JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Oud papier

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oud papier

9 minuten leestijd

"Zo, dag ma, is de koffie al klaar? " "Dag jongen. Ik ga het voor je halen hoor, pak de krant maar vast."

Hij zette zijn werkschoenen in de bijkeuken. Alles in huis ademde orde en netheid. De helderwitte vitrage, het rode pluche kleed over de tafel en de overgordijnen van donkergroen velours. Met een zucht liet hij zich zakken op de bank.

In de keuken haastte zijn moeder zich. Na al die jaren zette ze de koffie nog steeds met de hand. Uit de fluitketel goot ze het water voorzichtig in de filter. Op het fornuis brandde een vlam onder een pannetje melk.

"Moet je nog weg vanavond? " riep ze vanuit de keuken, "ja, half zeven heb ik beloofd bij Gert en Tineke te gaan klussen."

Hij had het altijd druk. Bijna elke avond ging hij erop uit, om een centje bij te verdienen. Je moest wel. Beter werk dan wat hij nu had, lag niet voor het oprapen. Zijn baas betaalde bijzonder slecht.

Dan moest hij ook niet verwachten dat Jan zich voor honderd procent gaf. Regelmatig ging hij gewoon tien minuten eerder weg, en als het eens laat werd 's avonds meldde hij zich de andere ochtend gewoon ziek. Oké, het was niet netjes. Dan moest z'n baas hem maar niet zo'n hongerloon geven...

Hij had er wel eens over gedacht om voor zichzelf te beginnen, maar dat bracht teveel rompslomp met zich mee. Daar had hij nu ook weer geen zin in. Al die administratie die erbij kwam kijken, daar had hij geen hoofd voor. Nee, dit was beter. Je moest eens zien, wat hij al gedaan had van al dat extra geld dat hij op deze manier ving. Een nieuwe wasmachine voor zijn moeder, een uitbouwtje aan het huis. En, dat was niet onbelangrijk, een prachtige auto. Net vorige week nieuw. Wat een plezier je daar niet van had..! Zondag zag hij ze wel kijken hoor, toen hij ma voor de deur uit liet stappen. Als je niet getrouwd was, en hard werkte, dan had je dat nu eenmaal. Nee, dat geld zou hij nooit goud willen missen.

Hij was de zoon, die ze niet verwacht had, te zullen krijgen.

Elke avond rond kwart over vijf werd ze met het opengaan van de voordeur herinnerd aan zijn bestaan. Dan haastte ze zich, om aan al zijn wensen te voldoen. Tenslotte werkte hij zo hard. En dan nog elke avond op pad. Soms was het half een, voor ze de deur in het slot hoorde vallen.

Gelukkig woonde hij nog thuis. Je had zo nog wat gezelligheid aan elkaar. Heimelijk was ze er trots op, dat hij zoveel werkte. Dikwijls schepte ze er over op, wanneer de buurvrouw naar hem vroeg. Vorig jaar had hij nog een nieuwe wasmachine gekocht voor haar. Nee, ze had geen reden tot klagen. Ze zei er maar niets van, dat hij op er overdag op zijn werk de kantjes van af liep. Langzaam goot ze de koffie in een roze gebloemd kopje met een gouden randje. Boven het kopje hield ze een zeefje, waarin ooit de afdrukken van de pan waren gesmolten. Ze goot de melk bij de koffie. Op een schoteltje legde ze twee spritsen. Zo, dan kon de jongen smullen. Als je zo hard werkte, kon je wel wat gebruiken. Voorzichtig liep ze met het theeblad naar de kamer. "Jan, hier is je koffie. Zo, ik zie dat je de krant al hebt gevonden." Op dat moment rinkelde de telefoon.

"Je kunt best wat minder werken hoor, " zei Annelies. Het was dat de kinderen erbij waren, maar anders... "Jij vindt het toch ook fijn om in dit huis te wonen, dat had niet gekund als ik zo weinig gewerkt had, als jij zou willen."

"Weinig gewerkt..., " hoonde Annelies, "je bent elke avond weg. Dat Jan dat nou doet, nou ja, die woont nog steeds bij zijn moeder die alles voor hem doet."

Behendig ving ze een hapje op, dal kleine Anne ernaast liet vallen. Met een kennersoog inspecteerde ze andere borden.

"Joost, eet eens door, niet alleen je appelmoes opeten, maar ook je boontjes. Ik kan je wel vertellen, dat dat geld me al lang niet meer kan schelen. Dan doen we het maar met wat minder."

"Dat zeg je nu, maar dat valt tegen hoor. jij hebt vorige week nog kleren gekocht. Je ziet wel, dat ik het echt niet voor mezelf doe. En wat Jan betreft, die verdient bij zijn baas ook het zout in de pap niet, dat zei'die vorige week nog."

"Kleren voor jezelf gekocht? Een rok, die ik hard nodig had."

Annelies zag nu rood van woede. Ondertussen gaf ze Anne een hapje. "Joh, we praten er nog wel eens over, dit is niet leuk voor de kinderen op die manier."

"Heeee, ik ziet ome Jan. Ik gaat open doen."

Voor ze er erg in hadden, was Tim al vertrokken, om de voordeur open te doen.

Met een zwaai gooide hij de deur open.

"We ben nog aan't eten ome Jan, "

zei Tim. Om er trouwhartig aan toe te voegen: "Maar u mag wel even op onze bank zitten hoor. Me vader kom' er zo an."

Jan volgde Tim naar de kamer. Aan tafel zaten Peter en Annelies nog te eten.

Rond de tafel telde hij vier kinderen. "Ik kom er zo aan hoor, even afeten. Zal ik een stoel voor je pakken? " "Nee joh, ik neem de bank wel." jan ging op de bank zitten. Eigenlijk werd hij altijd verlegen van die kinderen. Niks voor hem. Hij voelde zich altijd zo onhandig. Ze stelden je de raarste vragen.

Daar had je het al.

"Ome Jahan, " riep Tim vanaf de tafel "papa gaat voor mij een vlieger maken. Maar nou nog niet, want hij moet eerst nog werke met u vanavond. Kan u ook vliegers maken? " "Nee hoor, ik ben niet zo knap als je vader."

Gelukkig, daar pakte Peter de Bijbel al. Hij keek om zich heen. Zo. Alle borden waren leeg.

"Goed luisteren jongens. Papa gaat uit de Bijbel lezen. Prediker 2" "... ik haatte ook al mijn arbeid, die ik gearbeid had onder de zon, dat ik die zou achterlaten aan een mens, die na mij wezen zal..."

Op de bank zat Jan niet erg gemakkelijk. Dit kwam erg dicht bij. Zijn ogen dwaalden naar zijn auto, die buiten stond te glanzen in de zon.

"...want al zijn dagen zijn smarten en zijn bezigheid is verdriet; zelfs des nachts rust zijn hart niet...

Was Peter nu nog niet klaar met lezen? Niet luisteren, hij had thuis ook al uit de Bijbel gelezen, jan probeerde aan iets anders te denken, maar toch bleef hij Peters stem horen, die rustig doorlas, "...maar de zondaar geeft hij bezigheid om te verzamelen en te vergaderen... kwelling des geestes."

Ook Peter voelde zich onrustig worden van binnen. Hij durfde niet naar Annelies te kijken.

Hij deed de Bijbel dicht. "Laatste woord Tim? " "Kwelling des geestes. Pap, wat is dat? '

Op de bank zuchtte jan inwendig. Nu kregen ze daar nog een hele uitwijding over. Hij keek op de klok. 't Was al tien voor zeven. Zo hielden ze niet veel tijd over.

"Dat is als je dat je ergens niet blij van wordt. Dat je niet echt gelukkig bent Tim."

"Maar waar word je dan niet blij van? " "Van hard werken en geld en spullen verzamelen, Tim. Dat stond er." En vlug voegt hij er aan toe: "We zullen danken."

"Mooi wagentje joh!" Peter liep bewonderend een rondje om de auto van jan.

"Mooi hè, net nieuw. Joh, stap in, dan rijden we naar Gert en Tineke. Heb jij je gereedschap? " Samen reden ze weg, uit de straat waar Peter woont.

"Net voor ik wegging, belden ze me nog van de kerk, " begon Jan.

"O ja, wat hadden ze van je nodig? " "Of ik op zaterdagmorgen mee wilde helpen, met het inzamelen van oud papier. Ik was de zesde al, die ze belden."

"En? " "Nee, natuurlijk niet. je verdient er niks mee. Alleen maar praatjes maken met iedereen en balen papier sjouwen van een ander. Nee, dan zijn ze bij mij aan het verkeerde adres.

Bovendien, ik heb al nog drie mensen beloofd, dat ik bij ze kom klussen. Jij doet toch zeker ook wel mee? " "Eigenlijk niet Jan. Ik heb er steeds ruzie over met Annelies. En vanavond..." Peter slikt even. Zou hij het wel zeggen? Andere mensen gingen zo snel met je woorden op de loop, of ze lachten je uit... Jan was niet zo fijngevoelig. Toen vermande hij zich en begon nog eens: "Vanavond toen ik uit de Bijbel las..."

Jan keek stiekem opzij, 't Leek wel, of Peter bijna zat te janken. Hij was al twee keer aan die zin begonnen...

"... toen dacht ik opeens, 't is allemaal waar wat er staat. "Ik maakte mij grote werken, ik bouwde huizen en... en... ik vergaderde mij zilver en goud... Dat is precies waar ik al heel mijn leven mee bezig ben... en eigenlijk besefte ik tot vanavond niet hoe arm dat eigenlijk was. Altijd bezig, maar nooit met dingen die echt belangrijk zijn." jan was een poosje stil. Wat moest je hier nu op zeggen? Hij voelde zich vaak wat ongemakkelijk, als iemand anders emotioneel werd...

Toen zei hij bruusk: "Dus je doet het niet meer? " "Nee, " mompelde Peter zacht voor zich uit. En toen nog eens: "Nee."

"Zo, je bent vroeg terug, joh. Lekker opgeschoten vanavond? " Onder de franjelamp zal zijn moeder nog wat te handwerken. Ze legde het kleedje dat ze haakte op haar schoot en reikte naar de knop van de kerktelefoon om die zachter te zetten.

"Peter wilde snel naar huis, ma. Dus ik ben ook maar vlug naar huis gegaan."

"Ook wel eens fijn joh, vroeg thuis. Je kunt altijd wel werken."

"Begint u nu ook al? Peter had opeens ook al van die vrome praatjes." jan vertelde op zijn eigen, wat ruwe toon, wat er die avond gebeurd is.

Zijn moeder zei niet zoveel, maar stond op om iets in te schenken voor jan.

Terwijl ze naar de keuken liep, stond Jan op en pakte de hoorn van de telefoon.

"Wat denkt u ma, zou Verhage nog wakker zijn? Dan bel ik hem nog even over dat oud papier..."

Ridderkerk Marianne van Pelt-van der Wilt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1999

Daniel | 32 Pagina's

Oud papier

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1999

Daniel | 32 Pagina's