Een jaar in de Tweede Kamer
Ruim een jaar geleden trad mr. C. C. van der Staaij, nog geen dertig jaar oud, aan als SGP-kamerlid. Op 19 mei 1998 legde hij als volksvertegenwoordiger de eed af. Met hem blikken we terug op het afgelopen parlementaire jaar. Wat viel er mee, wat viel er tegen ? Wordt je, als je zo jong bent, wel serieus genomen door je collega's?
Nog niet zo lang geleden zat Kees van der Staaij op een zaterdagavond op zijn gemakje in zijn achtertuin, toen een hinderlijke dreun van moderne muziek zijn rust verstoorde. Dat was hij in het anders zo vredige Benthuizen gewend. Wat zou hij doen? niet De politie bellen? Na wat wikken en wegen besloot hij toch maar een klacht in te dienen. Dit was toch niet normaal? ! Reactie van de politie: "Maar meneer, u bent de eerste die met ons contact opneemt. Zolang er niet meer mensen bellen, gaan wij ervan uit dat het wel meevalt en dat we geen actie hoeven te ondernemen." Gezeten achter zijn bureau in Den Haag, haalt Van der Staaij het voorval op om aan te geven hoe belangrijk het is dat christenen regelmatig een protest-stem laten horen. "Het ging toen om concert van de popgroep een Normaal, dat maar liefst zeven kilometer van mijn woonplaats gehouden werd. Daar moeten dus heel veel mensen last van hebben gehad. Het is jammer dat er dan niemand aan de bel trekt. Daardoor gaan de ontwikkelingen steeds gemakkelijker door."
Lauwheid
Als Van der Staaij zijn eerste jaar als kamerlid overziet, is dit één van de dingen die hem zijn opgevallen: "Een zekere lauwheid lijkt van ons bezit te hebben genomen. Het is opmerkelijk dat bij de afschaffing van het bordeelverbod maar zo weinig mensen reageren. Ik herinner memaar één plaatselijke kerk die een brief naar de Tweede Kamer stuurde. Moet je dat eens vergelijken met de stapels brieven die kamerleden krijgen over gasboringen in de Waddenzee! We mogen als gereformeerde gezindte onze stem best wat vaker laten horen."
Over onderwerpen waartegen protest dringend gewenst is, hoeft de SGP'er niet lang na te denken. Juist aan het einde van het parlementaire vergaderjaar kwam het paarse kabinet met een reeks wetsvoorstellen die op gespannen voet staan met de wet van God. Het plegen van abortus en euthanasie wordt opnieuw gemakkelijker gemaakt. Het homohuwelijk wordt binnenkort Van der Staaij: "Als je deze mogelijk. nieuwe voorstellen ziet, begijp je opeens beter waarom D66 de breuk in het paarse kabinet toch weer gelijmd heeft: er waren nog veel onderwerpen die deze partij heel graag geregeld wilde hebben."
Over winning
Maar het is niet alleen D66 dat een sterke motivatie heeft om deze onchristelijke plannen tot wet te verheffen. Ook PvdA en WD, samen goed voor 83 kamerzetels, steunen de nieuwe voorstellen van harte. Wie deze kamermeerderheid op zich in laat werken, vraagt zich af of de politieke activiteiten van SGP, RPF en GPV nog wel zin hebben. Kunnen de kleine christelijke fracties er niet beter mee ophouden? Van der Staaij gelooft van niet. Om zijn visie duidelijk te maken grijpt hij naar het werk van de grote staatsman Groen van Prinsterer, dat op zijn bureau ligt. Deze schrijft ergens dat een christenpoliticus "geen populariteit" hoeft te verwachten, dat hij regelmatig "nederlagen" zal leiden, maar dat in die nederlagen steeds een "kiem van overwinning" ligt. Van der Staaij: "Groen bedoelt te zeggen dat de tijdgeest een soort van golfbeweging is, waarin er telkens momenten zijn die voor het christendom zijn. Men kan zich wel van gunstig Gods wetten afkeren, maar dat leidt altijd tot teleurstelling. Het is daarom niet vreemd dat voorstellen van christenpolitici soms worden opgevolgd, ook al erkennen de andere partijen dit zelden."
Rommel
Een voorbeeld ziet de SGP'er in het strafbaar stellen van het bezit van kinderporno.
"Jarenlang gold in Nederland datje die rommel niet mocht produceren, dat je het niet mocht verhandelen, maar dat je het wel in je bezit mocht hebben. Nu heeft men eindelijk ingezien dat ook het laatste strafwaardig moet zijn. Door de affaire Dutroux in België en door de Zandvoortste kinderporno-zaak slaat de publieke opinie opeens om. Dat is voor ons natuurlijk een verheugende ontwikkeling, al wordt er zelden bij gezegd: jullie SGP'ers hadden toch eigenlijk altijd al gelijk."
Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn heel verschillende zaken, zo leerde Van der Staaij het afgelopen jaar. "Voor een niet-coalitiefractie is het erg moeilijk iets voor elkaar te krijgen. Dat komt doordat regeringsfracties zich voortdurend beroepen op het regeerakkoord. Zodoende staat de uitkomst van een debat vaak van tevoren al vast. Als kleine fractie moet je dus geen al te hoge verwachtingen hebben van de resultaten van jouw inspanningen."
Verrassend
Dat laatste wil niet zeggen dat er niet naar de inbreng van de SGP geluisterd wordt. "Zeker als je probeert je boodschap op een enigszins verrassende manier te verpakken, krijg je wel degelijk aandacht. Daarom ben ik bij de justitiebegroting ingegaan op de kaft van een brochure van dat departement. Daarop was een schilderij te zien waarop menselijke wet zinnebeeldig de ondersteund werd door de goddelijke wet. Zo'n afbeelding kun je aangrijpen om de diepste boodschap van de SGP duidelijk te maken."
Onlangs verscheen van de hand van dr. K. van der Zwaag een proefschrift dat eveneens ingaat op die diepste boodschap van de SGP. De studie van Van der Zwaag betreft de zogeheten theocratie: de godsregering, en hoe daar in de loop der eeuwen over gedacht is.
Veel SGP'er beschouwen het theocratische ideaal als hét onderscheidende kenmerk tussen SGP enerzijds en RPF en GPV anderzijds. Van der Staaij is blij met het proefschrift over artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, "dat helder uiteenzet waar onze wortels liggen." Toch heeft hij ook een waarschuwing. "We kunnen met dit thema ook op een onvruchtbare manier bezig zijn, in de trant van: wat gebeurt er als de SGP de meerderheid haalt? Laten we in dat soort discussies niet te veel energie steken. We moeten oppassen dat we ons niet te gedetailleerd gaan bezig houden met vragen waartoe we in déze tijd helemaal niet geroepen zijn om die te beantwoorden."
Partijdag
Kees van der Staaij was al jong bij de SGP betrokken. Toen hij een jaar of veertien, vijftien was, sloot hij zich aan bij een studievereniging en ging hij, clandestien en samen met zijn vader, mee naar een partijdag. zijn examentijd voor het VWO In maakte hij de eerste SGP-jongerendag mee.
"Ik herinner me dat nog goed. Die dag was een groot succes. Eigenlijk had ik geen tijd en moest ik studeren. Maar ik wilde het toch niet missen."
Daarna ging Van der Staaij rechten studeren en kreeg hij een baan bij de Raad van State. Eind 1997, hij was toen 29 jaar, plaatste de SGP hem op een verkiesbare plaats op de lijst voor de Kamerverkiezingen, direct onder Van der Vlies en Van den Berg (beiden toen 55 jaar).
De verjonging was voor de staatkundig-gereformeerden een opmerkelijke stap. Op de officiële start van de verkiezingscampagne mediteerde partijvoorzitter ds. D. j. Budding over de tekst uit Jeremia 22: O land, land, land, hoort des Heeren Woord. Hij merkte daarbij op dat de profeet Jeremia vaak tegen zijn werk opzag, maar dat God hem opbeurde met de woorden: Zeg niet ik ben jong; want overal waarheen Ik u zenden zal, zult gij gaan.
Van der Staaij heeft er inmiddels, na op een opmerkelijke manier nipt in de Kamer te zijn verkozen, ruim een jaar opzitten. Hij heeft niet het gevoel dat zijn jonge leeftijd hem in
het kamerwerk erg gehinderd heeft, "ik zie het ook als een voordeel. Niet dat mijn toespraken in de Kamer zoveel anders zijn als die van Van der Vlies en Van den Berg, maar ik heb toch in een andere tijd gestudeerd, heb weer andere contacten als mijn collega's. Ook merk ik dat sommige jongeren mij iets makkelijker aanschieten."
Te gek
Maar al te veel waarde hecht de SGP'er aan zijn leeftijd niet. "In onze samenleving zijn we doorgeschoten in de verheerlijking van de jeugd. Neem nu Driek van Vugt, die op 19jarige leeftijd voor de Socialistische Partij senator is geworden. Dat vind ik echt te gek! Voor zo'n functie móet je meer levenservaring hebben."
Toen de volksvertegenwoordiger uit Benthuizen onlangs een werkbezoek bracht aan japan, sprak hij daar met een parlementslid van halverwege de veertig. "Die man behoorde daar tot de jongere kamerleden. In de Japanse cultuur zien ze jong zijn als een gebrek dat dagelijks beter wordt."
Van der Staaij wijst in dit verband ook op jesaja 40 : 30: e jongen zullen moede en mat worden en de jongelingen gewis vallen, maar die de HEERE verwachten zullen de kracht vernieuwen. "Uiteindelijk telt niet de leeftijd, maar dat we de Heere nodig hebben in al onze bezigheden."
De Nederlandse nadruk op verjonging houdt ook verband met een ongezonde hang naar vernieuwing, vindt het jongste lid van de SGPkamerfractie.
"We willen steeds weer iets anders. Zo bezien is het niet verwonderlijk dat de burger het paarse kabinet ook al weer zat is. Het is tijd voor iets nieuws: een coalitie met GroenLinks erin bijvoorbeeld."
Enthousiast
Als jong kamerlid staat Van der Staaij relatief dicht bij de SGP-jeugd. Zijn indruk van hen is voornamelijk positief. "De jongeren die ik tegenkom zijn bijna allemaal enthousiast en politiek betrokken. Er is één punt van zorg: de doorstroom van SGP-jongeren naar de kiesverenigingen. Die doorstroom laat nogal eens te wensen over.
Wellicht is de sfeer op de kiesverenigingen niet altijd zodanig, dat jongeren zich van harte welkom Daar zou de partij meer aan voelen. moeten werken."
Volgens Van der Staaij kan de jeugd zich in het algemeen goed vinden in de politieke lijn die partij en fractie uitzetten.
"Het valt me wel op dat jongeren het heel belangrijk vinden dat de SGP niet alleen aangeeft waar zij tegen is, maar ook waar zij positief voor is. Op partijbijeenkomsten krijg ik vaak de vraag: Jullie zijn toch niet alleen maar tegen, hè? Gelukkig kan ik hen op dit punt met een goed geweten geruststellen."
Samenwerken
De Tweede-Kamerfractie van SGP werkt aan het Binnenhof de regelmatig samen met de fracties van RPF en GPV. In voorkomende gevallen voert men namens elkaar het woord. De SGP ziet echter niets in een samengaan van de drie fracties en wil buiten de fusie blijven die RPF en GPV aan het voorbereiden zijn.
De SGP-jongeren kunnen zich in de opstelling van hun partij vinden, is de waarneming van Van der Staaij. "Toch zie je wel kleine accentverschillen tussen ouderen en jongeren in onze partij. Ouderen zeggen nogal eens tegen de fractie: jullie gaan in de samenwerking toch niet te ver, hè? Jongeren zijn daarentegen vaak bezorgd dat we te veel kansen tot samenwerking laten liggen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1999
Daniel | 32 Pagina's