je bij ons hoort, net zoals alle anderen', zegt Gerben, "dat je echt meetelt. En als hij dat niet bedoelde, heb je het nu van mij gehoord. En ik weet zeker dat ik niet de enige ben die er zo over denkt".

Opnieuw zitten de tranen hoog en kan ze alleen maar knikken. Toch heeft Paula het gevoel dat er een opening is gekomen in het pantser dat ze om zich heen had.

'Het is toch anders gegaan dan ik dacht', realiseert ze zich, als ze het laatste stuk van de reis alleen aflegt. 'Meneer Van Ganswijk en Gerben.

Ze hebben me elk op hun eigen manier laten zien dat ik zo niet door moet gaan. Dat dat niet mag en ook niet hoeft'. Ze denkt terug aan de woorden van meneer Van Ganswijk: "We hebben allemaal talenten van God gekregen". 'Alleen een talent om te leren', heeft ze altijd gedacht, 'geen talenten om met anderen om te gaan'. 'Ik zou kunnen beginnen met luisteren', denkt ze nu, 'misschien kan ik beter luisteren dan praten. Ik moet proberen me niet zo afzijdig te houden, maar belangstelling tonen voor anderen en wie weet zelf eens iets vertellen. Aan Gerben heb ik immers ook dingen verteld?

Dat kan ik ook bij anderen proberen'.

"Hoe is 't gegaan vandaag, Paula? ", vraagt haar moeder, als ze de kamer binnenstapt. "Wel goed, mam, 't is me meegevallen". Voor de derde keer vandaag is het alsof ze de echo van haar eigen stem hoort: 'Meegevallen, meegevallen'. Verrast luistert ze ernaar. Déze echo heeft ze nog nooit gehoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1999

Daniel | 36 Pagina's

Talenten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1999

Daniel | 36 Pagina's