Dominee, mag ik gedoopt worden?
Gesprek met Farhiya Abdulkadir
Het is een hele drukte tijdens de JZE-dag in Kampen. In de pauze sta ik even te kijken bij de boekenstand van de Jeugdbond. Naast mij staat een meisje dat afkomstig is uit Afrika. Ze pakt van de boekentafel het dagboek van ds. R. M. M'Cheyne. Ze kijkt er in en betaalt vervolgens aan de JBGG-medewerkster. Ik kan niet nalaten te vragen: "Ken je de schrijver van dit dagboek? " Haar antwoord verrast me: "Ja, dat is de dichter van 'Eens was ik een vreemd'ling'." Ze citeert vervolgens het eerste couplet van het bekende gedicht.
Totdat er op 1 januari 1990 een burgeroorlog uitbrak in Magdishu. Farhiya's moeder was juist enige tijd afwezig vanwege een bezoek aan haar vader die ernstig ziek was. Ze was in een dorp ver van de hoofdstad. Haar vader was evenmin bereikbaar. Farhiya was met haar broer en zus bij familie in huis. Omdat de situatie steeds nijpender werd, vluchtte de familie in het najaar van 1990 naar Nairobi in Kenya. Farhiya was toen twaalf jaar oud. Vanuit Kenya vertrok ze met het gezin van een oom naar Frankrijk. Ze woonden in Parijs in afwachting van een verblijfsvergunning. Omdat haar familie in deze situatie meer last dan gemak van haar had, werd ze op een gegeven dag op de trein gezet naar Amsterdam. In Nederland woonde inmiddels ook familie en ze moest daar maar onderdak zoeken.
Aankomst in ons Iand Ik kijk haar wat ongelovig aan als ze vertelt van haar aankomst in ons land. "Maar je was toen pas dertien jaar? " Farhiya: "ja, het was in februari en ik zou in oktober van dat jaar veertien jaar worden. Toen ik in Amsterdam aankwam, stond er niemand op me te wachten. Ik ben toen maar naar het politiebureau gegaan en ik heb asiel aangevraagd. Ze hebben me toen uit Amsterdam naar een opvangcentrum in Terwolde gebracht voor een nader onderzoek. Omdat er geen familie te vinden was, ben ik ondergebracht in het AZC "Valentijn" in Nunspeet. Ik heb toen een verblijfsvergunning gekregen. Toen ik zestien jaar werd, ben ik met een groepje van vier Somalische meisjes in Arnhem gaan wonen. We werden daar begeleid door een medewerkster van de Stichting Opbouw, een instelling voor de begeleiding van minderjarige asielzoekers."
Van Arnhem naar Doetinchem
Hoe ben je toen in terecht gekomen? Doetinchem
Als je achttien jaar wordt, mag je op kamers gaan wonen. Er zijn gezinnen die bij de stichting Opbouw opgeven dat ze wel een asielzoekster op kamers willen hebben. Dat had ook de familie Ebbers uit Doetinchem gedaan. Toen ik hoorde dat ik daar terecht kon, dacht ik: nou daar ga ik niet wonen. Vergeleken bij Arnhem is Doetinchem maar een dorp. Nee hoor! 't Heeft weken geduurd voordat ik er toch ben gaan kijken, je moet wat. Toen ik kennis maakte met de familie Ebbers klikte het wel. 't Was een gezin met jonge kinderen en ik hou van kinderen, dus ik dacht: toch maar proberen. Ik ben
bij de familie Ebbers heel goed opgevangen.
Heb je in die tijd nog wel eens iets van je ouders gehoord?
ja, uit Kenya heb ik al gehoord dat mijn vader vermoord is. Eerst kon ik dat niet geloven. Later heb ik iemand gesproken die het lichaam van mijn vader nog gezien heeft. Je moet het dan wel geloven. In 1993 heb ik een opsporingsbericht laten versturen via het Rode Kruis om contact te krijgen met mijn moeder. Ik heb daar niets op gehoord tot ik in 1995 in Arnhem telefoon kreeg uit Magdishu. Mijn moeder was aan de telefoon! Ik ben daarna het contact weer verloren. Dit jaar heb ik weer contact gehad. Mijn moeder vertelde dat ze inmiddels hertrouwd is en vier kinderen heeft.
Zou je willen gaan kijken in Somalië?
Ja, maar ik zou er niet kunnen wonen omdat ik nu christen ben. Voor christenen is het heel gevaarlijk in Somalië.
Met de Bijbei in aanraking... Kun je ook vertellen hoe je chisten bent geworden?
Toen ik bij de familie Ebbers ging wonen, merkte ik wel dat ze streng christelijk waren. Dat ze zo goed over God dachten vond ik heel positief. Als er aan tafel uit de Bijbel gelezen werd, wilde ik daar eigenlijk niet naar luisteren. Ik probeerde altijd ergens anders aan te denken. Ik wilde niet horen wat er uit de Bijbel gelezen werd. Vooral als het over jezus gaat dan is dat voor een moslim heel erg. Ik heb als kind thuis geleerd dat God geen Zoon heeft. Dat zegt de duivel, maar het is niet waar. God heeft geen kinderen en geen familie. Als het over Abraham gaat en over Lot in Sodom dan is dat geen probleem. Die geschiedenissen staan ook in de Koran. En dan dacht ik: dat hebben jullie uit de Koran gehaald. Later dacht ik: dat kan eigenlijk niet, want de Bijbel was er eerder dan de Koran. Er kwamen steeds meer vragen. Als jezus niet de Zoon van God is, waarom werd Hij dan gekruisigd? Waarom is Hij opgestaan? Waarom is Hij opgevaren naar de hemel? Waarom komt Hij terug? En waarom kan dat allemaal niet van Mohammed gezegd worden? Hij is toch de ware profeet van God? Ik heb veel nagedacht over de vraag wie nu eigenlijk jezus is. Ik heb die vraag ook aan een imam (een moslim-geestelijke) voorgelegd. Zijn antwoord was: je moet die geschiedenis van Jezus zo niet lezen. God had Zijn profeet Jezus zo lief dat Hij hem opnam in de hemel. Hij heeft toen een ander in Zijn plaats laten lijden aan het kruis. De echte profeet is niet gestorven en opgestaan. Ik begreep zijn reactie niet. Hoe kan nu zo'n wijze imam zoiets geloven?
Heb je in die tijd ook de Bijbel gelezen?
Nee! Dat durfde ik niet. 't Gebeurde wel eens dat ik de tafel moest afruimen, maar ik durfde de Bijbel niet zomaar op te pakken. Dat deed ik dan met de theedoek. De Bijbel is een woord van de duivel. Daar was ik altijd bang voor geweest. Thuis heb ik geleerd dat het goed is om vijf maal per dag te bidden, maar het is niet goed om de Bijbel te lezen.
De Koran of de Bijbel? Ik heb heel veel vragen aan de familie Ebbers gesteld. Wie is God? Wie is
Jezus? Hoe kan God een kind krijgen? Ze waren altijd weer bereid om mijn vragen te beantwoorden. Als ze op donderdagavond niet thuis waren en ik op de kinderen mocht passen, heb ik stiekem verhalen uit de kinderbijbel gelezen. Later heb ik zelf de Bijbel gepakt. Ik liep rond met een zware rugtas met vragen. Op een keer ben ik 's avonds gaan lezen tot de volgende
morgen zeven uur. Ik moest om zeven uur opstaan voor m'n werk, dus van slapen kwam niets meer! Veel vragen werden beantwoord, maar er kwamen weer nieuwe vragen bij. Ik dacht altijd als ik maar alle werken doe, zoals bidden en vasten, dan kom ik wel in de hemel. Maar ik ging ontdekken dat de Bijbel zegt dat we zondaren zijn, En zondaren komen niet in de hemel. Ik kwam er niet meer uit. De Koran is goed en de Bijbel is goed. Maar wat is waarheid? Ik dacht bij mezelf: eet je wat Farhiya, je doet ze allebei dicht en je gaat leven zoals jij graag wilt. Maar dat ging niet en dan kwam ik toch weer bij de Bijbel. Op een keer was ik zo moedeloos. Ik wist het niet meer. Ik wist niet hoe ik over God moest denken en over Jezus en over mijzelf. Toen heb ik God gevraagd om mij een antwoord te geven en gezegd: eere, ik weet het niet meer. Wat is waarheid? Ik heb toen weer in de Bijbel gelezen en toen kwam ik bij Johannes 14:6 waar de Heere Jezus zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij." Het was toen net of alles anders werd. De Heere gaf mij een antwoord. En toen kwam ik bij vers 14: Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen." Ik kon haast niet geloven dat dit in de Bijbel stond. Dat de Heere zo goed is en dat voor zo iemand als ik. 't Was net of de Heere zei: ls je Mij begeert te zoeken, dan zal Ik Mij laten vinden. Ik zal het doen. Ik weet zeker dat ik dat antwoord van de Heere gekregen heb.
Mee naar de kerk
Toen is alles anders geworden. Ik ben meegegaan naar de kerk. Ik mocht bij zitten. De de familie Ebbers schoonmoeder van mevrouw Ebbers zei tegen me: "Fijn, Farhiya, kom maar we schuven wel een eindje op... " De eerste zondag heb ik geen woord begrepen van de woorden van de dominee. Toch voelde ik dat ik hier moest zijn. Ik wist: de God die ik zoek, is hier en nergens anders. Hier spreekt Hij door Zijn Woord.
Is er nog meer veranderd?
Als moslimmeisje dacht ik altijd: straks ga ik naar de hemel. Maar toen ben ik gaan bidden of de Heere jezus nog niet terug wilde komen. Want als Hij zou komen, dan zou ik verloren zijn vanwege mijn zonden. Ik heb de Heere gevraagd: Heere, geef mij nog tijd om tot bekering te komen. De Heere heeft mij nog tijd gegeven. Hij heeft mij ook laten zien dat ik me niet bekeren kan. Dat ik niet echt kan geloven. Dat het echte geloof van God komt en dat er voor mij alleen behoud is door Jezus Christus, Gods Zoon.
Wat vinden je vrienden er van dat je naar de kerk gaat?
Mijn beste vriendin zegt dat ik afgevallen ben van God. Ze probeert me er vanaf te brengen. Ze is nu veel fanatieker moslim geworden dan ze eerst was. Ze zegt tegen me: Jij bent verleid en dat wil ik niet; ik zou nog liever naar de hel gaan dan buigen voor Jezus. Zo'n reactie is heel erg, maar het komt omdat ze zich niet willen verdiepen in de Bijbel. Ik ben vrienden kwijtgeraakt, maar ik heb in Doetinchem andere vrienden terug gekregen. Ik heb ook veel uit de Bijbel mogen leren door de Schriftelijke Bijbelcursus waarbij mevrouw Wassink mij geholpen heeft.
Dominee, mag ik gedoopt worden?
En nu wil je graag gedoopt worden? ja, ik ben op belijdeniscatechisatie bij dominee Driessen. Toen heb ik gevraagd: dominee, mag ik belijdenis doen en gedoopt worden? En toen zei de dominee: Als je van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. Mijn antwoord mocht zijn: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zone Gods is. Nu hoop ik Tweede Pinksterdag gedoopt te worden. Ik verlang er echt naar.
Waarom?
Het is voor mij zo'n wonder dat ik gedoopt mag worden. Niemand van mijn familie is christen. En ik mag nu wel christen worden.
Geeft het strijd om christen te worden?
Ik twijfel niet aan de Bijbel. Ik heb wel vaak strijd of er genade voor mij is. Satan zegt heel vaak dat het niet voor mij is. Dan denk ik dat ik me maar heb ingebeeld dat ik een goddelijk recht heb om gedoopt te worden. Dat is dan
veel te groot voor mij dat de Heere mijn zonde zal vergeven. Toen ik het helemaal niet meer wist, heb ik aan de Heere gevraagd: s Uw bloed ook voor mij vergoten? Heere, wilt U mij een antwoord geven? Toen heeft de Heere mij gewezen op Lukas 22 : 20: Deze drinkbeker, is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt." Bij dat woordje u was het net alsof de Heere zei: at ben jij, Fahryia. Dat was zo'n groot wonder.
Farhiya, een vraag zou ik nog willen stellen. Op de JZE-dag kocht je het dagboek van ds. R. M' Cheyne. Waarom wil je juist dat dagboek lezen?
Ik heb van een ouderling uit Doetinchem een prekenboek van deze dominee gekregen. Ik ben zo jaloers op die dominee. Hij is jong gestorven, maar hij wist dat Jezus voor hem gestorven was. Ik kan zeggen dat ik net zo was als hij: Eens was ik een vreemd'ling voor God en mijn hart. Maar nu bid ik of ik ook mag leren datjezus alleen mijn gerechtigheid is.
Kamerik, 1 3 april 1998 J. H. Mauritz
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1999
Daniel | 32 Pagina's