Vertrouwen
Ach, kon ik toch mijn harl naar hoven heffen, Gelijk, o God, de teere, schoon e bloeme doet, 'Die richt zich naar de zon, opdat haar treffen ï)e gouden stralen met hun warmen gloed.
Ach kon ik toch vertrouwen zonder schromen, Gelijk het vogeltje voor zorgen blind, Zich neerzet in den top der hooge hoornen, £n daar in wilden storm nog ruste vindt.
Ach, kon ik ongeveinsd aan CU mij geven, Gelijk het kind, o God, dat schreiensmoe, •Naar Moeder vlucht en zonder tegenstreven, Zich nedeiiegt en sluit, de oogjes toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1999
Daniel | 32 Pagina's