JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bondsdag 1999

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bondsdag 1999

10 minuten leestijd

Uit alle delen van het land zijn op jongstleden dinsdag 20 april vele verenigingen naar De Doelen te Rotterdam gekomen. "Deze dag is een dag van ontmoeting", zo zegt ds. C.A. van Dieren in zijn welkomstwoord. Het allergrootste zou echter zijn, wanneer we op deze dag een ontmoeting Gods mochten hebben. De Heere geeft deze soms op de alleronverwachtste tijden en op de alleronverwachtste plaatsen.

Openingsmeditatie

De dominee bepaalt ons deze morgen bij een gedeelte van Jesaja 57 : 1 8: En Ik zal hen genezen". Ook op deze dag zitten de wachtkamers van de dokters vol. Al de mensen in de wachtkamer hebben maar één doel en dat is om genezen te worden. Gods Woord stelt ziekte altijd als een beeld van de oorzaak van alle kwalen, namelijk de zonde. Zo wordt de melaatsheid getekend als een beeld van de zonde, die de mens aankleeft en besmet van de hoofdschedel tot de voetzool toe. In Jesaja 57 gaat het over de allerbekwaamste Heelmeester, de eeuwige Heelmeester. Het gaat over God Zelf, Die in Christus een Heelmeester genoemd wordt.

In het tweede gedeelte van Jesaja 57 staat telkens: "Ik zal". Dat is die grote Ik.

Dat is de eeuwige Heelmeester, Die in Zichzelf bewogen is geweest met de innerlijke bewegingen der barmhartigheid om van de kwaal te gene-zen. Dan gaat het niet alleen over de uitwendige kwalen, maar het gaat om het herstellen van de grote, enige en onherstelbare breuk tussen God en onze ziel, die we in Adam geslagen hebben. Er is geen waardevoller en beter heelmiddel, dan juist de genade des geloofs. Dat geeft te mogen zien op de enige Heelmeester, om van alle zielenkwalen te verlossen en alle tijdelijke kwalen te heiligen en te louteren. Dat geeft verenigende genade met de smart die we omwille van de zonden allen onderworpen zijn.

De Heere wil het kruis gebruiken om aan de grond te houden, vernederende genade te schenken. Langs deze weg wil Hij Zichzelf daarin als de algenoegzame Heelmeester openbaren en wegschenken.

Nu spreekt de Heere in jesaja 57: "Ik zal hen genezen". Er is geen kwaal, die buiten de almacht en de genadekracht van deze Geneesheer ligt. Met eerbied gesproken: "Zit vanmorgen de wachtkamer van deze Geneesheer vol? "

In het eerste gedeelte van jesaja 57 lezen we over de afkeringen van het volk Israël.

Het volk dient de afgoden. Dat is hun lust en leven. Zelfs hun kinderen offeren ze aan de Moloch. Wat stelt jesaja 57 ons toch in de actualiteit van deze dag en deze tijd. Zijn ook wij niet druk met de afgoden van deze wereld? Waar offeren wij onze kinderen aan op? Zijn er nog biddende Hanna's? Wat een zorgen over scholen en over de schoolkeuze, zorgen over allerlei maatschappelijke en ethische problemen. Komen we daardoor aan de nood van de zielen van onze kinderen niet meer toe? Ondanks alle bemoeienissen die de Heere met het volk Israël hield, moet de Heere zeggen: "Zij gingen afkerig heen in de weg huns harten". De slagen en bemoeienissen brachten hen niet op de juiste plaats.

Ze deden het volk niet komen tot de wachtkamer van de hemelse Medi-

cijnmeester. De Heere kan ze opgeven en Zijn hand van hen aftrekken. Het zou rechtvaardig zijn. Maar juist tegen dat onwillige volk, onwillig om voor de Heere te buigen, gaat de Heere nu zeggen: "Ik zal hen genezen". Dat is nu het wondere werk van goddelijke genade. Nu heeft God lust om de patiënten, die tot Hem niet willen komen, aan Zijn voeten te brengen. Hoe doet de Heere dat? In de eerste plaats door de kwaal bekend te maken en de diagnose te stellen. Voor de grote "Ik zal" is het niet te wonderlijk als vandaag uw diagnose eens mocht vallen: uw plaag is dodelijk en uw breuk is smartelijk. Dan gaan we inleven wat onze kwaal is.

Het genezen begint echter niet in de apotheek. God begint in het werk der genade ook niet met Christus, niet met het Middel der verlossing. Zijn we vandaag hier gekomen met stinkende etterbuilen, die niet uitgedrukt zijn? Met wonden die niet geheeld zijn? Met de breuk die u niet weg kunt nemen en die dag en nacht de ziel bezet? Hebt u buiten God heelpleisters gezocht, die niet helpen? Wat een wijze, een hemelse Heelmeester om de wond eerst open te leggen tot op haar volle diepte. Waarom? In de berijmde Psalm 103 staat: "Uw krankheên kent en liefderijk geneest". Gods Woord is in Christus een apotheek vol medicijnen en dat voor kreupelen, melaatsen, gebrokenen van hart. Zou er dan bij de Heere geen uitkomst zijn? Dan weet Hij van uw ongemak, uw kruis en uw lichaamskwalen. Nee, dat wil niet zeggen, dat het gaat zoals wij willen. De Heere kan het kruis in het lichaam, of misschien in de geest, of in het gezin gaan gebruiken, opdat er plaats kome voor de grote Medicijnmeester. Als alle aardse heelmeesters zeggen: "U bent opgegeven", dan kan deze Medicijnmeester levend maken, uit en door de dood. Dan krijgt de enige Middelaar waarde in al Zijn schoonheid en in Zijn volmaaktheid. Wat wordt de dag goed, wanneer we uit die hemelse en geestelijke apotheek bediend mogen worden.

Ik wens dat er velen met hun kwalen hier gekomen zijn, zodat de Heere een antwoord, een middel gaat toeschikken. Dan zult u verblijd terugkeren naar huis.

Wat lezen we verder in jesaja 57? staat: "Aan hun treurigen". Twee Er soorten mensen worden hier aangewezen. Gods Woord separeert altijd. Genezen worden zij, die door Gods Geest daarvoor vatbaar zijn gemaakt, de treurenden. Dat zijn zij die over de schuld en de breuk treuren en die in rechteloosheid en onwaardigheid bij zichzelf terechtgekomen zijn. En de anderen? Die worden beschreven in de laatste twee verzen: "Doch de goddelozen..." Dat de Heere ons de kwalen leerde, opdat de Heelmeester verheerlijkt zou worden.

Na het voorlezen van de brief, die aan Hare Majesteit koningin Beatrix verstuurd is, en het zingen van drie verzen van het Wilhelmus krijgt dominee M. Karens het woord. Hij spreekt over

De geestelijke apotheek

Drie vragen komen aan de orde:1. Wat is een apotheek? 2. Wanneer bezoek je een apotheek? 3. Wat vind je in een apotheek?

Huishoudelijke vergadering

D.V. dinsdag 21 september zal te Gouda de huishoudelijke vergadering worden gehouden. Spreker in de middagvergadering: de heer W. Visser te Nunspeet.

In het volgende nummer van de Daniël zal hiervan een uitgebreid verslag te lezen zijn.

Na het indringende referaat van ds. Karens zingen we Psalm 91 : 1 en wordt na verschillende mededelingen de morgenvergadering gesloten met gebed.

Velen maken gebruik van de middagpauze om bekenden te ontmoeten.

Tegen half twee roept het geluid van de gong iedereen weer naar de zitplaatsen terug. Nu krijgt Ds. Karens

de moeilijke taak om een gedeelte van de vele vragen die hij ontving, te beantwoorden. In het Bondsdagboekje dat D.V. in september te koop zal worden aangeboden, kunt u deze vragen en de antwoorden nog eens rustig doorlezen.

Na de vragenbeantwoording brengt het Ridderkerks Mannenkoor onder leiding van Dinant Struik enkele Psalmen ten gehore. Mevrouw A. van Wolfswinkel-Blokland declameert het gedicht "Ziekte en genezing van job", geschreven door Christien de Priester.

Priester. Daarna krijgt ds. C. Hogchem de gelegenheid om zijn slotmeditatie te houden.

Slotmeditatie

De dominee bepaalt ons bij het eerste deel van Jesaja 33 : 24; "En geen inwoner zal zeggen: k ben ziek". De profeet jesaja spreekt hier over de verloste Kerk, over de onuitsprekelijke zaligheid die de inwoners van het hemels jeruzalem in eeuwigheid deelachtig zullen zijn. De Heere gebruikt dan een beeld: En geen inwoner zal zeggen: k ben ziek". Dat beeld gebruikt de Heere niet zomaar, zonder oorzaak. Het is zo treffend eenvoudig. Het zijn woorden die hier op aarde zo dikwijls klinken: Ik ben ziek". Het zou voor veel inwoners van de wereld al een half paradijs zijn, wanneer men deze woorden niet meer moest zeggen. De Heere zegt hier in Jesaja: ij mens, die leeft op de erve der kerk, weet u wat die onuitsprekelijke zaligheid inhoudt? Ik vergelijk het hiermee, dat er niet meer gezegd zal worden: k ben ziek. Niet één zal er wezen, die dat woord in de mond zal nemen. Het mocht vanmiddag onze zonden-zieke harten eens aangrijpen en doen zeggen tot onszelf: Gij dwaas, zou gij op zo'n grote zaligheid geen acht geven? Geef acht, o mens, op het eeuwige heil dat in Christus Jezus is".

Maar bedenk, zegt de Heere, het is allereerst een geestelijke zaak. Want de tekst bestaat uit twee delen. Het tweede deel van onze tekst is de diepe betekenis: "Want het volk dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben". De strijdende Kerk klaagt hier op aarde steeds met een terugkerende, droeve en levende klacht: "Ik ben ziek". Het is een geestelijk klagen over de menigvuldige zondenkwalen, de vele onvolmaaktheden, het inwonende bederf. De Heere zegt dat het in het hemels Jeruzalem niet meer gevonden zal worden, want ze zullen vergeving van ongerechtigheid hebben. Wat is ongerechtigheid? Dat is een groot samenknoopsel van al de ellendige zielen-en zondenkwalen, waarmee de Kerk bezet is. Maar ze zullen vergeving hebben van ongerechtigheid. Dat is, zegt de Heere, tot roem van Mijn genade. Daar zullen ze niet meer klagen, maar tot roem van Gods genade geheel genezen zijn. Ze zullen geheel rein zijn door het heil, dat in Christus Jezus is. Hij is de geheel enige Geneesmeester, Die voor Zijn eigen patiënten de dood is ingegaan. Hij heeft uit Zijn vlees en bloed een volmaakt middel bereid tot verheerlijking van de Vader en tot verlossing en genezing van Zijn zonden-zieke Kerk. Dat gezegende bloed reinigt van alle ongerechtigheid.

De profeet spreekt hier over het volk, dat daarin woont. Het woordje 'volk' wijst erop, dat de verloste Kerk één zal zijn. Wat was er een onderscheid hier op aarde! Wat een onderscheiden trap en mate in de genade. Maar ze zullen allen genezen zijn, zowel de kleinen als de groten. Ze zullen het uitjuichen tot verheerlijking Gods, vanwege de genade aan hen bewezen. Deze tekst is een belofte: "zal hebben". Strijdende kerk, er is veel gezegd. Zijn er hier, die zo ziek zijn van de dood in hen, dat ze het uitschreeuwen: "Gun leven aan mijn ziel"? Zitten er hier met die donkerheden en vertwijfelingen, die zich voorgenomen hebben om nooit meer hun mond open te doen? Dat woordje: "Ik zal" is verbonden aan de Ik Zal Zijn, en Hij zal het maken. Wat ik zulken raden mag: Open aan Hem uw wonden en zeg met David: "Genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd; verzoen mijn ongerechtigheid, want die is groot".

Dat woordje 'zal' is een gewisse belofte voor in zichzelf hopeloze gevallen. Voor Hem zijn er echter geen hopeloze gevallen. Hoe is het met ons? Wanneer we gevoelloos zijn voor onze ellende, geen pijn hebben van de zondensmart, dan zijn we ontzaglijk ziek. Zó ziek, dat we onze ziekte niet gevoelen. Zó dwaas, dat we menen

gezond te zijn. De Heere zegt dan ook heden: "Bekeert u, want gij zijt een zieke en stervende zondaar". Geef God de eer en maak Zijn heilige eis tot uw ootmoedige bede. "Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn!" Weet dat deze Geneesmeester tijdens zijn rondwandeling op aarde zelfs zen heeft, toen de zon onderging. Dan kunt gij in de grijsheid zijn, maar wat bij de mensen onmogelijk is, dat is mogelijk bij God. Dan zullen ze zijn bij die God, Die hen heeft genezen. Dan zullen hun ogen geen twee kanten meer opzien, maar dan zullen ze rechtuit zien. Gij hebt mijn zonden achter Uw rug geworpen. Gij hebt mijn ziel liefelijk omhelsd. Gij hebt mij gezond gemaakt en mij genezen. Looft de Heere mijn ziel!

Sluiting

Het is goed om de Heere te erkennen, voor alles wat Hij ons nog komt te schenken op dagen als deze, zegt mevrouw C.A. Kaslander-Goedegebuur in haar dankwoord. Er zijn zoveel anderen die door oorlogsgeweld om het leven komen, of van huis en haard verdreven worden. Wat maken we ons druk over allerlei zaken. Dat we de dingen die eeuwigheidswaarde hebben toch niet uit het oog zouden verliezen. Laten we de Heere smeken of Hij ons nog genadig wil zijn, zodat hetgeen we op deze Bondsdag gehoord hebben de praktijk mag worden in ons aller leven.

Na het dankgebed door ds. Van Dieren zingen we staande Psalm 122 : 3. Deze indrukvolle Bondsdag, wellicht de laatste in De Doelen, is voorbij.

's-Gravenpolder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1999

Daniel | 32 Pagina's

Bondsdag 1999

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1999

Daniel | 32 Pagina's