JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De wortels van de kunst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wortels van de kunst

8 minuten leestijd

In de oren het nog nagalmend wekelijks vermaan niet voor gesneden beelden te buigen. in het achterhoofd een nog Met nimmer uitgeraasde Beeldenstorm. Voorzien van een ruime dosis calvinistisch scepticisme ten aanzien van alles wat niet sober en ingetogen is (behalve automobielen). Maar met een eigen orgel-en zelfs concertsubcultuur als avondrealiteit. En een Gouden Eeuw als culturele vaderlandse bagage. Het kan niet missen. In het laatste kwart van de twintigste eeuw is de emancipatie van de kleyne luyden begonnen. Kuyperiaanse ondergang of culturele bloei?

In een reeks artikelen over kunst zal in deze bijdrage wat nader worden ingegaan op het begrip kunst. De centrale vraag hierbij luidt: waar liggen de wortels van de kunst?

De verleiding is groot te antwoorden met een historisch overzicht. Een speurtocht naar de allervroegst bekende kunstvormen als het begin, als de wortels van een ontwikkeling door de tijd. Zo van: was er kunst vóór Jubal? En fout is dit niet. We zouden dan de ontwikkeling van de kunst beschrijven, ze in de tijd en ruimte plaatsen. Maar we willen juist meer. We willen het begrip kunst graag wat beter leren kennen. Het beschouwen en proberen te verklaren. We gaan dan richting de vraag: wat is haar oorsprong, hoe kon kunst ontstaan en hoe verhoudt ze zich tot ons, mensen?

Wat is kunst?

Wat is kunst? Wie het weet mag het zeggen. Voor kunsthistorici is een definitie geven van het begrip kunst net zo moeilijk als het voor biologen is voor het begrip "leven". Beide begrippen kennen een geestelijke oorsprong. Toch geven we twee definities. Eenvoudig gezegd: kunst is dat wat kunstenaars maken met de bedoeling kunst te zijn. Deftig gezegd: kunst is een ambachtelijk en geestelijk proces van uitdrukken dat historisch heeft geleid tot het scheppen van objecten door kunstenaars met een esthetisch doel voor ogen. Uit deze definities krijgen we boven water dat kunst een maaksel van mensen is, een schepping vanuit de geestelijke vermogens van de mens met een bedoeling.

Het kader van kunst

Het kader waar de mens en zijn kunst zich in beweegt, is zelf het grootste kunstwerk. Het is onze geschapen wereld waarvan God Zelf de Kunstenaar en Bouwmeester is. Als de Heilige en Volmaakte schiep Hij vanuit de Idee, van niets naar iets in volmaakte schoonheid en harmonie. Met als pronkjuweel: de mens. En zie, het was zeer goed.

De mens als Gods schepsel en beelddrager werd toegerust met gaven van hart, hoofd en hand om de Heere lief te hebben en zijn naaste en de gehele schepping. Adam kreeg als opdracht de aarde te cultiveren. Toen kwam de grote cesuur. Wie zou niet wenen?

De zondeval bracht de mens buiten het paradijs, zonder God in een verdorven wereld. Een wereld waarin de zonde, het God-loze, het duivelse, het niet zijnde, het lelijke, de dood is gekomen. Er ontstond chaos in de kosmos. Er kwam onkruid naast de bloem. God zocht Adam op. In de moederbelofte openbaarde Hij de Logos (Zoon) als Hoofd van het Genadeverbond. Ook hierbuiten gaf God de mens nog niet geheel aan zichzelf over. Hij bleef de mens onderhouden (Kaïn!) en liet nog algemene scheppingsgaven. De cultuuropdracht ging zweet en moeite kosten. Maar heimwee naar het verloren paradijs bleef bestaan. Alget meen menselijk bleef de behoefte aan wat Plato formuleerde als het goede, het ware en het schone.

De scheppende mens

De mens heeft naast de neiging tot willen weten van waarheid (wetenschap), ook de neiging tot genieten van schoonheid (natuur en kunst). Genieten van het schone verbindt zich met een geestelijk-esthetisch lustgevoel. De algemene scheppingsgaven maken dit mogelijk.

De mens wil zich uitdrukken, zich doen gelden. Hij gaat zelf scheppen. Hij maakt uit het iets, de natuurlijke wereld, iets anders. Hij vormt en gaat weergeven. Naast natuurschoonheid ontstaat de door de mens gemaakte kunstschoonheid.

Soms zelfs in wedijver, emulatio, met de natuur. De mens wordt kunstenaar en bezit een (on)bewuste geniale drang in combinatie met technische vaardigheid.

Zijn scheppende verbeelding van de natuur, de wereld in hem en om hem heen, roept esthetische gevoelens op. Of is het een voldoening een eigen wereld te willen en kunnen scheppen? Om te zeggen: zie ook dit is goed?

Zintuigen en kunst

Bij het maken en waarnemen van kunst gebruiken we de zintuigen in relatie met onze intuïtie, ons verstand en ons gevoel.

Per zintuig onderscheiden we kunstvormen, de deelgebieden. De tast, de smaak en de geur kunnen bijvoorbeeld in de vorm van zijden stoffen, kookkunst, wijnen en parfums een hoge mate van genot en welbehagen verlenen. Deze drie zintuigen staan het dichtst bij de fysieke mens.

De zintuigen gehoor en zicht doen een groter beroep op het geestelijke in de mens.

Het oor is de poort van de gehoorzin. Het is het domein van geluid, van het woord en van tijd. Het is vluchtig in proza, poëzie, zang en muziek. Het oog is de poort van de gezichtszin en van ruimte. Architectuur, beeldhouwkunst, schilder-en tekenkunst doen een beroep op haar.

Kunstvormen als dans, drama, toneel, opera, musical, cabaret, film laten we hier voor wat ze zijn. In de Calvinistische cultuur en levensbeschouwing zijn ze minder geëigend. (Reeds Voetius heeft hier behartigenswaardige dingen over geschreven. Men leze zelf. Het brengt ons bij de moraal, de relatie gedrag-kunstvorm en dat valt buiten dit artikel).

De mens uit zich dus middels zijn zintuigen in vele kunstvormen. Kunst is aanwezig in alles wat we doen of maken om de zinnen te bekoren, de mens te raken.

Kunst en de menselijke geest

Behalve vijf zintuigen is er een zekere mate van esthetische bewustheid voor elk mens nodig voor zowel het scheppen als voor het aanvoelen van kunst. Afhankelijk van aanleg, gave, talent is elke kunstvorm weer de uiting van en voor een verschillend persoonlijkheidstype. Voor elk wat wils. Ook in de mate van kwaliteit is er in de kunst wel een soort rangorde. Een kunstwerk moet veel kwaliteiten bezitten om van de hoogste orde te zijn. Maar minder is niet minder want elk kunstwerk zal de zinnen bekoren. De mate waarin is een subjectief menselijk gebeuren. De belangrijkste geestelijke processen waarmee we in de kunst te maken hebben, zijn waarneming en verbeelding. Zowel de maker als de ontvanger neemt waar en voegt iets subjectief-persoonlijks toe. Verbeelding is de ruimte en vrijheid van de menselijke geest een kunstwerk op een geheel eigen wijze te beleven.

Kunst is een uitingsvorm van wat mensen zien, gevoelen, wat hen bezighoudt. Ze bezit het vermogen te verheffen, te ontroeren, emoties op te roepen, te stichten, intellectueel te scherpen. Kunst draagt een boodschap van wat mens en samenleving bezighoudt, ze is communicatie tussen mensen. Ze kan sublimeren en oproepen tot hogere waarden. Dat is haar geestelijke kwaliteit.

Roeping

Waar liggen de wortels van kunst? In de door God met de gaven van hart, hoofd en hand bedeelde mens. Met zijn zintuigen als instrumenten voor scheppen en waarnemen in relatie met de verbeelding door intuïtie, verstand en gevoel. De wortels van de kunst zijn van geestelijke aard. Ze liggen in het scheppend vermogen van de mens de natuur en zichzelf weer te geven. In het opwekken van een esthetisch lustgevoel. Zich te uiten. Mag het zijn tot eer van Hem uit Wie, door Wie en tot Wie alles is. "Alles, wat adem heeft, love den HEERE. Hallelujah" (Psalm 150:6).

Kunst behoeft niet te worden verdedigd. Natuurschoon en kunst hebben een waarde in zichzelf. Esthetische waardering draagt bij aan de kwaliteit van het leven. Ze ontwikkelt het menselijk vermogen tot verbeelding en begrip. Kunst bezit een morele waarde door haar invloed op onze waarden en levenshouding. Ze kan zo dienen tot stichting van ons en onze naaste.

In een verdorven mens en wereld werkt de zonde ook door in een verdorven kunst. Kunst is niet neutraal. In bijbels licht moeten we eisen stellen aan haar vorm, haar functie en haar inhoud. Alle dingen zijn niet oorbaar, alle dingen stichten niet (I Korinthe 10:23).

Calvijn roept op tot een wettig gebruik van Gods gaven, tot welzijn en niet tot verderf.

Hij zegt over het gebruik van het tegenwoordige leven en zijn hulpmiddelen: "Wij moeten dus maat houden, opdat wij ze met een zuiver geweten, hetzij tot noodzaak, hetzij tot genieting gebruiken" (Institutie, boek III, hfd. X).

Hier ligt een grote roeping voor elke christen en christelijke kunstenaar. Alleen genade vernieuwt. Doe het al ter ere Gods. Geschonken gaven zullen dan gebruikt worden in de dienst des Heeren en om de naaste te gewinnen. Al wat waarachtig, eerlijk, rein en lieflijk is, bedenk dat zelve (Filippenzen 4:8). Ook in de kunst. Niet theoretisch maar persoonlijk in te vullen. In de spanning tussen Hemelvaart en Wederkomst dient de kerk pelgrim en getuige te zijn. johannes zag het nieuwe Jeruzalem, toebereid als een bruid. "Ziet, Ik maak alle dingen nieuw." Geen oog gezien, geen oor gehoord en in het hart van de mens niet opgeklommen. "En de zangers, gelijk de speellieden, mitsgaders al mijne fonteinen zullen binnen u zijn" (Psalm 87:7). Kunst met een K.

Utrecht J. Dangremond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1999

Daniel | 32 Pagina's

De wortels van de kunst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1999

Daniel | 32 Pagina's