JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

In de nood zitten - is dat altijd  geestelijk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de nood zitten - is dat altijd geestelijk?

Verschillend beleven van nood

8 minuten leestijd

Nood leert bidden. Zou dat waar zijn? Er zijn mensen die in grote nood verkeren en veel ellende meemaken, maar bidden doen ze niet. In nood en ellende wordt zelfs vaak hard gevloekt en onredelijk gescholden. Helaas komt dat ook onder kerkmensen voor.

In dit artikel willen we letten op het verschil tussen zaligmakende beleving van nood en algemene beleving van nood. We doen dat aan de hand van enkele bijbelse voorbeelden. Soms leren we uit deze voorbeelden hoe het wel is; soms ook juist hoe het niet is.

Zondebesef - berouw

Om echt gelukkig te kunnen leven en straks zalig te kunnen sterven, is het nodig dat we van drie stukken bevindelijk kennis hebben. Zo leert onze catechismus het ons immers. Ten eerste is het dan "nodig te weten hoe groot mijn zonde en ellende is".

Toch kun je niet zeggen dat die weet heeft van zonde en iedereen ellende daarmee op de goede weg van enige troost is. Denk eens aan de Kaïn. De Heere waarschuwt hem ernstig niet op het pad van de zonde te gaan. Maar hij luistert niet. door Enige tijd later doodt hij zijn broer. Als de Heere hem over deze misdaad aanspreekt, blijkt dat hij wel besef heeft van zijn zonde.

"Mijn misdaad is groter dan dat ze vergeven worde", zegt hij. Hij weet wel dat hij iets heel ergs gedaan heeft, maar van berouw lezen we niet. Zaligmakende zondekennis gaat echter samen met berouw. We voelen dan diepe pijn in ons hart dat we tegen de Heere gezondigd hebben.

We schamen ons omdat we tegen de goede, heilige God zoveel slechts gedaan hebben. Zondekennis, zoals de catechismus die bedoelt, is niet iets van alleen het verstand, maar is een zaak van ons hele bestaan. Het is doorleefde, bevindelijke kennis. We ervaren werkelijk pijn, verdriet en schaamte tegenover de Heere.

Nood en gebed horen bij elkaar Een ander kenmerk van de zaligmakende noodbeleving is dat we in onze nood toch tot de Heere gaan. Kaïn deed dat niet. In ongeloof hij de Heere verdacht. Alsof de hield Heere niet zou kunnen en willen vergeven. Heel erg is het wanneer een diepgevallen zondaar, want dat was Kaïn toch, zulke harde gedachten van de Heere durft te hebben. En die ook nog durft te uiten.

Wanneer we door de zaligmakende werkingen van de Heilige Geest bij onze zonde gebracht worden, zullen we daarin juist toch naar de Heere vragen. Dat zien we ook bij de tollenaar in de gelijkenis. Hij weet dat hij een slecht mens is. Daarom blijft hij maar achter in de tempel staan. In schaamte durft hij zijn ogen zelfs niet tot God op te heffen. Hij slaat op de borst als teken van berouw, van pijn over zijn zonde. Zo bidt hij ootmoedig: "O God wees mij zondaar genadig."

Nooddruftige kan de Heere niet missen

juist dat laatste is een echt kenmerk van het zaligmakend werk. We kunnen de Heere niet missen. Het weer goed worden tussen de moet Heere en ons. Want zonder de Heere te leven dat is het ergste wat denkbaar is. En onder de rechtvaardige toorn van God verkeren, dat is verschrikkelijk. We leren wel dat het terecht is dat de Heere toornig is. "Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig", belijdt David. Maar daarin is het juist de vraag aan de Heere: "Hoe zou het weer goed kunnen worden? "

We zien dat duidelijk bij de moordenaar aan het kruis. Hij erkent de rechtvaardigheid van zijn straf. Over die straf klaagt hij niet, want hij weet dat hij die verdiend heeft. Toch vraagt hij aan de Heere jezus of Hij hem wil gedenken. Hij wordt om de Heere verlegen. Hij zou graag willen dat de Heere Hem gedenkt, want daarin ziet hij zaligheid.

Bij deze moordenaar zien we nog een ander kenmerk van het zaligmakende werk der genade. Hij is er niet

op uit om zijn aardse straf te ontgaan. Daarover gaat zijn vraag niet. Die aardse straf heeft hij trouwens ook gedragen tot het einde toe. Maar het gaat hem om de aanstaande ontmoeting met God. Zijn nood is echt geestelijk van aard. Het ergste zou voor hem zijn wanneer hij eeuwig zonder God zou moeten zijn. In die nood vraagt hij of de Heere aan hem wil denken.

Hoge gedachten van de Heere

Opmerkelijk is het dat deze moordenaar zulke hoge gedachten van de Heere heeft. Hoewel de Heere jezus naast hem aan het kruis hangt, toch gelooft hij dat jezus Koning is en een Koninkrijk gaat beërven. Hij gelooft ook dat de Heere Jezus kan beslissen over de ingang tot dit Koninkrijk. Daarom vraagt hij ootmoedig of de stervende Heere Jezus hem wil gedenken.

Hier treffen we opnieuw een kenmerk aan van het werk van de Heilige Geest in de zaligmakende overtuiging. Er is niet alleen doorleving van de nood, maar er zijn ook hoge gedachten van de Heere. We leren onszelf als heel klein en zondig kennen, en de Heere als heel groot en heilig.

En toch vragen we naar Hem. Dat doen we dan niet oppervlakkig of vrijpostig. Maar dat doen we heel eerbiedig, als een rechteloze, als een boeteling.

Het geloof vlucht met de noodtot de Heere

Een ander voorbeeld daarvan is de hoofdman van Kapernaüm. Hij komt met zijn nood tot de Heere en belijdt zijn onwaardigheid. "Ik ben niet waardig dat U onder mijn dak zou inkomen."

inkomen." Hij kan het zich niet voorstellen dat deze heilige Heere bij een onheilige als hij is binnen zou komen. Toch kan hij de Heere niet loslaten. vraagt dan ook tevens aan de "Spreek slechts één woord." Hij Heere: Hieruit merken we niet alleen zijn behoefte: hij heeft hulp nodig. Maar ook zien we hierin zijn geloof. Hij gelooft vast en zeker dat de Heere hem kan. Hij weet heel goed dat helpen niemand anders hem hulp kan bieden. Maar van deze Heere heeft hij verwachting. Daarom kan hij het niet nalaten Hem om hulp te vragen.

Bij deze hoofdman en bij de moordenaar zien we dezelfde bare geloofsverwachting. mensen worden door de Geest niet alleen van hun onverklaar-Zulke Heilige geestelijke nood overtuigd, maar ook tot de Heere uitgedreven. De mens in de zaligmakende ontdekking krijgt hoop op God.

Hoop heeft houvast nodig

Deze hoop op God is geen rekensom of redenering. Zo van: ik ben in nood en juist voor mensen in nood staan er beloften in de Bijbel. Dus helpt de Heere mij nu wel. Nee, het is een werkelijke ervaring. Vanuit de nood wordt geroepen tot de Heere. Als hulpeloze en onwaardige. Maar ook hopend op de Wanneer Hij dan een woord Heere. spreekt, geeft dat moed.

Aan zo'n woord klampen we ons vast. Op hoop tegen hoop. Intussen moeten we uit de nood geholpen worden door de Heere Zelf. De belofte, waaraan de Heilige Geest ons houvast geeft, doet ons hopen

en met des te meer hoop en verwachting bidden. Zo gaan we vragen of de Heere Zelf hetgeen Hij beloofd heeft, wil vervullen. Duidelijk kun je dit lezen in de geschiedenis van de hoofdman (Mattheüs 8 : 5-1 3).

We gaan de zonde niet alleen belijden maar ook verlaten en bestrijden. Dan worden we fijngevoelig; zouden de Heere niet graag we verdriet aandoen. Daarom juist willen we de zonden nalaten. Dingen waar voorheen niet zo veel kwaad in we zagen, gaan we nu anders bezien. We zouden het erg vinden als door ons gedrag, door onze woorden, door onze kleding, de Naam van de Heere in een verkeerd licht zou komen te staan.

Alleen de Heilige Geest leert bidden

Er wordt wel gezegd: "Nood leert bidden". Die uitdrukking is op zichzelf niet goed. Het is alleen de Heilige Geest Die echt leert bidden. Wel is het zo dat de Heilige Geest daarbij gebruik maakt van de nood. Als de Heere ons op Zijn leerschool laat Hij ons de werkelijkheid neemt, zien. Dan komen we er achter in hoe gro-

Echte nood de zonde wekt afkeer van

de zonde Een ander kenmerkend verschil tussen geestelijke nood en een noodbeleving die in het uitwendige steken, treffen we aan in de blijft geschiedenis van Achab. Izebel heeft Naboth laten doden en Achab begeerde wijngaard bezorgd. de Daarover wordt door Elia het oordeel van de Heere over Achab en zijn huis aangekondigd. Dat maakt diepe indruk op Achab. Hij voelt de van het aanstaande oordeel. nood Deze oordeelsaankondiging brengt Achab in de nood. Hij gaat rouwkleren dragen en andere tekenen van vernedering worden zichtbaar. Maar van bidden lezen we niet. Ook merken we niet dat hij met de zonde afgoderij en van heerszucht) (van brak. juist het breken met de zonde is een duidelijk kenmerk van het werk van de Heilige Geest. In de zaligmakende beleving van nood krijgen we een afkeer van de zonde. te nood wij verkeren. Want wij hebben tegen God gezondigd en liggen daarom onder Zijn vloek. Er is sprake van een enorme breuk tussen de Heere en ons en daarom zijn we nameloos ongelukkig. Wanneer we deze werkelijkheden gaan zien, voelen we ons in nood. Het is nu juist langs die weg dat de Heilige Geest ons bidden leert. Eigenlijk leert Geest ons dan heel veel dingen. de Hij leert ons hoge gedachten van Heere te hebben en kleine van de onszelf. Ook leert Hij ons alle andere verwachting verliezen en onze hoop alleen op de Heere stellen.

Zo werkt de Heilige Geest door Woord geloof en bekering. Zo het werkt de Heilige Geest naar de Heere jezus toe. Hem hebben we nodig wil het weer goed worden tussen een zondaar en de Heere.

In de geestelijke nood gaat om een geestelijke zaak. En wanneer we daarin om Jezus' wil uitkomst ontvangen, geeft dat grote blijdschap. Dat is een beginsel van de hemelse vreugde.

Capelle aan den IJssel ds. P. Mulder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1999

Daniel | 32 Pagina's

In de nood zitten - is dat altijd  geestelijk?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1999

Daniel | 32 Pagina's