Geeft de Heere de hand
Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom (2 Kronieken 30:8)
Koning Hiskia wilde de Heere dienen. Hij gebruikte zijn koninklijke macht om de dienst van de Heere te bevorderen. De tempel werd gereinigd. Op het brandofferaltaar werd aan de afgoden geofferd. Het volk was de koperen slang als een afgod gaan vereren. Dat alles werd nu door Hiskia de kop ingedrukt. Daarna liet Hiskia voorbereidingen treffen om voor het eerst sinds jaren het Pascha te vieren. Boden werden door heel het land gezonden met de boodschap: "Gij kinderen Israëls bekeert u tot de Heere, de God van Abraham, Izak en Israël, zo zal Hij Zich tot u keren. Doe niet als uw vaderen, die tegen de Heere, de God hunner vaderen, overtreden hebben. Verhard uw nek niet, maar... geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom."
Geef de Heere de hand. Wanneer vroeger een verbond tussen twee mensen werd gesloten, gaven ze elkaar de rechterhand. Dan betekende: ik beloof dat ik trouw zal zijn aan mijn belofte. Het volk Israël was ontrouw geworden aan de Heere, Die met hen een verbond had gesloten. Israël had de hand gegeven aan allerlei afgoden. Nu zegt Hiskia in opdracht van de Heere: "Geef de Heere de hand". Dat betekent dus: bekeer u tot de Heere, ga weg van die afgoden en dien de Heere weer trouw met uw hele hart. Buig u voor Hem neer, laat u door Zijn hand leiden. Dat betekent ook: laat alles wat u met uw handen doet, in overeenstemming zijn met Zijn Woord.
De woorden van Hiskia, zijn ook voor vandaag nog hoogst actueel. Land, volk, en kerk dwaalt hoe langer hoe meer van de Heere en Zijn Woord af. Wie z'n ogen en oren de kost geeft en ziet, wat er aan de hand is in het maatschappelijke, politieke, economische en kerkelijke leven, ziet hoe alles verziekt is. De opmars van al die ontwrichtende krachten schijnt niet te stuiten. De weg die Hiskia bewandelde, is ook nu nog de enige juiste. Het was de weg van de bekering! Alleen langs die weg is de zegen van Heere te verwachten. Daarom de moet er gebeden worden om de bekering van land, volk en kerk. Maar dat niet alleen. Ook in het persoonlijk dient er bekering te komen. leven Dan dient erkend en beleden te worden: ik heb m'n hart en m'n hand verpand aan de vorst der duisternis. Wanneer dat in het persoonlijk leven door de werking van de Geest niet gevonden wordt, dan kunnen we geen verbetering in gezin, kerk, staat en maatschappij verwachten. Worden de zonden ook beweend en beleden voor Gods aangezicht in het verborgene? Wordt de zonde ook mijn zonde en mijn schuld? Het grote manco van deze tijd is dat men geen zondaar voor God wordt. Men gaat er van uit dat de zonden toch al vergeven zijn en daarom kan men het ook zo goed uithouden in de zonde en in de wereld. De tactiek van de kerkmens is deze: met de ene hand nemen wat men met de andere hand gegeven heeft. De Heere de hand geven en met de andere hand de wereld vasthouden.
De roepstem van de wereld, de zonde en de duivel is: "Geef mij je hand". De wereld zingt: "Hand in hand, kameraden". Wat lijkt het alles mooi en fijn. Maar toch... het brengt je uiteindelijk niets. Het volk Israël heeft van die halfslachtigheid nooit iets goeds ondervonden.
We zullen er ook nooit iets goeds van ondervinden. De halfslachtigheid zal ons alleen maar naar het verderf brengen! Was het geen wonder dat de Heere, de God van het Verbond, tot zo'n halfslachtig volk kwam en hen nog weer genadig wilde zijn? Is het ook in deze tijd niet een dat de Heere met diezelfde wonder roepstem komt en ook nu nog genadig wil zijn? Wat blijkt daaruit Zijn trouw en goedheid! Wat blijkt daaruit de vastheid van Zijn Verbond en woorden. Nog roept Hij: "Geef de Heere de hand". Die eis is veel radicaler dan je op de klank af zou denken. Het houdt in dat we ons hart en huis reinigen van al die afgodische en wereldse zaken. Kunnen we zelf ons hart reinigen? Kunnen we onszelf bekeren, kunnen we uit en van onszelf de Heere de hand geven? Nee. Daarom zegt de Heere ook: "En komt tot Zijn heiligdom." Gods aangezicht mag de Daarvoor Heere gesmeekt worden: "Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn, neem Gij mijn hand, dan zal ik hem U kunnen geven." Daar in het heiligdom krijgt een mens die vastgelopen is in zichzelf te horen: "Laat u door Mijn hand leiden, bij Mij zijn er uitkomsten, ook tegen de dood". In het heiligdom, waar dus de Heere is, doet Hij horen dat er bij Hem milde handen en vriendelijke ogen zijn van eeuwigheid. Zijn hand is een sterke hand. In het heiligdom werd het offer geslacht en gebracht, leder offer wees heen naar hèt Offer, hèt Paaslam, de Heere jezus Christus. De woorden van de tekst liggen gefundeerd in Hem, in die doorboorde Middelaarshanden. Vreselijk die hoogmoedige mens, die meent de bekering niet nodig te hebben. Welgelukzalig de mens die de wapenen van verzet inleverde om door Zijn hand zich te laten leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1999
Daniel | 32 Pagina's