JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Requiem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Requiem

4 minuten leestijd

Te Middelharnis is een kind verdronken. Sober berichtje in het avondblad: onder een hooiberg die had vlam gevat en naast een zolderschuit, die was gezonken.

Zes dagen heeft het in mij nageklonken. Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat? Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat: te Middelharnis is een kind verdronken.

En kranten waaien weg en zijn verouderd, de dagen korten, nachten worden kouder, maar over 't water komt zijn kleine stem.

Te Middelharnis, denk ik, 'k denk aan hem en bed zijn hoofdje tussen hart en schouder, en zing voor hem dit lichte requiem.

Ed. Hoornik

De dichter Ed. Hoornik (1910-1970) is vooral bekend geworden als dichter van de crisisjaren en van de nawerking van de oorlogservaringen, met name die van het concentratiekamp. Zowel in zijn vooroorlogse als in zijn latere poëzie komt het thema dood nogal eens voor. Verder is zijn aandacht voor de sociaal zwakkere en lichamelijk of psychisch misdeelde mens opvallend groot. Hoornik was van rooms-katholieke afkomst, maar heeft zich steeds verder van het geloof vervreemd.

Die afkomst verraadt zich ook in de

titel van het gedicht dat hier is afgedrukt. jullie kennen die term misschien niet zo. Requiem is de benaming voor de dodenmis. Een van de vaste onderdelen van een begrafenismis is de bede Requiem aeternam dona eis, Domine, wat betekent: Heere, geef hun de eeuwige rust. Hoorniks poëzie klinkt meestal tamelijk eenvoudig. De vertellende, De vertellende, soms bijna journalistieke toon herinnert aan het werk bij de krant, dat hij voor de oorlog verrichtte. Vaak gaat hij uit van een anekdote: zomaar een gebeurtenis die je aan het denken zet. Zo ook in dit gedicht uit de bundel Steenen (1939). Een klein berichtje stond er in de krant, weggedrukt tussen een bericht over een brand en over een gezonken boot. je zou het bijna over het hoofd zien. Een merkwaardig begin trouwens: Te Middelharnis... je moet daarbij bedenken dat voor een drukbezette journalist van een krant in het grote Amsterdam het dorp Middelharnis maar een onbetekenend 'gat' was. Daar lette zo iemand niet eens op. Maar toch heeft dat bericht hem getroffen en trekt hij het zich bijzonder aan. Achter dit sobere, eenvoudige berichtje gaat namelijk een wereld van leed en verdriet schuil. Dat heeft hem aangegrepen. En de hele week klonk het in zijn gedachten na. Hij was er stil en terneergeslagen van, zodat het zijn collega's opviel.

Maar hij beseft ook hoe snel het nieuws kan verouderen en door de mensen vergeten wordt. Dat brengt hij in de derde strofe onder woorden. De mensen leven bij de actualiteit en als de tijd voorbij gaat, vergeten ze. Voor hemzelf is dat echter anders: of wil of niet, hij moet er steeds weer aan denken (over 't water komt zijn kleine stem). Hij wil ook aan dit voorval blijven denken: de een-na-laatste regel drukt uit dat hij het dode kind als het ware tegen zijn borst laat rusten, terwijl hij zijn eenvoudig requiem zingt.

Ben jij er ook wel eens van geschrokken, hoe snel wij kunnen vergeten? Vooral als het het leed van anderen betreft! Valt het je ook wel eens op (misschien valt het je ook wel eens tegen) hoe snel de maatschappij na aangrijpende en ingrijpende gebeurtenissen weer in haar gewone ritme doorgaat alsof er niets gebeurd is? Wij kijken niet zolang achterom... maar kijken wij dan wel eens vooruit? Sta je wel eens stil bij de dood, bij je eigen dood misschien? Want ieder van ons gaat 'naar zijn eeuwig huis'! En dan? Ken je iets van die enige troost, beide in het leven en in het sterven?

Misschien is het je wel opgevallen: e dichter zingt een requiem, maar waarin dé rust (van Hebreeën 4:9) eigenlijk ligt, lijkt hij niet te weten. Weet jij dat wel, persoonlijk? Want dat kan niet wachten! Heden, indien gij Zijn stem hoort!

K. W. van Luik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1999

Daniel | 32 Pagina's

Requiem

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1999

Daniel | 32 Pagina's