JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe heilig is Zijn Naam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe heilig is Zijn Naam

Vraaggesprek met ds. J. W. Verweij

11 minuten leestijd

"Gij zult de Naam des Heeren uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt." We horen het elke zondagmorgen in de kerk. Een belangrijk thema, ook voor jongeren. Hoe staat het in ons leven met de heiliging van Gods Naam?

We spraken over dit belangrijke onderwerp met ds. J. W. Verweij, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Tricht-Geldermalsen.


Dominee, het gaat in het derde gebod over de heiliging van het Gods Naam. Waar moeten we aan denken als het gaat om de Naam van God?
In de Bijbel zijn veel namen van God te vinden. Denk aan HEERE of Jehova. Van alle namen is de verbondsnaam (Jehova) het belangrijkst. In alle namen die het wezen van God tot uitdrukking brengen, komt Zijn Majesteit en heerlijkheid openbaar, zoals Adonai, dat wil zeggen Bezitter en Elohim, dat wil zeggen: God, Die alle goddelijke macht bezit. Door al deze namen wil de Heere zich aan ons bekend maken. Hij wil daarin iets van Zijn heerlijkheid openbaren. Als Mozes in de omgeving van de Horeb is, ziet hij een braambos branden. Daar spreekt God tot hem. Mozes stelt daar de vraag: 'Hoe is Uw Naam?' Hij krijgt dan als antwoord: 'IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL" (Exodus 3:14). Ook hier wordt de verbondsnaam aangeduid. Hij is de Onveranderlijke. De heerlijkheid en de trouw van Gods verbond komt in Zijn namen openbaar.

Kunt u iets zeggen over het 'ijdel gebruik' van Gods Naam?
Vooraf zou ik willen zeggen dat het in het derde gebod niet alleen gaat om het misbruik van Gods Naam, maar ook om het positieve gebruik. Opdat Hij door ons recht beleden en aangeroepen worde! Het misbruiken van Zijn Naam omvat een breed terrein. Het komt neer op het persoonlijk en publiek misbruiken van Zijn naam, maar ook van Zijn inzettingen, waaraan Zijn Naam verbonden is. Als we de dag van de Heeren; die naar Zijn Naam genoemd is, ontheiligen, misbruiken wij ook Zijn naam. Ten diepste zijn wij vervreemd van het wezen van God en hebben we geen oog voor de heiliging van Zijn Naam. Daarnaast is elk zinloos gebruik van Zijn Naam óók ontheiliging! Je kunt gerust zeggen dat het misbruik een breder terrein omvat dan we ons vaak realiseren. Toen ik er Voetius nog eens op nakeek, viel het me op dat hij in zijn verklaring op de vraag 'Wat is het Gods Naam tevergeefs te gebruiken?' heel wat noemt. Hij antwoordt: 'Gods eigen Naam, Zijn titels, Zijn eigenschappen, Zijn Woord, Zijn dienst, Zijn werken, zonder aandacht, eerbiedigheid en gewichtige oorzaken te gebruiken en in de mond te nemen.' Overigens is het duidelijk dat het openlijk vloeken en dergelijke 'ijdel gebruik' is.
Maar er is veel meer. Elk "ijdel gebruik" wil ten diepste zeggen: elk doelloos gebruik van Gods Naam. Ik heb in de catechismuspreek wel eens gezegd: gemeente, dan zijn wij allen vloekers..

Waarom is de Heere toch zo streng op het misbruiken van Zijn Naam?
Dat is heel duidelijk, het raakt immers Zijn wezen en Zijn eer. De Heere is een jaloers God op Zijn eer. 'Ik ben de Heere, dat is Mijn Naam, en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof de gesneden beelden' (Jesaja 42 : 8). In Leviticus 24 lezen we het voorbeeld van de zoon van een Egyptische vader en een Israëlitische moeder die 'de Naam' gelasterd had. Hij moest voor Mozes komen en naar het bevel des Heeren werd hij gestenigd. 'En wie de Naam des HEEREN gelasterd zal hebben, zal zekerlijk gedood worden' (Leviticus 24:15 en 16).

Wat bedoelt de Heere met 'niet onschuldig houden'?
In de heiliging van Zijn Naam komt openbaar dat Hij een iegelijk beloont die Zijn Naam zal aanroepen in Geest en Waarheid. De heiliging van Gods Naam is dus tot verheerlijking van Hem. We lezen daarvan in Mattheüs 10 : 32 'Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is', en in Romeinen 10 : 9 en 10 zegt de apostel: 'Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat Hem God uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, en met de mond belijdt men ter zaligheid.' Doen we het tegenovergestelde, dan halen wij de toorn van God over ons. Het 'niet onschuldig houden' is dus als je de Naam niet recht gebruikt en Hem niet oprecht aanroept, dan wordt Gods toorn over de ontheiliging van Zijn Naam geopenbaard.

Hoe moeten we aankijken tegen bastaardvloeken, krachttermen en het gebruiken van Gods Naam als stopwoord?
Voetius is hierin erg praktisch en noemt een aantal voorbeelden bij name. Elk zinloos gebruik van de Naam, en de afleidingen hiervan, is misbruik, dus ijdel aanroepen van Zijn Naam. Je komt dat ook vandaag veel tegen. Een gedeelte van de Naam van God of van Jezus gebruiken als stopwoord. Wat moeten we daar toch voor waken!

Hoe moeten we aankijken tegen het afleggen van de eed? Wordt ook in het gebruik van de eed Gods Naam doelloos gebruikt?
De eed wordt afgelegd bijvoorbeeld bij diplomering van verpleegkundigen, bij de politie, de rechterlijke macht enzovoort. Wanneer wij worden geroepen om publiekelijk Zijn Naam te belijden, dan zijn wij daartoe ook verplicht. Als het wettig gezag de eed vordert en we leggen de belofte af, miskennen we Gods Naam. Nalaten van het rechte gebruik van Zijn Naam is ook misbruik. Een paar jaar geleden was ik bij een diplomering van verpleegkundigen. Het viel mij op dat een toenemend aantal jongeren de belofte uitsprak in plaats van de eed aflegde. Onze jongeren moeten ook daarin een getuigenis geven. Wij zijn afgezonderd, dus in Zijn Naam apart gezet. De Heere heeft Zich niet geschaamd om Zijn Naam over ons uit te roepen toen we gedoopt werden. We behoeven ons toch ook niet voor Hem te schamen? We mogen voor Zijn Naam uitkomen. Anders geldt het ernstige woord van de apostel Paulus in Romeinen 2 : 24: Want de Naam Gods wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.'

De Catechismus zegt dat God Zich ook over diegenen vertoornt, die niet zoveel als het hun mogelijk is het vloeken en zweren helpen weren en verbieden. Hoe is dat mogelijk. Dan staat toch ook ieder schuldig?
Dat is alleen mogelijk door genade. Alleen door een waar geloof kan een onwaardig zondaar de Naam van God recht gebruiken. Zo iemand gaat vragen naar de Heere. Zo iemand komt met z'n geestelijke behoeften bij de Heere terecht, opdat Christus ze in heerlijkheid zou vervullen. Overigens ligt er voor het weren en verbieden met name een roeping voor de overheid. De overheid is van Godswege geroepen om het publieke misbruik van Gods Naam tegen te gaan. Helaas is de praktijk in ons land vaak heel anders.

In de catechismusprediking in de gemeente komen de geboden regelmatig terug, ook het derde gebod. U bent al vele jaren predikant. Is het niet moeilijk om daar elke keer weer over te preken? Hoe maakt u dit gebod concreet voor de gemeente?
Preken is altijd een opgave! Toch preek ik wel graag over de geboden. Ook het derde gebod heeft vele facetten. Je telkens weer op andere zaken je aandacht richten. Zijn er de bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen dan kun je die bij de behandeling van de geboden aan de orde stellen. Bij de behandeling van het derde gebod probeer ik ook altijd de positieve kant te belichten. Waarom heeft God aan ons, verloren zondaren, Zijn Naam geopenbaard? Je kunt ook naar jonge mensen toe aangeven dat het zo'n groot voorrecht is dat God Zich in Zijn Namen aan ons bekend maakt en waartoe ons dat verplicht. Vooral naar de jongelui toe is het belangrijk de dingen expliciet te noemen.

Drs. J.A. van Delden sprak eens op een jaarvergadering van de 'Bond tegen het vloeken' over 'vroom misbruik van Gods Naam'. Hij bedoelde daarmee mensen die zich christen noemen, maar in leer en leven het tegendeel laten zien. Dat is dus eigenlijk ook vloeken?
In het Oude Testament lezen we dat de Joden bestraft werden voor het zinloos gebruik van Zijn Naam en het niet leven naar de inzettingen van de Heere. Ook wij moeten ons afvragen of ons leven in overstemming is met Zijn geboden en inzettingen. Als dat niet zo is, ontheiligen wij Zijn Naam. We zijn dan niet meer dan een naam-christen en we halen de Gods toorn over ons. Er is geen zaak die zo teer ligt als de oprechte heiliging van Zijn Naam. Het raakt ons hele leven.

Welke raad zou u willen geven aan jongeren die in hun naaste omgeving te maken krijgen met mensen die vloeken?
Ga nooit boven de persoon staan naar wie je reageert. Dan verhef je je, terwijl je zelf ook schuldig staat aan dit gebod. Geef een reactie in het besef van eigen tekort en schuld en in ware verootmoediging voor Gods aangezicht. Vraag je altijd af: 'Hoe is mijn leven? ' 'Gaat het mij echt om Gods eer?'
In bepaalde gevallen is het raadzamer om niet te reageren. Dat kan bijvoorbeeld zijn als je je in een conflictsituatie bevindt en iemand laat een stroom van vloeken horen. Wanneer je er op dat moment iets van zegt, kan dit nog erger worden. Het is heel moeilijk om de juiste snaar te treffen als iemand boos is. De Heere zei eens tegen me: 'een zacht antwoord keert de grimmigheid af.
Ik heb zelf in militaire dienst ook ervaren dat het moeilijk kan zijn. Toen ik mijn ontslag aanvroeg, omdat ik toegelaten werd tot de Theologische School zei de majoor tegen me: 'Ik heb overal een antwoord op, desnoods een vloek, maar hier weet ik geen antwoord op.' Helaas was het zo dat er nogal eens met een vloek gereageerd werd. Gelukkig deed hij dat in mijn geval niet.

Wat is het verband tussen het derde gebod en de eerste bede van het Onze Vader?
Hierin ligt de levensader van Gods kinderen verklaard. Als de Vadernaam recht gebruikt wordt, wordt Zijn Naam geheiligd. Dat kan alleen in en door Christus. Er is er maar Eén geweest die Gods Naam verheerlijkt heeft op de aarde. We horen Hem zeggen in het hogepriesterlijk gebed: "Ik heb U verheerlijkt op de aarde". We worden geroepen tot eer en verheerlijking van Zijn Naam te leven. 'Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods' (1 Kor. 10:31). Zo zal het gebod tot het gebed leiden.

Hoe kunnen wij Gods Naam op de juiste wijze gebruiken?
In de Heidelbergse Catechismus, antwoord 99, staat dat we Zijn Naam met vreze en eerbied moeten gebruiken. Dit valt in drie stukken uiteen, namelijk dat Zijn Naam:
1 door ons recht beleden mag worden;
2 wordt aangeroepen dat ik zonder Hem niets kan doen;
3 in al onze woorden en werken geprezen mag worden.
Dat raakt ons hele leven. Al wat ik doe en wat ik denk. Het is goed om telkens te vragen om verlossing van de zonde en om voor Zijn Naam te mogen uitkomen. Opdat Zijn Naam door ons niet gelasterd, maar veeleer geëerd en geprezen mag worden. Gods kind komt dan terecht bij Christus, die de Naam van Zijn Vader verheerlijkt heeft. Bij Hem is er ook verzoening voor alle schuld ten opzichte van het derde gebod.

In de Heere Jezus leren we de Naam van God bij uitstek kennen. Hoe?
Door het zaligmakend geloof! Paulus zei daarover: 'Och dat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding". Er zijn mensen die uitzien naar de verlossing van zichzelf. Het leven ligt voor hen in hun dierbare Zaligmaker. Hij is hun Liefste. Zijn Naam is als een olie en "de maagden hebben Hem lief" (Hooglied 1:3).

Dominee, hartelijk dank voor uw reactie. We vinden het fijn als u ter afronding nog iets tegen de jongeren zou willen zeggen.
Tegen de jonge mensen zou ik willen zeggen: het is een bijzonder voorrecht dat we in Zijn Naam apart gezet zijn en Hem op grond van die Naam mogen aanroepen. Er is nog verwachting voor de jonge mensen. Het Woord getuigt ervan dat Zijn Naam wordt voortgeplant van kind tot kind en van geslacht tot geslacht. Er is ruimte om zalig te worden om niet! De Heere is de Getrouwe! De dichter van Psalm 45 zegt:
Ik zal Uw Naam bij elk geslacht doen kennen;
Van kind tot kind zal 't zich aan U gewennen.

Woerden Joke Kreijkes / J. H. Mauritz

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1999

Daniel | 32 Pagina's

Hoe heilig is Zijn Naam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1999

Daniel | 32 Pagina's