Uit het leven van David (2)
Van mijne broeders sterk en maakte God geen werk, maar liet hen allen staan; En slaande niet eens acht op haren trots en pracht, noch opgeblazen waan. Ook heeft de Heere goed de reus, vol van hoogmoed door mij gebracht ter schande; ja, mij heeft Hij gesteld, die herder was in 't veld, tot koning in de lande. Uit: Eigen geschrift van David
29/8 Davids vergelding. 1 Samuël 30:17-31.
30/8 David hoort van de dood van Saul en Jonathan. 2 Samuël 1:1-16.
31/8 Klaaglied van David. 2 Samuël 1:17-27.
1/9 David wordt koning. 2 Samuël 2:1-7.
2/9 David koning in Jeruzalem. 2 Samuël 5:1-16.
3/9 Davids overwinningen op de Filistijnen. 2 Samuël 5:17-25.
4/9 Een psalm van David. Psalm 19.
Dient de Heere met blijdschap
5/9 Dient de Heere, uw God. 2 Kronieken 30:1-9.
6/9 Dienen, loven, prijzen. 2 Kronieken 31:1-10.
7/9 Dient de Heere met blijdschap. Psalm 100.
8/9 Wij zullen de Heere dienen. Jozua 24:14-22.
9/9 Dorcas dient de Heere met blijdschap. Handelingen 9:36-43.
10/9 Lydia dient de Heere met blijdschap. Handelingen 16:1-15-
11/9 Zingen met dankzegging. Psalm 147. „ . . M. Quist
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1999
Daniel | 32 Pagina's