Roepen
Wie toch is, als Gij, weldadig? Wees mij dan, o HEER, genadig; Want mijn roepen en geklag Klimt tot U den gansen dag. Wil de ziel Uws knechts verblijden; Ondersteun hem in zijn lijden; Want ik hef mijn hart en oog Trouwe God, tot U omhoog.
12/9 Toen riepen de kinderen Israëls tot de HEERE. Richteren 10:6-18.
13/9 Tot U hebben zij geroepen. Psalm 22:1-12.
14/9 Doch roepende tot de HEERE. Psalm 107:1-22.
15/9 Uit de diepten roep ik tot U. Psalm 130.
16/9 Alsdan zullen zij roepen. Micha 3.
17/9 Manasse roept niet tot de Heere. 2 Kronieken 33:1-9.
18/9 Manasse roept tot de Heere. 2 Kronieken 33:10-20.
19/9 Roepen met tranen. Markus 9:14-29.
20/9 Een roepende Bartimeüs. Markus 10:46-52.
21/9 De Heere Jezus roept. Lukas 8:4-15.
22/9 De Heere Jezus roept uit de dood tot het leven. Lukas 8:40-56.
23/9 Dag en nacht roepen. Lukas 18:1-14.
24/9 Twee blinden roepen. Mattheüs 20:20-34.
25/9 Roepende kinderen. Mattheüs 21:12-22.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1999
Daniel | 32 Pagina's